Tag: relaties

Bij voorbaat drank … eh … dank

De postbode bracht me een pakketje dat helemaal uit Argentinië kwam en waarvan ik de inhoud met kwieke vingertred bevrijdde, nieuwsgierig als ik ben. Ik kreeg zodoende een fraai doosje in handen, waarin zich allemaal puzzelstukjes ophielden. Wel vijftig! O, wat was dat spannend.

Hoewel ik hoegenaamd geen aanleg heb voor dergelijke speeltjes slaagde ik er toch in om de fragmentjes in drie vloeken en een zucht, zowel letterlijk als figuurlijk, in elkaar te passen. Het resultaat was een huwelijksaankondiging annex een invitatie. Er was over nagedacht, zij het misschien niet zo heel lang.

Een jong stel uit Mar del Plata, mijn geboortestad, dat ik nog niet zo lang geleden als logeergasten mocht verwelkomen en huisvesten, is van plan om volgend jaar, op 1 april, in het huwelijk te treden en ik ben uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn.

Ik was toch al van plan om in februari van de Zuid-Amerikaanse zomer te gaan genieten. Als ik dat enkele weken uitstel, kan ik gelijk hun trouwpartij meepikken. Dat wordt gratis smikkelen en smullen. Ik zal voor alle zekerheid toch eerst maar even telefoneren, teneinde er me van te vergewissen dat het geen aprilgrap is.

Melancholie

Door een samenloop van omstandigheden kwam ik in een opslagruimte voor bejaarden terecht, niet om me daar te vestigen – spaar me! – maar om iemand met een bezoek te verblijden.

De cafetaria behelsde onder meer zes mannen en drie vrouwen, die met enige aandacht naar het grote televisiescherm staarden, waarop zich een bergrit van de Tour de France ontspon. De renners klauterden moeizaam het niet te onderschatten geografisch ongemak van een alpencol op en evolueerden doorheen waarlijk wonderlijke landschappen met een aaneenrijging van opwindende panorama’s.

“Mo mens, wukke schoane streke!” riep een van de toeschouwsters plots. (Maar mens, wat een mooie streek!)
Ik glimlachte, want ze maakte een herinnering bij me wakker. Mijn moeder riep soms krek hetzelfde als ze naar een bergrit van de Ronde van Frankrijk keek. Ze is ondertussen al ruim een kwarteeuw dood, maar af en toe duikt ze nog eens in mijn leven op. Nee, niet af en toe. Vaak! Gewoon voor de leuk.

Eet je bord leeg!

De kelner van het restaurant wapperde nogal om zijn ruggengraat en liep er klapwiekend mee te koop dat hij de Griekse beginselen toegedaan was. Dat hij zich ook nog op heel erg vriendelijke wijze en uiterst bekwaam van zijn taken kweet, had natuurlijk weinig of niets met zijn geaardheid te maken.

Aan een tafel niet zover bij me vandaan zat wat ik als een echtpaar met een volwassen zoon beschouwde. Ik vermoedde bovendien dat die zoon de speciale vriend van de kelner was. Ze knipoogden alleszins olijk naar elkaar, zoals men dat doet tegen iemand met wie men dartele herinneringen deelt.

De zoon at mosselen. Toen de kelner na afloop hun tafel afruimde, wees hij naar de pot met de overblijfselen van die weekdieren en zei tegen zijn vriend:
“Je moet wel je schelpen nog opeten.”

Ik proestte het uit. Ik vond dat namelijk bijzonder grappig. Ik ben met weinig tevreden.

Ik had eveneens mosselen gegeten, maar niemand verzocht me om de schelpen op te eten. Ik voelde me tekortgedaan.

Ik ga je zoenen, kanjer!

Zij die al geruime tijd mijn blog lezen zullen weten dat ik niet echt een sociaal mens ben en dat ik zelfs een beetje naar het kluizenaarschap neig. Desalniettemin kan ik me niet altijd aan het bijwonen van al dan niet feestelijke bijeenkomsten onttrekken. Het overkomt me regelmatig – en steeds vaker heb ik de indruk – dat volslagen onbekenden, zowel vrouwen als mannen, me bij zulke gelegenheden ter begroeting stevig beetpakken, om me tijdens een nogal innige accolade af te lebberen, of toch een trio futloze zoenen toe te dienen. Die slobberkonten lijken dergelijke intimiteiten de normaalste zaak van de wereld te vinden, maar ik ben daar eigenlijk niet van gediend en ik voel er me ook ongemakkelijk bij. Mijn ouders hebben me echter keurig netjes opgevoed en ik laat dus niets van mijn ongenoegen blijken, zij het niet zonder moeite.

Ik zou graag zelf bepalen wie me aan gort mag knuffelen en met wie ik zoenen wil uitwisselen. Dat zijn in mijn geval een niet zo groot aantal mensen die ik langer ken en waar ik van hou. In de meeste gevallen volstaat een simpele handdruk als welkomstgroet en die lijkt me ook minder geforceerd dan die rondjes kuise zoenen.

Ben ik een zuurpruim?

Gedichtendag 2015

Ter gelegenheid van gedichtendag vergast ik jullie op een door velen bejubeld en door anderen verguisd gedicht van Willem Elsschot. Ik blijf het een meesterwerk vinden, niettegenstaande de crue inhoud ervan. De voorlaatste strofe is van ongemene schoonheid en zal menigeen wellicht bekend in de oren klinken. 

Het huwelijk

Toen hij bespeurde hoe de nevel van den tijd
in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij den baard
en mat haar met den blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.

Maar doodslaan deed hij niet, want tusschen droom en daad
staan wetten in den weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke’ aanblik bood.

Willem Elsschot
Rotterdam 1910

Afscheidje

Herinneren jullie je kranige Margriet nog? Allicht niet. Ik heb haar hier een drietal keer opgevoerd, onder meer om te vertellen dat ze me op een Franse pan trakteerde, dat ze zich rattekaal tegen het rooien van bomen verzette en dat ze me als dank voor bewezen diensten een niet gering aantal oude, zeldzame en zelfs waardevolle boeken schonk. Als jullie je geheugen willen opfrissen kunnen jullie dat doen door onderstaande links aan te klikken:

Van de kale ratten besnuffeld

In mijn knollentuin

Meer moet dat niet zijn

Margriet is net geen tweeënnegentig geworden. Vanmorgen hebben we tijdens een sobere en intieme plechtigheid in de aula van een uitvaartcentrum afscheid van haar genomen. De celebrant zorgde trouwens voor een luimige verspreking, al vermoed ik dat ik de enige ben die het grappige ervan inzag.
“Op een dag staan we met de dood voor oven”, zei hij, maar hij verbeterde die oven snel in ogen, want als men op het punt staat om een overledene naar het crematorium af te voeren kan een oven nogal cru overkomen. Ook dienden de aanwezigen zich in een kring op te stellen en tijdens een gebed mekaars handje vast te houden. Ik vond dat nogal onnozel, om niet te zeggen kinderachtig. Alsof we zakdoekje leggen zouden gaan spelen. Ik hou er eigenlijk niet van om onbekenden aan te raken en wil daar dus ook niet toe verplicht worden, zelfs niet door katholieken.

Margriet, ik ben op de terugweg bij de bakker binnengelopen en heb daar een Franse pan gekocht. Als ik die straks nuttig, zal ik nog even een warme gedachte aan je spenderen. Mogen de engelen zich nu rattekaal over je ontfermen en zich om je bekommeren.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme