Tag: balen

Haast u langzaam

Ik had een afspraak met mijn in een ziekenhuis gevestigde oogarts om 10 uur.

Om 9:45 uur was ik present, want ik voer stiptheid hoog in het vaandel. Ik kan me niet herinneren dat er ooit iemand op me heeft moeten wachten. Ik weet wel zeker van niet.

Anderhalf uur later, om 11:30 uur, was ik eindelijk aan de beurt. Ik kon ondertussen wel kotsen van opwinding en was zo gespannen als het elastiek in mijn onderbroek (van een goed merk), want ik ben zowel een pietje precies als een pietje secuur.

Toen ik derhalve daaromtrent op beleefde wijze mijn ongenoegen kenbaar maakte, bleek dat ze in dat ziekenhuis dergelijke vertraging kennelijk normaal vonden, want ze beschouwden mij als een lastig persoon, die op alle slakken zout legde.

Wel dan, deze lastige persoon heeft lak aan zo’n onverschillige mentaliteit. Ik zal een andere oogarts kiezen, in een ander ziekenhuis.

Laten jullie zich vooral niet haasten! Festina lente!

Mooi weer vandaag

Toen de lente op een keer – nog niet zo lang geleden – met een zonnige en warme dag uitpakte en ik van de weeromstuit geen zin had om te koken, klom ik gezwind op de fiets en trapte mijn vege lijf naar een etablissement, waar men te eten schafte.

Ik arriveerde daar aan de vroege kant en nam plaats op het uitgestrekte, nog lege terras. Ik bestelde en genoot er van een Campari soda, waarvan ik de soda evenwel door spuitwater diende te vervangen, want ik heb in mijn hele leven nog maar één keer echte soda aangeboden gekregen.

Naarmate de tijd verstreek, daagden er meer klanten op en velen daarvan zetten het onverwijld op een roken: een bezigheid waaraan ik me ten zeerste erger, omdat de ermee gepaard gaande geurhinder steevast een domper op mijn eetvreugde zet. Ik probeerde evenwel mijn ongenoegen daaromtrent te verbijten, maar toen verscheen er een man, wiens hele uiterlijk verried dat hij wel eens lekker gegeten had. Hij sjouwde een buitenproportioneel lichaam rond: een slordige stapeling van vetkwabben, waarin zich – dat moesten we aannemen – ergens een penis schuilhield. Bovendien had hij een pafferige kop, waaronder een vaalgele keelzak vol kinnebakspek lilde, Waren het zijn kinnen, of rustte zijn hoofd op een stapel pannenkoeken?

Tot overmaat van ramp liet hij zijn niet gering aantal kilogrammen in mijn directe omgeving neer, om vrijwel meteen de brand in een kloeke sigaar te zuigen en die geweldig te laten stinken. “Zal ik me van kant maken?!” vroeg ik me af.

Ondertussen was het bijna middag. De keuken ging open en de serveerster – die overigens niets onverlet liet om uitgebreid te vapen en zich in de walmen van de volgens mij ook voor omstanders niet zo onschuldige elektronische sigaret te hullen – kwam naar me toe: een blocnote in de aanslag.
– “Hebt u al een keuze gemaakt?” vroeg ze met een volslagen gebrek aan belangstelling.
– “Nee,” zei ik, “want ik ben niet van plan om hier te eten. De rook en de stank hinderen me in niet geringe mate.”
– “Binnen mag er niet gerookt worden”, schrok ze enigszins van mijn reactie.
– “En me op zo’n fraaie dag in de bedompte ingewanden van jullie etablissement vestigen?” protesteerde ik. “Ik ben me daar een haartje betoeterd. Breng me de rekening maar.”

Ze bracht de rekening en Ik betaalde veertien euro voor mijn Campari soda … eh … spuitwater en trapte het af.

Thuis heb ik koninklijk gekookt, of toch ongeveer, en ik nuttigde mijn maaltijd – scampi diabolique – op mijn terras, omringd door de ruige ruimte van de natuur, door eindeloos repeterende vogels en de verrukkelijke geur waarmee de jasmijnbomen me bedachten.

Opgekrast staat netjes

Er zijn van die dingen waaraan ik een godsgruwelijke schurfthekel heb, waardoor ik me in mijn nadagen vermoedelijk tot een knorrige, mopperende oude man zal ontpoppen, om nog te zwijgen van deprimerend gesjok achter een looprek, of het zitten kwijlen in een rolstoel. De hemel verhoede zoiets.

Ik heb het over:

– Het reinigen van de frituurpan en het verversen van de olie ervan. Het reinigen van de twee ovens in mijn keuken.
– Het strijken in het algemeen.
– Het lappen van de ramen.
– Mensen die ongegeneerd scheten laten, luidkeels boeren of in hun neus pulken.
– Personen die het voortdurend over ‘hun carrière’ hebben, ook al hebben ze eigenlijk weinig of zelfs niets gepresteerd op welk gebied dan ook.
– Volwassen mannen die zich tooien met honkbalpetten met van die idiote kleppen.
– Het gebruik van ‘kids’, ‘bubbels’, ‘overheerlijk’, ‘sowieso’, en tegenwoordig ook ‘hongerke’.
– Personen die voortdurend en bovendien schabouwelijk Engels door hun Nederlands roeren.
– Dat seks niet langer met een x geschreven wordt en de ergerlijke tussen-n in pannenkoeken.
– Overhoop gehaalde kranten.
– Doppen die na het openen blijven vastzitten op het flesje.
– Loslopende honden, hondendrollen op de stoep en paardenvijgen op straat.
– Met krijsende varkens volgestouwde vrachtwagen op weg naar een slachthuis.
– Zwerfvuil.
– Het wachten op het resultaat van een bloedonderzoek na het halfjaarlijkse bezoek aan een huisarts.
– Dat de meeste televisiezenders nooit de aftiteling van films en dergelijke laten zien.
– Het gedrag van wielertoeristen en tegenwoordig ook van pedelecs, die je geruisloos naderen en je vervolgens voorbijzoeven.

Geld over de balk

Op een avond besloot ik de luiaardsboog te spannen en wat tijd te vermorsen, door me met de energie van een gestrande kwal in een vleesetende fauteuil te nestelen en naar het televisieprogramma ‘Stukken van mensen’ te kijken.

Aldaar verscheen een manspersoon die een vintage bureaulamp model Z, die ene Louis Kalff voor Philips ontworpen had, wilde slijten. Toen dat artikel in beeld verscheen, maakte mijn hart aanstalten om van vreugde op te zingen, want zelf was ik ook de eigenaar van zo’n lamp, hoewel ik er me niet van bewust was dat het ding – waarvoor ik niet bepaald een warm kloppend hart had en het eigenlijk nogal lelijk vond – zoveel waarde kon hebben dat het door sommigen begeerd werd.

Kalff

Groot was dan ook mijn verbazing toen een van de mededingers in ruil voor elfhonderd euro eigenaar van die lichtarmatuur werd. Ik kreeg er zowaar eurotekens in mijn ogen van, maar toen drong het opeens tot me door dat ik mijn exemplaar twee maanden eerder in het milieupark bij de kraak gedumpt had.

Ik zal ook nooit eens mazzelen, hè.

Is ‘t nu gedaan, ja?!

Mijn nogal eigengereide auto liet het afweten, dus begaf ik me met de fiets, geplaagd door opwindende windvlagen, naar een zes kilometer verderop gelegen supermarkt, waar ik geconfronteerd werd met een onvoorstelbaar aantal lege rekken ─ alsof ik onverhoeds in de Gazastrook of een onderontwikkeld land terechtgekomen was ─ waardoor ik absoluut niet aan mijn trekken kwam en grotendeels onverrichter zake diende huiswaarts te keren, opnieuw humeurige windvlagen trotserend.

Kijk mensen, daar krijg je toch een kunstkop van. Als dat het resultaat is van al dat boerenprotest voel ik me absoluut niet geneigd om die luiden nog langer te steunen. Weten jullie wat ze wat mij betreft kunnen krijgen, die boeren?

  • de donkerbruine tering
  • de kledderkramp
  • de kouwe koorts
  • de pip
  • de pleuris
  • de vellen
  • de vliegende tering
  • de wratten
  • een bult
  • een staart
  • het aan hun lip
  • het bloedspeen
  • het falderappes
  • het leplazarus
  • het schijt
  • het zeepokkenlazarus
  • de klere
  • het slingerschijt 

Zonder de boeren, geen voedsel, zeggen ze.
Met de boeren ook niet.

Doe toch eens normaal!

Ik ben er me terdege van bewust: er zijn vervullender bezigheden dan televisiekijken. Ik doe het dan ook met mate, want ik leef in onmin met mijn plasmascherm, maar soms raak ik toch in de verleiding om iets te bezienswaardigen.

Je zal erop zitten wachten, want het is me tegenwoordig toch vaak een ongein: lauwe limonade met een rietje. Men schotelt je immers vaak hysterisch gemonteerde beelden in een stroboscopische wemeling voor. De vorm jakkert vrolijk aan de inhoud voorbij, met een hersenbouleverserend effect als gevolg.

Om te vermijden dat het hele gedoe me begint te beknellen en ik zo gespannen raak als het elastiek in mijn onderbroek ─ als ik die al draag ─ of zelfs helemaal hoteldebotel word, zie ik me soms genoodzaakt om door middel van de afstandsbediening kanaalzwemmend rustiger oorden op te zoeken, of de kwelbuis helemaal het zwijgen ─ en het vertonen ─ op te leggen, om in een boek onder te duiken.

Lezen … O, wat is dat een zalige bezigheid! Ik kan het jullie van harte aanbevelen.

Blij met een dode mus ─ 2

Die van Colruyt hebben me nog maar eens bij mijn pietje (zeg maar piet).

Er tuimelde een van hun reclamefolders bij me in de bus en ik feuilleteerde die, om uit te vogelen of er misschien wat te kadijzen viel.

En ja hoor! Als je een dozijn blikken pils van Crystal kocht, kreeg je zo maar eventjes vijftig procent korting. Jawadde!

cristal

Nu ben ik niet echt een liefhebber van pils – doe mij maar een Hoegaarden – maar als ik toch een biertje wil likken, verkies ik het vocht van Crystal, dus kon ik dat aanbod niet laten lopen.

Ik opende het boodschappenlijstje dat ik op de app van Colruyt bijhoud en …

cristal2

Nu nog mooier! Kijk, ze moeten me niet verleiden met faveurtjes die ik niet op de kop kan tikken, want dan schiet ik uit mijn slof, maar ik hield me in en stuurde hun klantendienst een mail, om ze op kordate wijze, maar toch beleefd op dat schoonheidsfoutje te wijzen.

Denken jullie dat ze me van antwoord gediend hebben? Wat zouden ze! Ik ben tenslotte maar een simpel zieltje, die maandelijks een schamele vijfhonderd euro in hun winkeltje besteed.

Ik moet me inhouden of Uilenvlucht vliegt voortaan naar den Aldi, naar Lidl, Jumbo, Carrefour, AH, Delhaize …

Het is leuk geweest

Gastvrijheid is te mijnent niet langer dode letter, maar zal ik hoog in het vaandel voeren. Voortaan immers is mijn woning een gastvrije woning: vrij van gasten. Waarom zou ik nog langer energie verspillen aan iets dat toch niet blijft duren?

Ik heb in mijn leven al meer dan genoeg tijd en geld verkwanseld aan luiden die zo stuntelig in elkaar gehikt zijn, dat ze eigenlijk bij hun geboorte gewurgd zouden moeten worden. Ze beantwoorden zelfs niet aan mijn nochtans geringe verwachtingen en verdienen absoluut niet de moeite om er levensduur aan op te offeren.

Ik ben er mooi klaar mee! Ik word kluizenaar.

De achterlijkste koeriersdienst: DPD

Ik hou er absoluut niet van om langs en in winkels te lanterfanten. Ik vertoon immers de energie van een gestrande kwal en ben regelmatig nog luier dan een pamper. Daarom bestel ik nogal eens wat via internet. De levering ervan verloopt vrijwel altijd rimpelloos, behalve dan als het koeriersbedrijf DPD ervoor moet instaan, want dan is er gegarandeerd stront aan de knikker. Heremijntijd, wat is dat een kutbedrijf!

Onlangs kocht en betaalde ik twee artikelen in een webwinkel. De levering van artikel 1 resulteerde in de volgende e-mail:

DPD1

Ze hebben helemaal niets geprobeerd! Ik ben de hele dag niet uit mijn huis geweest, maar de chauffeur van DPD heeft zich om wat voor reden ook ─ vermoedelijk uit luiheid ─ niet de moeite getroost om zich te mijnent aan te melden. Hij heeft mijn bestelling doodgemoedereerd in een afhaalpunt gedumpt, waarvan ze me niet eens vertelden welk afhaalpunt dat was.

Wat doet een mens in zo’n geval? Dan telefoneer je naar de dader natuurlijk. Bij DPD kan dat evenwel enkel via een betalend nummer, hetgeen vanzelfsprekend uitermate klantvriendelijk is. Ik belandde veertien minuten in de wacht, à dertig cent per minuut, en kreeg toen een vrouwmens aan de lijn, die aan de bron der intelligentie slechts de lippen bevochtigd had. Die zurkeltrut wist van kikken noch mikken en van toeten noch blazen, zodat ik me genoodzaakt zag het gesprek stop te zetten voor ik vierkant uit mijn dak ging. Christene zielen, wat een seut!

Een paar dagen later belandde het volgende bericht in mijn mailbox, in statig Frans weliswaar, want Nederlands en Vlaams zijn voor het klootjesvolk:

DPD1bis

Nog dezelfde dag kreeg mijn oprit een bestelwagen over de kasseien en werd het eigengereide, niet leverbare (non livrable) artikel alsnog aan me bezorgd, door een chauffeur die geen Nederlands sprak of verstond.

De levering van het tweede artikel had eveneens nogal wat voeten in de aarde en verrassingen in petto, want ik kreeg het volgende medegedeeld:

DPD2

Dat spoorloze pakket werd diezelfde middag bij me thuis gebracht, wederom door een chauffeur voor wie het Nederlands Chinees was.

Maak het een beetje! Kijk, beste mensen, als ik nog wat koop op internet wil ik vooraf weten wie de levering ervan zal uitvoeren. Als dat DPD is, gaat het feest niet door en de bestelling evenmin. Ja zeg, ik ben me daar gekke Gerrit op een houtvlot en een haartje betoeterd!

De poenpooiers van Telenet

Ik heb het er hier onlangs nog over gehad, maar het zit me hoog en daarom blijf ik aan dat been knagen.

Maandelijks betaal ik een niet onaardig bedragje ─ ruim € 130 ─ aan Telenet en nu zat ik me af te vragen wat ik daar eigenlijk voor in de plaats krijg: televisie, telefonie, internet …

Ik heb een vaste telefoonlijn en daar bel ik gratis mee, behalve als ik met een buitenlandse correspondent wil spreken. Ik heb twee mobiele telefoonnummers en daar stuur ik gratis berichten mee en kan ik ook gratis bellen, behalve als ik me naar het buitenland begeef. Ik beschik over een internetverbinding, die Telenet supersnel noemt, maar die in mijn geval nogal wat steken laten vallen. En dan beschik ik natuurlijk over die fameuze tv-box, waarmee ik mijn kijkgedrag tot in de finesses zou kunnen beheren. Het ding blijkt evenwel nogal wat kuren te vertonen en beantwoordt zelfs niet aan mijn nochtans geringe verwachtingen. Het is zonder meer matig spul en ik krijg het er danig van op mijn teringtietjes.

Ik kan er dus opnames mee maken, of ─ je houdt het niet voor mogelijk ─ terugkijken naar programma’s die ik gemist heb, maar toch graag wil zien, al moet ik dan wel de eeuwigdurende en strontvervelende reclameboodschappen voor lief nemen, want die kan ik ─  en anderen met mij ─ onmogelijk doorspoelen. Ja zeg, maak het een beetje!

Bovendien heb ik onlangs een bericht gekregen van Telenet, dat ik slechts één jaar over mijn opnames zal kunnen beschikken, waarna die onherroepelijk gewist zullen worden. Daar ben ik dan mooi klaar mee! Binnen afzienbare tijd zal ik dus een aantal zeldzame opnames van onder meer concerten en opera’s kwijtspelen, die ik nergens meer kan terugvinden. Dat vind ik alleszins niet zo’n succes.

Foei, Telenet! Als jullie me nodig onnozele en vooral ongewenste reclame in de strot blijven rammen, zal ik afhaken en mijn heil elders zoeken. Als ik een niet gering bedrag betaal, wil ik graag zelf beslissen wat ik daarvoor in de plaats krijg en ik wil mijn tijd niet aan volstrekt nutteloze boodschappen verkwanselen. Jullie verdienen niet langer mijn aanbeveling. Nog even en ik nagel jullie aan de schandpaal.