Tag: tijd

Starten!

2022

Mijn wensen voor 2022 …

Dat Corona enkel bier is.
Dat Ranst niet meer dan een dorp is.
Dat bubbels alleen nog in champagne te vinden zijn.
Dat positief terug gewoon positief is.
Dat men isolatie uitsluitend in spouwmuren gebruikt.
Dat men mondkapjes enkel nog tijdens stoffige klussen opzet.
Dat wattenstaafjes alleen nog in oren binnendringen.
Dat we terug mogen niezen en hoesten.
Dat we elkaar opnieuw mogen zien en knuffelen …

… maar vooral dat we gezond mogen blijven.

‘t Is triestig dat het regent in den herfst

herfstbanner

Vanmorgen in alle vroegte, namelijk om 03.54, is de herfst, anders gezegd het vallen van het blad, begonnen. Het regent dan ook pijpenstelen, afgewisseld met oude wijven met klompen, en het waait opwindend.

Naar verluidt zullen we eerlang onze voorkeur betreffende winter- of zomertijd mogen kenbaar maken, aangezien men eindelijk van plan is om dat halfjaarlijkse geklooi met de tijd en de daarmee gepaard gaande klokken af te schaffen.

Ik mag van harte hopen dat we met zijn allen voor de wintertijd zullen kiezen, want dat is feitelijk de normale tijd, waarop ons natuurlijk biologisch ritme afgesteld is. De zomertijd is en blijft een geforceerde tijd en ik moet er niet aan denken dat we wie voor altijd op ons dak krijgen.

Het zal me benieuwen wat er uit de bus komt.

En voort raast de tijd

smicobHeb ik jullie al eens verteld dat ik de eigenaar ben van wat men eertijds een kunstenaarskop placht te noemen? Neen wellicht. Hoe men zo’n artistiek hoofd tegenwoordig omschrijft, weet ik niet, maar ik heb het over door een nogal woeste baard en knevel omkroesde lippen en de rebelse haardos van iemand die verslaafd is aan opstijgende helikopters.

Een aantal jaren geleden begon het me tijdens mijn sessies in de badkamer op te vallen dat er kerkhofbloemen tevoorschijn kwamen. Kennen jullie die uitdrukking? Het is een ietwat eufemistische manier om het opduiken van grijze haren te verdoezelen. Aangezien ik de schadelijke tijd met alle mogelijke middelen op een afstand probeer te houden, verkeerde ik vrij lang in een ontkenningsfase, maar omdat het proces in een stroomversnelling leek te raken, kon ik mezelf niet langer voorliegen dat ik jong was. Ik ben op m’n retour en heb meer verleden dan toekomst.

Inmiddels zijn zowel mijn koptooi als mijn kincreatie juichend blond, om het woord leliewit niet te gebruiken. Ik had het liever anders gewild, maar het is niet anders en laten we wel wezen: het zou zijn charmes hebben, ware het niet dat men me voortdurend met de feiten meent te moeten confronteren door me een ouwelullengevoel te bezorgen.

Verleden week wandelde ik langs een hoog gebouw, waarop zich een jonge dakwerker bevond, die het verrichten van beroepsbezigheden onderbroken had om een sigaretje op te steken. Hij keek op me neer en riep:
“Dag opa!”
Ik keek naar hem omhoog en antwoordde:
“Sneeuw op het dak betekent niet dat de kachel niet brandt.”
Daar had hij niet van terug, want hij zweeg.

Eergisteren diende ik tijdens een fietstocht een vader met twee kinderen te kruisen. Omdat we ons op een nogal smalle weg bevonden, gebood hij zijn kroost om achter elkaar te rijden teneinde …
“de Kerstman door te laten.”

Nu ja … het is lang niet altijd een kommer en een kwel. Toen ik vanmorgen bij de groenteboer binnenstapte, begroette hij me met een joviaal …
“Dag jonkheid!”

Er is nog hoop.