Tag: winkelen

Foerageren

Ik beschouw het boodschappen lopen allerminst als een genoeglijke tijdkorting en nu ik dat ook nog gemaskerd moet doen, is de lol er voor mij helemaal af.

Voor het winkelen wend ik me meestal tot Colruyt en laten we wel wezen: hun supermarkten zijn niet echt oorden waar het gezellig toeven is. Bovendien hebben ze er de uitermate verfoeilijke hebbelijkheid om dingen te verhuizen, meer bepaald om artikelen plots op een andere plaats onder te brengen. Dat zal ongetwijfeld commerciële redenen hebben, maar ik heb wel wat nuttigers te doen dan het organiseren van een speurtocht om aan mijn trekken te komen, want meestal valt er dan ook in geen velden of wegen een personeelslid te bespeuren bij wie ik informatie kan inwinnen.

Ik moet me inhouden of ik ga voortaan naar Delhaize, of naar Carrefour, of naar Lidl, of zelfs naar Aldi, maar naar ik verneem is men daar in hetzelfde bedje ziek.

Nu ik het over boodschappen heb … Ik zoek me ongeveer het ongans naar muskaatdruiven, die ik veruit de lekkerste variëteit van deze vrucht vind, maar die ik tegenwoordig nergens meer aantref.

En terwijl ik toch bezig ben … Ik heb me laten vertellen dat de tomaten ‘Rose de Bern’ met voorsprong de smakelijkste zijn die men op deze aardkloot kan proeven. Ik zou me daar gaarne persoonlijk van vergewissen, maar waar ik me in vredesnaam die fameuze vruchten aanschaffen? Die zijn kennelijk nog zeldzamer dan … eh … muskaatdruiven.

De loze slogan van Colruyt

Colruyt was tot nu toe mijn favoriete supermarkt. Maandelijks spendeer ik er ongeveer vierhonderd van mijn in het zweet mijns aanschijns verdiende euro’s en tot een week of wat geleden behoorde ik tot de tevreden klanten van dat bedrijf, maar nu ben ik toch even met die luiden gebrouilleerd geraakt, omdat ze er volgens mij de kantjes aflopen. Ik verklaar me nader.

Sinds jaar en dag beweert Colruyt dat ze de laagste prijzen hanteren. Om dit te bewerkstelligen, vergelijken ze dagelijks hun prijzen met die van andere winkels. Dat beweren ze althans. Als je desalniettemin ergens een lagere prijs gezien hebt, mag je dit laten weten en dan verlagen ze stante pede hun prijs. Dat beweren ze althans.

Aan mijn fraai gevormde hoela, want wat gebeurde er?! Ik zag een lagere prijs, meer bepaald in de reclamefolder van Okay, dat nota bene een soortement kindje van Colruyt is. Ik had bij de moeder twee flessen rum van Bacardí gekocht en die kon ik bij de dochter krijgen voor anderhalve euro minder per fles. Zoals jullie weten ben ik een beetje op de penning, om het woord gierig niet te gebruiken, dus klom ik gezwind in de spreekwoordelijke pen, om ze per e-mail mijn bevinding mede te delen. Het antwoord liet even op zich wachten, maar toen stuurde ene Emelie me het volgende bericht:

Bedankt voor uw bericht over een prijsverschil met Okay.
Kan u ons bijkomende informatie doorgeven:
Uw adres, uw telefoonnummer en Xtra-kaartnummer?
Een kopie van de twee volledige kasticketten?
U zal dan binnen de 5 werkdagen een antwoord via e-mail ontvangen.
Met vriendelijke groet
Emelie

Ja zeg, ik ben me daar een haartje betoeterd! Er stak een licht onbehagen in me op. Meer zelfs: ik trapte even in een doorn en daar werd ik lastig van, dus antwoordde ik dat ik niet van plan was om er nog tijd en moeite aan te vermorsen. “Kunnen jullie misschien ook even jullie handjes laten wapperen?” vroeg ik. “Jullie hoeven enkel de folder van Okay te bekijken om te constateren dat mijn bewering klopt.”

De prijs in Colruyt werd niet aangepast. Zo’n vijf dagen later kreeg ik een laconiek berichtje van dezelfde Emelie. Aangezien ik de gevraagde gegevens niet verstrekt had, kon men geen gevolg geven aan mijn verzoek.

Kijk dan in die folder, stomme gleuf!

Ik moet me werkelijk inhouden of ik ga voortaan naar Aldi, of naar Lidl, of naar Carrefour, of zelfs naar Delhaize.

Die laagste prijzen zijn je reinste boerenbedrog.

Met pak en zak

Ik mag graag door supermarkten en warenhuizen struinen. Dat is naar verluidt uitzonderlijk gedrag voor een persoon van mannelijke kunne, maar ik ben nu eenmaal een uitzondering op velerlei gebied. Vraag me niet hoe dat zo komt.

Er valt evenwel steeds minder lol te beleven aan dat winkelen. Wie bijvoorbeeld een bezoek aan Colruyt plant, dient zich als het ware ten strijde toe te rusten met een betaalmiddel, een klantenkaart, herbruikbare zakjes voor groenten en fruit, een mondkapje, eventueel ook handschoenen en … nu hebben ze me ook nog een paar losse handvatten bezorgd, die ik telkens moet meezeulen om die op mijn winkelkar te bevestigen, zodat zij die niet meer hoeven te ontsmetten.

Het zal nog eens zo gaan dat ik niet alleen een boodschappenlijst nodig heb, maar ook een lijst moet afvinken van de artikelen die ik naar de supermarkt moet meenemen.

Ik heb het al gezegd en ik herhaal het: we beleven merkwaardige tijden.

handvatten

Jatmozen

“Alle beetjes helpen”, zei de mug en ze piste in de zee.

Ik was in de groenteafdeling van Colruyt en begaf me naar de plek waar aardbeien naar me lagen te lonken. Het zijn en blijven mijn favoriete fruitjes, vooral als ze uit de volle grond geboren zijn.

In nog niet zo lang vervlogen tijden kocht ik mijn aardbeien altijd op strompelafstand van mijn woning, meer bepaald in de hofstede van de abdij van Zevenkerken in Sint Andries bij Brugge, maar daar kwam een brutaal einde aan toen de teler ervan door een tragisch ongeval schielijk naar de Elysese velden afreisde. Naar verluidt wilden de vrome paters ─ benedictijnen ─ daarna hun akkers niet meer ter beschikking stellen van leken en zelf waren ze kennelijk te lui om te boeren, dus bleven die braak liggen en stierf ook de aardbeienverkoop aldaar na meer dan zestig jaar een schielijke dood, hetgeen ik en velen met mij ten zeerste betreur.

Ik dwaal echter af en keer nu gezwind terug naar de groenteafdeling van Colruyt, waar zich voor mijn ogen een merkwaardig tafereel ontvouwde. Een morsig vrouwmens, die zich zo te zien aan de verkeerde kant van de middelbare leeftijd bevond, eigende zich een bakje aardbeien toe en vulde de inhoud ervan aan met een viertal vruchten die ze doodgemoedereerd uit andere bakjes ontvreemdde.
“Krijg nu tieten!” mompelde ik binnensmonds en ik was nog niet helemaal van mijn verbazing bekomen, toen een andere vrouw op het toneel verscheen.

Die tilde de bovenste twee kratten op, koos een bakje uit het derde exemplaar, plaatste dat ter controle in de weegschaal die daar hing te hangen en vervolgens in haar winkelkar. Toen ze zag dat ik haar gadesloeg, haalde ze de schouders op en zei:
“Als je ‘t niet zo doet, krijg je geen waar voor je geld. Ze roven die bovenste krat leeg als waren ze merels en spreeuwen.”

Het spreekt vanzelf dat ik, gierig pietje-precies dat ik ben, haar voorbeeld volgde. De weegschaal verklapte dat ik iets meer dan vijfhonderd gram meenam naar de kassa, dus kreeg ik waar ik recht op had en waar voor mijn in het zweet mijns aanschijns en derhalve zuurverdiende centen.

Geen groot licht

Hoewel ik een uitermate spaarzaam mens ben ─ volgens sommigen balanceer ik zelfs op de rand van regelrechte vrekkigheid ─ pleeg ik tijdens het boodschappen doen nooit gebruik te maken van reductiebonnen, die men te kust en te keur aanbiedt. Schijthuizen kun je ermee dekken. Er is geen aanhalen aan en ik heb echt geen zin om kostbare tijd te verkwanselen aan het uitknippen en verzamelen van die lucratieve drukwerkjes.

In een lokaal reclameblad ─ Tips, meen ik me te herinneren ─ viel mijn oog onlangs op een bonnetje, waarmee ik € 1 korting kon krijgen als ik me zes blikjes Coca Cola Zero aanschafte. Nu ben ik een grootverbruiker van deze frisdrank en € 1 vind ik niet bepaald een peulenschil, dus wapende ik me met een schaar en zette me aan het knippen: een bezigheid waarmee ik ─ als zoon van een kleermaker ─ gekipt en gebroed ben.

De oogopslag van de caissière in de supermarkt deed een minimum aan hersenactiviteit vermoeden. Ze had aan de bron der intelligentie vermoedelijk slechts de lippen bevochtigd. Ik wilde haar mijn bon overhandigen, maar ze maakte een afwerend gebaar en sprak op nogal barse toon:
“Ge moet hem zelf scannen. Ik mag er niet aankomen, vanwege de ‘Croma’.”
Die moeilijke woorden altijd! Waarom heet zo’n virus niet gewoon Sarlowietje, of Alfonsientje als het een vrouwtje is?

Dat wicht had me eigenlijk niets te bevelen en ik moest helemaal niets. Ik slikte evenwel mijn protest in en presenteerde mijn bon aan het leestoestel, dat weliswaar verwoed met zijn rode oogjes knipperde, maar niets registreerde. Mijn tegenspeelster loosde een putdiepe zucht, griste het papiertje met lange vingers uit mijn hand en voerde per toetsenbord de gegevens ervan in, waarna ze me het documentje teruggaf.
─”Gooi het buiten maar in de vuilnisbak!” zei ze.
─”En waarom zou ik dat doen?” verbaasde ik me. “Bij een volgende gelegenheid kan ik het nog een keer gebruiken.” Ze keek me aan als een bos uien, met een gezicht van man-waar-heb-je-‘t-over. “Trouwens,” vervolgde ik, “hoe zullen jullie die ene euro kunnen recupereren als je de leverancier geen bewijs van uitbetaling kunt voorleggen?”
Ze schudde even aan haar hersenstruik, beroofde me toen ten tweeden male van het ding en borg het op.

“Ze hebben net gebeld van het ziekenhuis”, mompelde ik in het onverstaanbaars toen ik de winkel verliet. “Je hersens zijn klaar.”

Thuis pleeg ik altijd mijn kassabon te controleren. Toen ik dat deed, kwam ik tot de ontdekking dat ze alle artikelen waarvan ik meerdere eenheden aangeschaft had slechts één keer aanrekende, waardoor ik zo maar even € 17,40 te weinig betaalde. Vraag me niet hoe ze dat klaarspeelde, want ik zou het echt niet weten en het interesseert me ook geen fluit.

Haar bazen zullen haar wellicht niet tot caissière van het jaar verkiezen, maar ik wel. Hadsikadee!

Naar de filistijnen en naar Pearle

Ouder worden is een ramp die steeds weer toeslaat en in stijgende lijn bergafwaarts gaan. Ik dien noodgedwongen gebruik te maken van een leesbril. Het moet gezegd dat ik nogal slordig omspring met dat hulpstuk. Het gebeurt niet zelden dat ik het optisch instrument verstrooid naast me neerleg op de bank, om iets te verrichten dat geen bril vereist. Het stond in de sterren geschreven dat deze nonchalance op een dag slecht zou aflopen en dat is dus gebeurd.

Ik zat wat ontspannende lectuur tot me te nemen ─ Heroes van Stephen Fry ─ en diende die aangename bezigheid te onderbreken, om wat overtollig en hoogst opdringerig vocht uit mijn lichaam te verwijderen. Toen ik verrichter zake terugkeerde en op de bank neerdaalde, lette ik niet op de bril die ik daar achteloos had achtergelaten. Daardoor ontstond er – hoe zal ik het zeggen? – een enigszins protesterend, want krakend geluidje onder mijn zitvlak.

Ik mat de schade op. Een van de glazen was ontsnapt uit de montuur, die trouwens deerniswekkend verbogen was. Ik probeerde de averij nog zelf te herstellen, maar ik heb daar absoluut geen handje van en maakte er dus een potje van, zodat ik me noodgedwongen naar een winkel van Pearle begaf.

Daar wachtte me een warm welkom. De dame die me te woord stond, liep bijna over van hartelijkheid. Ik kreeg een stoel aangeboden; ze trakteerde me op een voortreffelijke beker koffie (Java) en ze zorgde ervoor dat mijn bril binnen de kortste keren hersteld was, zonder dat de ingreep me een cent kostte.

Dat Pearle klantvriendelijkheid hoog in het vaandel voert, is een ding dat zeker is. Alle punten! Als het goed is, zeg ik het ook.

Pearle

Sorry als ik dit even niet snap

Tegen de verwachting in en tot mijn niet geringe ergernis was het buitengewoon druk in de supermarkt. Het duurde dan ook onaangenaam lang voor ik de kassa bereikte.

Al die tijd werd ik geconfronteerd met de enigszins meewarige blikken van andere klanten, die tot de nok volgestouwde karren voor zich uit duwden en zich zichtbaar verbaasden over het beperkte aantal artikelen dat ik met me meevoerde en die men bezwaarlijk als primaire levensbehoeften kon beschouwen: een fles Bacardí rum, een kam bananen, een pakje boter, een meloen, twee citroenen, twee limoenen, een doosje cuberdons, een dozijn potjes yoghurt en een verpakking zwarte olijven.

Was ik niet op de hoogte van de noodtoestand die vrijwel iedereen tot hamsteren aanzette en tot het inslaan van massa’s rollen closetpapier dreef?

Waarom mensen vooral wc-papier willen bunkeren is voor mij even onbegrijpelijk als de maagdelijkheid van Maria.

Als de nood echt aan de man (of de vrouw) zou komen, kan ik nog altijd teruggrijpen naar de ouderwetse methode. Toen versneed men kranten tot fraaie rechthoekjes en die hing men op in het kleinste kamertje. Kon je tijdens je bezigheden nog wat lezen ook.

Maar goed, enkel de dwazen spotten met wat ze niet begrijpen; de anderen zwijgen.

Zal ik dus maar zwijgen?

‘t Was niet oké in de Okay

Ter gelegenheid van mijn verjaardag ─ hiep, hiep, hoera! ─ kreeg ik van vrienden een cadeaubon, waarmee ik in alle supermarkten van Okay goederen kon verwerven ten bedrage van zo maar eventjes honderd euro.

O, wat was ik blij!

Tijdens een van mijn omzwervingen kreeg ik zo’n etablissement van Okay in het vizier, dus begaf ik me daar naar binnen en vulde mijn karretje met allemaal dingen die ik eigenlijk nauwelijks en soms zelfs volstrekt niet nodig had, maar als het gratis is …

Gewapend met mijn bon meldde ik me bij de kassa aan.
─”Oei!” schrok de dame die daar de dienst uitmaakte. “Dat zal vandaag niet lukken. Het systeem werkt niet.”
Daar stond ik dan. Mijn andere betaalmiddelen bevonden zich immers in mijn auto op de parkeerplaats.

O, wat was ik boos.

Ik kan me dusdanig opwinden over systemen die niet werken, dat ik buiten iedere verhouding in woede ontsteek en compleet onredelijk reageer. Ik zei evenwel geen woord, haalde enkel de schouders op, schudde het hoofd, liet mijn winkelkar achter en peesde met opgestreken kuif naar buiten. Mijn systeem werkte ook niet, of toch niet naar behoren, want ik vertikte het om me te voorzien van bankbiljetten, bank- of kredietkaarten en terug te keren. In plaats daarvan begaf ik me met bekwame spoed naar een andere supermarkt.

Mijn reactie was ongetwijfeld overdreven … maar anders leren ze ‘t nooit.

Dat zijn geen stinkende sokken

Op een onzalige ochtend, een week of wat geleden, stond ik op met een stijve … nek, die me behoorlijk bezeerde. Ik hoef jullie niet te vertellen dat ik liever met andere stijve lichaamsdelen ontwaak – ik bedoel het zogeheten ‘morning wood’, dat het in het Nederlands met de minder fraaie benaming ‘ochtenderectie’ moet doen – maar je hebt het meestal niet voor het kiezen.

Voor spierpijn in het algemeen en dus ook voor een tegensputterende nek beschik ik over een aantal vrij dure smeermiddelen, zoals daar zijn Voltaren Emulgel, DexSil Forte en Traumeel. Dat blijken evenwel allemaal pleisters op een houten been te zijn.

Ik heb nog het meest baat bij een middeltje dat ik voor een schappelijke prijs in Colruyt kan kopen: de tijgerbalsem die zich in een met mysterieuze symbolen versierd bokaaltje ophoudt.

Het rode zalfje stinkt uren in de wind, maar het sorteert wel effect. Toch zeker bij mij. Het is maar dat jullie het weten.

tiger

Foute hap

De meeste supermarkten plegen hun klanten proevertjes aan te bieden: koffie, wijn, charcuterie, borrelhapjes, snoep, kaas, fruit … en wat weet ik al niet meer.

Ik maak daar bijna nooit gebruik van, omdat ik aan een heel lichte graad aan smetvrees onderhevig ben. Mijn mysofobie beperkt zich tot het niet nuttigen van voedsel dat door Jan en alleman aangeraakt kan worden. Een kok in een restaurant valt wat mij betreft buiten deze categorie – gelukkig maar! – maar Jut en Jul die zich in winkels ophouden, boezemen me geen vertrouwen in.

Verleden zaterdag dobberde ik tijdens het winkelen in het kielzog van een met een khimar getooide vrouw. De drie kinderen die haar vergezelden, waren in hoge mate ongemanierd en ze ratsten bovendien doodgemoedereerd alle schotels en borden met proevertjes leeg, zonder dat men ze terechtwees.

In de groenteafdeling stortten de huftertjes in wording zich als aasgieren op de schijfjes kiwi die daar voor het grijpen lagen. Ze propten die in hun gulzige bekjes, maar vonden ze kennelijk niet lekker, want ze spuwden die gelijk weer uit en legden ze terug op de plek waar ze vandaan kwamen.

Bewaar me, zeg! Ik had zin om even te kotsen, maar besloot toch om er zelf niks van te zeggen. Ik weet uit ondervinding dat gesluierde vrouwen veelal geen kritiek verdragen en niet zelden in luidkeelse scheldpartijen uitbarsten als men het waagt ze te vermanen. In plaats daarvan bracht ik een winkelbediende op de hoogte van hetgeen ik aanschouwd had. Die kerel was van geen kleintje vervaard. Hij haalde de bezoedelde kiwi’s weg en waarschuwde zowel de kinderen als de moeder.

Die moeder was dus zo’n vrouw met een hoofddoek, die luidkeels lucht gaf aan haar protest. Ze voelde zich in haar eer gekrenkt en zette de hele supermarkt in rep en roer. Christene zielen!

Van mij mogen ze dat aanbieden van proevertjes meteen afschaffen. Er komt niets heuglijks van.