Tag: boeken

Den goedgunstigen lezer, heil!

Als verwoed lezer geef ik nog altijd de voorkeur aan echte boeken, de papieren druksels, zelfs nadat ik zo’n acht jaar geleden een e-reader van Sony in de schoot geworpen kreeg, omdat ik vrij nauwkeurig het aantal deelnemers aan een prijsvraag ingeschat had.

Na een bezoek aan de röntgenafdeling van een ziekenhuis liet dat het toestelletje het evenwel afweten, wellicht omdat het door de stralingen helemaal in de war raakte en alles door mekaar hutselde, zoals vermeld in mijn schrijfsel Vreugde met een dompertje dat ik op 21 september 2013 aan deze gebeurtenis wijdde.

Omdat ik tegenwoordig vaak uithuizig ben en meer dan me lief is wachttijden moet trotseren, leek het me handig om toch maar weer zo’n draagbare bibliotheek bij de hand te hebben, teneinde me geen hernia te zeulen aan gewichtige boeken. Ik koos een lezer van Kobo.

Jullie zullen me niet horen beweren dat ik opgetogen ben over mijn aanwinst. Mijn ongenoegen geldt niet zozeer het apparaat zelf, maar wel de weergave van de boeken die ik bij Kobo aangekocht heb. Die vertonen namelijk een potpourri aan tekortkomingen, zoals daar zijn ontbrekende bladzijden, foutieve splitsingen, mankerende spaties, krakkemikkige interpunctie …

Door dat alles lezen die boeken niet lekker en in mijn hoedanigheid van perfectionist omtrent teksten, zit ik me daar zo omstandig, ja zelfs buitensporig aan te ergeren dat het niet mooi meer is.

Wat mij betreft, is Kobo allerminst een aanbeveling. Ach, was ik maar in de moederschoot gebleven.

Prijs de hemelen!

Ben ik vandaag zo blij als een kermiskind? Als een varken in de stront? Of als een hond met zeven pikken? Ik ben alleszins in een luxueuze stemming en ik zal jullie vertellen hoe dat zo komt.

BakelandtAl tientallen jaren ben ik wanhopig op zoek naar een boek: ‘Bakelandt en de roversbende van het Vrijbos’, dat in het midden van de 19e eeuw ontsproot aan de pen en de hersens van een West-Vlaamse dorpspastoor, Victor Leo Huys, en in 1958 opnieuw uitgegeven werd door Lannoo – Tielt.

De protagonist van dat verhaal, Ludovicus Baekelandt, was de legendarische leider van een meedogenloze roversbende, die op het einde van de 18e eeuw, zowel letterlijk als figuurlijk, huishield in de contreien waar ik tegenwoordig hoofdkwartier houd en die in het jaar 1803, onder massale belangstelling, terechtgesteld en een kopje kleiner gemaakt werd op de Brugse markt.

Ik probeer dus al heel lang het boek met het relaas van zijn schurkenstreken in mijn bezit te krijgen. Ik heb talloze boeken- en rommelmarkten afgeschuimd, het internet gevlooid tot in de diepste diepten en kringloopwinkels afgelopen, maar al die pogingen waren vruchteloos …

… tot ik gisteren op een Nederlandse website voor verzamelaars plots het felbegeerde hebbeding aantrof. Ik sprong erop als een bok op een haverkist en stuurde ijlings het bericht dat ik het kleinood buitengewoon graag wilde bemachtigen. Nauwelijks een uur later kreeg ik een e-mailbericht van de verkoper en, je houdt het haast niet voor mogelijk, die bleek zowaar vlak bij me in de buurt te wonen, nog geen kilometer van mijn deur. Tel uit je winst!

Geluk zit vaak in een klein hoekje; soms ook in een klein broekje en voor mij zelfs in een klein boekje. Zien jullie me hier zitten in een klein hoekje, getooid met niets meer dan een klein broekje en voorzien van een niet zo klein boekje – Bakelandt en de roversbende van het Vrijbos – waarin ik verlekkerd aan het afdalen ben? Ik haal me er echt aan op en laat er mijn toetje voor staan, hoor.

En daarom ben ik zo blij als … Ja, lezen jullie er de eerste alinea van dit stukje maar op na.

Een vliegende kraai vangt altijd wat

De mens mag niet kieskeurig zijn, behalve waar het zijn lectuur betreft; hij mag niet gulzig zijn, behalve waar het erop aankomt boeken te kopen.
Chang Chao

Om onnaspeurbare redenen – mijn zielenroerselen zijn ook voor mij soms een raadsel – mag ik me graag in de buurt van waterverzamelingen ophouden. Je zal me dan ook geregeld op jaagpaden langs waterwegen zien fietsen.

Op de oever van het kanaal dat zich van Plassendale naar Nieuwpoort begeeft, in de onmiddellijke omgeving van de Gistelbrug, verrijst een idylle van steen onder lommerrijke bomen, omsingeld door uitbundige vegetatie en een boerenblommentuintje: een sprookjesboekhuisje als het ware.

De bewoners ervan plegen er een primitief stalletje neer te poten, waarop ze huisgemaakte jam – dat klinkt chiquer en tegelijk ook knusser dan zelfgemaakt – van diverse vruchten ten verkoop uitstallen. Hoewel ik drie euro nogal duur vind, heb ik al een paar keer een bokaaltje gekocht, want het is gewis lekkere confituur en een artisanaal product mag wat kosten, vooral als de alomtegenwoordige grootmoeder er haar medewerking aan verleend heeft.

Toen ik er verleden week aanlegde, bleek men de sortering uitgebreid te hebben met honing van uitstekende kwaliteit, want afkomstig van rasbijen. In West-Vlaanderen plegen we dit kleverige goedje ‘zeem’ te noemen en zeg nu zelf: dat klinkt toch veel lekkerder … maar ik dwaal af, zij het wederom niet met tegenzin, omdat ik daar goed in ben en eigenlijk niets liever doe.

Ik trof er bovendien een met boeken gevulde bolderkar aan en die literatuur mocht je, luidens een affiche, gratis meenemen. Mijn hart zong op van vreugde, want ik ben de betreurenswaardige eigenaar van slechts tienduizend boeken, dus kan er altijd eentje bij. Ik heb mijn fietstassen volgepropt en kon thuis mijn verzameling met dertien exemplaren aanvullen.

Ik heb het hier al eerder beweerd en geschreven: papier, schrijfgerief en boeken … Je kan er me zot mee maken. Ik heb wat dat betreft slechts één adagium: Geef er me meer!

confituur

Ik zal het nooit meer doen

Het was opgelegd pandoer dat ik de verleiding niet zou kunnen weerstaan en er veel geld zou laten, maar toch had ik het volste vertrouwen in de goede afloop van mijn onderneming. Ik blijf mezelf als een rots in de branding beschouwen.

Ik mag onder geen beding binnentreden in de handelszaken waar men papierwaren, schrijfgerief of boeken verkoopt. Zoals ik hier al eerder verklapte – lees in dit verband ‘t Kan ooit van pas komen – worstel ik met een verslaving, waardoor ik op heden de rechtmatige eigenaar ben van honderden vul- en kogelpennen, van metershoge stapels papier en van duizenden boeken. Ik overdrijf geenszins.

Laat ik nu een e-mail krijgen van Toerisme Limburg, met de mededeling dat ik een gratis exemplaar van hun nieuwste vakantiegids – meer dan 330 inspirerende pagina’s – mag afhalen bij een krantenboer naar keuze.

Nog dezelfde dag verneem ik dat het bekroonde jeugdboek ‘Kruistocht in spijkerbroek’ van Thea Beckman voor slechts € 2,50 beschikbaar is in alle boekwinkels, in het kader van van de campagne ‘Geef een (prenten)boek cadeau.’

Niettegenstaande mijn verslaving, edoch met het vaste voornemen om me aan te lijnen, begaf ik me naar een boekhandel, annex tijdschriftenafdeling. Ik eigende er me de gratis Limburggids toe, voorzag me van het goedkope boek, begaf me naar de kassa … en besloot toen om toch nog even rond te kijken en in de roesverwekkende geur van nieuwe boeken te verwijlen.

Ik heb het pand verlaten met het goedkope boek, met de gratis gids … en met een ‘Wachtwoorden notitieboek’, met ‘Mijn verhaal’ van Michelle Obama, met ‘Mythos’ van Stephen Fry en met ‘Helden’ van dezelfde auteur.

Hoewel ik me voorgenomen had om slechts € 2,50 te besteden was ik toch bijna € 100 armer.

Ik ben een zwakkeling. Hoe ben ik er in vredesnaam tien jaar geleden in geslaagd om probleemloos met roken te stoppen?

boeken

Week van het Nederlands 2

De week van het Nederlands loopt ten einde en ik heb er al met al weinig aandacht aan besteed. Ik zou me moeten schamen, maar ik doe niet zo aan schaamte.

Ik vertel jullie geen nieuws met de mededeling dat ik me uit hoofde van mijn beroepsbezigheden dagelijks met taal en vertalen onledig houd en dat het Nederlands een stokpaardje is dat ik uitermate graag berijd. Ik heb dan ook, in de loop der jaren, een klein fortuin besteed aan vaak onmisbare hulpmiddelen, zoals daar zijn woordenboeken, thesauri, grammatica’s en consorten. Vandaag de dag kunnen we, dankzij internet, veel van die naslagwerken gratis verwerven, tenminste als het de Engelse, Franse, Duitse en Spaanse taal betreft, om er maar enkele te noemen. Voor het Nederlands kom je echter onvermijdelijk bij Van Dale terecht en dat zijn regelrechte geldwolven. Die willen voor ongeveer alles betaald worden en niet te min.

Hier is ongetwijfeld een taak weggelegd voor de Nederlandse en Vlaamse overheid. Misschien kunnen zij ervoor zorgen dat men de dikke Van Dale gratis aanbiedt of toch voor een redelijkere prijs dan nu het geval is. En kan er nu eindelijk eens een degelijke Nederlandse thesaurus verschijnen? Van Dale heeft in 2010 een schuchtere poging in die richting gewaagd, maar het resultaat is pover en zeker geen € 79 waard, want dat is de prijs die ik ervoor neertelde. Ik behelp me nu nog steeds liever met het veel betere Het Juiste Woord: het standaard betekeniswoordenboek der Nederlandse taal van Dr. L. Brouwers. Lang zal dat echter niet meer duren, zoals jullie hieronder kunnen zien. Het boekwerk zal er eerlang compleet de brui aan geven ─ dat zie je er zo aan af ─ en ik kan vooralsnog nergens een vervangingsexemplaar vinden.

thesaurus

Eentje voor de zondag ─ 7

Zoals ik gisteren meldde, kreeg ik telefonisch het speelse verwijt ‘gie vroede gorre’ te horen en daar zou ik vandaag even op terugkeren, ten behoeve van degenen die niet met het West-Vlaamse dialect vertrouwd zijn. Magda gaf het al aan in haar commentaar: vroed = gulzig, schrokkerig, inhalig. Een gorre is een neus, soms ook een mond en bij uitbreiding staat het voor de persoon die eigenaar is van die neus/mond. ‘Gie vroede gorre’ zou je dus kunnen vertalen in “jij met je gulzige muil’.

Het Katholiek Vormingswerk van Landelijke Vrouwen (KVLV) heeft een nieuw kookboek uitgebracht: Van aardappelschil tot wortelloof – No waste cooking. Kijk, daar krijg ik het van op mijn teringtietjes … en niet te min! No waste cooking … is die Engelse bijtitel nu echt nodig? Wat is er fout met koken zonder afval, of koken zonder verspilling? Het meesterwerk kost € 14,95, maar ik zal er alleszins geen geld aan verspillen en ik raad jullie aan om er ook geen money aan te wasten. Dat zal ze leren.

Ik zag een reclamefilmpje voor de nieuwe variant van Coca-Cola, met name Coca-Cola life. Het drankje zou 33% minder suiker bevatten dan zijn originele soortgenoot, want volgens de slogan is het ‘gezoet met ingrediënten van natuurlijke oorsprong’. Tiens, is suiker geen ingrediënt van natuurlijke oorsprong dan? Ik dacht nochtans dat men die uit riet en bieten puurde.

Op het slechte pad

Als knaap las ik een boek dat eigenlijk voor volwassenen bestemd was en zo raakte ik in niet geringe mate gefascineerd door de legendarische Baekelandt en zijn beruchte roversbende, die in het Vrijbos ondergedoken was en van daaruit met slachtpartijen gepaard gaande strooptochten ondernam.

Met de jeugdbeweging ─ ja, dames en heren, in een zalig vroeger, toen ik nog klein en boosaardig was, ben ik verkenner bij de scouts geweest ─ kwam ik niet veel later in dat Vrijbos terecht en daar ontdekten wij zowaar een plaggenhut, waarvan men beweerde dat Baekelandt die als onderkomen gebruikte. Het beeld moet een geweldige indruk op me gemaakt hebben, want het staat nog steeds op mijn netvlies gegrift en verleden zondag besloot ik om helemaal naar het dorp Houthulst en het aldaar gelegen Vrijbos te fietsen, hetgeen over en weer toch bijna tachtig kilometer is, om daar wat sfeer op te snuiven en jeugdherinneringen op te halen.

Rond de middag bereikte ik mijn doel. Ik kan jullie een bezoek aan het uitgestrekte Vrijbos van harte aanbevelen. Het is een van de fraaiste wouden die ik ooit doorkruist heb, met tal van wandel- en fietspaden en ondergedompeld in een weldadige rust die men tegenwoordig haast nergens meer aantreft. Om jullie een idee te geven: ik zat er ongeveer drie kwartier op een bank te genieten van de mij omringende natuur en al die tijd heb ik niemand gezien, of zelfs maar een geluid gehoord dat door mensen veroorzaakt werd. Die fameuze plaggenhut van mijn jeugd heb ik echter niet gevonden. Ik heb overal gezocht en er wel tien keer naar geïnformeerd, ook bij wat men bevoegde diensten noemt, maar ik ving telkens bot.

Wel heb ik er een dame aangetroffen, die zich in een soortement grot ophield en naar de naam Maria luisterde, maar zij was naar verluidt altijd een heel braaf meisje geweest, die op geen enkele manier met de roemruchte Baekelandt kon wedijveren. Ik ben een beetje teleurgesteld naar huis teruggekeerd. Ik was van plan om eerlang naar Limburg te reizen, om daar een bezoek te brengen aan het beroemde hutje op de heide, maar ik kan beter van dat voornemen afzien, want het zit er dik in dat ook dat optrekje een voortbrengsel van mijn fantasie is.

Meer moet dat niet zijn

Margriet, voor wie ik soms wat administratieve klusjes opknap, heeft inmiddels de leeftijd van de zeer sterken bereikt, maar ze is nog goed bij haar hoofd. Desalniettemin diende ze onlangs enkele weken in het ziekenhuis te verblijven, hetgeen, het is algemeen geweten, nogal wat papieren rompslomp met zich meebrengt, dus bracht ik haar een bezoek om me daar eens duchtig mee te bemoeien.

Ze serveerde me de gebruikelijke kop koffie en zei:
“‘k En stieve hoe franse pan’n. Moej ièn én?”
De meesten van jullie zitten nu waarschijnlijk te kijken alsof ik jullie een oneerbaar voorstel heb gedaan. Daarom lijkt het me beter dat ik toch even dat West-Vlaamse koeterwaals in het verstaanbaars vertaal: Ik heb buitengewoon goeie Franse pannen. Wil je er een hebben?
frangipaneIk wist echt niet wat ik op dat moment met een pan moest aanvangen en al helemaal niet met een Frans exemplaar, maar aangezien ze het ding zo aanprees, durfde ik niet te weigeren. Ze pantoffelde naar de keuken en ik was buitengewoon benieuwd met wat ze zou terugkeren. Dat bleek een gebakje te zijn, dat in de wandeling een frangipane heet, maar dat Margriet tot een franse panne vermassacreerde, wat niet wegnam dat ik het ongegeneerd lekker vond.

“Ik heb nog wat voor je”, zei ze toen ik op het punt stond om te vertrekken en ze glunderde haar ouderdom weg terwijl ze me een plastic tasje overhandigde, waarin ik tot mijn verrukkelijke verbazing de eerste, uiterst zeldzame en vrijwel ongeschonden drukken aantrof van de beide boeken van de hand van Willem Denys, die op gulle wijze de vaak hilarische wederwaardigheden beschrijven van Peegie, de roemruchtige en legendarische volksfiguur van de Roeselaarse Nieuwmarkt, zijnde:
Peegie in zijn apejaren (1949)
Zijn triem door ‘t leven (1951)

Het maakt mijn dag. Ik ben zo blij als … eh … een hond met zeven pikken en zo godsgruwelijk gelukkig als … eh … een teek in een bloedbank.

peegie

Op naar de tienduizend!

Ik weet niet of jullie het gehoord of er wat van gemerkt hebben, maar gisteravond iets over zessen slaakte ik een grondeloos diepe zucht. Op dat moment legde ik immers de laatste hand aan een titanenwerk, waaraan ik tijdens de voorbije jaren heel veel van mijn vrije tijd opofferde. Ik heb namelijk per computer een databank aangelegd van al de boeken die ik bezit. Die catalogus kan men zowel alfabetisch als systematisch raadplegen en omvat niet enkel de titel en de naam van de auteur, maar ook het internationale standaardboekennummer, de eventuele afbeelding van de stofomslag en al de gegevens die men op het achterplat en de flappen aantreft.

De meesten van jullie kan het wellicht geen ene moer verblotekonten waarom ik daar zoveel tijd aan spendeerde, maar degenen die zich dat zouden afvragen wil ik gaarne van antwoord dienen. Ik blijk eigenaar te zijn van zo maar eventjes negenduizend driehonderd eenentachtig boeken. Ja, ik schrijf en jullie lezen het goed: 9381. Schijthuizen kun je ermee dekken. Er is een hele kauw aan en dan ben je lekker bezig, hoor. Ga d’r maar aan staan!

Nu ik eindelijk klaar ben met mijn databank zal ik misschien de tijd vinden om wat van die lectuur tot me te nemen. Uit mijn catalogus blijkt immers dat ik hopeloos achteropgeraakt ben en het overgrote deel van mijn verzameling ongelezen in de kast staat. Daar krijg ik het nog druk mee. Allez vooruit, wakker aan de slag dan!

boekuil

Eigen schuld, dikke bult

Ik ben naar de boekenbeurs in Antwerpen geweest.

In al mijn nochtans niet meer zo jeugdige overmoed dacht ik het zonder hulpmiddelen te kunnen klaarspelen. Het zonder hulpmiddelen klaarspelen … Wat is ons Nederlands toch een dubbelzinnige taal! Ik heb het hier natuurlijk niet over ontuchtige speeltjes die een orgasme kunnen teweegbrengen, maar over de ondingen van krukken, die in niet geringe mate je bewegingsvrijheid belemmeren en die, als je ze even opzijzet om een rustpauze te nemen, de neiging hebben om omver te vallen, wat dan ook nog met overdreven veel kabaal gepaard gaat, zodat iedereen een beetje verontwaardigd naar je kijkt en je dus meteen in het middelpunt van de belangstelling staat, hetgeen ik, in mijn hoedanigheid van ingeknepen ziel, liever vermijd. Tjonge, wat was dat een ouderwets lange zin! Ik moet nu toch even naar adem happen, hoor.

In al mijn nochtans niet meer zo jeugdige overmoed heb ik mezelf overschat. Ik diende mijn krukloze bezoek te onderbreken toen ik nog niet eens halverwege was, omdat een lancinerende pijn me het lopen vrijwel onmogelijk maakte. Ik viel ten prooi aan grote en enigszins bittere teleurstelling. Ik mocht wel denken dat ik weer helemaal de oude was. Mijn lijf en meer bepaald mijn been dachten daar anders over.

De nacht heeft nauwelijks soelaas gebracht. Ik zou me wel voor het hoofd kunnen slaan, maar zodoende zou ik me ongetwijfeld bezeren en pijn heb ik zo al genoeg.

Ik ben in een humeur dat me naar een drankhol kan drijven. Waar zijn mijn krukken?