Tag: natuur

Dat ruimt lekker op

Jopididoe! Wat keken we blij gisterenmorgen. Mijn hart zong op van vreugde toen ik me gezapig, want fietsend, door het bedaarde West-Vlaamse landschap voortbewoog, want ze zijn er eindelijk aan begonnen, zij het op treuzelige wijze.

Ik heb het over het rooien, het oogsten, het hakselen … ja, hoe heet dat kortwieken van mais eigenlijk? Tijdens mijn fietstocht zag ik namelijk twee niets ontziende machines, die zich meedogenloos een weg door dat gewas baanden en de hoogbenige stengels neermaaiden als waren het lucifershoutjes. Opgekrast staat netjes, al kan men het stoppelveld dat achterblijft bezwaarlijk met een schoonheidsprijs bedenken.

Ik haat mais vanuit mijn tenen. Die beplanting belemmert in niet geringe mate mijn kijk op de wereld en op kruispunten is het een ronduit gevaarlijke uitzichtbelemmering.

Nu nog het suikerriet en het bamboe … en ik ben helemaal in mijn knollentuin.

maisoogst

Meeslepende geuren

Kennen jullie de aangename geur die opstijgt tijdens en na het maaien van een gazon? Vergissen jullie zich niet: het is namelijk een chemische noodkreet, waarmee het gras de naburige planten waarschuwt dat er een verwoestende aanval ophanden is.
Het is de geur van angst.

Kennen jullie de verkwikkende geur die kortstondig opstijgt tijdens een regenbui na hitte of lange droogte?
Die geur heeft een naam: petrichor.

Kennen jullie de wonderlijke geur die een bloem verspreidt als men haar vermorzelt?
Dat is vergevingsgezindheid.

Weten jullie wat Erasmus schreef in zijn Adagia? Hij deed dat op wijsneuzige wijze in het Latijn:
Suus cuique crepitus bene olet.
Ik vermoed dat sommigen van jullie geen Latijn begrijpen, dus vertaal ik het even:
Iedereen vindt zijn eigen winden prima ruiken.
Nu ja, iedereen? Ik in alle geval.

Schijndood

herfstboom

… begint de natuur noodgedwongen, zij het treuzelig aan de herfst.

Binnenkort zullen bomen en struiken slordig met hun blaren omspringen;
het zal wieroken in de bossen, die zich vermommen als gobelins vol bestorven kleuren en goud;
foulards van nevel zullen op weiden, akkers en velden spelevaren;
de wind zal jolige buitelingen maken en in zwierige rokken rond de huizen dansen;
uit de grond zal verderf walmen;
we zullen rozevingerige dageraden en schilderkunstige avondluchten te zien krijgen …

… maar zoals Karel van de Woestijne al schreef: Het is (en blijft) triestig dat het regent in den herfst.

Graag meer van dit

bloemenweide

Op een boogscheut van mijn woning ─ en ik hoef niet eens heel ver te schieten ─ trof ik bovenstaand glorieus plekje aan: een weide die met uitbundige boeketten van lachende bloemen pronkt. Ik was daardoor dusdanig verrukt dat ik in een versregel van Horatius uitbarstte:

Ille terrarum mihi praeter omnes
angulus ridet.*

Als de hemel er zo uitziet, zondig ik nooit meer.

*Dat hoekje grond lacht mij boven alle andere toe.

Korenbloemenblauw

Ik schat dat ik iedere week zo’n driehonderd kilometer tussen de wielen zit, die van mijn fiets welteverstaan. Tijdens die ritten heb ik vanzelfsprekend oog voor wat er zich rondom mij, in de ruige ruimte van de natuur, voltrekt. Meestal ben ik ten zeerste opgetogen over hetgeen ik allemaal aanschouw, behalve als het dode dieren betreft en dat zijn er niet weinig, of als verfoeilijk zwerfvuil het landschap ontsiert. Wanneer zal men nu eindelijk eens werk maken van dat statiegeld!?

korenbloemNu speur ik al geruime tijd vergeefs de bermen af naar mijn favoriete bloem: de centaurea cyanus, ofte de korenbloem. Uitdagend gele boterbloemen, vonkende papavers en verlekkerd kijkende brandnetels te kust en te keur, maar het ranke dametje met de verrukkelijke pauwblauwe kleur leek van de aardbodem verdwenen … tot ik gisteren plots een eenzaam exemplaar ontwaarde.

Ik zette het op een glunderen dat aan extase grensde, hield halt en voelde de aandrang om een beroemd drinklied aan te heffen:

Kornblumenblau
ist der Himmel am herrlichen Rheine.
Kornblumenblau
sind die Augen der Frauen beim Weine.
Darum trinkt Rheinwein,
Männer seid schlau,
dann seid am Ende auch ihr
kornblumenblau.

Ik bevond me evenwel niet aan de oevers van de zeer romantische Rijn, ik had ook geen drank binnen handbereik, laat staan rijnwijn, en bovendien zing ik vandaag de dag valser dan een gecastreerde kater, dus beperkte ik me tot het nemen van de foto die jullie hierboven kunnen bewonderen, of toch bekijken.

Mijn dag kon niet meer stuk en ik fietste vrolijk verder, tot ik opeens bij een veld kwam, waar duizenden korenbloemen hun opwachting maakten. Schijthuizen kon ik ermee dekken. Ik stond erbij en keek ernaar alsof de Moedermaagd aan me verscheen. Tja, zo is er voor mij ook geen lol meer aan. Ik zal een andere lievelingsbloem moeten kiezen. De Middlemist camellia lijkt me wel wat. Die schijnt buitengewoon zeldzaam te zijn.

korenbloem2