Tag: winkelen

Niet het laatste broodje in Hongerstad

Wie vaker op dit blog neerstrijkt, weet dat ik een haat-liefdeverhouding heb met de supermarkt van Colruyt. Ik pleeg er maandelijks ongeveer zeshonderd euro te spenderen, maar ik er in steeds mindere mate aan mijn gerief. Ze rommelen maar wat aan, zoals ik al vermeldde in een eerder schrijfsel: Het gestoethaspel van Colruyt.

Er zijn nog steeds artikelen die ik er eertijds regelmatig kocht, maar nu opeens en zonder aanwijsbare reden uit het aangeboden assortiment verdwenen zijn, zoals onder meer:
─ Scampi diabolique in de diepvriesafdeling
─ Schorseneren in de diepvriesafdeling
─ Alaska Pollak in de diepvriesafdeling
─ Bereid stoofvlees in de slagerij
─ Mokka-ijshoorntjes van Boni

Er ontbreken eveneens een aantal artikelen in het assortiment, die ik graag zou kopen als ze me zouden aangeboden worden, wat dus niet het geval is:
─ Witbier van Hoegaarden in blik
─ Sausen van Pauwels
mosterd─ Mosterd van Wostyn (nota bene een streekproduct dat nauwelijks vijf kilometer verderop geproduceerd wordt en ongetwijfeld de beste mosterd is van Vlaanderen en belendende percelen, maar geen genade ondervindt bij de achterlijke ezelsveulens van Colruyt).

Dientengevolge ben ik genoodzaakt, indien al niet gedwongen, om naar een supermarkt van Delhaize uit te wijken, waar het assortiment dusdanig uitgebreid is dat ik er alles naar mijn gading vind en … het mag gezegd … waar het fruit en de groentes van een veel betere kwaliteit zijn dan het nauwelijks te vreten aanbod van Colruyt.

Het kan nooit lang meer duren voor ik mijn maandelijkse zeshonderd euro integraal bij Delhaize spendeer.

Eén keer, nooit weer

limelon

Op zoek naar gezonde versnaperingen kuierde ik wat rond in de groente- en fruitafdeling van een grootwarenhuis en daar stond ik plots oog in oog met een groengele bol, zijnde een mij onbekende vrucht, die naar de naam Limelon luisterde en naar verluidt een combinatie was van meloen en limoen, hetgeen resulteerde in een ‘juicy melon with a touch of lime’ of ook nog ’the most refreshing melon on the market’.

Ik vertaal dit even voor de schaarse Engels-onkundigen onder jullie:
– een sappige meloen met een vleugje limoen;
– de meest verfrissende meloen op de markt.

Het spreekt vanzelf dat ik ─ altijd in voor nieuwe ervaringen op alle gebied ─ zo’n intrigerende bol naar de kassa transporteerde. De dame ─ juffrouw ─ die daar de dienst uitmaakte en niettegenstaande de door haar tentoongespreide vingervlugheid ─ ik heb slomere kassabediendes meegemaakt ─ nog de tijd vond om op luchtige wijze een babbel met haar klanten te voeren, verbaasde zich eveneens over deze vrucht, want ze zei:
“De hemel mag weten hoe ze erin slagen om een meloen met een limoen te verenigen.”
Ik wist het ook niet en ik vroeg het me eveneens af.

Thuis heb ik die merkwaardige en ‘supersappige dorstlesser’ meedogenloos vermoord en geproefd. Tja, laaiend enthousiast ben ik er niet over. Ik hou van limoenen en meloenen vind ik om te zoenen, maar samen … nee, toch maar niet. Geen gelukkig huwelijk.

Ik zal me van mijn lieve levensdagen geen Limelon meer aanschaffen. Dat weet ik wel zeker.

Vroegrijp ─ 2

Ik koop mijn bananen altijd als die zich nog in enigszins groene toestand bevinden. Desalniettemin zijn die binnen de kortste keren ─ hooguit een week ─ rijp, om niet te zeggen overrijp.

Volgens internet moet je die wassen en de kop van de kam vervolgens met vochtig keukenpapier omwikkelen. Heb ik gedaan, maar bij mij sorteert dat bitter weinig effect en verhindert het allerminst een te snelle rijping.

Nu vraag ik me af hoe men erin slaagt om die vruchten uit verre, exotische contreien in gave en presentabele toestand tot bij ons te brengen. Als daar een trucje voor bestaat, wil ik me dat handigheidje bijzonder gaarne eigen maken.

Hoe doen ze dat?!

banaan

Een niet zo heuglijk afscheid

Eergisteren was mijn televisie jarig. Vijftien jaar! Dat kan tellen voor een toestel ─ een zogeheten ‘flatscreen’ ─ waarvan men beweert dat tien jaar een respectabele, om niet te zeggen gezegende leeftijd zou zijn.

Gisteren, amper één dag na die verjaardag, gaf ze ─ televisies behoren volgens mij tot de vrouwelijke kunne ─ er evenwel plotsklaps de brui aan. Ze deed dat niet op spectaculaire wijze. Nee, ik zat gemoedelijk te kijken naar hetgeen ze tentoonspreidde toen ze opeens een ontploffinkje produceerde, nu ja, ontploffinkje, laten we zeggen een voor haar doen een nogal onchristelijk geluidje ─ pets! ─ en van de weeromstuit uitdoofde.

Tja, daar stond ik dan met mijn goeie gedrag. Ik stuiterde wat rond als een pingpongbal, maar vervolgens bleef ik niet bij de pakken neerzitten en nam een kloek besluit: ik begaf me op internet en bestelde een nieuwe televisie, van Sony, inclusief een ding dat soundbar heette. Aangezien ik een compositie voor twee linkerhanden ben en zelfs als ik op stoot ben een kerk op zijn toren zou zetten, maakte ik meteen gebruik van het aanbod van het bedrijf in kwestie, om niet alleen voor de levering in te staan, maar ook voor de installatie te zorgen, zij het tegen betaling van vijfenzeventig euro.

Binnen de kortste keren deelde men me per e-mail mee dat zowel de levering als de installatie reeds de daaropvolgende dag zouden gebeuren, meer bepaald tussen vijf over elf en vijf minuten na de middag, hetgeen ik een nogal onnozele tijdsaanduiding vond. Van mij mocht dat gerust elf en twaalf uur geweest zijn.

’s Anderendaags … Twaalf uur. Eén uur? Twee uur. Drie uur … en geen mens te zien of te horen. Hoe was het gods ter wereld mogelijk?! Ik begon het al danig op mijn teringtietjes te krijgen. Pas om vier uur daagden zowel mijn televisie als de installateur ervan op. Hèhè!
“Ik heb me vanmorgen overslapen en daardoor worstel ik nu met vertraging”, bekende de man met verfrissende eerlijkheid.

Ik vergaf het hem. Tenslotte had hij als excuus van alles kunnen verzinnen ─ file, panne, lekke band, overstekend wild ─ maar hij had zich overslapen … en dat kan iedereen overkomen.

Aanvankelijk was ik van plan geweest om het bedrijf in kwestie genadeloos de mantel uit te vegen, maar als hun werknemer de euvele moed had om zich niet achter leugens te verschansen, wilde ik graag de hand over het hart strijken en doen alsof mijn neus bloedde …

… al hadden ze me natuurlijk wel even kunnen waarschuwen dat er een vertraging zat aan te komen, of me achteraf een excuusje kunnen aanbieden, maar daar zijn ze kennelijk te ‘cool’ en te ‘blue’ voor.

Dan heb je eens goed veel centen in je zak

In het dorp waar ik hoofdkwartier houd, bevindt er zich een automaat, waaraan men allerhande levensmiddelen en voedingswaren kan ontfutselen.

Dat is vanzelfsprekend buitengewoon handig, tenminste als je over contant geld beschikt en meer bepaald over muntstukken, of coupures van vijf, tien of twintig euro. Met biljetten van vijftig euro, of hoger, vang je er bot en ook betaalkaarten komen er niet in de gratie.

In het dorp waar ik hoofdkwartier houd, bevindt er zich evenwel geen flappentap: een automaat waaraan men bankbiljetten kan ontfutselen. Ik moet me zo maar eventjes zeven kilometer verplaatsen – enkele reis – om aan mijn trekken te komen en een betaalmiddel te verwerven, waarmee ik onze lokale automaat kan overhalen tot het spuien van aardappelen, of eieren, of aardbeien, of appelen, of kaas, of… Nu ja, van alles eigenlijk, maar volgens mijn moeder zaliger is van alles kippenstront … en dat kan die automaat me niet bezorgen.

“Le vrai luxe n’est pas d’avoir de l’argent, mais de savoir en profiter.”

De bevoegde diensten

Naast allerhande Vlaamse ‘briel’, ‘fietjefak’ en ‘bucht’ ─ ofte Nederlandse rommel ─ bewaar ik in mijn garage ook een voorraad strooivoer voor vogels, waarmee ik de gevleugelde en bijwijlen fraai concerterende bezoekers van mijn tuin probeer te verwennen, zoals ik daar al eerder gewag van maakte in ‘Mijn gevederde vrienden’.

Helaas hebben vraatzuchtige roofdieren deze voedselbron ontdekt. Gelukkig zijn dat geen leeuwen of tijgers, maar knagend ongedierte … meer bepaald de mus musculus, bij ons beter bekend als de huismuis. Dat gespuis verschaft zich probleemloos toegang tot de papieren zakken, waarin men deze graansoorten pleegt onder te brengen, met alle gevolgen van dien.

Ik zag me derhalve genoodzaakt om robuustere verpakkingen aan te schaffen, dus bestelde ik via internet twee kloeke pvc-kuipen van elk zeventig liter inhoud.

De dag van de aangekondigde levering ervan brak aan, maar ik wachtte tevergeefs op het verschijnen van de koerier, zodat ik noodgedwongen de hele dag met mijn tenen moest spelen, mompelend ‘wel godverdomme hier en gunter!’.

De leverancier dook ’s anderendaags op en hij gedroeg zich bepaald bokkinezig, omdat hij geen twee bijna vederlichte afvaltonnen bij me diende neer te poten, maar een paar hangtoiletten van loodzwaar porselein met bijhorende bril en deksel. Ik stond erbij en ik keek ernaar alsof de Moedermaagd aan me verscheen.

Er volgde een lawine van telefoongesprekken en e-mails met foto’s, waarna men me mededeelde dat men de onverkwikkelijke affaire aan de bevoegde diensten zou overmaken. Zie, ik krijg wat van die bevoegde diensten, waarmee iedereen die tegenwoordig in de fout gaat je om de oren slaat en als paraplu openklapt.

Nu wacht ik nieuwsgierig en enigszins ongeduldig op het vervolg dat men hieraan zal breien. Ik wil vuilnisbakken. Geen porseleinen pony’s.

Is ‘t nu gedaan, ja?!

Mijn nogal eigengereide auto liet het afweten, dus begaf ik me met de fiets, geplaagd door opwindende windvlagen, naar een zes kilometer verderop gelegen supermarkt, waar ik geconfronteerd werd met een onvoorstelbaar aantal lege rekken ─ alsof ik onverhoeds in de Gazastrook of een onderontwikkeld land terechtgekomen was ─ waardoor ik absoluut niet aan mijn trekken kwam en grotendeels onverrichter zake diende huiswaarts te keren, opnieuw humeurige windvlagen trotserend.

Kijk mensen, daar krijg je toch een kunstkop van. Als dat het resultaat is van al dat boerenprotest voel ik me absoluut niet geneigd om die luiden nog langer te steunen. Weten jullie wat ze wat mij betreft kunnen krijgen, die boeren?

  • de donkerbruine tering
  • de kledderkramp
  • de kouwe koorts
  • de pip
  • de pleuris
  • de vellen
  • de vliegende tering
  • de wratten
  • een bult
  • een staart
  • het aan hun lip
  • het bloedspeen
  • het falderappes
  • het leplazarus
  • het schijt
  • het zeepokkenlazarus
  • de klere
  • het slingerschijt 

Zonder de boeren, geen voedsel, zeggen ze.
Met de boeren ook niet.

De teloorgang van Colruyt

Op internet slaat Colruyt me voortdurend om de oren met dit bericht:

Colruyt2

Nu ben ik sinds jaar en dag klant bij dat bedrijf, waar ik maandelijks een slordige vijfhonderd euro besteed, al gebeurt dat de laatste tijd met aanzienlijk minder enthousiasme.Ze laten immers steeds vaker steken vallen:

─  artikelen die ik pleeg aan te schaffen, verdwijnen plots en onaangekondigd uit het assortiment en keren nooit meer terug;
─ het aantal lege rekken neemt stelselmatig toe, naar verluidt omdat ze bij leveranciers niet de gewenste prijs kunnen bedingen;
─  de kwaliteit van wat ze aan fruit en groente aanbieden, laat zeer te wensen over.

Bij mijn laatste bezoek kocht ik onder meer:
– Pruimen … die gewoon niet te pruimen waren.
– Witte druiven … die enkel als pitloze variant beschikbaar waren en waar kraak noch smaak aan zat. Echt een foute hap.
– Gele kiwi’s … die pas na een eeuwigheid rijp zijn en zelfs dan nog een lamentabel resultaat opleveren.
– Bananen … die weliswaar eetbaar zijn, maar geenszins het niveau van Chiquita of Fyffes halen.

Colruyt betrekt fruit en groente grotendeels bij een handelaar die Papillon heet en uitpakt met een nogal onnozele slogan: “fruitzinnig lekker fruit”.

Fruitzinnig lekker?! Hoe verzinnen ze het en daar klopt dus geen ene donder van. Minderwaardig spul, dat is wat ze verkopen.

Ik ga voortaan wel naar een groenteboer.

Vieze hoest’n

Toen ik per internet het door Colruyt aangeboden assortiment raadpleegde, teneinde mijn boodschappenlijst te redigeren, kwam ik tot de ontdekking dat men in hun slagerij ook bereid konijn kon krijgen.

Ik begon gelijk te likkebaarden en te watertanden, want mijn geheugen keerde gretig terug naar een zalig vroeger, waarin mijn koninklijk kokende moeder, toen ze nog leefde en beroepshalve een meer dan voortreffelijke kokkin was, op onnavolgbare wijze konijn bereidde. Mensen kinderen, dat was smullen! Onvergetelijke klokspijs.

Er stak meteen een ‘vieze hoeste’ bij me op, want zo noemen we een vieze goesting, ofte rare trek in West-Vlaanderen. Ik liet me dus verleiden om in Colruyt 0,714 gram bereid konijn aan te schaffen en daar € 13,55 voor neer te tellen.

Thuis vertrouwde ik het stoffelijk en geprepareerd overschot van dat knaagdier toe aan de microgolfoven en probeerde niet aan het lieftallige wezentje te denken, dat zich voor mijn ‘vieze hoeste’ opgeofferd had.

Het resultaat viel dik tegen en leek eigenlijk nergens op. Het is niet dat ik een verwend verhemelte heb, maar ik heb zelden smakelozer voedsel op mijn bord gekregen. Kataas. Een heel smerige hap.

Als de slagers van Colruyt iets niet beheersen, dan is dat volgens mij toch zeker de ars culinaria: de kunst van het fijne koken.

Konijn van Colruyt: eens en nooit weer!