Als we maar gezond zijn ─ 2

Een beetje uit gemakzucht, maar vooral vanwege het prijsverschil met de plaatselijke handelaars, koop ik een aantal producten via internet bij Farmaline: de online apotheek voor België. Inmiddels heb ik daar al vrij veel geld gelaten, want een mens moet er wat voor over hebben om gezond, proper en welriekend te blijven.

farmalineNet voor kerstmis heb ik mijn voorraad flessen, potjes, tubes en doosjes met heerlijke balsems, crèmes, gels, lotions, poeders, zalfjes en pilletjes aangevuld en daar een ferme grijpstuiver voor betaald. We zijn nu drie weken later en inmiddels heb ik zowel per e-mail als per post de volgende aanbiedingen van Farmaline ontvangen:
– een kortingsbon van 5% wegens eindejaar;
– een geschenk ter waarde van € 23 ter gelegenheid van eindejaar;
– een kortingsbon van 5% ter gelegenheid van mijn verjaardag;
– een korting van 22% ter gelegenheid van nieuwjaar.

Aangezien mijn bestelling geplaatst en reeds geleverd was en ik niet van plan ben om eerlang nog wat aan te kopen, kan ik dus niet van die kortingen en cadeaus genieten …

… en daar is deze jongen niet blij mee. Farmaline, ga een beetje met iemand anders sollen. Ik heb er mijn bekomst van. Ik koop niets meer bij jullie! Apotheken op internet: schijthuizen kan je ermee dekken. Keuze genoeg.

Klunshark in actie

Hoewel ik niet bepaald met mannelijke onbeholpenheid in een keuken bezig ben en me zelfs graag het culinaire equivalent van groene vingers toedicht ─ omdat ik vaak mijn moeder assisteerde, die haar hele leven aan de ars culinaria en heerlijk gekokkerel wijdde ─ en dus behoorlijk wat kan samengooien, slaagde ik er nooit in om worsten te braden zonder dat die op wansmakelijke wijze openbarstten en hun ingewanden tentoonspreidden, alsof ik een vreselijk ongeluk in de dierenwereld aanschouwde.

Hèhè, zoals jullie merken, weet ik nog steeds de weg in samengestelde zinnen, maar nu snel terug naar die eigengereide saucijzen.

Van iemand die uitstekend onderlegd is in de worstenkunde vernam ik dat men dergelijke gorgonische taferelen kon vermijden door die gevallen eerst op kamertemperatuur te brengen ─ te chambreren als het ware ─ om die vervolgens aan een uitermate bedaard vuur toe te vertrouwen. Terwijl ik me van die raadgeving kweet, bukte ik me om de vlamhoogte van de gaspit onder de pan te controleren. Uitgerekend op dat moment knalde een van die worsten open ─ nu ja, knalde … hij barstte met een bijna erotisch zuchtje ─ waarbij hij een fikse straal heet vet losliet, die in mijn oog terechtkwam, want ik kreeg niet eens de gelegenheid om … eh … een oogje dicht te knijpen.

Aanvankelijk zag ik niets meer, later enkel een wazig beeld, zodat ik besloot om toch maar een arts te raadplegen. Die stelde geen noemenswaardige schade vast en schreef druppels en een zalfje voor, waarmee ik inderdaad orde op zaken kon stellen. Het had al met al slechter kunnen aflopen.

Na alles wat ik al in mijn keuken beleefde en waarvan ik hier in de loop der jaren kond heb gedaan, kan ik maar één ding besluiten: koken is een verdraaid gevaarlijke bezigheid.

Kom dat tegen! (2)

Frisse morgen, grote griebels en heilige bimbam! Wat heb ik nu toch weer een teelbalbeklemmende, tepelverstijvende historie moeten aanhoren. Het valt nauwelijks te geloven, maar ik heb het uit de eerste hand (en mond), namelijk van de persoon, een goede kennis van me, die de onverkwikkelijke gebeurtenis aan den lijve heeft ondervonden en het relaas ervan aan me opdiste met een onvervalste huiver in zijn stem.

Een paar weken geleden verdween zijn buurman ─ die er moeite mee had dat hij zich aan de verkeerde kant van de middelbare leeftijd bevond en dus meer verleden dan toekomst had ─ plots uit zijn woning en van de aardbodem, want hij bleef spoorloos, hoewel men geen enkele moeite spaarde om hem terug te vinden.

De dag voor kerstmis was die kennis van me ─ die onmiskenbaar met groene vingers toegerust is ─ wat in zijn tuin aan het keutelen, toen hij plots water nodig had, om een pas aangeplant boompje een optimale start te geven. Hij begaf zich naar de regenput, die zich in een achterafhoek naast zijn woning bevond. Het viel hem op dat het deksel van dat reservoir de lading niet dekte, maar dat wekte niet meteen zijn argwaan op, want het gebeurde wel vaker dat zijn echtgenote het afdekken van de put veronachtzaamde, wegens te lastig, of te lui.

Toen hij zich echter over de put heenboog ─ Voelen jullie het komen? Horen jullie het aanzwellen van onheilszwangere muziek? ─ dobberde opeens het ontzielde lichaam van zijn buurman in zijn blikveld. Hemelstepeirdepreuten! Dan schrik je je toch de tering, man! Het zal in alle geval geen hartverheffend tafereel opgeleverd hebben, denk ik zo. Krijg dat op je dak … of in je regenput.

Ik mag het niet gedroomd hebben dat mij zoiets overkomt, maar desalniettemin zal ik er ongetwijfeld eng van dromen.

Ik prijs me gelukkig dat mijn woning niet over een waterreservoir beschikt. Ze moeten te mijnent geen wanhoopsdaden komen voltrekken, al kunnen ze zich hier in de buurt natuurlijk nog altijd aan een boomtak verhangen. Spaar me!

Starten!

2022

Mijn wensen voor 2022 …

Dat Corona enkel bier is.
Dat Ranst niet meer dan een dorp is.
Dat bubbels alleen nog in champagne te vinden zijn.
Dat positief terug gewoon positief is.
Dat men isolatie uitsluitend in spouwmuren gebruikt.
Dat men mondkapjes enkel nog tijdens stoffige klussen opzet.
Dat wattenstaafjes alleen nog in oren binnendringen.
Dat we terug mogen niezen en hoesten.
Dat we elkaar opnieuw mogen zien en knuffelen …

… maar vooral dat we gezond mogen blijven.

Maar getreurd noch gezeurd

Ik diende me om twintig over acht bij mijn dokter aan te bieden. Toen ik zijn wachtkamer betrad, zaten daar twee personen te … eh … wachten die, dat bleek even later, op hetzelfde uur een afspraak hadden.
─”Mijn agenda heeft zo te zien een steek laten vallen”, vernamen we uit de mond van de arts.
─”Ja, steek het maar op een ander!” kon ik het meesmuilen niet laten.
Wellicht vanwege deze boude uitspraak verwees hij me naar de laatste plaats, zodat ik pas om halftien zijn kabinet verliet. Ik zal toch eens moeten leren mijn klep te houden.

Ik begaf me vervolgens naar de bakker, teneinde daar mijn favoriete brood – ik heb op mijn blog al meermaals de loftrompet over Waldkorn gestoken – in te slaan. De bakkersvrouw verraste me evenwel met de mededeling dat ze niet langer brood onder die naam mocht verkopen, aangezien dat een beschermde naam was en ze geen zin had om tegen betaling die naam te gebruiken. Wel godverdomme hier en gunter! Thuis schreef ik stante pede een verontwaardigde e-mail naar Waldkorn en vernam niet veel later dat ik me zes kilometer heen, en zes terug, zou moeten verplaatsen om alsnog hun brood te verwerven. Dat antwoord hielp me de brug niet over en het zal dus aan hun pietje zijn. Voortaan eet ik een donker volkoren en wat ik vroeger over Waldkorn verteld heb, is ontsproten aan mijn veel te ongebreidelde fantasie. Waldkorn is ongeveer het slechtste brood op de markt. Je krijgt er jeukende pukkels van, en zure oprispingen, en een hardnekkige constipatie, en een hartklap, en kletspatet, en een enorme tremor, ja zelfs coprofagie en poriomanie. Daar helpt geen lievemoederen aan. Je kunt Waldkorn dus beter links laten liggen, laten beschimmelen en weggooien.

scampiDe supermarkt Colruyt is ook zo’n kantelig bedrijf. Al ettelijke jaren diep ik er maandelijks een drietal verpakkingen met Scampi Diabolique uit een diepvrieskist op. Edoch, enkele maanden geleden verdwenen die plots uit het assortiment. In een e-mail aan hun klantendienst gaf ik daaromtrent lucht aan mijn ongenoegen. Ik kreeg prompt antwoord: ze zouden het product opnieuw aanbieden. Hetgeen geschiedde. Gedurende een aantal weken kon ik me opnieuw met de duivelse schaaldieren vermeien, maar nu zijn ze weer foetsie. Ja zeg, Colruyt, maak het een beetje! Als ze denken dat ze met mij mogen sollen, dan denken ze verkeerd. Ik ben misschien geen superklant, maar ik spendeer iedere maand toch zo’n driehonderd vijftig euro in hun boetiekje. Ze beweren dat ze de goedkoopste zijn ─ wat lang niet altijd het geval is ─ maar ze zijn ook de wispelturigste. Je kunt er echt geen staat op maken. Naar Delhaize dus! Of naar Jumbo! Of naar Carrefour! Of naar Lidl! Of naar AH! Die zijn misschien ietsje duurder, maar betrouwbaarder. En standvastiger.

Terug thuis liep ik op nogal confronterende wijze tegen mijn leeftijd aan en dat vond ik eigenlijk niet aangenaam. Toen ik de televisieprogramma’s doorkeek, kreeg ik daar zowaar een ouwelullengevoel van. De acht films die men vanavond vertoont, heb ik namelijk allemaal al gezien. Sommige zelfs in lang vervlogen tijden. Waar zijn mijn tanden? En mijn looprek?

In mijn brievenbus trof ik een prentbriefkaart aan, die een vriendin negen weken geleden in Slovenië op de post deed. Ze laten zich daar kennelijk niet haasten. Waar wel? Nu ja, gauw is dood en langzaam leeft nog.

Hèhè, het was me het dagje wel. Als ik in vroegere eeuwen geleefd had, zou ik waarschijnlijk het hout voor mijn eigen brandstapel aandragen en er dan wellicht ook nog de lucifers bijleveren, al zullen dat toentertijd wel zwavelstokjes geweest zijn.

Maar laat me in deze donkere dagen voor Kerstmis vooral op een positieve noot eindigen. Ik ben er eindelijk eens in geslaagd om een medicamentendoosje te openen aan de kant waar geen bijsluiter opgevouwen zit. Driewerf hoera en halleluja! Als ik een kat was, zou ik nu spinnen.