Een wonderlijke groente

rabarber2Mijn mond lust graag rabarber. Er is een tijd geweest dat ik me deze zuurstokken probleemloos kon aanschaffen. Schijthuizen kon je ermee dekken. Vandaag de dag moet men zich echter ongans zoeken om die stengels te vinden. Ze zijn zowel letterlijk als figuurlijk dun gezaaid.

Verleden week kwam ik nogal onverhoeds op een boerenmarkt terecht. In een groentekraam aldaar ontwaarde ik zowaar twee ‘bussels’ van mijn favoriete vegetatie, dus vervoegde ik me bij de lange wachtrij. Het duurde toch bijna tien minuten voor ik aan de beurt was en wijzend met een verlekkerde vinger zei:
–”Ik wil graag die twee bussels rabarber.”
–”Die zijn gereserveerd”, deelde die boerin van de korte keten me nogal kortaangebonden mee.
–”Waarom stelt u die dan nog tentoon?” vroeg ik me af en ik deelde die vraag aan haar mee.
–”Ik stel hier tentoon wat ik wil”, verkondigde ze bazig, “en daar hoeft niemand zich mee te bemoeien.”

Ik kon haar geen ongelijk gegeven natuurlijk, maar die onbeschofte zurkelktrut mag van mij schaamluizen krijgen en korte armpjes, zodat ze zich niet kan krabben. Haar kraam mag van mij met een luide knal de lucht invliegen.

Ik zal alleszins nooit meer wat bij die pekelteef kopen. Zelfs geen rabarber.

Een mijlpaaltje

Als jullie hierboven het flapje ‘Archief’ aanklikken, krijgen jullie een lijst te zien van alle schrijfsels en stukjes die hier op Uilenvlucht verschenen zijn. Jullie kunnen gaan natellen hoeveel dat er zijn, maar ik wil jullie die moeite besparen: het resultaat is tweeduizend.

Tweeduizend. 2000. Dat moeten we vanzelfsprekend vieren:

44444444444444444444444444

… en tevreden bloggen we voort.

mijlpaal

Graag meer van dit

bloemenweide

Op een boogscheut van mijn woning ─ en ik hoef niet eens heel ver te schieten ─ trof ik bovenstaand glorieus plekje aan: een weide die met uitbundige boeketten van lachende bloemen pronkt. Ik was daardoor dusdanig verrukt dat ik in een versregel van Horatius uitbarstte:

Ille terrarum mihi praeter omnes
angulus ridet.*

Als de hemel er zo uitziet, zondig ik nooit meer.

*Dat hoekje grond lacht mij boven alle andere toe.

Als we maar leut hebben

Ik ben een gulzige, ja zeg maar gerust een schier onverzadigbare gebruiker van de brave vloeistof die koffie heet: het bakje leut met andere woorden.

Om die nooddruft te lenigen pleeg ik een toestel van Senseo in te schakelen. Hoewel ik me al jaren allerhande merken en koffiesoorten aanschaf, heb ik tot op heden nog steeds mijn gading niet gevonden. De pads Moka Royal van Douwe Egberts benaderen nog het meest hetgeen ik zoek, te weten de geurige, appetijtelijke kop koffie die men meestal in drankgelegenheden en restaurants voorgezet krijgt, maar geen enkel koffiekussentje kan die eigenschappen evenaren, wat me bijna tot wanhoop drijft. Zal ik me van kant maken, of moet ik me werkelijk zo’n heel duur apparaat met een Italiaanse naam aanschaffen om aan mijn trekken te komen?

Het zal nog eens zo gaan dat ik noodgedwongen op thee overschakel en ik hou niet van thee. Hoewel … met de melange ─ dat is een chic woord voor mengsel ─ ‘Het Geheim van Toetanchamon’ brouw je niet bepaald een inferieur drankje en zou me eventueel wel kunnen vermurwen.

Het Geheim van Toetanchamon … Zoiets verzin je toch niet! Tja, ieder kind moet een naam hebben natuurlijk.

Chaperonneren

Ik koos het fietspad dat zich als een aal in doodsnood doorheen een woud kronkelt, om ongeveer twee kilometer verderop opnieuw in de bewoonde wereld terecht te komen. Net voor ik het bos binnendrong, werd ik halt toegeroepen door twee zeer minderjarige schoolmeisjes.
–”Meneer, meneer!” mekkerden ze in koor met de zangerige modulatie die kinderen gebruiken als ze samen spelen.
–”Waarmee kan ik de dames van dienst zijn?” probeerde ik me een air te geven, nadat ik op allesbehalve elegante wijze mijn rijwiel ontstegen was en bijna op mijn bek toeterde.
–”Mogen we met u meerijden naar de overkant?” vroegen ze.
–”Er zitten nochtans geen wolven in het bos …” gnuifde ik, want ik ben niet alleen thuis de grappigste, maar soms ook als ik onderweg ben.
–”… maar wel louche venten”, vernam ik. “We zijn hier gisteren door zo’n ongure makaak achtervolgd en nu durven we niet meer alleen dat bos in.”

Als een onversaagde ridder beklom ik dus mijn stalen ros, nam de twee vermoedelijk nog maagdelijke deernen onder mijn hoede en bracht ze ongerept naar de overkant van het bos.

Waar is de tijd dat we ons met zijn allen onbezorgd in de vrije natuur konden uitleven? We zijn duidelijk niet lekker bezig nu. Hoe zou dat komen? Ik denk dat ik het weet, maar ik mag het niet hardop zeggen.

Korenbloemenblauw

Ik schat dat ik iedere week zo’n driehonderd kilometer tussen de wielen zit, die van mijn fiets welteverstaan. Tijdens die ritten heb ik vanzelfsprekend oog voor wat er zich rondom mij, in de ruige ruimte van de natuur, voltrekt. Meestal ben ik ten zeerste opgetogen over hetgeen ik allemaal aanschouw, behalve als het dode dieren betreft en dat zijn er niet weinig, of als verfoeilijk zwerfvuil het landschap ontsiert. Wanneer zal men nu eindelijk eens werk maken van dat statiegeld!?

korenbloemNu speur ik al geruime tijd vergeefs de bermen af naar mijn favoriete bloem: de centaurea cyanus, ofte de korenbloem. Uitdagend gele boterbloemen, vonkende papavers en verlekkerd kijkende brandnetels te kust en te keur, maar het ranke dametje met de verrukkelijke pauwblauwe kleur leek van de aardbodem verdwenen … tot ik gisteren plots een eenzaam exemplaar ontwaarde.

Ik zette het op een glunderen dat aan extase grensde, hield halt en voelde de aandrang om een beroemd drinklied aan te heffen:

Kornblumenblau
ist der Himmel am herrlichen Rheine.
Kornblumenblau
sind die Augen der Frauen beim Weine.
Darum trinkt Rheinwein,
Männer seid schlau,
dann seid am Ende auch ihr
kornblumenblau.

Ik bevond me evenwel niet aan de oevers van de zeer romantische Rijn, ik had ook geen drank binnen handbereik, laat staan rijnwijn, en bovendien zing ik vandaag de dag valser dan een gecastreerde kater, dus beperkte ik me tot het nemen van de foto die jullie hierboven kunnen bewonderen, of toch bekijken.

Mijn dag kon niet meer stuk en ik fietste vrolijk verder, tot ik opeens bij een veld kwam, waar duizenden korenbloemen hun opwachting maakten. Schijthuizen kon ik ermee dekken. Ik stond erbij en keek ernaar alsof de Moedermaagd aan me verscheen. Tja, zo is er voor mij ook geen lol meer aan. Ik zal een andere lievelingsbloem moeten kiezen. De Middlemist camellia lijkt me wel wat. Die schijnt buitengewoon zeldzaam te zijn.

korenbloem2

Een vliegende kraai vangt altijd wat

De mens mag niet kieskeurig zijn, behalve waar het zijn lectuur betreft; hij mag niet gulzig zijn, behalve waar het erop aankomt boeken te kopen.
Chang Chao

Om onnaspeurbare redenen – mijn zielenroerselen zijn ook voor mij soms een raadsel – mag ik me graag in de buurt van waterverzamelingen ophouden. Je zal me dan ook geregeld op jaagpaden langs waterwegen zien fietsen.

Op de oever van het kanaal dat zich van Plassendale naar Nieuwpoort begeeft, in de onmiddellijke omgeving van de Gistelbrug, verrijst een idylle van steen onder lommerrijke bomen, omsingeld door uitbundige vegetatie en een boerenblommentuintje: een sprookjesboekhuisje als het ware.

De bewoners ervan plegen er een primitief stalletje neer te poten, waarop ze huisgemaakte jam – dat klinkt chiquer en tegelijk ook knusser dan zelfgemaakt – van diverse vruchten ten verkoop uitstallen. Hoewel ik drie euro nogal duur vind, heb ik al een paar keer een bokaaltje gekocht, want het is gewis lekkere confituur en een artisanaal product mag wat kosten, vooral als de alomtegenwoordige grootmoeder er haar medewerking aan verleend heeft.

Toen ik er verleden week aanlegde, bleek men de sortering uitgebreid te hebben met honing van uitstekende kwaliteit, want afkomstig van rasbijen. In West-Vlaanderen plegen we dit kleverige goedje ‘zeem’ te noemen en zeg nu zelf: dat klinkt toch veel lekkerder … maar ik dwaal af, zij het wederom niet met tegenzin, omdat ik daar goed in ben en eigenlijk niets liever doe.

Ik trof er bovendien een met boeken gevulde bolderkar aan en die literatuur mocht je, luidens een affiche, gratis meenemen. Mijn hart zong op van vreugde, want ik ben de betreurenswaardige eigenaar van slechts tienduizend boeken, dus kan er altijd eentje bij. Ik heb mijn fietstassen volgepropt en kon thuis mijn verzameling met dertien exemplaren aanvullen.

Ik heb het hier al eerder beweerd en geschreven: papier, schrijfgerief en boeken … Je kan er me zot mee maken. Ik heb wat dat betreft slechts één adagium: Geef er me meer!

confituur