Tag: Vlaams

Sul die ik ben!

Ik gaf mijn fiets opdracht halt te houden bij een aardbeienautomaat en hij gaf gewillig gehoor aan dat verzoek.

“De aangeboden aardbeien komen rechtstreeks van bij een Vlaamse teler”, verkondigde een bord in grote, onbeholpen letters.

Dat was alleszins mooi meegenomen. Ik ben zeer begaan met het welzijn van Vlaanderen en besloot derhalve over te gaan tot het kopen van zo’n bakje Vlaamse aardbeien.

Nu heb ik de ballen verstand van automaten, dus stond ik even op dat gevaarte te kijken als een uil op een kluit, want niet gehinderd door enige kennis van zaken, waarna ik de gebruiksaanwijzing van de machine raadpleegde.

“Koop geen lege vakjes!” luidde de eerste regel.
“Wie koopt er nu een leeg vakje?” mompelde ik hoofdschuddend. “Daar moet je toch een achterlijk ezelsveulen voor zijn.”

Ik las verder:
– gooi je munten in de gleuf;
– gebruik de pijltjestoetsen om het vakje met het door jou gewenste product voor het venster te brengen;
– open het venster en voorzie je van je aankoop.

Mijn munten, ten bedrage van € 4, gleden in de gleuf. Ik begon op de pijltjestoetsen te drukken, maar die bezigheid werd verstoord door een automobilist, die achter me stopte en naar de weg vroeg. Ik gaf hem tekst en uitleg, aarzelde niet om zelfs een beetje te wijzen, draaide me om en … verstrooid als ik was, sloeg ik de eerste regel van de handleiding in de wind, schoof het venstertje open en behoorde gelijk tot het ras van de achterlijke ezelsveulens, want ik kocht toch wel een leeg vakje zeker!

Ze moeten me met rust laten als ik me met een automaat bezighoud.

Alsof de duivel, of wellicht mijn engelbewaarder, ermee speelde, dwarrelde er iets verderop een biljet van € 5 over het asfalt. Zo werd het toch nog een aangename en zowaar winstgevende lentedag.

Van Dale schiet woorden tekort

Het valt niet te ontkennen dat de woordenboekmakers van Van Dale het Vlaams als een ondergeschoven kindje beschouwen. Zo weigeren ze bijvoorbeeld halsstarrig om de benaming Vlaams te gebruiken en verkiezen ze zich van de term Belgisch-Nederlands, of nu zelfs gewoon Belgisch, te bedienen. Wel, dames en heren lexicografen: ik woon niet in Belgisch- of Zuid-Nederland en ik spreek geen Belgisch, maar ik woon in Vlaanderen en ik spreek Vlaams, ja, zelfs het zo vaak geridiculiseerde West-Vlaams.

Jullie woordenboeken van het Nederlands, ook de dikste uitvoering ervan, schieten trouwens schromelijk tekort waar het woorden en uitdrukkingen betreft die we in Vlaanderen geregeld gebruiken. Zo heb ik tevergeefs gezocht naar:
– opneemsel, dat we veel vaker gebruiken dan aanwensel;
– de uitdrukking ‘de volle pot’, in de betekenis van: het volledige bedrag zonder aftrek van om het even wat;
– de uitdrukking ‘een bruine boterham gegeten hebben’, in de betekenis van: een oppepper gekregen hebben en daar tevreden mee zijn;
– de uitdrukking ‘iemand op zijn kousenvoeten horen aankomen’, in de betekenis van: doorhebben hoe iemand op slinkse wijze een doel probeert te bereiken;
– de uitdrukking ‘daar mag (kan) je mee thuiskomen’, in de betekenis van: dat is iets deugdelijks;
– de uitdrukking ‘dat is het sap (sop) van weegluizen’, in de betekenis van: heel slecht volk, crapuul;
– de uitdrukking ‘als hij in zijn hand schijt, dan wordt dat een koek’, in de betekenis van: hij heeft altijd geluk.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Bijna juist ─ 25

Er wordt weer ‘gewielrend’ dat het een lieve lust is. Als de televisie een wedstrijd uitzendt, en dat durven ze soms te doen, mag ik daar graag naar kijken, vooral als Michel Wuyts het commentaar verzorgt, want dan zit ik me werkelijk te verkneukelen. Zijn woordgebruik is namelijk een niet te onderschatten aanwinst voor het Nederlands. Als liefhebber van alles wat met taal verband houdt, is dat iets dat ik van harte verwelkom.

Tijdens de voorbije reportages is bijvoorbeeld onderstaande kippetjespraat met vrolijk aplomb uit zijn mond en over zijn lippen gestruikeld:

– “Er is geen vuiltje aan de hand.”
Vroeger moest dat vuiltje zich aan de lucht bevinden, maar voor velen is dat toch iets te hooggegrepen.

– “Er is een kleine kink in het peloton.”
Wellicht bij gebrek aan een kabel.

– “De start werd verdonkeremaand.”
Ik had die nochtans gezien, al zorgde een losgeraakt tapijtje wel voor wat geharrewar.

– “Brutaliteit wordt genadeloos afgeslacht.”
Bij mij zou afgestraft volstaan, want ik ben niet zo’n bloeddorstig type.

Nu zondag voltrekt Paris-Roubaix zich op het ruitje. Ik zal vanzelfsprekend acte de présence te geven, met pen en papier in de aanslag. Ik ben benieuwd wat de heer Wuyts dan weer allemaal uit zijn botten zal slaan, om het eens met een Belgisch-Nederlandse staande uitdrukking te zeggen.

Belgisch Nederlands?! Het is me een raadsel waarom van Dale hardnekkig weigert om deze taalvariant Vlaams te noemen. Ik ben geen Belgische Nederlander, maar een Vlaming, en ik spreek geen Belgisch-Nederlands, maar Vlaams … ja, zelfs West-Vlaams.

Lid

Ik ben in mijn hele leven nog nooit ergens lid van geweest en alleszins niet van een politieke partij. Mijn staatkundige activiteiten beperken zich vooralsnog tot het rood inkleuren van bolletjes op een stembiljet en het al dan niet luidkeels uiten van mijn tevredenheid of ongenoegen omtrent hetgeen de dames en heren politici verrichten.

Nu ben ik tijdens een bevlieging plots lid geworden van de Nieuw-Vlaamse Alliantie, in de wandeling beter bekend als de N-VA. Het moet gezegd dat ik tijdens kiesverrichtingen onveranderlijk hun bolletjes inkleur, omdat ik me wel kan vinden in hun programma en doelstellingen. Zo beschouw ik Theo Francken bijvoorbeeld als een man die uitstekend werk levert in zijn hoedanigheid van staatssecretaris voor Asiel en Migratie, al zullen de hoog van de toren blazende groenen en de niet bepaald voorbeeldige sossen het niet met me eens zijn, om van de Waalse oppositie nog te zwijgen. De Franstalige groenen schrokken er onlangs zelfs niet voor terug om de spot met hem te drijven door zijn afbeelding de fotoshoppen en hem in een nazi-uniform te steken. Niet meer normaal!

Vanmorgen heb ik van de N-VA een brief gekregen, waarin ze mij bedanken voor bewezen diensten … eeh … voor mijn lidmaatschap. Het schrijven is ondertekend door de algemeen secretaris en door de algemeen voorzitter, zijnde Bart de Wever. Laatstgenoemde is volgens mij een intelligent, om niet te zeggen erudiet persoon, die bovendien een aardig mondje Latijn spreekt, maar …

… die handtekening van hem! Christene zielen, wat is dat een miserabel en bedroevend krabbeltje. Het lijkt nergens op en zelfs een kind vermag het moeiteloos na te maken. Je kunt er, met een beetje goeie wil, een nogal onzekere letter D in herkennen, gevolgd door een golvend lijntje, dat plots rechtsomkeert maakt en strak terugkeert naar de plek waar het vandaan komt. Wat is dat een teleurstellend gevalletje en allerminst een autogram dat je van de voorzitter van Vlaanderens grootste partij zou verwachten.

Nu ben ik nergens voorzitter van en ik heb ook nergens wat in de melk te brokken, maar ik heb wel een buitengewoon fraaie en bijzonder ingewikkelde handtekening, waar ik trots op ben en heel veel bijval mee oogst.
“Dat kun je wellicht geen tweede keer”, zegt men vaak als men er getuige van is hoe ik dat zwierige geval op papier gooi. Dat kan ik dus wel, zelfs honderd keer en waarschijnlijk zelfs duizend keer, al heb ik dat nog nooit geprobeerd.

Nu ben ik dus lid van de N-VA, al zou ik bij god niet weten waar dat eigenlijk goed voor is. Als ze de grootste partij van Vlaanderen blijven, en dat zit er dik in, komt er misschien een dag waarop ze besluiten dat al hun leden niet langer belastingen hoeven te betalen. Of iets anders van die strekking.

Voor mij niet gelaten!

Bij m’n pietje gepakt

Er kwam een vriendin op bezoek en ze bracht een kerststronk – in Vlaanderen is bûche de gangbare naam  – voor me mee. Terwijl ze die aan me overhandigde, begon ik al verlekkerd te likkebaarden, maar toen bleek dat ze me bij mijn pietje pakte … eeh … begrijp me vooral niet verkeerd! Ze pakte me natuurlijk niet echt bij mijn pietje. Als je in Vlaanderen iemand bij z’n pietje pakt, dan neem die persoon te grazen, of je draait hem een loer.

Mijn vriendin pakte me derhalve bij m’n pietje door een kunstig vervaardigde nepstronk aan me af te geven. Het was een opgerolde, chocoladebruine handdoek, gelardeerd met witte gastendoekjes en bekroond met een tot rendier geboetseerd washandje. Ik vond het al met al wel een fraai ding en het was gemaakt door een Torhoutse dame, die je op internet kunt terugvinden als je deze link aanklikt:
couture marie-rose

Door dit cadeau kreeg ik opeens ontzettend veel zin in een echte bûche de Noël. Mijn vriendin had nog niet helemaal de hielen gelicht of ik was al op weg naar de bakker, waar ik me een uitermate appetijtelijk ogende kerststronk aanschafte. Ik heb die nog dezelfde avond compleet opgevreten. Helemaal in mijn eentje. Mijn gulzigheid kent werkelijk geen grenzen.

Tjonge jonge! Wat was dat magisch lekker!

De afbeelding hieronder betreft de valse stronk. Die ziet er ook wel om in te bijten uit, hè?

stronk