Tag: winkelen

Sul die ik ben!

Ik gaf mijn fiets opdracht halt te houden bij een aardbeienautomaat en hij gaf gewillig gehoor aan dat verzoek.

“De aangeboden aardbeien komen rechtstreeks van bij een Vlaamse teler”, verkondigde een bord in grote, onbeholpen letters.

Dat was alleszins mooi meegenomen. Ik ben zeer begaan met het welzijn van Vlaanderen en besloot derhalve over te gaan tot het kopen van zo’n bakje Vlaamse aardbeien.

Nu heb ik de ballen verstand van automaten, dus stond ik even op dat gevaarte te kijken als een uil op een kluit, want niet gehinderd door enige kennis van zaken, waarna ik de gebruiksaanwijzing van de machine raadpleegde.

“Koop geen lege vakjes!” luidde de eerste regel.
“Wie koopt er nu een leeg vakje?” mompelde ik hoofdschuddend. “Daar moet je toch een achterlijk ezelsveulen voor zijn.”

Ik las verder:
– gooi je munten in de gleuf;
– gebruik de pijltjestoetsen om het vakje met het door jou gewenste product voor het venster te brengen;
– open het venster en voorzie je van je aankoop.

Mijn munten, ten bedrage van € 4, gleden in de gleuf. Ik begon op de pijltjestoetsen te drukken, maar die bezigheid werd verstoord door een automobilist, die achter me stopte en naar de weg vroeg. Ik gaf hem tekst en uitleg, aarzelde niet om zelfs een beetje te wijzen, draaide me om en … verstrooid als ik was, sloeg ik de eerste regel van de handleiding in de wind, schoof het venstertje open en behoorde gelijk tot het ras van de achterlijke ezelsveulens, want ik kocht toch wel een leeg vakje zeker!

Ze moeten me met rust laten als ik me met een automaat bezighoud.

Alsof de duivel, of wellicht mijn engelbewaarder, ermee speelde, dwarrelde er iets verderop een biljet van € 5 over het asfalt. Zo werd het toch nog een aangename en zowaar winstgevende lentedag.

Allemaal kosten op het sterfhuis

Tussen twee regenbuien door glipte ik per fiets naar de supermarkt, om er een paar kleinigheden in te slaan, zoals onder niet veel meer een blokbatterijtje voor de rookmelder. Die was ‘s morgens op een onchristelijk uur lament beginnen geven, niet omdat er onraad te bespeuren viel, maar omdat zijn energiebron bijna uitgeput was. Ik pleeg dergelijke batterijen altijd in voorraad te hebben, behalve op regendagen als mijn auto een onderhoudsbeurt krijgt.

Omdat zo’n batterijtje een zielige aanblik biedt als het zich alleen in een winkelkar ophoudt, kocht ik nog een paar dingetjes. Toen ik met mijn boodschappen bij de fietsenstalling kwam, bleek iemand de kettingkast van mijn rijwiel in de vernieling gereden of gestoten te hebben. De gruzelementen ervan lagen net als de diggelen op de grond verspreid. Ik stond erbij en ik keek ernaar. Van de dader ontbrak natuurlijk elk spoor.

Hoewel ik ooit broekveren gekocht heb, bleken die zich niet in mijn fietstassen op te houden. Het waaide bovendien vrij hard, dus kwam ik thuis met een danig door kettingsmeer besmeurde pantalonpijp, om nog te zwijgen van mijn humeur dat danig onder het nulpunt gezakt was. Ach, woonde ik maar op de rand van een vulkaan.

Een nieuwe kettingkast, een broek met vlekken waar zelfs een heel vakkundige stomerij wellicht geen raad mee zal weten … Er groeien geen bankbiljetten op mijn rug en er staat al evenmin een geldboom in mijn tuin. Ze moeten van mijn  kettingkast blijven! En van mijn andere kasten ook!

Anderzijds is de rookmelder wel buitengewoon blij met zijn verse batterijtje.

Ik zal het nooit meer doen

Het was opgelegd pandoer dat ik de verleiding niet zou kunnen weerstaan en er veel geld zou laten, maar toch had ik het volste vertrouwen in de goede afloop van mijn onderneming. Ik blijf mezelf als een rots in de branding beschouwen.

Ik mag onder geen beding binnentreden in de handelszaken waar men papierwaren, schrijfgerief of boeken verkoopt. Zoals ik hier al eerder verklapte – lees in dit verband ‘t Kan ooit van pas komen – worstel ik met een verslaving, waardoor ik op heden de rechtmatige eigenaar ben van honderden vul- en kogelpennen, van metershoge stapels papier en van duizenden boeken. Ik overdrijf geenszins.

Laat ik nu een e-mail krijgen van Toerisme Limburg, met de mededeling dat ik een gratis exemplaar van hun nieuwste vakantiegids – meer dan 330 inspirerende pagina’s – mag afhalen bij een krantenboer naar keuze.

Nog dezelfde dag verneem ik dat het bekroonde jeugdboek ‘Kruistocht in spijkerbroek’ van Thea Beckman voor slechts € 2,50 beschikbaar is in alle boekwinkels, in het kader van van de campagne ‘Geef een (prenten)boek cadeau.’

Niettegenstaande mijn verslaving, edoch met het vaste voornemen om me aan te lijnen, begaf ik me naar een boekhandel, annex tijdschriftenafdeling. Ik eigende er me de gratis Limburggids toe, voorzag me van het goedkope boek, begaf me naar de kassa … en besloot toen om toch nog even rond te kijken en in de roesverwekkende geur van nieuwe boeken te verwijlen.

Ik heb het pand verlaten met het goedkope boek, met de gratis gids … en met een ‘Wachtwoorden notitieboek’, met ‘Mijn verhaal’ van Michelle Obama, met ‘Mythos’ van Stephen Fry en met ‘Helden’ van dezelfde auteur.

Hoewel ik me voorgenomen had om slechts € 2,50 te besteden was ik toch bijna € 100 armer.

Ik ben een zwakkeling. Hoe ben ik er in vredesnaam tien jaar geleden in geslaagd om probleemloos met roken te stoppen?

boeken

Daar kun je mee lachen

Ik heb een vriendin, Ingrid, die met een vlotte babbel gesierd is. Bovendien heeft ze altijd wel een grapje klaarzitten. Als je in haar gezelschap vertoeft, vliegen de kwinkslagen je klitsklats om de oren en deelt ze woordspelingen uit als waren het strooibiljetten.

We waren in Colruyt. De kassabediende die ons aan de kassa bediende ─ hoe kom ik erop? ─ leek me een nogal afgesloten type. Er kwam immers geen woord over zijn lippen, laat staan dat hij een glimlachje in stelling bracht.
“Die heeft vannacht niet gemogen”, fluisterde Ingrid me toe.
Iets later vertrok ze met de winkelwaar naar de auto op de parkeerplaats, terwijl ik achterbleef om die te betalen. De kassier leek plots te ontdooien. Opeens had hij wel een aardige manier van doen. Dat vertelde ik aan mijn vriendin toen ik me bij haar voegde.
“Dan zal ‘t wel een homo zijn”, luidde haar commentaar.

Kort daarna bevonden we ons in een apotheek, waar Ingrid onder meer een tube triAnal bestelde: een zalf die personen met aanleg voor aambeien graag in de groeve tussen hun kadetjes aanbrengen.
─”Er bestaan aangenamere producten”, zei het vrouwmens dat daar op dat moment de dienst uitmaakte.
Aangezien dat gebeurde ten aanhoren van allen daar aanwezig vond ik dat een hogelijk ongepaste opmerking.
─”Ik vind de smaak ervan nochtans heel lekker”, repliceerde Ingrid laconiek.
Ik lag in een deuk. Het scheelde niet veel of men moest me reanimeren. Je had dat vrouwmens moeten zien kijken. Alsof ze snot zag branden.

Terwijl ze toch bezig was, diste Ingrid me vervolgens nog een vermakelijke anekdote op. Toen ze op een keer zeer tegen haar zin in een ziekenhuisbed vertoefde, had haar kamergenote een zetpil aangereikt gekregen. Pas toen zij er zich over beklaagde dat het ding wel heel vies smaakte en bovendien hardnekkig aan haar verhemelte bleef kleven, bleek dat ze het tuigje in de verkeerde lichaamsopening ondergebracht had.

Ingrid was toen bijna uit haar bed gerold van het lachen.

Bah, wat vies!

bananenchips‘Pistachenoten’ stond er op mijn boodschappenlijst en terwijl ik die van het winkelrek plukte, viel mijn oog op een verpakking, die luidens het etiket bananenchips bevatte. Dat leek me wel wat. Ik lust immers graag bananen en ook chips laten me niet onverschillig, dus belandde er zo’n doosje in mijn karretje.

Verleden zondagmiddag schurkte ik me in een vleesetende fauteuil, om per televisie naar het wereldkampioenschap veldrijden te kijken: een bezigheid die bij mij meestal gepaard gaat met het onbekrompen inschenken van een glas en het nuttigen van een versnapering. Dit keer waren de bananenchips aan de beurt.

Grote hemel, hel en vagevuur! Ik heb, geloof ik, nooit een foutere hap in mijn voerklep gestouwd. Die dingen waren gewoon niet te vreten. Er zat kraak noch smaak aan. Nu ja, kraak eigenlijk wel, want het waren tenslotte chips, maar naar de smaak kon ik fluiten.

Nu pleeg ik nooit ofte nimmer voedsel weg te gooien, maar dit keer heb ik dat wel gedaan. Ik probeerde die eerst nog aan de vogels te slijten, maar die wilden er letterlijk geen bek aan zetten. Kun je nagaan! Ik heb die knabbeltjes dus in de vuilnisbak gekieperd en laten we wel wezen: ik heb daar nog steeds geen spijt van.

Doe mij voortaan maar chips van Lay’s met picklessmaak.

Zo kan het dus ook

Ik had bij koffiemarkt.be een voorraad koffie besteld en zou daar twee dubbelwandige lungoglazen bij cadeau krijgen. Hetgeen geschiedde.

Helaas bleken die glazen een mankementje te vertonen: tijdens het afwassen drong er op de een of andere manier water tussen de beide glaswanden, hetgeen volgens mij niet de bedoeling kon zijn.

Het bedrijf in kwestie vroeg me niet veel later om een beoordeling op Trustpilot. Ik gaf gevolg aan dat verzoek en maakte van de gelegenheid gebruik  om het schoonheidsfoutje te vermelden. Er volgde prompt een reactie: kon ik een foto van de defectueuze glazen bezorgen? Ik antwoordde dat het gebrek moeilijk in een afbeelding te vatten was, waarna ik binnen de kortste keren mocht vernemen dat men me een nieuwe set glazen zou bezorgen. Dat gebeurde al de daaropvolgende dag.

Kijk, daar kunnen die hautaine dames en heren van de diensten na verkoop van Waldkorn en Delhaize een punt aan zuigen.

Zo kan het dus ook. Koffiemarkt.be krijgt van mij alle punten. Knap zo! Ze hebben er alvast een trouwe klant bij.

Nonchalance 2

Ik ben een beetje een slaaf der gewoonte, vooral als die hebbelijkheid ten goede komt aan mijn portemonnee.

Ik pleeg me voor mijn boodschappen vrijwel altijd naar een supermarkt van Colruyt of Okay te begeven, in de eerste plaats omdat ik er stellig van overtuigd ben dat zij effectief de laagste prijzen hanteren, maar ook omdat zowel hun personeel als hun klantendienst het geheim bezitten om precies het juiste midden te bewaren tussen professionele afstand en menselijke warmte. Alle punten!

Desalniettemin heb ik me onlangs tegen beter weten in toch even in een supermarkt van Delhaize gewaagd. Ik kocht daar een paar dingen en ook sla en tomaten, waarvan ik op de verpakking nergens een houdbaarheidsdatum vermocht te ontdekken. Ik raadpleegde derhalve een personeelslid, maar dat meisje verkondigde doodleuk en recht voor m’n raap dat ze het ook niet wist, omdat men van hogerhand de dingen zo nodeloos ingewikkeld maakte dat niemand er nog een kant mee op kon.

Thuisgekomen stuurde ik dus een e-mail naar hun klantendienst, die zij natuurlijk in fraai Nederlands Customer Care noemen, waar ik mijn bevindingen mededeelde en vroeg waar ik in vredesnaam die houdbaarheidsdatum kon vinden.

In hun antwoord kreeg ik daaromtrent geen uitsluitsel. Men vroeg me enkel waar ik de kwestieuze goederen aangekocht had. Ik schreef ze dat ik niet goed begreep wat die informatie er toe deed, maar gaf toch de naam van de supermarkt op.

Ze lieten me weten dat ze mijn bericht doorgestuurd hadden naar de betreffende winkel en daarna …

… hoorde ik niets meer van Delhaize.

Ik oefende wat geduld en schreef toen:

We zijn inmiddels twaalf dagen verder en ik heb in dit verband niets meer vernomen. Het geeft te bedenken. Ik zal voortaan mijn groenten bij een andere supermarkt kopen, waar ze wel een duidelijke houdbaarheidsdatum vermelden. Bovendien zal ik dit gebrek van klantvriendelijkheid aankaarten op mijn blog en de andere sociale media waar ik gebruik van maak.
De klant zou koning moeten zijn, maar dat geldt duidelijk niet voor Delhaize. Dat Customer Care kunnen jullie beter uit jullie e-mails schrappen.

Ik heb niets meer van ze vernomen. Delhaize kan wat mij betreft de pot op! Ik ga voortaan weer naar Colruyt.

Geen lichtend voorbeeld

kogelpennenIn de aankomst- en tegelijkertijd ook vertrekhal van de supermarkt trof ik dit keer niet enkel in slagorde opgestelde winkelkarren aan, maar ook een nogal primitieve tafel, bestaande uit een houten blad op twee schragen. Daarop had men wat spullen uitgestald: kinderboeken, kogelpennen, wondpleisters en viltstiften. ‘Steun onze kankerpatiëntjes’ verkondigde een A4’tje in zwarte, aan een printer ontlokte letters.

Het zag er allemaal nogal onprofessioneel uit. De dame die het boetiekje bemande … eh … bevrouwde, rookte bijvoorbeeld als een kalkoven en was derhalve niet bepaald een levende reclame voor het goede doel dat ze vertegenwoordigde. Ik besloot om daar voor de verandering eens geen opmerking over te maken, want een mens kan niet blijven op alle slakken zout leggen. Wat mij betreft kan ze zich de kanker paffen.
“Alles kost tien euro”, zei ze terwijl rook alle daartoe beschikbare openingen in haar hoofd verliet.

Zodoende ben ik op dit moment dus tien euro armer en vijf kogelpennen rijker. Ik zal ze bij mijn verzameling voegen, die ondertussen al meer dan tweeduizend schrijfstiften behelst. Alles wel beschouwd, had ik eigenlijk beter die wondpleisters kunnen nemen, voor als ik tijdens het schillen van aardappelen in mijn vingers snijd, of anders zo’n kinderboek, om weg te geven aan een heel arm kindje, van wie de ouders zich geen lectuur kunnen veroorloven.

Ik blijf me afvragen of dit eigenlijk geen truc was van gewiekste oplichters, die een goed doel misbruiken voor eigen gewin. Zou Colruyt de ‘geloofsbrieven’ van die luiden controleren, voor men toestemming geeft om in hun winkelkarrendepot aan de slag te gaan?

Kut met peren! ─ 2

En dan denk ik dat ik goed bezig ben.

Een van de eerste dingen die ik ‘s morgens na het opstaan doe, is het tot me nemen van twee theelepels olijfolie. Dat kan een beetje naar smaken, maar ik hoef ook niet te doen alsof ik het lekker vind. Als het maar gezond is en dat schijnt het te zijn.
─”The nastier the taste, the greater the benefit”, oreerde mijn dokter, die een anglofiel is.
─”Meneer spreekt talen!” riep ik, opperste verbazing veinzend.
─”Engelssprekenden hebben er verstand van om iets kernachtig uit te drukken”, vond hij.
─”Wij Vlamingen ook”, stelde ik. “Bitter in de mond, maakt het hart gezond.”
Daar had hij niet van terug.

Maar goed, ik dwaal af, zij het wederom niet met tegenzin. ‘s Morgens lepel ik dus olijfolie naar binnen en om de nare smaak weg te spoelen, drink ik een glas vers geperst sinaasappelsap. Daarna keutel ik wat rond en vervolgens nuttig ik twee sneetjes Waldkornbrood, die ik bestrijk met margarine die rijk is aan omega 3 en suikervrije aardbeienjam of dito hazelnootpasta. Niet veel later verlustig ik me dan aan een kiwi, op de voet gevolgd ─ nu ja, op de voet? ─ door een potje Vitalinea van Danone.

yoghurtNu ben ik eindelijk waar ik wezen moet. Die potjes yoghurt zijn immers de reden waarom ik dit stukje schrijf. Ik koop die per ‘budget pack’ ─ wat heb ik een gloeiende siroophekel aan die Engelse termen! ─ per laaggeprijsde verpakking van twaalf stuks, verrijkt met vier verschillende vruchten: drie potjes met kersen, drie met aardbeien, drie met frambozen en drie met peren. Wat je voor je kiezen krijgt, heb je niet voor het kiezen.

Die met peren bevallen mij het minst en als ik ‘s morgens zo’n exemplaar uit de koelkast opdiep, ben ik steeds teleurgesteld.
─”Ach, alweer die verfoeide peren!” mopper ik dan.

Ik heb zaterdag opnieuw zo’n budget pack gekocht en toen ik dat geval vanmorgen openmaakte, bleek het niet drie maar negen potjes met peren te bevatten. Negen! Godsammejakkes! ‘t Is of de duvel ermee speelt.

Heel mijn maandag naar de kloten. En dan regent het nog ook.

Brol in ‘t kwadraat

Ik heb, denk ik, hier al eerder vermeld dat ik te mijnent over een gerieflijke zolder beschik, waar allerhande snuisterijen en parafernalia een onderkomen gevonden hebben, naast falanxen oude boeken en verzamelingen bejaarde tijdschriften. Je zou het ‘schatten op zolder’ kunnen noemen en ik mag er graag tussen toeven.

Om dat toeven ietwat comfortabeler te kunnen doen, kocht ik ruim twee jaar geleden een eenvoudige driezitsbank, die me desalniettemin toch bijna duizend euro lichter maakte. De firma waar ik dat meubel aanschafte, heet Unigro. Men had me van verschillende zijden opmerkzaam gemaakt op de nogal ongunstige reputatie van dat bedrijf. De producten die ze leverden, waren niet bepaald van lovenswaardige kwaliteit en ook hun klantenservice liet naar verluidt zeer te wensen over. Ik pleeg evenwel vaker waarschuwingen in de wind te slaan en dat was ook dit keer het geval.

Al na anderhalf jaar begon de bank zich vreemd te gedragen en gebreken te vertonen die men bezwaarlijk als ouderdomsverschijnselen kon bestempelen, want het ding was allesbehalve oud. Hoewel ik het meubel allerminst intensief gebruikte, bleken de kussens af te schilferen en dientengevolge kale plekken te vertonen.

Op 11 augustus 2017 telefoneer ik met de klantendienst van de leverancier, Unigro, en deel mee dat mijn bank gebreken vertoont die duidelijk onder de garantieclausule vallen. Men verzekert me dat men de zaak in behandeling neemt en me binnen de kortste keren zal berichten.

Op 19 september 2017 heb ik nog steeds geen bericht gekregen, dus stuur ik een e-mail waarin ik mijn klacht herhaal. Ik krijg niet veel later een (waarschijnlijk automatisch) antwoord: “We streven er naar om u binnen de twee dagen een antwoord te bezorgen, maar we ondervinden tijdelijk een langere wachttijd die tot zeven dagen kan oplopen.”

Ik wacht zo maar eventjes vijf weken en stuur dan, op 22 oktober 2017; een herinnering. Het antwoord komt zeven dagen later. Door het activeren van een nieuwe centrale hebben ze enige vertraging in het verwerken van hun mails. Ze voegen daar laconiek aan toe dat ze helaas geen voorgaande mail van me terugvinden.

Ik ontsteek in grote ergernis en stuur ze deze mail:

Op 11/8/2017 liet ik u telefonisch weten dat de in de rand vermelde bestelling gebreken vertoont die duidelijk onder de garantieclausule vallen.
De bekleding van de zitkussens van de driezitsbank, die deel uitmaakt van deze bestelling, schilfert namelijk af, waardoor de kussens kale plekken vertonen.
Men verzekert me dat men de zaak in behandeling neemt en me binnen de kortste keren zal berichten.

Op 19/9/2017 heb ik nog niets van u vernomen, dus stuur ik u een e-mail, waarin ik mijn klacht herhaal. Ik krijg nog dezelfde dag een e-mail, waarin u me mededeelt dat u ernaar streeft om me binnen de twee dagen een antwoord te bezorgen, maar dat u tijdelijk een langere wachttijd ondervindt die tot zeven dagen kan oplopen.

Ik wacht zo maar eventjes vijf weken en stuur u op 22 oktober 2017 een herinnering. Ik ontvang uw antwoord, opnieuw zeven dagen later. Door het activeren van een nieuwe centrale hebt u naar verluidt enige vertraging in het verwerken van uw mails. U voegt daar laconiek aan toe dat u helaas geen voorgaande mail van mij terugvindt.

Ja zeg, maak het een beetje! Zo blijven we bezig natuurlijk! U hebt aan de ‘spoorloze’ e-mail het nummer MSG-131350 toegekend en u hebt die beantwoord met de hierboven vermelde e-mail, inhoudende dat de wachttijd van 2 tot 7 dagen kon oplopen.

Kan er nu eindelijk een vervolg aan deze inmiddels onverkwikkelijke kwestie gebreid worden?

In bijlage stuur ik u een foto van de toestand waarin de zitkussens zich momenteel bevinden. Mooi is anders!

Ik zie uw antwoord graag tegemoet en hoop dat het dit keer vlotter gebeurt.

driezit

Op 21 november 2017 krijg ik een telefoontje, waarin men me mededeelt dat het euvel van mijn bank aan slijtage te wijten is en derhalve niet onder de garantieclausules valt. Ik stuur ze meteen deze e-mail:

Naar aanleiding van het telefoongesprek dat ik daarnet met uw diensten had, kan ik u het volgende mededelen:

Ik heb begrepen dat u het stukgaan van de bekleding van mijn driezitsbank toeschrijft aan slijtage, die niet onder de garantieclausules valt. Als zitkussens al na anderhalf jaar aan dergelijke slijtage onderhevig zijn en dat normaal bevonden wordt, dan verkoopt u regelrechte brol. Ik zal dan ook niet nalaten om op sociale media (mijn blog, Twitter en dergelijke meer) mijn ongenoegen kenbaar te maken, met vermelding van uw bedrijfsnaam en de raadgeving om vooral niets bij u te kopen. Bovendien zal ik de uitermate gebrekkige werking van uw dienst na verkoop aan de kaak stellen, waardoor ik maar eventjes drie maanden op uitsluitsel moest wachten en u mijn e-mails maandenlang onbeantwoord liet.

Ik dring er dan ook op aan dat u me uit uw klantenlijst schrapt en me geen enkele reclame meer toestuurt, noch per post, noch per mail.

Een uitermate mistevreden ex-klant.

Ze blijven me echter maanden met reclame bestoken, zowel per mail als per post. Telkens als ik iets van ze ontvang, stuur ik ze een mail in steeds driestere bewoordingen, zoals bijvoorbeeld:

Als ik me uitschrijf, en dat heb ik inmiddels acht keer gedaan, wil ik niks meer van jullie ontvangen, maar jullie blijven me spammen met reclame voor de brol die jullie verkopen.
Hou ermee op, achterlijke dakhazen!

En dan voelen ze zich nog gekrenkt ook, want ze antwoorden:

We begrijpen dat dit niet aangenaam is en stellen alles in het werk om de publiciteit stop te zetten. Mogen wij u vriendelijk verzoeken toch enige beleefdheid te hanteren?

Wij bedanken u voor uw mail en vinden het jammer dat u zich wenst uit te schrijven. Uiteraard respecteren wij uw beslissing en daarom hebben we reeds het nodige gedaan.

Door technische redenen kan het gebeuren dat u nog een vijftiental dagen mails van ons ontvangt, alvast onze excuses hiervoor.

Wij bedanken u voor uw begrip en wensen u een fijne dag toe!

Waarna ik weer:

Na de slechte ervaringen die ik met jullie had, voel ik me absoluut niet geroepen om jullie met beleefdheid tegemoet te treden. Wel integendeel. Jullie zijn een prutsbedrijf.

Besluit: Unigro is met voorsprong het slechtste bedrijf van België en belendende percelen. Jullie zijn gewaarschuwd. Zeg niet dat jullie het niet wisten.