Categorie: Almanak

Ip de latste stekke

Het is vandaag, 21 februari, de Internationale Dag van de Moedertaal. Mijn moeder was een West-Vlaamse en de taal die zij zong en aan mij doorgaf, blijf ik de mooiste van de aardkloot vinden, hoewel slechts weinigen dit dialect begrijpen en er wellicht daarom de spot mee drijven.

Edoch daarom niet gezeurd of getreurd. Hieronder geef ik enkele zinsneden die mijn moeder bezigde. Waar nodig geef ik er wat tekst en uitleg bij.

– Me zien ip d’hoogte van de leègte.
We zijn op de hoogte van de laagte = daaromtrent weten we wat we moeten weten.

– ‘t Is stille woar dat nooit woait.
Het is stil waar het nooit waait = er is overal wel eens wat.

– ‘t Is proopre woar dat nie vuul is.
Het is proper waar het niet vuil is = dat spreekt vanzelf, is logisch.

– Me goan de vos goan vloan.
We gaan de vos villen = we zullen er maar aan beginnen.

– Affeseren lik nen ooibussle teeg’n wiend.
Opschieten als een hooibussel tegen wind = heel traag opschieten.

– Beist damme da doen, peelme gin eiers.
Terwijl we dat doen, pellen we geen eieren = houden we ons niet met een onnozel klusje bezig.

– Gif moar kardjasse (busse, slunse, vanieke, sjette).
Begin er maar aan en een beetje tempo graag.

– Moagre en toai en gèren ip den droai.
Mager en taai en graag op stap (als antwoord op: hoe gaat het?).

– Ne klunten zoetekoeke.
Een uitermate dom manspersoon.

– Kust gie e bitje fiene mien beiers.
Kus jij maar fijntjes mijn kloten. Ik denk niet dat ik mijn moeder dat ooit hoorde zeggen.

– Me goan ip tjok.
We gaan op stap.

– Me goan noar ‘t concert.
We gaan naar het optreden, de vertoning.

– Mè hiel miene tammesoor.
Met mijn hele hebben en houden.

– Scheur je puuste!
Maak dat je wegkomt!

– ‘t Is gank toe Bussches.
Het spel zit op de wagen.

– Ipzitten en broen, lik of dat ol de klokhennen doen.
Op (het nest) zitten en broeden, zoals alle klokhennen doen. Als antwoord op: Wat ga je doen?

– Jis goan zanten.
Hij is weg, verdwenen.

– Wukne parlé!
Wat een taaltje!

En tot slot de titel van dit schrijfsel:
Ip de latste stekke.
Laat, bijna te laat (want de moedertaaldag is al halfweg).

Als de rook om je hoofd is verdwenen

Mijn agenda verklapt dat het vandaag Aswoensdag is. Mijn agenda verklapt eveneens dat het vandaag elf jaar geleden is dat ik nog eigenhandig as geproduceerd heb. Op 17 februari 2010 heb ik om 19.30 uur immers mijn allerlaatste sigaret opgestookt, hetgeen ik nog steeds als een heuglijk feit beschouw, want het heeft me ondertussen een aardige duit opgeleverd.

Aswoensdag is bij katholieken het begin van de veertigdagentijd, beter bekend als de veertigdaagse vasten. Lockdowns, avondklokken en nu nog vasten ook? Het zal aan hun pietje zijn! Wat ben ik blij dat ik een heiden ben.

Smikkelen en smullen

In Belgenland is twee februari ─ Lichtmis ─ traditiegetrouw de nationale pannenkoekendag. Onze noorderburen dienen daar nog even mee te wachten, meer bepaald tot negentien maart.

pannenkoekenbakkerIk neem vanzelfsprekend deel en ja, ik zal ze zelf bakken, want daar ben ik goed in. Bovendien doe ik dat op grootmoeders wijze, met gist en volgens het recept in Ons Kookboek van de Boerinnenbond. Ik kan die dingen zelfs opgooien en weer opvangen. Nu ja, meestal toch.

Gewoonlijk nodig ik een paar mensen uit voor het boulimisch schransfestijn dat ik aanricht, maar dit jaar kan en mag dat niet, dus zal ik noodgedwongen helemaal in mijn uppie aanschikken en het op een geweldig eten zetten.

Mijn pannenkoeken besmeer ik rijkelijk met aardbeienjam, of chocopasta, of ahornsiroop, maar eigenlijk verorber ik ze nog het liefst met echte Diksmuidse hoeveboter en blonde Graeffesuiker uit Tienen.

Christene zielen! Is dat even eigenwijs en onbedaarlijk lekker! Het water loopt me nu al uit de bek. Het zal nog eens zo gaan dat ik me naar een hartinfarct toevreet.

pannenkoeken

Gedichtendag 2021

gedichtendag21

De regenworm en zijn moeder

Er was een regenworm in Sneek
die altijd naar de sterren keek,
en fluisterde: hoe schoon, hoe schoon!
Zijn moeder zei: Doe toch gewoon,
kijk naar beneden naar de grond,
dat is normaal, dat is gezond,
kijk naar beneden, zoals ik.
En toen? Toen kwam de leeuwerik!
Het wormpje, dat naar boven staarde,
zag hem op tijd en kroop in d’aarde,
maar moe die naar beneden keek,
werd opgegeten (daar in Sneek).

Dus doe nooit wat je moeder zegt,
dan komt het allemaal terecht.

Annie M.G. Schmidt

Kanteren

Als je niet oppast, komt alles op den duur voor heimwee in aanmerking.

We schrijven elf november en dat is niet alleen de datum van de wapenstilstand in 1914, maar bij katholieken ook het naamfeest van de heilige Martinus van Tours, in de wandeling veelal Sint Maarten genoemd.

In een zalig vroeger, toen ik nog klein en boosaardig was, trokken wij, het jonge grut, in de vooravond van dat feest op pad. In kleine groepjes, voorzien van ruime boodschappentassen en een lampion, soms een uitgeholde biet met kaars, zwierven we door de straten van het dorp en belden we overal aan.

Als men opendeed, wat meestal maar lang niet altijd het geval was, hieven we een lied aan. Dat ging zo:

Sinte-Maartensavond, de torre go mee no Gent.
En os mien moed’r koeksjes bakt,
we zitten d’r zo geern omtrent.
Stookt vier, makt vier,
Sinte-Maarten komt alier,
al in z’n bloten arm.
We zetten hem doar in ‘t hoeksje,
we geev’n hem doar e koeksje.
We zetten hem oender tafle,
we geev’n hem doar ne wafle.
We zetten hem ip de zoldertrap,
en geev’n hem doar nen apple in z’n zak.
Ruus buus buus.
Is Sinte-Maarten hier nie thuus?
E’j gin appeltje of e pertje vor uus?

Als we uitgezongen waren, kregen we in ruil voor deze prestatie snoep, of fruit en een zeldzame keer ook geld.

Ik herinner me dat wij, baldadig als we waren, de oorspronkelijke tekst durfden te wijzigen. In plaats van
We zetten hem ip de zoldertrap
en geev’n hem doar nen apple in z’n zak
zongen wij
We zetten hem ip de zoldertrap
en geev’n hem doar ne sqchop in z’n gat.

Dat was lachen! Die versie gaven we vanzelfsprekend niet overal ten beste, want de kwezels en pilaarbijters die in groten getale het dorp bevolkten, weigerden dergelijke heiligschennis te belonen, dus hielden we ons braafjes aan het gekruiste origineel.

Mag ik ten zeerste betreuren dat deze folkloristische manifestaties, hoe klein die ook zijn, verloren gaan?