Ik heb hier, op mijn bureau en binnen handbereik, drie bokalen staan. Het zijn niet de ordinaire bokalen, waarin men bijvoorbeeld mayonaise, zilveruitjes, pekelharingen of rolmopsen — de mogelijkheden zijn legio — aantreft. Het zijn esthetische bokalen. Ze hebben wat men fraaie vormen noemt en dus ogen ze leuk.
In lang vervlogen dagen omsloten ze, zo meen ik me te herinneren, naar vanille geurende kaarsen. Die heb ik echter opgestookt, in de eerste plaats omdat ik vanille lekker vond ruiken en in de tweede plaats omdat ik die geur aanwendde om stank te verdrijven. Ja, stank! Nee, ik laat niet meer scheten dan een ander en ik ben zindelijk op mezelf en op mijn stulp, maar ik rookte. En niet te min! Ik ben daar hoegenaamd niet trots op, want het is een verderfelijke bezigheid, edoch het is nu eenmaal zo. En sigaretten stinken.
Tegenwoordig rook ik niet meer en zodoende zit ik nu met drie elegante bokalen opgescheept , die er overigens met de dag aantrekkelijker uitzien, omdat ik er mijn kleingeld in oppot.
De muntstukken van één en twee euro en die van vijftig cent komen sinds jaar en dag in zo’n bokaal terecht. Wat bieden die een oogstrelende aanblik. Ik mag er graag naar kijken. Vanmorgen kon ik niet langer aan de verleiding weerstaan en heb ik voor het eerst, verlekkerd als de vrek van Molière, de inhoud van mijn spaarbokalen nageteld. Nou moe! Ik kwam tot een slotsom waar ik toch even van schrok, maar het was een aangename schrik, of eigenlijk meer een gelukzalige duizeling.
Ooit had ik een vriendin die er een toch wel zeer merkwaardig aanwensel op nahield. Zonder enige aanleiding of aanwijsbare oorzaak slaakte ze soms een putdiepe zucht en dan zei ze:
─”Hoh, ik heb ongelofelijk veel zin om iets te kopen, maar ik zou niet weten wat.”
Wel, dat is precies hoe ik me nu voel. De lust bekruipt me om iets te kopen, maar wat?

Mijn mond lust graag verse ananas. Helaas is dat niet zo’n fortuinlijke voorkeur, want deze exoot laat zich niet bepaald gemakkelijk soldaat maken.