
Tag: gedenkdag
Vaderdag zonder vader
Het leven heeft al jaren het lef om zonder mijn vader door te gaan. Ik zou me wellicht nog nauwelijks zijn gezicht kunnen herinneren, als de gelaatstrekken die ik ’s morgens in de badkamerspiegel onder het scheerschuim vandaan schraap niet steeds meer op die van hem zouden lijken. Om hem vandaag te gedenken, pluk ik opnieuw een kleine anekdote uit de schat aan herinneringen die hij me heeft nagelaten.
Als ik hem mag geloven, en dat doe ik onvoorwaardelijk, speelde hij ooit de hoofdrol in een vreemd incident op zijn zeer strenge school, waar katholieke geestelijken de scepter zwaaiden. Bij het begin van een vrij kwartier spoedden alle leerlingen zich naar de speelplaats en de aldaar in slagorde opgestelde pisbakken, om er zich van overtollig en hoogst opdringerig vocht te ontdoen. Om te verhinderen dat men steelse blikken op het eigen geslachtsdeel of dat van een plassende buur zou werpen, liep er achter de jongensruggen een priester heen en weer. Die schudde heftig met een grote sleutelbos en riep: “Koppen omhoog! Koppen omhoog!”
Op een dag had mijn vader het bestaan om te vragen: “Welke koppen?”
Het leverde hem een reprimande, een provinciale preek en een schorsing van een week op.
Gedichtendag 2026
Ik ben nog fit
van lijf en verstand
Met mij is er totaal niets aan de hand.
Ik ben nog fit van lijf en van verstand.
Wel wat artrose in mijn heup en in mijn knie.
Als ik me buk, is het net of ik sterretjes zie.
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog,
maar ik ben nog fantastisch goed … zo op het oog.
Met de steunzolen die ik heb gekregen,
loop ik weer langs ’s Heerens wegen,
kom ik weer in winkels en ook op het plein.
Wat heerlijk zo gezond te mogen zijn.
Wel gebruik ik een tabletje om in slaap te komen
en over vroeger wat te kunnen dromen.
Mijn geheugen is ook niet meer wat het was
en ben ik weer vergeten wat ik gisteren nog las.
Ook heb ik steeds meer last van mijn ogen
en mijn rug raakt langzamerhand wat meer gebogen.
Mijn adem is wat korter, mijn keel is vaak erg droog,
maar ik ben nog fantastisch goed … zo op het oog.
Het leven is zo mooi, het gaat zo snel voorbij.
Als ik kijk naar foto’s, over vroeger van mij,
dan denk ik terug aan mijn jeugdige jaren.
Wilde ik mooie schoentjes, moest ik daar heel lang voor sparen.
Ik ging fietsen en wandelen, overal heen.
Ik kende geen moeheid, zo ’t scheen.
Nu ik ouder word, draag ik vaak blauw, grijs en zwart
en loop ik heel langzaam, vanwege het hart.
Doe het maar op uw gemak, zei de cardioloog,
u bent nog fantastisch goed … zo op het oog.
De ouderdom is goed, ja begrijp me wel,
maar als ik niet slapen kan en ik schaapjes tel,
dan twijfel ik of het wel waar is
en of schaapjes tellen niet wat raar is.
Mijn tanden liggen in een glas met water,
mijn bril ligt op de tafel even later.
Mijn steunkousen naast het bed op de stoel.
U weet dus wat ik met die twijfel bedoel.
Trek niets in twijfel, zei mijn pedagoog.
U bent nog fantastisch goed … zo op het oog.
’s Morgens, als ik ben opgestaan
en eerst de afwas heb gedaan,
lees ik het nieuws in de krant.
Het werk in huis doe ik naderhand.
Ik doe de ramen, ik stof wat af,
ik kom tijd te kort, staat u niet paf?
Wel gaat alles wat traag,
heb na het eten wat last van de maag.
Maar ik wil niet zeuren, want het mag,
het is heel normaal bij de oude dag.
Aanvaard het rustig, zei de psycholoog.
U bent nog fantastisch goed … zo op het oog!
Annie M.G. Schmidt
Een vleugje moeder
Mijn moeder is weliswaar al heel lang dood, maar dat belet niet dat ik haar vandaag, op Moederdag, even in het zonnetje zet. Dat doe ik met een tekening van de Argentijnse schrijver, dramaturg en cartoonist, Copi, waarmee ze indertijd zo hard moest lachen dat ze reddeloos uit de plooi raakte. Ik heb die lach in mijn geheugen bewaard om er op dagen als vandaag naar te kijken.
De titel van de cartoon, die van authentieke, met veel stiltes gepaard gaande Argentijnse humor getuigt, is bovendien ‘Madre’ en dus een beetje toepasselijk.
