Tag: vogels

Nog één keer en het is scheepsrecht

Met een tussenafstand van vijftig meter bogen ranke lantaarnpalen zich attent over het door mij gebruikte fietspad en de belendende autoweg, om met licht te strooien als dat nodig was.

Bovenaan, op de mastarmen, waren op ieder exemplaar een aantal meeuwen neergestreken. Die zaten doelloos in de verte te staren en te converseren. Nu ja, converseren … ze slaakten af en toe een nogal ijzingwekkende kreet. Ik meen te weten dat kliauwen de correcte benaming is voor het gekrijs dat meeuwen produceren. Als jullie dat niet geloven, zullen jullie me na het raadplegen van bijvoorbeeld het dikke woordenboek van Van Dale gelijk moeten geven.

Zo nu en dan zag ik hoe zo’n vogel een schokkend beweginkje maakte en zich ontlastte. Het zat er derhalve aan te komen en het viel haast niet te vermijden dat ik door zo’n uitwerpsel getroffen zou worden. Dat gebeurde dan ook. Het smerige excrement pletste op mijn dij en verspreidde zich daar tot een zwartwit poeltje. Ik vloekte duivels uit de hel en struiken uit de grond.

Ik had het nochtans kunnen weten en voorspellen, want ik ben al eens eerder in aanvaring gekomen met de overtolligheid van een meeuw. Lees in dit verband: Waar de meeuwen schreeuwen.

Het was me bekend dat er kokmeeuwen bestonden, maar dat er ook kakmeeuwen rondvlogen … tja, daar had ik geen flauw benul van.

Nu dus wel.

Een nogal ingewikkeld accident

Hoewel ik vrij veel tussen de wielen zit ─ hetzij die van een auto, hetzij die van een fiets ─ overkomt het me slechts zelden dat ik ooggetuige ben van een ongeval, maar als het gebeurt, is het dan ook meestal een spectaculaire, om niet te zeggen opzienbarende confrontatie.

Uitgerekend op het moment dat de meeuw zich verhief en het luchtruim koos, botste die met een ploffend geluid tegen de grille van een auto. De vogel schoot omhoog en daalde vervolgens met een keizerlijke zwaai neerwaarts, om op onzachte wijze op de motorkap van een andere wagen terecht te komen. Ricocherend suisde hij opnieuw opwaarts en tijdens de daaopvolgende landing raakte hij de schouder van een bejaarde man, die al slow motion op de rand van evenwichtsverlies fietste en nu in de berm sukkelde, om daar te kapseizen en halverlijve in een sloot te duikelen.

Zien jullie het een beetje gebeuren?

Gelukkig kwamen alles en iedereen ongehavend uit de confrontatie. Nu ja, iedereen … De meeuw zal helaas niet kunnen navertellen wat hem/haar de das omgedaan heeft.

Vindersloon

Luidens een spreekwoord vangt een vliegende kraai altijd wat. Dat zal vermoedelijk ook het geval zijn voor de fietsende kraai die ik ben, al verkies ik toch een uil te zijn. Het gebeurt immers niet zelden dat mijn arendsblik ─ ik heb vandaag kennelijk wat met vogels ─ onderweg een verloren voorwerp ontwaart, dat ik me dan zonder schroom en zonder aarzelen toe-eigen.

Tot op heden behoren een bankbiljet van vijftig euro en een verrekijker van een duur merk tot mijn belangrijkste vondsten. Verder heb ik in de loop der jaren een niet gering aantal onbenulligheden verzameld, die te mijnent geen andere functie hebben dan voortdurend in de weg liggen.

Verleden vrijdag vond ik een identiteitskaart en een bankpas in de berm. De eigenaar ervan bleek gelukkig lid van een fietsclub te zijn, want de ledenlijst ervan was de enige plek op internet waar ik hem aantrof, inclusief zijn adres en telefoonnummer. Hij woonde in een naburig dorp en was zo opgetogen dat hij al nauwelijks een kwartier later bij me aanbelde.

Hij wilde me belonen en probeerde me herhaaldelijk een briefje van twintig euro toe te stoppen, maar ik bleef dat resoluut weigeren.

Hij vertrok en ik bleef onbeloond achter …

… maar toen ik gisterenmorgen mijn brievenbus opende, lag dat geld daar verleidelijk naar me te lonken.

Sommige mensen zijn ongezeglijk en hebben blijkbaar geld in overvloed.

Op zoek naar de dodo

Jullie zullen ongetwijfeld gedacht hebben dat ik van de aardbodem verdwenen was, maar niets is minder waar, want hier ben ik weer! Onkruid vergaat niet.

Als ik vooraf niet aangekondigd heb dat ik er even tussenuit zou knijpen, dan was dat om te vermijden dat ongewenst bezoek zich tijdens mijn afwezigheid toegang tot mijn woning zou verschaffen, om zich op wederrechtelijke wijze mijn schamele bezittingen toe te eigenen.

Ik heb mezelf gedurende een paar weken zoekgemaakt op wat men in de wandeling een paradijselijke plek pleegt te noemen. In mijn geval was dat het eiland Mauritius, dat zich in de Indische Oceaan boven de zeespiegel verheft: een stuk van de hemel dat op aarde gevallen is en eigenlijk geen spek voor mijn bek, want wie daar wil verblijven, moet zich schreeuwend dure opwellingen kunnen veroorloven.

Mij is echter het geluk beschoren dat ik daarginds sinds jaar en dag een beroep kan doen op een vriend. Hij heet Hurrynarain, hetgeen zo’n ingewikkelde naam is dat we – zijn echtgenote en ikzelf – hem meestal Gyan noemen. Dat bekt lekkerder.

Als ik derhalve naar Mauritius reis, en dat heb ik inmiddels twee keer gedaan, hoef ik enkel een vliegbiljet aan te schaffen, want logies en voedsel worden me gratis verstrekt en dat scheelt vanzelfsprekend een slok op een borrel.

Ik dwaalde er door de botanische tuinen van Pamplemousses, bezocht het droomeiland Ile aux Cerfs en de watervallen van Chamarel, genoot van de bruisende hoofdstad Port Louis, vermeide me op waarlijk sprookjesachtige stranden en ging ook op zoek naar de fameuze dodovogel …

… maar die bleek uitgestorven te zijn. Dat is misschien maar goed ook, want de wereld heeft nooit een lelijkere vogel voortgebracht.

534867707

Anders

Het jaar 2016 geeft er vannacht de brui aan en de intrede van 2017 zal ongetwijfeld weer gepaard gaan met het gebruikelijke feestgedruis, waaronder het zeer door mij verfoeide vuurwerk. Mijn afkeer is niet gestoeld op een persoonlijke weerzin, maar op het besef dat zowel de huisdieren, als de wilde beesten en de vogels danig in paniek raken door dergelijk spektakel. Ze zullen ooit wel eens wraak nemen.

Ik stel dus voor dat we de rotjes, de luchthuilers en de gillende keukenmeiden laten voor wat ze zijn en in plaats daarvan voor een rustiger klank-en-lichtspel zorgen. Ik zal vanavond de vlam in wat kaarsjes jagen, enkele wierookstokjes opstoken en om middernacht een paar knallende scheten laten.

Ik wens jullie een even aangename jaarwisseling. 

In Vlaamse velden … 15

Ik passeerde een uitgestrekt tarweveld, in het midden waarvan ik een man ontwaarde, die zich wadend door de korenaren voortbewoog. Dat zou op zich niet het vermelden waard zijn, ware het niet dat hij onophoudelijk applaudisseerde. Ik vroeg me vanzelfsprekend af waarom hij dat deed en dat vraag ik me nog steeds af, want hoewel ik hem geruime tijd gadesloeg, maakte hij geen aanstalten om mijn richting uit te komen. Wel integendeel! Hij liep steeds verder van me weg en ik heb dus nog steeds het raden naar de reden van zijn niet te stuiten ovatie.

Iemand vertelde me dat hij waarschijnlijk van plan was om te oogsten, maar eerst de bewoners van het tarweveld, zoals akkervogels en hazen, wilde verjagen teneinde ze voor de nietsontziende maaidorser te behoeden. Het zou kunnen, al heb ik daar toch mijn twijfels over, maar waarom doet hij het dan wel? Wie het weet, mag het me zeggen.

Waar de meeuwen schreeuwen

Ik ga als dierenvriend in hart en nieren door het leven, al begin ik nu toch stilaan een hekel aan meeuwen te krijgen. Het zijn fraaie vogels, daar niet van, maar tot mijn grote ergernis vergrijpen ze zich telkens weer aan mijn vuilniszakken en hun gekrijs ─ kliauwen heet dat in het jargon ─ dringt door merg en been en is vermoedelijk schadelijk voor mijn trommelvliezen.  

Ooit heb ik een Franse perifrase aangaande meeuwen gelezen die me toentertijd kennelijk wel beviel, want ik heb er nota van genomen en kan die derhalve aan jullie opdissen, al vind ik nergens terug wie er de auteur van is:

Les mouettes sont des prophètes déguisés en oiseaux avec une allure angélique et une voix semblable à du gravier que l’on sort d’une tombe.

Meeuwen zijn als vogels vermomde profeten met een engelachtige allure en een stem die klinkt als grint dat men uit een graf opdelft.

Het heeft nog steeds iets, vind ik, al lijkt het opdelven van kiezels uit een graf me tegenwoordig enigszins vergezocht en toch zeker geen bezigheid die een gewone sterveling pleegt te verrichten of te beluisteren.

Sinds vanmorgen hebben meeuwen het compleet bij me verkorven. Ik wandelde naar het dorp toen boven me een klucht van die luidruchtige vogels  verscheen.
“Oed hiedre e kiè ollemolle juldre baheule!” riep ik in mijn platste West-Vlaams, wat men in het algemener Nederlands van De Fabeltjeskrant kan vertalen als: “Snaveltjes dicht!”
Ze sloegen geen acht op mijn woorden en bleven hun snavels roeren. Meer zelfs: een van die druktemakers voelde zich geroepen om in volle vlucht zijn gevoeg te doen en hetgeen hij uit zijn engelachtige lijfje perste, belandde met een pletsend geluidje op mijn schouder. Ik vloekte een aantal duivels uit de hel, spuwde in mijn zakdoek, wreef, poetste, boende geconcentreerd … en liep zodoende kledder tegen een verkeersbord aan, dat men neergepoot had als waarschuwing voor een put die men daar recentelijk gegraven had.

Dientengevolge ben ik vandaag alleen met een afstandsbediening te benaderen. Schijtende vogels en botsingen met obstakels horen thuis in filmpjes die men ter jolijt des mensen op internet aanbiedt, niet in het echte leven en zeker niet in mijn handel en wandel. Ik mag me nog gelukkig prijzen dat ik niet in die put gekukeld ben, want dan had ik misschien in het echt het geluid gehoord van grint dat men uit een graf opdelft. Ik moet er niet aan denken.  

Verzamelen geblazen

zwaluwen

Het is welhaast een eeuwigheid geleden dat ik dit tafereel nog aanschouwde: zwaluwen die zich kwetterend op draden verzamelen en aanstalten maken om naar het zuiden te vertrekken. Ook de exemplaren die zich onder mijn dakgoot gevestigd hebben, zijn duidelijk voorbereidingen aan het treffen. Dat ze dit al op de laatste dag van augustus doen, terwijl dat meestal pas in de tweede helft van september gebeurt, voorspelt volgens mij niet veel goeds. Zou er zich een vroege en/of strenge winter aankondigen?

Waar zijn mijn ski’s, dat ik ze inwax? O ja, ik kan niet skiën. En schaatsen ook al niet.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme