Tag: huishouding

Niet normaal meer!

Ik zie door de bank genomen al heel weinig mensen, omdat ik moedwillig een kluizenaarsleven nastreef. Door de coronarestricties echter ben ik tegenwoordig vrijwel helemaal uit de roulatie, hetgeen ik eigenlijk niet betreur.

Het zal dan ook niemand verbazen dat ik veel met mezelf bezig ben. Begrijp me niet verkeerd. Wat ik bedoel, is dat ik monologen voer, die zich niet enkel inwendig voltrekken, maar die ik ook vaak met luider stemme afsteek. Meestal zijn dat commentaren bij mijn zowel huishoudelijke als zakelijke bezigheden, maar recentelijk bespeur ik wat verandering in mijn gedrag.

Ik begin namelijk zonder enige aanleiding compleet onzinnige dingen uit te stoten.
“Goeree-Overflakkee!” riep ik daarnet nog.
Vraag me niet waarom.
En vanmorgen in alle vroegte bazuinde ik: “Truus, de nachtmerrie!”, even later gevolgd door een krachtig “Krambamboelie!”

Bovendien betrap ik er mezelf op dat ik met mijn televisiescherm converseer. Nu ja, converseer … Gisteren was er bijvoorbeeld sprake van de vorming van een Belgische regering, waarbij men een klassieke tripartite beoogde.
“Drie paar tieten!” riep ik. “Daar zullen jullie Maggie De Block, Meyrem Almaci en Angela Merkel voor nodig hebben. Dat zijn drie paar ferme tieten.”

En Kristof Calvo mag niet op het ruitje verschijnen of ik slinger hem Kunststof Calvo naar het hoofd.

Ik kan zo het gesticht in. Waar is mijn dwangbuis?

De kwelbuis

Het ruitje ─ tegenwoordig is dat al een flink uit de kluiten gewassen ruit ─ toonde een zaal vol applaudisserende mensen. Hoewel het beeld voor zichzelf sprak, meende de commentator daaraan te moeten toevoegen: “Ze klappen enthousiast in hun handen.”
Kan men ook in iets anders klappen dan? Ik dacht het niet. Met de voorzetsels ‘uit’ en ‘met’ lukt het dan weer wel. In Vlaanderen klapt men immers uit de biecht en in Nederland uit de school. En in beide regio’s kan men met de tong klappen, al vind ik klakken een geschikter werkwoord voor deze bedrijvigheid.

De televisie toonde een documentaire van Stacey Dooley, getiteld “Face to face with the IS brides” en ik keek ernaar. Tja, van dat ‘face to face’ was er evenwel nauwelijks of zelfs geen sprake, want die bruiden verstopten hun gezichten achter grote lappen textiel. De vlag dekte bijgevolg de lading niet, of eigenlijk juist wel.

drelinOp het scherm speelde zich een aflevering van een soap af, maar ik besteedde er niet de minste aandacht aan, want ik had wel wat anders te doen.  Plots weerklonk de bel, dingdong, en ik spoedde me naar de hal, om daar de deur te openen en er tot mijn verbazing niemand aan te treffen.
“Is ‘t weer van dat?” mopperde ik en ik keerde terug naar mijn zitkamer, waar ik per afstandsbediening het televisieprogramma terugspoelde. En ja hoor! In de soap drukte iemand op een bel, die precies hetzelfde geluid produceerde als die van mij. Het was lang niet de eerste keer dat ik me liet vangen, want de bellen in films en feuilletons zijn vrijwel altijd dingdongs. Misschien kan ik mijn deur beter van een nieuw exemplaar voorzien. Eentje met een heel apart geluid. Drelin drelin bijvoorbeeld. Ik herinner me dat ik, toen ik heel lang geleden mijn broek versleet op collegebanken, Franse teksten voorgeschoteld kreeg, waarin bellen steevast het onomatopoëtische ─ eh … laten we het niet ingewikkelder maken dan het al is ─ het klanknabootsende tussenwerpsel ‘drelin drelin’ meekregen. Dat leek nergens op, vond ik toen en dat vind ik nu nog steeds. Ik heb nog nooit een bel gehoord die zich van drelin drelin bediende. Als die al zouden bestaan, wil ik er mijn voordeur mee toerusten teneinde voorgoed die verwarring zaaiende dingdong uit mijn leven bannen. Een vriend van me heeft een deurbel die het geluid van een scheetkussen voortbrengt. Origineel, dat wel, maar ik vrees dat ik die niet zou horen.

Ik vraag maar raak

Ik houd me al bijna mijn hele leven onledig met het uitzoeken van prangende kwesties: vragen waarop ik pas na flink wat vijven en zessen en dan nog mondjesmaat een enigszins afdoend antwoord vermag te verzinnen.

Zo heb ik me bijvoorbeeld het ongans gezocht naar de verschillen tussen een gans en een eend, tussen een boot en een schip, of tussen een rivier en een stroom. Tegenwoordig probeer ik uit te vogelen wanneer ik tijdens het koken in een gerecht uien dan wel sjalotten dien te gebruiken. Ik raak er maar niet wijs uit.

Naar verluidt zou een sjalot over een delicatere smaak beschikken, maar eerlijk gezegd merk ik daar weinig van en dat veroorzaakt een flinke deuk in het imago van fijnproever dat ik mezelf graag aanmeet. Het verschil voel ik vooral in mijn portemonnee, want sjalotten zijn aanzienlijk duurder dan uien.

Ik had mijn moeder tekst en uitleg moeten vragen toen ze nog leefde. Zij was dusdanig bedreven in de kunst van het koken, dat ze er haar beroep van maakte en met fraai gecomponeerde gerechten duizenden mensen tot het aanheffen van jubelzangen dreef. Ze zou het me ongetwijfeld haarfijn uitgelegd hebben, want ze wist haar weetje wel.

Ik tast dus vooralsnog in het duister en blijf sjalot een koddige naam vinden voor een groente. Nu ja, dat is artisjok ook. En komkommer. En pompoen. En rammenas. En … basta!

Aangezien ik nog nooit van sjalottensoep gehoord heb, begeef ik me nu naar de keuken om daar uiensoep klaar te stomen, met alle gevolgen van dien. Zoals Erasmus al schreef in zijn Adagia: Suus cuique crepitus bene olet. Iedereen vindt zijn eigen winden prima ruiken.

Steunen of kreunen

chocoladetruffelDe feestdagen komen eraan en ze lopen weer de deur plat. Ze, dat zijn de dames, de meisjes, de heren en de jongens die lid zijn van verenigingen of bewegingen en de clubkas proberen te spekken middels het slijten van meestal eetbare producten.

Ik verkwansel ieder jaar klauwen geld aan die onnozelheden en stouw me vol met wafeltjes, truffels, pannenkoeken, carrés confitures, frangipanes, kokosmakronen en wat dies meer zij, tot groot ongenoegen van mijn medicijnman, die me tegen de nefaste gevolgen van suiker probeert te behoeden, want ik ben een zwakkeling die geen neen durft te zeggen.

Nu heb ik een kloek besluit genomen. Eerst dacht ik eraan om de deur niet meer te openen als men aanbelde, maar bij nader inzien leek dat me niet zo’n goed idee. Je weet immers nooit wie je met een bezoek vereert en wat de bedoelingen van die persoon zijn. Ik kon me dus beter beperken tot het vriendelijk, maar kordaat weigeren van hetgeen men me wilde opsolferen.

Gisteren verschenen er te mijnent twee charmante meisjes. Ze waren beiden dansmariekes in het plaatselijke, in geldnood verkerende majorettenkorps en liepen met chocoladetruffels te leuren, zodat men nieuwe uniformen kon aanschaffen.

Toen ik neen zei en dat ook nog hoofdschuddend bevestigde, keken ze me aan met grote tragédienne-ogen, alsof ik ze een oneerbaar voorstel had gedaan, waardoor ik bijna in de grond zonk van schaamte.

Zouden jullie geloven dat ik me de hele avond schuldig gevoeld heb? En vanmorgen voel ik me nog steeds zo. Bovendien heb ik ontzettende zin in chocoladetruffels.

Waarin ik een hoofdzonde bedrijf

De televisie vergastte me op een promotiefilmpje voor ─ blijkbaar is Engels bij ons tegenwoordig de voertaal ─ Bake Off Vlaanderen. Dat is een programma van VIER, waarin amateurbakkers het tegen elkaar opnemen, teneinde de titel van meest getalenteerde thuisbakker van Vlaanderen te verwerven.

De vrouwelijke commentaarstem bij deze trailer ─ ik herhaal dat Engels vandaag de dag hier de voertaal is ─ stuurde meteen de hiernavolgende kwakkel de wereld in:

“Bakken is altijd een feest, want niemand bakt alleen voor zichzelf.”

kersentaartIk kan met de hand op het hart verklaren dat dit een uitermate stomme bewering is, die kant noch wal raakt. Ik heb gisteren namelijk een nochtans zeer bewerkelijke Schwarzwälder Kirschtorte gebakken en ik ben bezig om die helemaal in mijn eentje op te vreten, hetgeen me vandaag of morgen ongetwijfeld zal lukken. Dat is smikkelen en smullen, hoor!

Ja, ik weet dat gulzigheid een hoofdzonde is, maar als ik moet branden in de hel, dan liefst met een volle maag en van lekkers verzadigd.

Als we maar leut hebben

Ik ben een gulzige, ja zeg maar gerust een schier onverzadigbare gebruiker van de brave vloeistof die koffie heet: het bakje leut met andere woorden.

Om die nooddruft te lenigen pleeg ik een toestel van Senseo in te schakelen. Hoewel ik me al jaren allerhande merken en koffiesoorten aanschaf, heb ik tot op heden nog steeds mijn gading niet gevonden. De pads Moka Royal van Douwe Egberts benaderen nog het meest hetgeen ik zoek, te weten de geurige, appetijtelijke kop koffie die men meestal in drankgelegenheden en restaurants voorgezet krijgt, maar geen enkel koffiekussentje kan die eigenschappen evenaren, wat me bijna tot wanhoop drijft. Zal ik me van kant maken, of moet ik me werkelijk zo’n heel duur apparaat met een Italiaanse naam aanschaffen om aan mijn trekken te komen?

Het zal nog eens zo gaan dat ik noodgedwongen op thee overschakel en ik hou niet van thee. Hoewel … met de melange ─ dat is een chic woord voor mengsel ─ ‘Het Geheim van Toetanchamon’ brouw je niet bepaald een inferieur drankje en zou me eventueel wel kunnen vermurwen.

Het Geheim van Toetanchamon … Zoiets verzin je toch niet! Tja, ieder kind moet een naam hebben natuurlijk.

Zo kan het dus ook

Ik had bij koffiemarkt.be een voorraad koffie besteld en zou daar twee dubbelwandige lungoglazen bij cadeau krijgen. Hetgeen geschiedde.

Helaas bleken die glazen een mankementje te vertonen: tijdens het afwassen drong er op de een of andere manier water tussen de beide glaswanden, hetgeen volgens mij niet de bedoeling kon zijn.

Het bedrijf in kwestie vroeg me niet veel later om een beoordeling op Trustpilot. Ik gaf gevolg aan dat verzoek en maakte van de gelegenheid gebruik  om het schoonheidsfoutje te vermelden. Er volgde prompt een reactie: kon ik een foto van de defectueuze glazen bezorgen? Ik antwoordde dat het gebrek moeilijk in een afbeelding te vatten was, waarna ik binnen de kortste keren mocht vernemen dat men me een nieuwe set glazen zou bezorgen. Dat gebeurde al de daaropvolgende dag.

Kijk, daar kunnen die hautaine dames en heren van de diensten na verkoop van Waldkorn en Delhaize een punt aan zuigen.

Zo kan het dus ook. Koffiemarkt.be krijgt van mij alle punten. Knap zo! Ze hebben er alvast een trouwe klant bij.

Wassen en smeren

Ik heb me ooit door de televisie laten vertellen, of wijsmaken, dat het dagelijks innemen van een lepel olijfolie zeer bevorderlijk zou zijn voor het algemeen welbevinden van de persoon die zich eraan overgeeft, wat ik nu dus iedere ochtend doe. Jullie horen me niet beweren dat het mijn kostje is, maar iets wat de gezondheid begunstigt, hoeft niet per se lekker te zijn. Bitter in de mond, maakt het hart gezond. Je kunt in het leven niet alles hebben.

Toen ik vanmorgen aanstalten maakte om me van dit ritueel te kwijten ging plots de telefoon: niet het mobieltje dat ik bij de hand had, maar het vaste toestel dat zich in mijn werkkamer bevindt. Ik ontdeed me snel van de fles olijfolie door die op het aanrecht achter te laten, waarna ik me naar mijn bureau begaf, teneinde daar mijn oor te luisteren te leggen.

Luttele minuten later stond ik opnieuw in de keuken. In gedachten verzonken door de ietwat onheuglijke tijding die ik net te horen had gekregen, liet ik een lepel vollopen, ledigde die in mijn mond … proestte het uit en riep: godgloeiende godverdomme!

Ik had me namelijk van fles vergist en mezelf afwasmiddel toegediend. Ik vermoed dat dit niet zo gezond is als olijfolie, zelfs al was het Dreft, dat een uitstekend product is.

Ik ben blijkbaar nog verstrooider dan ik dacht.

olijf-dreft

Een gemeen hapje

ananassnijderMijn mond lust graag verse ananas. Helaas is dat niet zo’n fortuinlijke voorkeur, want deze exoot laat zich niet bepaald gemakkelijk soldaat maken.

In de allereerste plaats valt het moeilijk te bepalen wanneer de vrucht in staat van rijpheid verkeert. Internet biedt daaromtrent diverse hulpmiddeltjes aan, maar ik heb ondervonden dat die lang niet altijd betrouwbaar zijn. Bovendien is het ontkleden, of beter gezegd het ontbolsteren van dit tropisch fruit allerminst een sinecure. De koks en kokessen van de televisie, zoals bijvoorbeeld Jeroen Meus, hebben daar kennelijk weinig moeite mee, maar ik beschik hoegenaamd niet over de handigheid die zij tentoonspreiden.

Om deze reden heb ik me enige tijd geleden een apparaat aangeschaft, dat naar de naam ananassnijder luistert en over ingenieuze eigenschappen beschikt. Het is een soortement boor, waarmee je in één min of meer vloeiende draaibeweging zowel het omhulsel verwijdert, als de vrucht in een spiraalvormige schijf snijdt en van de kern, het klokhuis als het ware, ontdoet. Je houdt het niet voor mogelijk! Je moet het maar verzinnen.

Er is echter een niet te onderschatten nadeel aan dat toestel. Het klokhuis in kwestie blijft namelijk in de boorcilinder steken en dien je dus manueel te verwijderen. Dat blijkt een gevaarlijk karwei te zijn, want voor je het weet, schiet die prop onverhoeds los en kunnen je vingers met een smak op een snijdend gedeelte terechtkomen, wat meestal niet zonder gevolgen blijft. Dat overkwam me een paar keer, want ik ben zoals ik zei een uitermate onhandig mens, tot ik besloot om het verraderlijke klokhuis met de steel van een houten lepel uit te stoten.

Gisteren lette ik even niet op, want ik ben naast onhandig ook buitengewoon verstrooid, en toen de vruchtkern bezweek onder de druk van de lepelsteel en als een raket uit die cilinder schoot, belandde mijn duim met doodsverachting op het getande mes …

Je hoort me niet beweren dat ik bloedde als een rund, maar toch zeker als een kalfje. Ik herstelde enigszins de schade, maar toen bleek de Touch ID van mijn iPad niet meer te gehoorzamen aan de afdruk van die gehavende vinger.

Blijkbaar ben ik naast onhandig en verstrooid ook niet bepaald snugger, want het heeft even geduurd voor ik ontdekte dat ik op mijn iPad ook een tweede afdruk kon instellen. Nu zit ik me af te vragen welke vinger bij mij het minst kans loopt op beschadiging, want zoals ik zei, ben ik een uitermate onhandig, verstrooid en dom persoon.

Heden ik, morgen jij!

“Laat de lenteschoonmaak een aanvang nemen!” riep ik toen ik in een berghok een falanx lege flessen en bokalen opmerkte. Ik voegde de daad bij het woord, verhuisde het glaswerk naar mijn fietstassen en toog glasbolwaarts.

Het is een plek waar ik niet graag kom. De grond is er immers bezaaid met scherven, die verlekkerd naar de banden van mijn fiets loeren. Zodra je iets in een van die openingen gooit, duiken er uit de ingewanden van die bol bijen op, en wespen, en homo’s … eh … hommels, en horzels … en meer van dat bloeddorstig gespuis, zoals bijvoorbeeld Bengaalse tijgers en Tasmaanse duivels.

Ik probeerde me derhalve met bekwame spoed – nu ja, bekwaam? – van mijn overtolligheden te ontdoen, maar merkte te laat dat de ring met mijn huissleutels, die ik op nogal nonchalante wijze in mijn fietstas pleeg te droppen, zich tijdens het hobbelen onderweg in een van die bokalen genesteld had en mee de dieperik indook. Daar stond ik dan met mijn goeie gedrag. Het noodde geenszins tot lachen en ik was er alleszins niet mee opgezet.

Een mens maakt wat mee, dacht ik en ik telefoneerde naar het bedrijf dat zich met die glasbollen onledig houdt. Daar konden ze mij niet helpen, althans niet direct en wellicht ook niet in de toekomst, omdat alles kennelijk automatisch gebeurde.

Nu ben ik gelukkig een voorzienig persoon, dus heb ik dubbels van al mijn sleutels en die bewaar ik – jullie kunnen het ongetwijfeld al raden – in een lade van mijn bureau in de woning waar ik, bij gebrek aan sleutel, niet binnen kon komen.

Aangezien er, althans voor zover ik het weet, geen inbrekers tot mijn kennissenkring behoren, diende ik noodgedwongen een beroep te doen op een slotenmaker. Nou moe, ik kan jullie verzekeren dat die luiden smakken geld verdienen. Potverdriedubbeltjes!

Maar laat ik vooral optimistisch blijven, hoezeer ik mezelf daar ook geweld moet voor aandoen. Er rest me verder niets dan de weinig historische woorden ‘zo, dat hebben we ook weer gehad’ uit te spreken.