Tag: prestaties

Een mijlpaaltje

Als jullie hierboven het flapje ‘Archief’ aanklikken, krijgen jullie een lijst te zien van alle schrijfsels en stukjes die hier op Uilenvlucht verschenen zijn. Jullie kunnen gaan natellen hoeveel dat er zijn, maar ik wil jullie die moeite besparen: het resultaat is tweeduizend.

Tweeduizend. 2000. Dat moeten we vanzelfsprekend vieren:

44444444444444444444444444

… en tevreden bloggen we voort.

mijlpaal

Aline viert een verjaardag

De Spaanstalige Rogaciano – ik wou dat ik zo heette – kwam als zestienjarige uit een ver buitenland in onze contreien terecht. Ik genoot het voorrecht en het genoegen om hem in de geheimen van de Nederlandse taal in te wijden.

Nu was hij absoluut niet schadelijk voor de ogen en het duurde dan ook niet lang of hij had een vriendinnetje, Aline, dat hij binnen de kortste keren bezwangerde.
─”Lieve deugd!” riep ik toen ik dat vernam. “Gebruik je geen condoom dan?”
Hij bleef het antwoord schuldig, maar Aline verstrekte me gewillig tekst en uitleg.
─”Het was zijn verjaardag”, zei ze, “en als cadeau mocht hij een keertje zonder. Het was meteen prijs.”

Rogaciano wist even niet waar hij zich bergen moest en kleurde tot achter zijn oren. Ik van mijn kant wist gewoon niet wat ik hoorde en zat te kijken alsof er zich een geest gemanifesteerd had.

Aline legt een markante oprechtheid, een volslagen gebrek aan kapsones en een niet klein te krijgen naturel aan de dag, maar ze heeft aan de bron der intelligentie slechts de lippen bevochtigd. Ze is een simpel zieltje, dat zelfs een gebruiksaanwijzing nodig heeft voor kauwgum … maar daarover later meer. Dat Rogaciano het een keertje zonder jasje mocht doen en dat ook deed, was overigens ook niet bijster snugger van hem.

Wordt eerlang vervolgd.

Waarheid of verzinsel?

Dromen geven een bevrediging waaraan geen werkelijkheid kan tippen.

Met hartslagversnellende en kringspiervernauwende verbazing – ja, ik stond er zelfs spectaculair van versteld – vernam ik dat Japanse wetenschappers erin geslaagd zijn om een MRI-toestel te ontwerpen, dat dromen kan opnemen en reconstrueren, zodat je die kunt bekijken als je wakker bent.

Nou moe, da’s niet verkeerd! Ik weet niet in hoeverre ik geloof aan dat bericht mag hechten, want men stuurt vandaag de dag nogal wat nonsens de wereld in. Wat ik wel weet, is dat je Japanners niet moet onderschatten. Ze bemoeien zich met alles en ze houden van onnatuurlijkheid. Ze kunnen geen plant of dier zien, of ze knoeien er met hun perverse vingertjes aan tot er softenonachtige misvormingen ontstaan, zoals goudvissen met blazige ogen in wrattenkoppen, het lichaam voorzien van vreemdsoortige schubben, wapperende vinnen en onbruikbare sluierstaarten; of bomen die in hun groei gestuit zijn en van hun eerste jaar af zo verminkt worden dat ze een eeuw later nog in een bloempotje passen.

Tussen slapen en waken is er een plek waar men zich zijn dromen herinnert. Daarom weet ik dat ik dolle avonturen beleef in het grillige prentenboek van mijn nachtelijke omzwervingen, maar die vergeet ik meestal als ik eenmaal wakker ben. Ik wil me dus gaarne zo’n droomrecorder aanschaffen, als dat tenminste in mijn vermogen ligt en op voorwaarde dat ik, in mijn hoedanigheid van tamelijk claustrofobisch persoon, niet in zo’n enge scantunnel hoeft plaats te nemen en te verwijlen.

Hoeveel kost zo’n ding eigenlijk?

Gauw is dood en langzaam leeft nog

Ik lees, hoor en verneem dat een derde van de Vlaamse ziekenhuizen het financieel moeilijk heeft. Ik sta daar alleszins niet spectaculair van versteld.

Bijna vier maanden geleden, op 13 juli 2018 om precies te zijn, heb ik in het ziekenhuis een vrij ingewikkelde behandeling aan mijn nochtans voorbeeldig gebit ondergaan. Toen ze met me klaar waren, vroeg ik wat ze van me kregen, maar men wuifde die vraag met een gul handgebaar weg en deelde me mee dat men de rekening eerlang zou nasturen.

Nu weet ik eigenlijk niet hoe lang eerlang duurt, maar afgaand op de woorden die de samenstelling vormen,  eer en lang, veronderstel ik dat dit een niet al te lange periode behelst en toch zeker geen vier maanden, want ik zit op heden nog steeds op die rekening te wachten.

Het verbaast me dan ook niet dat dergelijke ziekenhuizen, waarvan de boekhouding nog luier is dan een pamper, het niet of nauwelijks kunnen rooien.

Kunnen ze misschien eventjes de handjes laten wapperen a.u.b.?

Als hij ooit eens vijf minuten tijd heeft …

Telenet, mijn aanbieder van televisie, internet en telefonie, liet me zowel per e-mail als sms weten dat ze verbeteringen zouden aanbrengen aan hun netwerk zodat ik, gedane zaken, van waarlijk loepzuivere televisiebeelden en kristalheldere telefoonverbindingen zou kunnen genieten en beschikken over zo’n flitsend internet, dat ik me werkelijk zou moeten inhouden om niet in de tijd te reizen en in de verre toekomst terecht te komen.

Gerard Reve, een van mijn favoriete schrijvers, is de maestro van de lange zinnen en zoals jullie hierboven kunnen merken heeft dat me beïnvloed: ik weet ook nog steeds de weg in samengestelde zinnen. Maar nu terug naar het thema dat ik net bij de kop had.

En warempel, vanmorgen rond de klok van negen verschenen er twee in fluohesjes gehulde mannen. De ene opende het geheimzinnige grijze kastje, dat sinds jaar en dag de stoep ontsiert en begon in de ingewanden ervan te rommelen. Dat hield hij meer dan een uur vol en al die tijd ─ ik zweer het jullie ─ stond zijn collega hem op toezichthoudende wijze terzijde, de handen diep in de zakken van zijn pantalon. Hij liet de morgen voorbijkuieren, stak geen poot uit, verlegde geen stro en vertoonde enkel de energie van een gestrande kwal.

Tja, nu weet ik tenminste waarom ik iedere maand de bankrekening van Telenet met meer dan honderd euro moet spekken. Als ze veel van die lanterfanten in dienst hebben …

Telenet

Dan ben je lekker bezig!

Van sommige mensen kan men zich afvragen wat er hun oren gescheiden houdt. Van anderen vraag ik me dan weer af hoe die er in vredesnaam in geslaagd zijn om een rijbewijs te veroveren.

Ik zat mijn tijd te verdoen in een café, dat uitzicht bood naar de hoofdstraat van een dorp, waarin al met al weinig te beleven viel. Gelukkig verscheen er toen een auto ten tonele, die al jaren zijn houdbaarheidsdatum tartte. De chauffeuse ervan maakte aanstalten om een parkeerplek naast de stoeprand in te palmen. Er was voldoende plaats om een paard met kar te keren, maar parkeren was kennelijk haar fort niet. Ze bleef het heen en weer krijgen en de versnellingsbak folteren, maar ze bakte er niks van, zelfs niet toen haar passagiere uitstapte om een beetje te wijzen en te gesticuleren.

Na ongeveer tien minuten kleuteren gaf ze er de brui aan. Ze slofte onverrichter zake weg, om iets verderop bijna een zich op een zebrapad bevindende voetganger van de sokken te rijden.

Ik hoop dat ik haar nooit op mijn weg ontmoet, want daar komen gegarandeerd brokken van.

Benjamín schrijft een stukje

Thomas Vanderveken, een weergaloze presentator, speelde het hard. In zijn jonge jaren studeerde hij nauwelijks twee jaar aan het conservatorium, maar opeens vatte hij het plan op om binnen de twaalf maanden zijn jongensdroom te verwezenlijken en een pianoconcerto ten beste te geven. Hij koos voor het pianoconcerto van Edvard Grieg en dat is niet bepaald een tingeltangelmuziekje.

Per televisie konden we desgewenst zijn vorderingen volgen en dat deed ik, want ik ben nogal een liefhebber van klassieke muziek en Thomas heeft sinds jaar en dag een wit voetje bij me. Ik vind hem een chique mens en als presentator kunnen slechts weinigen aan hem tippen. Hij is ongekunsteld hoffelijk, op een bijna nonchalante manier beschaafd, vol empathie en eigenaar van een verfrissend naturel, maar hij is absoluut geen watje en hij kan beter pianospelen dan veel andere over het paard getilde ‘klavierleeuwen’.

Op 7 december van verleden jaar maakte hij zijn muzikale droom waar. In de Gentse Bijloke voerde hij samen met het Brussels Philharmonic het concerto uit en hij deed dat met veel verve en niet minder panache. Ik heb niets dan bewondering voor die lefgozer. Ik kan zijn prestatie alleen maar hoog inschatten, in tegenstelling tot hetgeen ik gewaarword bij het aanschouwen van de glitterende nitwits, die hoog in allerhande hitparades een suite betrekken.

Een van die nitwits ─ en nu begeef ik me op glad ijs ─ is Karen Damen: zangeres, actrice, presentatrice en eertijds lid van de meidengroep K3. Zij heeft het plan opgevat om een soloplaat te maken en in een poging tot navolging van Thomas Vanderveken heeft ze een televisiezendertje bereid gevonden om daar verslag van uit te brengen in een programmareeks die ‘Karen maakt een plaat’ heet. Christene zielen, wat is dat een bedroevend spektakel! Ze doet van alles, behalve een plaat maken. Op 11 maart wil ze desalniettemin haar gewrocht in de Antwerpse Lotto Arena voorstellen. Ik ken iemand die daar alleszins niet aanwezig zal zijn. Tevens ken ik iemand die nooit de bewuste plaat zal kopen.

Driemaal is scheepsrecht en zelfs de minder goede dingen gebeuren drie keer. Ook journaalanker Hanne Decoutere voelt zich geroepen om in de voetsporen van Thomas te treden en zich binnen het jaar tot een ballerina te ontpoppen, die samen met het fameuze Ballet van Vlaanderen podiumkunsten botviert. De televisie zal vanzelfsprekend geregeld verslag uitbrengen van haar esbattementen in een programma dat ‘Hanne danst’ heet. Hoe verzinnen ze het in vredesnaam?!

Ik denk niet dat ik zal kijken. Ik heb het niet zo begrepen op spagaten, arabesquen en pirouettes, om van een grand jeté en een pas de chat nog te zwijgen. Ik hoop dat Thomas Vanderveken nog wat van plan is.

Sesam open u!

Gisteren was ik dus jarig ─ een heuglijke gebeurtenis die ik recht evenredig met het verstrijken der jaren wat minder heuglijk lijk te vinden ─ en ‘s middags kreeg ik onaangekondigd bezoek van een vriend, die me blijkbaar de moeite van een persoonlijke gelukwens waard vond.

Ik heb hem hier al vaker opgevoerd, maar ik heb denkelijk nooit verklapt dat hij van beroep brandkastkraker is … in het nette natuurlijk. Dat beweert hij althans. Mocht hij bij nacht en ontij op strooptocht gaat om kluizen leeg te roven, dan zou hij dat waarschijnlijk niet aan mijn gok hangen. Nee, volgens zijn zeggen beperkt zijn activiteit zich uitsluitend tot het uit de brand en in de brandkast helpen van mensen die dat door een defect of een onachtzaamheid niet meer kunnen.

Aangezien ik een beetje als een kluizenaar leef, beschik ik vanzelfsprekend over een kluis, waarmee ik niet mijn optrekje bedoel, maar een kast met een mechanisch cijferslot en rare sleutels, waarin ik al mijn geheimen en mijn dierbare bezittingen opberg: enorme stapels bankbiljetten, talloze goudstaven, kilo’s edele gesteenten, een dozijn eieren van Fabergé, een Stradivarius, dikke pakken waardepapieren en wat weet ik al niet meer.
“Zou je mijn kluis kunnen openen?” vroeg ik aan mijn gast, de brandkastkraker.
“Binnen de twee minuten”, pochte hij.
“Je meent het!” geloofde ik hem niet.

Laat hij het nu doen ook! Mijn safe is derhalve lang niet zo safe als ik dacht. Met behulp van wat attributen klaarde hij de klus in één minuut en achtendertig seconden. Ik moet hem absoluut te vriend houden. Je weet nooit waar dat goed voor is. 

Klavierleeuw

Ik zit deze week iedere avond aan het ruitje gekluisterd, want daar voltrekt zich de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd, waarin de piano dit jaar de hoofdrol speelt.

VondrácekGisteravond was het de beurt aan de Tsjech, Lukáš Vondráček, die zich aan het aartsmoeilijke concerto n. 3 van Sergej Rachmaninov waagde. Mensen kinderen! Dat was geen tangelen wat die man deed. Wat ik zag en wat hij presteerde, grenst aan het onwaarschijnlijke. Hij speelde zich in het zweet en bijna letterlijk de tong op de hielen. Fenomenaal! Ik heb nooit een betere uitvoering van Rachmaninov 3 meegemaakt.

Hij kreeg dan ook een laaiende en staande ovatie; koningin Mathilde kon haar tranen nauwelijks bedwingen en ik … ik zat compleet perplex op de bank en geloofde amper wat ik gezien en gehoord had.

Van mij mag hij winnen.