Tag: reclame

Een pantagrueleske maaltijd

kip1In het met uitermate krakkemikkige fietspaden toegeruste Jabbeke, aan de rand van de weg die Brugge met Gistel verbindt en op strompelafstand van het Permekemuseum, botste ik tijdens het fietsen op een kraam, waar er je geen gebraden duiven in de mond vlogen, maar waar je wel gebraden kippen kon kopen.

Ik hield halt, stapte af, wachtte mijn beurt af en bestelde toen zo’n vogel.
─”Klein, medium of groot?” vroeg het meisje dat daar de dienst uitmaakte.
─”Groot!” sprak ik met een gulzige, om niet te zeggen vraatzuchtige mond.
Ik hou nogal veel van de knap en als ik mes en vork in stelling breng, moet je serieus de ijskast openzetten.

Het slachtoffer werd gewogen en absoluut niet te licht bevonden, want toen ik thuis de kassabon raadpleegde, bleek die ministruisvogel schoon aan de haak zo maar eventjes 1,616 kg te wegen. Het viel dan ook niet te verbazen dat ik er € 15,27 diende voor te betalen, maar ik was desalniettemin in hoge mate verbaasd, want het was veel meer dan ik verwachtte. Ik kreeg er weliswaar een gratis slaatje bij, al was dat niet echt een pleister op de wonde.

Terwijl ik thuis de kip uitpakte, struikelde mijn oog over het plastic tasje dat er omheen zat en waarop een in precieuze schoonschriftletters gedrukte boodschap mijn aandacht trok. Ik las:

kip2

gevolgd door de firmanaam.

Het weze mij toegestaan om dit allerminst een geslaagde slogan te vinden. Het onschuldige beest is tenslotte op brutale wijze vermoord en het lijkt me ongepast om daar gewag van te maken, teneinde er munt uit te slaan. Het scheelde echt niet veel of het bericht ontnam me mijn appetijt, maar zoals ik hierboven al schreef: ik heb een gulzige, om niet te zeggen vraatzuchtige mond.

Het smoelenboek

Niettegenstaande deze warrige, om niet te zeggen beroerde tijden, waarin men over een uitermate schrander stel hersens moet beschikken om uit te vogelen wat vandaag de dag nog toegestaan is, of juist niet meer mag, besloot ik me toch aan een restaurantbezoek te wagen, in het gezelschap van een paar vrienden en bewapend met een coronapas, teneinde daar mes en vork in stelling te brengen en het op een geweldig eten te zetten.

Nu bevindt er zich op spuugafstand van mijn woning een door de horeca opgeknapt boerderijtje, waar het naar verluidt ─ zelf ben ik er nooit geweest ─ goed toeven en tafelen is, als je tenminste niet op pauwentongetjes uit bent … en dat ben ik niet, al kan ik niet ontkennen dat ik op een nogal verwend verhemelte kan bogen.

Nu sta ik nogal wantrouwig tegenover alles wat men me via ‘naar verluidt’ probeert wijs te maken, dus begaf ik me op internet, teneinde er me van te vergewissen dat hetgeen men in dat etablissement klaarstoomde en in de aanbieding had aan mijn verwachtingen ─ zowel gastronomische als financiële ─ zou beantwoorden, want voor je het weet ben je er klauwen geld kwijt, of schotelen ze je gerechten voor die je mond niet graag eet.

Lang verhaal kort: de wetenswaardigheden van het voedselverstrekkend bedrijfje in kwestie kon men enkel via Facebook inkijken. Aangezien ik geen lid ben van dat onnozele smoelenboek en halsstarrig weiger om dat te worden ─ ik loop niet te koop met wat ik doe, denk, eet en voel en reserveer dat voor de lezers van mijn blog ─ ving ik bot en diende ik noodgedwongen een ander restaurant te kiezen, om er met mijn vrienden een boulimisch schransfestijn aan te richten.

Middenstanders aller pluimage: met Facebook kunnen jullie mij niet strikken … en ik ben zeer zeker geen uitzondering. Wees dat indachtig en zorg dus voor een eigen website.

De loze slogan van Colruyt

Colruyt was tot nu toe mijn favoriete supermarkt. Maandelijks spendeer ik er ongeveer vierhonderd van mijn in het zweet mijns aanschijns verdiende euro’s en tot een week of wat geleden behoorde ik tot de tevreden klanten van dat bedrijf, maar nu ben ik toch even met die luiden gebrouilleerd geraakt, omdat ze er volgens mij de kantjes aflopen. Ik verklaar me nader.

Sinds jaar en dag beweert Colruyt dat ze de laagste prijzen hanteren. Om dit te bewerkstelligen, vergelijken ze dagelijks hun prijzen met die van andere winkels. Dat beweren ze althans. Als je desalniettemin ergens een lagere prijs gezien hebt, mag je dit laten weten en dan verlagen ze stante pede hun prijs. Dat beweren ze althans.

Aan mijn fraai gevormde hoela, want wat gebeurde er?! Ik zag een lagere prijs, meer bepaald in de reclamefolder van Okay, dat nota bene een soortement kindje van Colruyt is. Ik had bij de moeder twee flessen rum van Bacardí gekocht en die kon ik bij de dochter krijgen voor anderhalve euro minder per fles. Zoals jullie weten ben ik een beetje op de penning, om het woord gierig niet te gebruiken, dus klom ik gezwind in de spreekwoordelijke pen, om ze per e-mail mijn bevinding mede te delen. Het antwoord liet even op zich wachten, maar toen stuurde ene Emelie me het volgende bericht:

Bedankt voor uw bericht over een prijsverschil met Okay.
Kan u ons bijkomende informatie doorgeven:
Uw adres, uw telefoonnummer en Xtra-kaartnummer?
Een kopie van de twee volledige kasticketten?
U zal dan binnen de 5 werkdagen een antwoord via e-mail ontvangen.
Met vriendelijke groet
Emelie

Ja zeg, ik ben me daar een haartje betoeterd! Er stak een licht onbehagen in me op. Meer zelfs: ik trapte even in een doorn en daar werd ik lastig van, dus antwoordde ik dat ik niet van plan was om er nog tijd en moeite aan te vermorsen. “Kunnen jullie misschien ook even jullie handjes laten wapperen?” vroeg ik. “Jullie hoeven enkel de folder van Okay te bekijken om te constateren dat mijn bewering klopt.”

De prijs in Colruyt werd niet aangepast. Zo’n vijf dagen later kreeg ik een laconiek berichtje van dezelfde Emelie. Aangezien ik de gevraagde gegevens niet verstrekt had, kon men geen gevolg geven aan mijn verzoek.

Kijk dan in die folder, stomme gleuf!

Ik moet me werkelijk inhouden of ik ga voortaan naar Aldi, of naar Lidl, of naar Carrefour, of zelfs naar Delhaize.

Die laagste prijzen zijn je reinste boerenbedrog.

Prutswerk

Mijn beroepsbezigheden behelzen vooral het vertalen en redigeren van wat anderen geschreven hebben, maar af en toe durf ik me ook te bezondigen aan hetgeen men in jargon copywrting noemt ─ we kunnen het Engels niet laten ─ maar in feite niet meer is dan tekstschrijven voor reclamedoeleinden.

Ik leg dan ook enige belangstelling aan den dag voor hetgeen anderen op dat gebied presteren en uit hun mouw schudden. Soms zitten daar waarlijk bloedmooie pareltjes tussen, die boven alle kritiek verheven zijn en me niet alleen met niet aflatende bewondering vervullen, maar me bijwijlen zelfs met afgunst opzadelen. Niets menselijks is me vreemd.

Anderzijds wordt ik zo nu en dan geconfronteerd met regelrechte vehikels: misbaksels die zo stuntelig in elkaar gehikt zijn dat ik er bijna van gaan kotsen. Bewaar me, zeg!

Zo erger ik me bijvoorbeeld blauw aan het gewrocht … eh … gedrocht waarmee SodaStream uitpakt, om aan de kijker een toestel te slijten, dat ordinair leidingwater in verfrissend bruisend water verandert. Ga d’r maar aan staan!

SodaStreamAls pleitbezorgster in dezen voeren ze een ongehoord onbeschofte en niet eens tot wasdom gekomen helleveeg op. Dat feeksje wijst haar met petflessen zeulende vader terecht en eist dat hij zich zo’n bruiswatermaker aanschaft, teneinde het milieu te ontlasten. Daar valt wat voor te zeggen, maar door de uitermate botte manier waarop ze dat doet, zet ik meteen mijn stekels op. Als ik nooit ofte nimmer zo’n SodaStream zal kopen, is dat de schuld van dat kapsonelijertje. Wat een secreet, zeg!

O, wat beklaag ik de man die ooit met dat serpent in de huwelijksboot zal stappen. Daar komt gegarandeerd een vechtscheiding van.

Een ander reclamefilmpje probeert het afwasmiddel van Dreft wierook toe te zwaaien, maar sorteert bij mij een averechts effect door me zure oprispingen te bezorgen.

DreftEen jongetje, wiens ouwelui dat middel aangekocht hebben, wil graag de fles ervan ombouwen tot een ruimteschip. Het product blijft echter meegaan ─ ik kan dat beamen, want ik gebruik het al jaren ─ en die knaap vindt dat niet leuk, dus begint hij te jeremiëren en te zeuren dat het niet mooi meer is. Ik krijg er wat van en voel me steeds meer geneigd om dat zageventje naar het leven te staan alsof hij een giftig reptiel is, maar gelukkig raakt die fles toch leeg en kan hij overgaan tot het bouwen van … een uitermate wanstaltig ruimteschip. Het lijkt nergens op. Mens toch!

Wat ik me afvraag

Ik viste een strooibiljet uit de brievenbus, afkomstig van een familiebedrijfje, dat op het marktplein van mijn dorp onder meer aan het spit geroosterde kippen placht te slijten, maar zich door de coronastrubbelingen genoodzaakt zag die werkzaamheden te onderbreken.

Nu wagen ze zich aan een nieuwe start en dat zullen we geweten hebben. Ze willen me graag terugzien bij hun kraam en opdat ik gevolg zou geven aan die uitnodiging proberen ze me te verleiden met de belofte dat ze me bij mijn eerste bezoek een gratis geschenk zullen overhandigen.

Ik ben uitermate gevoelig voor geschenken, vooral als die gratis zijn, maar anderzijds leg ik graag zout op slakken, dus zit ik me nu af te vragen of er ook geschenken bestaan die niet gratis zijn. Ik denk het niet.

geschenk

Geen groot licht

Hoewel ik een uitermate spaarzaam mens ben ─ volgens sommigen balanceer ik zelfs op de rand van regelrechte vrekkigheid ─ pleeg ik tijdens het boodschappen doen nooit gebruik te maken van reductiebonnen, die men te kust en te keur aanbiedt. Schijthuizen kun je ermee dekken. Er is geen aanhalen aan en ik heb echt geen zin om kostbare tijd te verkwanselen aan het uitknippen en verzamelen van die lucratieve drukwerkjes.

In een lokaal reclameblad ─ Tips, meen ik me te herinneren ─ viel mijn oog onlangs op een bonnetje, waarmee ik € 1 korting kon krijgen als ik me zes blikjes Coca Cola Zero aanschafte. Nu ben ik een grootverbruiker van deze frisdrank en € 1 vind ik niet bepaald een peulenschil, dus wapende ik me met een schaar en zette me aan het knippen: een bezigheid waarmee ik ─ als zoon van een kleermaker ─ gekipt en gebroed ben.

De oogopslag van de caissière in de supermarkt deed een minimum aan hersenactiviteit vermoeden. Ze had aan de bron der intelligentie vermoedelijk slechts de lippen bevochtigd. Ik wilde haar mijn bon overhandigen, maar ze maakte een afwerend gebaar en sprak op nogal barse toon:
“Ge moet hem zelf scannen. Ik mag er niet aankomen, vanwege de ‘Croma’.”
Die moeilijke woorden altijd! Waarom heet zo’n virus niet gewoon Sarlowietje, of Alfonsientje als het een vrouwtje is?

Dat wicht had me eigenlijk niets te bevelen en ik moest helemaal niets. Ik slikte evenwel mijn protest in en presenteerde mijn bon aan het leestoestel, dat weliswaar verwoed met zijn rode oogjes knipperde, maar niets registreerde. Mijn tegenspeelster loosde een putdiepe zucht, griste het papiertje met lange vingers uit mijn hand en voerde per toetsenbord de gegevens ervan in, waarna ze me het documentje teruggaf.
─”Gooi het buiten maar in de vuilnisbak!” zei ze.
─”En waarom zou ik dat doen?” verbaasde ik me. “Bij een volgende gelegenheid kan ik het nog een keer gebruiken.” Ze keek me aan als een bos uien, met een gezicht van man-waar-heb-je-‘t-over. “Trouwens,” vervolgde ik, “hoe zullen jullie die ene euro kunnen recupereren als je de leverancier geen bewijs van uitbetaling kunt voorleggen?”
Ze schudde even aan haar hersenstruik, beroofde me toen ten tweeden male van het ding en borg het op.

“Ze hebben net gebeld van het ziekenhuis”, mompelde ik in het onverstaanbaars toen ik de winkel verliet. “Je hersens zijn klaar.”

Thuis pleeg ik altijd mijn kassabon te controleren. Toen ik dat deed, kwam ik tot de ontdekking dat ze alle artikelen waarvan ik meerdere eenheden aangeschaft had slechts één keer aanrekende, waardoor ik zo maar even € 17,40 te weinig betaalde. Vraag me niet hoe ze dat klaarspeelde, want ik zou het echt niet weten en het interesseert me ook geen fluit.

Haar bazen zullen haar wellicht niet tot caissière van het jaar verkiezen, maar ik wel. Hadsikadee!

Laat nu jullie rug maar zien

Hoewel ik het liever vermijd, zie ik me nu toch genoodzaakt om in herhaling te vallen.

Ik heb hier al een paar keer mijn ongenoegen geuit over de ondoordachte, ja zelfs onnozele reclamestunts van het weekblad Humo. Ze bieden hun lezers een gratis drankje aan, maar als abonnee dien je dat traktaat wel zelf af te halen, hetgeen in mijn geval een verplaatsing van tientallen kilometers vereist. Ja, ik ben daar gekke Gerrit op een houtvlot! Lees in dit verband mijn schrijfsels Nu doen ze het weer en Als het niet goed is, zeg ik het ook.

Begin december trof ik bij Humo een afhaalbon voor een gratis flesje bier van Cornet aan. Om dat ‘cadeautje’ te verwerven, diende ik me te wenden tot een Press shop, waarvan de meest dichtbije winkel zich op vijftien kilometer van mijn hoofdkwartier bevond. Normaliter zou ik dus die Cornet aan me laten voorbijgaan, maar nu moest ik toch in de buurt van dat afhaalpunt zijn, dus meldde ik me er aan om te vernemen dat de voorraad flesjes uitgeput was en ik derhalve op mijn Vlaamse kin mocht kloppen.

Twee weken later omvatte Humo opnieuw een afhaalbon, dit keer voor een minuscuul flesje gin van Filliers Tribute, dat men als abonnee in een Standaard boekhandel kon bemachtigen. Nu zijn boekhandels plekken die ik zoveel mogelijk tracht te vermijden, omdat ik nooit aan de verleiding kan weerstaan en er altijd buitentreed met een stapel lectuur. Dit keer verliet ik het pand met drie boeken, maar zonder flesje gin, want naar verluidt waren die al uitgeput en dat nauwelijks één dag na het verschijnen van de Humo in kwestie. Ja zeg, maak het een beetje!

Humo, ik had jullie gewaarschuwd en nu voeg ik de daad bij die waarschuwing. Ik ben al enige tijd mistevreden over de inhoud van jullie ‘boekje’. De tv-gids is allesbehalve volledig en nog minder accuraat. Er gaat vrijwel geen dag voorbij zonder dat ik me blauw zit te ergeren aan de foutieve informatie die jullie me verstrekken. Ook mijn favoriete rubriek, Dwarskijker, is hoegenaamd niet meer wat die was toen een taalvirtuoos die verzorgde, met name Rudy Vandendaele, aan wie ik destijds het schrijfsel Afscheid van een virtuoos heb gewijd. Bovendien vind ik dat jullie veel te vaak regelrechte onbenullen opvoeren, zoals bijvoorbeeld de danig over het paard getilde huppelkutjes Anuna De Wever en Greta ─ How dare you?! ─ Thunberg, die denken dat ze de wijsheid in pacht hebben en iedereen op hun nummer mogen zetten. Ik heb echt geen boodschap aan wat die truttebollen verkondigen en ze ergeren me mateloos.

De druppel die de emmer doet overlopen zijn evenwel jullie knullige reclamestunts. Ik zeg derhalve mijn abonnement op. Dat is jaarlijks weer bijna € 200 bespaard. Het zal nog eens zo gaan dat ik rijk word.

Ajuus!

Blijf er met jullie fikken af!

Ze vallen weer als paddenstoelen in de brievenbus, om het eens met een compleet van de pot gerukte uitdrukking te zeggen.

Ik heb het over de vaak luxueus uitgevoerde papieren rompslomp, waarmee zij die met het verkopen van recreatieve artikelen de kost verdienen hun waren aanprijzen. Sint-Nicolaas is immers te vierklauwe in aantocht en dat heerschap is een grote afnemer van speelgoed.

Het valt me op dat die folders in deze door racistisch geleuter overwoekerde tijden nog uiterst zelden, ja, zelfs bijna nooit een authentieke Zwarte Piet opvoeren, te weten een koolzwart exemplaar met flakkerend oogwit en schaterrode lippen.

Aangezien er in mijn directe omgeving niemand de komst van Sinterklaas verbeidt, pleeg ik ieder jaar goedheilig man te spelen voor enkele kinderen, die het vooralsnog in dit leven niet erg goed getroffen hebben. Verkleed als de kindervriend en in het gezelschap van een Zwarte Piet breng ik ze een bezoek en overhandig ik ze de speeltjes en de versnaperingen die ik voor ze gekocht heb.

Mijn metgezel is een volbloed Zwarte Piet. Een echte. Hij heet Hurrynarain en hij is afkomstig van het eiland Mauritius, waar gekleurde mensen de eerste viool spelen.

Nu hebben we samen besloten om de cadeautjes en het ‘sneukelbucht’ dit jaar uitsluitend te kopen bij winkels en supermarkten die nog met een echte Zwarte Piet uitpakken en het personage geen roetveegsnoet aanmeten, of hem zelfs helemaal doodzwijgen.

Sommigen pleiten er nu zelfs voor om ook ‘kerst’ uit ons eindejaarsvocabulaire te schrappen. Ja zeg, ik ben daar gekke Gerrit op een houtvlot! Sinterklaas, Zwarte Piet en Kerstmis behoren al eeuwen tot ons folkloristische patrimonium en daar raak je niet aan. Wie er graten in ziet, hoort hier niet thuis en mag van mij gezwind andere oorden opzoeken.

In wat voor muggenziftende tijden leven wij eigenlijk?!

Black

Goedkoop, jawel, maar niet perfect

Sinds jaar en dag ben ik een geregelde en vrij tevreden klant bij Colruyt. Ik laat er iedere maand zo’n drie- à vierhonderd euro, al krijg ik daar natuurlijk leeftocht voor in de plaats.

Als ik hierboven mijn waardering als ‘vrij tevreden’ omschrijf, maak ik inderdaad enig voorbehoud. Dat komt door enkele minpunten, die enigszins mijn winkelvreugde temperen.

Het gebeurt namelijk steeds vaker dat favoriete producten van me onaangekondigd uit het aanbod verdwijnen, om nooit meer terug te keren. Zo kocht ik al ettelijke jaren en iedere maand miniworstjes van Cabanossi, maar die zijn al maanden nergens meer te bespeuren, net als de boter Les Prés uit de Camargue en de profiteroles met room van Boni … om van de rest nog te zwijgen.

Bovendien heeft Colruyt de toch wel ergerlijke neiging om de indeling van hun winkels te wijzigen en artikelen op een andere plaats onder te brengen, waardoor ik soms een heuse speurtocht moet ondernemen om te vinden wat ik wens. Daar heb ik, en veel anderen met mij, een gloeiende siroophekel aan en laten we wel wezen: ik heb wel wat nuttigers te doen.

Ook weigeren ze halsstarrig om soms gerenommeerde streekproducten in hun gamma op te nemen. Ik heb ze bijvoorbeeld al herhaaldelijk gevraagd om de weergaloze mosterd van Wostyn – die men op nauwelijks een paar kilometer van de supermarkt vervaardigt – aan te bieden, maar daar hebben ze blijkbaar geen oren naar. Ik zie me derhalve genoodzaakt om voor die mosterd een andere supermarkt op te zoeken, waar ik dan vanzelfsprekend ook honderden euro’s aan andere producten spendeer. Het zal ze leren!

Een paar maanden geleden viel hun tweewekelijkse folder opeens niet meer in mijn brievenbus. Ik liet ze dat per e-mail weten en kreeg per kerende antwoord van hun klantendienst, zij het in nogal krakkemikkig Nederlands:

… Bedankt voor u (sic) mail. Ik heb naar aanleiding hiervan u (sic) profiel bekeken in onze database. Het kan wel degelijk kloppen dat u de folders niet ontvangen hebt …
En tralala en reldeldel en we zullen dat in orde brengen.

Ze vermelden echter niet hoe en waarom ik plots uit die database gedonderd ben en dat is net wat ik graag wil weten.

Spannend!

Nonchalance

Waldkorn is sinds jaar en dag mijn favoriete broodsoort. Ik ben er zelfs in die mate aan verslingerd dat ik er ─ in mijn hoedangheid van tekstschrijver voor advertenties, die in keurig Nederlands copywriter heet ─ een reclameslogan voor bedacht heb, die ik evenwel nooit te gelde maakte: “Kies voor het brood van Waldkorn. Dan heb je toch even een bruine boterham gegeten.”

Toen mijn bakker in september 2016 zijn spreekwoordelijke lier aan de wilgen hing en naar Spanje verkaste, ging ik te rade bij de website van Waldkorn, teneinde daar te vernemen waar ik voortaan aan mijn trekken kon komen. Men diste me weliswaar een aantal bakkerijen op, maar geen daarvan bleek me mijn geliefkoosde boterhammen te kunnen bezorgen. Sommigen hadden zelfs nog nooit van Waldkorn gehoord. Ik schoot derhalve enigszins uit mijn slof en stuurde ras een e-mail naar dat bedrijf:

De door u vermelde verkooppunten kloppen hoegenaamd niet met de realiteit. De verkooppunten die u voor mijn regio vermeldt, hebben nog nooit Waldkorn aangeboden. De bakkerij die wel Waldkorn verkoopt, wordt door u niet vermeld.

Het antwoord liet niet op zich wachten:

Bedankt voor uw mailtje en interesse in Waldkorn®.
Kan u mij even aangeven om welke bakkers het juist gaat aub, dan kunnen wij dit nakijken. In principe worden enkel Waldkorn®-verkopende bakkers toegelaten op onze website.
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Ik reageerde prompt (de namen werden door mij aangepast):

Geachte
De hieronder vermelde bakkerijen bieden geen Waldkorn aan:
Patisserie Vanzwiereltruis
Bakkerij Deegkneder
Bakkerij Hupsakees

De ondervermelde bakkerij biedt wel Waldkorn aan, maar wordt niet op uw website vermeld:
Bakkerij Lekkertaartje

Met vriendelijke groet

En opnieuw liet het antwoord niet op zich wachten:

Beste B.
Bedankt voor uw info.
We kijken dit morgen onmiddellijk na en wij informeren u verder.
Prettig weekend nog
Met smakelijke groeten
Het Waldkor®n-team

Niet veel later volgde een aanvulling van een laaiend enthousiaste Natasja:

Beste B.
We hebben al sneller feedback dan verwacht.
De door u aangegeven bakkers zijn gestopt met Waldkorn®, dus deze laten we van de website halen.
Bakkerij Lekkertaartje zullen we op de website bijplaatsen.
Bedankt voor de informatie
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Onlangs ging bakkerij Lekkertaartje met verlof en ik diende dus op zoek te gaan naar een bedrijfje dat me uit de nood kon helpen. Ik ging opnieuw te rade bij de website van Waldkorn en daar bleek in twee jaar en vier maanden geen enkele wijziging doorgevoerd te zijn, dus klom ik onverwijld opnieuw in mijn pen, of beter gezegd in het klavier van mijn pc:

Op 18 september 2016 liet ik u weten dat de gegevens op uw website, betreffende de bakkerijen die Waldkorn verkochten, geenszins met de werkelijkheid strookten. Uw medewerkster, Natasja G., verzekerde mij toen op zeer enthousiaste wijze dat er binnen de kortste keren werk zou gemaakt worden van de aanpassing. We zijn inmiddels twee jaar en vier maanden verder, maar uw website vertoont nog steeds dezelfde fouten. De vermelde bakkers verkopen Waldkorn niet en sommigen hebben er zelfs nog nooit van gehoord, terwijl zij die wel Waldkorn verkopen niet eens vermeld worden.
Zo’n verregaande slordigheid geeft alleszins te bedenken.
B.

Het antwoord luidde:

Beste B.
Bedankt voor uw oplettendheid.
De website wordt steeds bijgehouden en de bakkers vermeld op de website, zijn wel degelijk Waldkorn®-klanten.
Kan u mij aangeven over welke bakkers u net spreekt, dan bekijk ik dit in detail.
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Nu was het welletjes geweest. Ik schreef:

Dat de website bijgehouden wordt is een lachertje, indien al niet een grove leugen. Er is in die twee jaar niets, maar dan ook niets veranderd. Zoals ik toen meldde, verkoopt geen enkele, maar dan ook geen enkele door u vermelde bakker in regio Z. het Waldkornbrood. Dat was twee jaar geleden zo en dat is nog steeds zo. De bakkerij die wel Waldkorn verkoopt en die ik twee jaar geleden al vermeldde, staat nog steeds niet genoteerd.
Als de website bijgehouden wordt, zoals u beweert, dan hebt u dat wellicht gedroomd. Bespaar me voortaan uw leugens. Ik zal niet nalaten om uw verregaande klantonvriendelijkheid te vermelden op mijn blog en de andere sociale media waar ik gebruik van maak.

En de eens zo enthousiaste Natasja reageerde:

We zullen uw opmerkingen meenemen.

Daar zijn we dan mooi klaar mee. Tja, waar bemoei ik me eigenlijk mee? Ik denk dat ik me voortaan met een andere broodsoort zal vermeien.