Tag: vogels

Winterkost

In de supermarkt lagen er kerststollen wulps naar me te lonken. Nu ben ik danig verlekkerd op die feestelijke baksels, dus deponeerde ik nogal achteloos en vervuld van voorpret zo’n gevalletje in mijn kar.

Thuis kon ik niet snel genoeg mijn lusten botvieren en me aan die godenspijs verlustigen, dus rukte ik wellustig ─ drie keer ‘lust’ in één zin zal wellicht volstaan om mijn ingesteldheid weer te geven ─ het luidruchtige cellofaan open en ontbolsterde zodoende … geen verrukkelijke stollen, maar een kwartet dicht tegen elkaar aangeleunde, voor vogels bestemde vetbollen.

Daar was ik ook hoegenaamd niet blij mee. Kunnen jullie nagaan. Wat een verwarrende verpakking! De vogel voor wie het product bestemd is ─ vermoedelijk een mees ─ was enkel aan de onderkant te zien en dan nog op onopvallende wijze. Welke idioot krijgt het bovendien in zijn bolle kop om voor dieren bestemde artikelen in de onmiddellijke omgeving van de broodafdeling neer te poten?

Tja, ik begin warempel op de Belgische politici te lijken: nooit de hand in eigen boezem steken, maar steevast iemand anders de zwartepiet toespelen.

Zo was het vroeger

Het is vandaag 8 september en dat is zwaluwenafscheidsdag.

Mijn logeetjes blijken vooralsnog de lokroep van het zuiden niet waargenomen te hebben en maken nog geen aanstalten om te vertrekken.

Ik ga even de folkloristische toer op om deze heuglijke dag uit te duiden.

In lang vervlogen tijden placht men in Vlaanderen op 7 september het glas te heffen op het afscheid van de zwaluwen. Ook de vrouwen en de meisjes namen daaraan deel, hoewel zij geen glas mochten gebruiken, maar wel de bloemkelk van de haagwinde, in Nederland ook pispotje genoemd en in Vlaanderen Onze-Lieve-Vrouwe-glazeke.

Het spreekt vanzelf dat jullie nu willen weten hoe dat zo kwam. Wel dan …

Volgens de legende kwam een voerman op een onheuglijke dag vast te zitten op een pad tussen twee doornhagen. De man vloekte de duivels uit de hel en de struiken uit de grond, maar opeens verscheen Maria, de Moedermaagd, die zich als een arme vrouw verkleed had.
“Ik verga van de dorst”, sprak ze. “Geef me wat te drinken en ik help u voort.”
“Welhere, gij duts!” zei de voerman. “Ik kan je helaas niets te drinken aanbieden.”

Op hetzelfde moment fladderden er een aantal zwaluwen boven zijn hoofd en hij hoorde hoe die iets verder op water neerdoken, van een meertje waarvan hij het bestaan niet eens bevroedde. Hij rende erheen en gooide toen zijn armen in de lucht.
“Nu heb ik toch wel geen glas zeker!” riep hij.
Onze-Lieve-Vrouw glimlachte bedaard, rukte een stengel van de winde uit de haag, vulde de kelkvormige bloem ervan met water en laafde zich, waarna ze de rank om de wielas van de kar wierp, die meteen aan het draaien ging en de voerman uit zijn benarde positie verloste.

Sinds die dag dronken de meisjes op zwaluwenafscheidsdag uit de bloemkelk van de haagwinde, zongen en dansten ze, terwijl de mannen papieren vliegers oplieten, om de zwaluwen op hun tocht naar het zuiden te vergezellen.

Helaas doen ze dat vandaag niet meer en dat is jammer.

Vanmorgen vloog ze nog

Vanmorgen, in de rand van de nacht, zag ik een duif ─ ik denk dat het een meisje was en zal de vogel verder in dit stukje als dusdanig beschouwen ─ op het tuinpad landen … nu ja, eerder neerstruikelen, want ze deed dat op zo’n onorthodoxe wijze dat ik meteen doorhad dat er iets niet pluis was. Ze leek compleet uitgeput en reageerde amper toen ik haar voorzichtig benaderde, om water en gebroken mais in haar buurt neer te poten.

Later, toen de klok naar enen en ik naar buiten kuierde, lag ze dood op het pad, overleden aan algehele slijtage.

Ik stond een wijle in beraad over wat ik met dat stoffelijk overschotje moest aanvangen. Zou ik het stiekem in het bos dumpen? Of gewoon in de vuilniszak kieperen? Aangezien dergelijke achteloosheid niet in mijn aard ligt, schoffelde ik het kadavertje onder in een verloren hoek van de tuin. Ik speelde zelfs even met de gedachte om het graf met een bloemperkje te tooien …

Ach, wat ben ik op sommige gebieden toch een regelrechte sul en alleszins als het dieren betreft. Wie hier regelmatig komt, zal weten tot wat voor onnozelheden dat allemaal kan leiden. Wie dat niet weet, raad ik aan om even deze link aan te klikken: Huisgenootje

Ik ben zo geschift als een pak zure melk en kan zo het gesticht in.

Net gemist

broedgebied

Toen ik op deze plek halt hield, stonden er minstens ─ ik overdrijf geenszins ─ een dozijn blauwe reigers in dat veld. Zodra ze mij opmerkten, kozen ze met zijn allen het hazenpad … eh … het luchtruim. Daar stond ik dan met mijn kodakske. Zie ik er werkelijk zo afschrikwekkend uit?

gekraai

Toen ik op deze plek halt hield, was er in geen velden of wegen een haan te bespeuren … maar ook geen zwerfvuil. Vandaar allicht.

Wat ruist er door het struikgewas?

Mijn mobiel signaleerde een oproep, dus stopte ik met trappen, kneep wat remmen dicht, bracht mijn fiets tot stilstand, stelde me op in de berm, viste het opdringerige toestel uit mijn zak en bracht de verbinding tot stand.

─”Hallo!” zei ik.
─”Hallo!” antwoordde iemand die zich aan de overkant van een hoge heg bevond en daardoor aan mijn oog onttrokken was.
Terwijl ik het telefoongesprek voerde, bleef dat onzichtbare, maar bemoeizieke wezen me met hallo’s bestoken, met het nogal schorre stemgeluid waarmee men daken kan ontmossen of afrokapsels ontkroezen.
─”Is daar iemand?” riep ik toen ik klaar was.
─”Hallo!” kreeg ik als antwoord, maar tezelfdertijd hoorde ik wat gescharrel en opeens kraaide er ook een haan.

Er moet dus pluimvee bestaan dat in staat is om hallo’s te uiten. Ik dacht eerst aan een van het eiland Mauritius afkomstige en hier aangespoelde dodovogel, maar naar verluidt zouden die uitgestorven zijn. Dat is maar goed ook, want de natuur had deze gevederde vriend wat schoonheid betreft lelijk in de steek gelaten. Het was een ontzettende griezel, die de bijnaam ‘walgvogel’ absoluut niet gestolen had.

Volgens een in de ornithologie onderlegde vriend van me, moet het een ordinaire eend geweest zijn. Ja, hallo!534867707

Nog één keer en het is scheepsrecht

Met een tussenafstand van vijftig meter bogen ranke lantaarnpalen zich attent over het door mij gebruikte fietspad en de belendende autoweg, om met licht te strooien als dat nodig was.

Bovenaan, op de mastarmen, waren op ieder exemplaar een aantal meeuwen neergestreken. Die zaten doelloos in de verte te staren en te converseren. Nu ja, converseren … ze slaakten af en toe een nogal ijzingwekkende kreet. Ik meen te weten dat kliauwen de correcte benaming is voor het gekrijs dat meeuwen produceren. Als jullie dat niet geloven, zullen jullie me na het raadplegen van bijvoorbeeld het dikke woordenboek van Van Dale gelijk moeten geven.

Zo nu en dan zag ik hoe zo’n vogel een schokkend beweginkje maakte en zich ontlastte. Het zat er derhalve aan te komen en het viel haast niet te vermijden dat ik door zo’n uitwerpsel getroffen zou worden. Dat gebeurde dan ook. Het smerige excrement pletste op mijn dij en verspreidde zich daar tot een zwartwit poeltje. Ik vloekte duivels uit de hel en struiken uit de grond.

Ik had het nochtans kunnen weten en voorspellen, want ik ben al eens eerder in aanvaring gekomen met de overtolligheid van een meeuw. Lees in dit verband: Waar de meeuwen schreeuwen.

Het was me bekend dat er kokmeeuwen bestonden, maar dat er ook kakmeeuwen rondvlogen … tja, daar had ik geen flauw benul van.

Nu dus wel.

Een nogal ingewikkeld accident

Hoewel ik vrij veel tussen de wielen zit ─ hetzij die van een auto, hetzij die van een fiets ─ overkomt het me slechts zelden dat ik ooggetuige ben van een ongeval, maar als het gebeurt, is het dan ook meestal een spectaculaire, om niet te zeggen opzienbarende confrontatie.

Uitgerekend op het moment dat de meeuw zich verhief en het luchtruim koos, botste die met een ploffend geluid tegen de grille van een auto. De vogel schoot omhoog en daalde vervolgens met een keizerlijke zwaai neerwaarts, om op onzachte wijze op de motorkap van een andere wagen terecht te komen. Ricocherend suisde hij opnieuw opwaarts en tijdens de daaopvolgende landing raakte hij de schouder van een bejaarde man, die al slow motion op de rand van evenwichtsverlies fietste en nu in de berm sukkelde, om daar te kapseizen en halverlijve in een sloot te duikelen.

Zien jullie het een beetje gebeuren?

Gelukkig kwamen alles en iedereen ongehavend uit de confrontatie. Nu ja, iedereen … De meeuw zal helaas niet kunnen navertellen wat hem/haar de das omgedaan heeft.

Vindersloon

Luidens een spreekwoord vangt een vliegende kraai altijd wat. Dat zal vermoedelijk ook het geval zijn voor de fietsende kraai die ik ben, al verkies ik toch een uil te zijn. Het gebeurt immers niet zelden dat mijn arendsblik ─ ik heb vandaag kennelijk wat met vogels ─ onderweg een verloren voorwerp ontwaart, dat ik me dan zonder schroom en zonder aarzelen toe-eigen.

Tot op heden behoren een bankbiljet van vijftig euro en een verrekijker van een duur merk tot mijn belangrijkste vondsten. Verder heb ik in de loop der jaren een niet gering aantal onbenulligheden verzameld, die te mijnent geen andere functie hebben dan voortdurend in de weg liggen.

Verleden vrijdag vond ik een identiteitskaart en een bankpas in de berm. De eigenaar ervan bleek gelukkig lid van een fietsclub te zijn, want de ledenlijst ervan was de enige plek op internet waar ik hem aantrof, inclusief zijn adres en telefoonnummer. Hij woonde in een naburig dorp en was zo opgetogen dat hij al nauwelijks een kwartier later bij me aanbelde.

Hij wilde me belonen en probeerde me herhaaldelijk een briefje van twintig euro toe te stoppen, maar ik bleef dat resoluut weigeren.

Hij vertrok en ik bleef onbeloond achter …

… maar toen ik gisterenmorgen mijn brievenbus opende, lag dat geld daar verleidelijk naar me te lonken.

Sommige mensen zijn ongezeglijk en hebben blijkbaar geld in overvloed.