Tag: Vlaanderen

De slechtste leerling van de klas

Ik had weer wat te mopperen tijdens mijn uitstap met de fiets. Een uitstap met de fiets … Volgens mijn taalgevoel klopt dat niet. Een uittrap zou eigenlijk een betere benaming zijn, maar dat woord heeft het voetbal zich al toegeëigend, inhalig als men bij dat clubje is.

Maar goed, ik kwam in Jabbeke terecht. Ik heb me hier al eerder ongunstig uitgelaten over de erbarmelijke toestand van de fietspaden – voor zover die er al zijn – in dit dorp: Calais in spe.  Er is sindsdien weinig veranderd, alleszins niet in de positieve zin. Ik werd geconfronteerd met een potpourri van gebreken, zoals daar zijn:

– bruuske niveauverschillen van soms wel tien cm, zelfs in steile afdalingen;
– door uitstulpende boomwortels overwoekerd en daardoor gebarsten beton of asfalt, afgewisseld met putten en kuilen;
– overhangende takken die graag in je gezicht zwiepen, verlekkerd naar je benen graaiend struikgewas en opdringerige bermen;
– belachelijk smalle doorgangen.

De foto hieronder toont een fietspad dat beide rijrichtingen bedient en waarvan de doorgang nauwelijks zestig centimeter bedraagt. Ga d’r maar aan staan om daarop iemand te kruisen of in te halen. De inzet is zo’n fameuze uitstulping van wel een decimeter hoog in de steile afdaling van een viaduct. En hopla! Salto mortale.

Het valt me behoorlijk tegen van Jabbeke en ik geloof niet dat ik het leuk vind.

fietsdoorgang

Kak met rozijnen

Mijn Harley Trapson bracht me naar een vrijwel vertierloos dorp: Zedelgem. Men spreekt er kennelijk talen. Op het asfalt van een vaak door fietsers gebruikte landweg trof ik immers onderstaande boodschap aan:

zedelgem

In het Engels nog aan toe! Starve the bardies! Ik heb hier een paar dagen geleden nog maar net mijn ongenoegen geuit over de Engelstalige slogan van de Vlaamse brouwerij Rodenbach en nu gaat Zedelgem wat achterlijk doen en mij, in de taal van Shakespeare, een onnozelheid verkopen. Tja, dat weggetje wordt natuurlijk dagelijks door miljoenen, indien al niet miljarden Engelstaligen gebruikt en het is belangrijk dat die beseffen dat ze niet zweten, maar sprankelen. De paar honderd Vlamingen die er voorbijkomen moeten het maar snuiven.

Bijster origineel is het alleszins niet, want op internet krioelt het van kledingstukken en gebruiksvoorwerpen, die van deze kernspreuk voorzien zijn. Dat gebrek aan originaliteit komt trouwens ook tot uiting in het nochtans nagelnieuwe logo van Zedelgem, dat overduidelijk een afgietsel is van het alomtegenwoordige apenstaartje.

In Zedelgem mogen ze dan misschien talen spreken, origineel zijn ze daar allerminst.

Om toch een beetje op een positieve noot te eindigen, stuur ik van hieruit een hartelijke groet naar de vriendelijke moeder (met zoon), met wie ik in de ‘zithoek’ van het sluizencomplex Plassendale een leuke babbel had. Tot nog eens!

Over duivels en kwenen

Mijn scheurkalender – De Druivelaar – verklapt dat het vandaag Kwenenzondag is. Ik had daar tot vanmorgen nooit van gehoord, al weet ik natuurlijk dat een kween onder andere een oude zeurkous is, dus ging ik op zoek naar tekst en uitleg over dit fenomeen, want ik ben nogal een nieuwsgierig en folkloristisch persoon.

kwenenzondagMijn queeste leverde slechts weinig resultaat op. In een heel oud weekblad – ‘t Getrouwe Maldeghem van 18 maart 1906 – vond ik het artikeltje dat jullie hiernaast aantreffen. Alle worstjes op een stokje! Oude wijven opstoken om het einde van de winter te vieren … Dat waren nog eens tijden!

Ik boorde vanzelfsprekend verder en ontdekte dat het niet zo’n naargeestige vaart liep. Op de derde zondag van de veertigdagentijd – de katholieke vasten – verbrandde men de winter, Pier Vrieze, onder de gedaante van een aangeklede stropop. Dat was al een heel stuk minder bloeddorstig en kinderen maakten het verhaal nog zoetsappiger, want die plachten op die dag de straat op te gaan met een mandje, waarin zich een pop bevond die de winter moest voorstellen en dan zongen ze:

Oude quene babelboone
Isse oudt, s’en is nid schoone
Gheeft ze doch een ey,
Daer me looptse wey.

Als ik het allemaal goed begrijp, kun je de winter ook met een gewoon ei verjagen.

Dat was dat, maar toen wilde ik ook nog even uitvogelen waar de in het krantenartikeltje vermelde benaming stomduivelzondag vandaan kwam. Het evangelie dat men op de derde zondag van de vasten voorleest in katholieke kerken handelt over een door Jezus uitgevoerde duiveluitdrijving bij een stomme man, die van de weeromstuit kon spreken. Wie wil weten hoe dat allemaal in zijn werk ging, kan dat nalezen in Lucas, hoofdstuk 11, verzen 11 tot en met 28.

En zodoende is mijn nieuwsgierigheid helemaal bevredigd en ik hoop die van jullie ook.

De ‘partijdigheid’ van de N-VA

Op Twitter verneem ik, zowel van de N-VA als van hun staatssecretaris Theo Francken, dat ene Ralph het tweeduizendste nieuwe lid is dat deze partij sinds het begin van 2018 mocht verwelkomen.

Ze heffen een soort jubelzang aan om te melden dat die aanwinst uit Leuven afkomstig is. En dan?! Is iemand uit Zoutenaaie of uit Zichen-Zussen-Bolder misschien minder waard dan een Leuvenaar?

FonskesZe heten de nieuwkomer op uitbundige wijze welkom en publiceren zelfs een foto, waarop te zien is hoe ze hem fêteren door hem een doosje Leuvense Fonskes te overhandigen. Volgens internet zijn dat handgemaakte pralines van 100% chocolade van de hoogste kwaliteit, met verfijnde vullingen van verschillende smaken, zoals koffie, karamel en praliné.

Kijk N-VA, ik ben ook lid geworden in 2018 en ik woon in niet in Leuven, maar in West-Vlaanderen. Jullie hebben me helemaal niet gefêteerd. Dat die Ralph heel toevallig het tweeduizendste nieuwe lid is, beschouw ik hoegenaamd niet als een verdienste. Dat jullie het nodig vinden om hem louter om die reden in de bloemetjes te zetten, getuigt alleszins niet van klantvriendelijkheid, maar eerder van partijdigheid, om niet te zeggen vriendjespolitiek, en zo’n ingesteldheid zou jullie wel eens zuur kunnen opbreken.

Ik stel dus voor dat jullie alle nieuwe leden van 2018 zo’n versnapering aanbieden, al mogen dat in mijn geval ook Brugse kletskoppen zijn.

Boerenbedrog

Wie beschrijft mijn verbazing toen ik boven Vlaamse velden plotsklaps een roofvogel van niet geringe afmetingen aanschouwde, die daar hing te bidden, want zo heet die bijna roerloze activiteit. Onderstaande foto die ik van deze waarneming nam, is een beetje wazig. Ik diende immers op ruime afstand te blijven en flink in te zoomen, want het vogeltje dat in mijn camera huist ─ kijk eens naar het vogeltje! ─ was nogal bang van zijn grote soortgenoot.

roofvogel

Wie beschrijft mijn verbazing toen ik even later ontdekte dat de roofvogel in kwestie aan een buigzame stok bleek vast te hangen en dat het dus eigenlijk een namaaksel betrof en niet meer dan een mobiele vogelverschrikker was.

roofvogel2

Wie beschrijft mijn verbazing toen ik in Vlaamse velden plotsklaps een rosse gedaante ontwaarde, die daar een eigenlijk niet thuishoorde …

vos

… en bij nader toezien een vos bleek te zijn die mij aan het besluipen was…

vos2

… en zich bij nog nader toezien tot een plastieken geval ontpopte dat daar neergepoot was om ik weet niet wie of wat af te schrikken.

vos3

Die boeren! Ze worden met de dag vindingrijker.

“Niets is wat het lijkt, als je maar goed kijkt”, schreef de Utrechtse auteur C.C.S. Crone in lang vervlogen tijden. Hij had nog gelijk ook.

Opgeruimd

Plassendale

Op de plek waar de kanalen Gent-Oostende en Oudenburg-Nieuwpoort zich verenigen, vind je het sluizencomplex Plassendale, dat een beschermd dorpsgezicht is. Men ─ het stadje Oudenburg ─ heeft er een idyllische pleisterplaats ingericht met een half dozijn robuuste picknicktafels. Het is er heerlijk toeven aan de rand van het water, behalve tijdens de weekends. Dan krioelt het er immers van veelal luidruchtige wielerterroristen en van galeislaven in roeiboten, die vanaf de oever bijgestaan worden door fietsende trainers met roeptoeters die een herrie als een oordeel maken.

Op weekdagen is deze plek echter een oase van rust. Af en toe spartelt er een boot door het water; eenden spelevaren; vogels repeteren eindeloos; vissers zitten te vissen … en heel soms verschijnt er plots een vuilniswagen. Dat gebeurde gisterenmorgen toen ik daar zat. Een bemanningslid van dat voertuig bekommerde zich om de vier tjokvolle, overlopende bakken die daar opgesteld stonden, maar hetgeen op de grond lag liet hij ongemoeid.

Ik was daaromtrent in niet geringe mate verbaasd en diepte mijn cameraatje op, om deze aanfluiting van beroepsijver vast te leggen. Terwijl ik de opname maakte, kwam er een dame met een labrador aangewandeld. Of was het een labrador met een dame? Wie zal het zeggen? Ze begon de boel op te ruimen.
─”Dat ze dat niet meenemen!” gaf ik lucht aan mijn verwondering.
─”Daar worden ze niet voor betaald”, zei ze. “In hun contract staat dat ze die bakjes moeten leegmaken, maar niet dat ze het zwerfvuil dienen op te ruimen, dus doen ze dat ook niet.”
─”Heb je van je leven!” schuddekopte ik.
─”En daar!” vervolgde ze en ze wees naar een van de gebouwen. “Daar zitten vijf van die sluiswachters godganse dagen met hun tenen te spelen en met hun duimen te draaien, want veel bootverkeer is er hier niet, maar even naar hier komen om de boel netjes te houden … Vergeet het!”

Waarna we samen het zwerfvuil opruimden en opgeruimd onze weg vervolgden.

Plassendale2