Tag: balen

De loze slogan van Colruyt

Colruyt was tot nu toe mijn favoriete supermarkt. Maandelijks spendeer ik er ongeveer vierhonderd van mijn in het zweet mijns aanschijns verdiende euro’s en tot een week of wat geleden behoorde ik tot de tevreden klanten van dat bedrijf, maar nu ben ik toch even met die luiden gebrouilleerd geraakt, omdat ze er volgens mij de kantjes aflopen. Ik verklaar me nader.

Sinds jaar en dag beweert Colruyt dat ze de laagste prijzen hanteren. Om dit te bewerkstelligen, vergelijken ze dagelijks hun prijzen met die van andere winkels. Dat beweren ze althans. Als je desalniettemin ergens een lagere prijs gezien hebt, mag je dit laten weten en dan verlagen ze stante pede hun prijs. Dat beweren ze althans.

Aan mijn fraai gevormde hoela, want wat gebeurde er?! Ik zag een lagere prijs, meer bepaald in de reclamefolder van Okay, dat nota bene een soortement kindje van Colruyt is. Ik had bij de moeder twee flessen rum van Bacardí gekocht en die kon ik bij de dochter krijgen voor anderhalve euro minder per fles. Zoals jullie weten ben ik een beetje op de penning, om het woord gierig niet te gebruiken, dus klom ik gezwind in de spreekwoordelijke pen, om ze per e-mail mijn bevinding mede te delen. Het antwoord liet even op zich wachten, maar toen stuurde ene Emelie me het volgende bericht:

Bedankt voor uw bericht over een prijsverschil met Okay.
Kan u ons bijkomende informatie doorgeven:
Uw adres, uw telefoonnummer en Xtra-kaartnummer?
Een kopie van de twee volledige kasticketten?
U zal dan binnen de 5 werkdagen een antwoord via e-mail ontvangen.
Met vriendelijke groet
Emelie

Ja zeg, ik ben me daar een haartje betoeterd! Er stak een licht onbehagen in me op. Meer zelfs: ik trapte even in een doorn en daar werd ik lastig van, dus antwoordde ik dat ik niet van plan was om er nog tijd en moeite aan te vermorsen. “Kunnen jullie misschien ook even jullie handjes laten wapperen?” vroeg ik. “Jullie hoeven enkel de folder van Okay te bekijken om te constateren dat mijn bewering klopt.”

De prijs in Colruyt werd niet aangepast. Zo’n vijf dagen later kreeg ik een laconiek berichtje van dezelfde Emelie. Aangezien ik de gevraagde gegevens niet verstrekt had, kon men geen gevolg geven aan mijn verzoek.

Kijk dan in die folder, stomme gleuf!

Ik moet me werkelijk inhouden of ik ga voortaan naar Aldi, of naar Lidl, of naar Carrefour, of zelfs naar Delhaize.

Die laagste prijzen zijn je reinste boerenbedrog.

Haast en spoed …

Een paar maanden geleden deelde ik hier met enige bombarie mee dat ik mijn abonnement op het weekblad Humo stopzette. Lees in dit verband: Laat nu jullie rug maar zien.

Een van de redenen voor die nogal impulsieve beslissing was de aftocht van de schrijver van mijn favoriete rubriek: Rudy Vandendaele, die met een virtuoze pen en in weergaloos Nederlands als Dwarskijker televisieprogramma’s becommentarieerde.

De man bleek de pensioengerechtigde leeftijd bereikt te hebben en meende dat hij in zijn krimpende toekomst nog leuker kon bezig zijn dan met het spuien van commentaren. Geef hem eens ongelijk!

Zonder hem vond ik Humo zoveel van zijn pluimen verliezen ─ om het met een Vlaamse uitdrukking te zeggen ─ dat ik het blad nog nauwelijks de moeite van het lezen waard vond, dus maakte ik prompt een einde aan onze veeljarige relatie.

Ik had beter in mijn broek gescheten, want het bloed van de heer Vandendaele kroop waar het niet gaan kon. Hij maakte onlangs en plots zijn rentree in Humo, weliswaar niet als Dwarskijker, maar als de auteur van een wekelijkse column: Bataclan.

Zie mij hier staan met mijn pis in de wind. Nu moet ik iedere week de wispelturigheid van het Belgische weer en tegenwoordig ook de dreiging van een meedogenloos virus trotseren, om bij de krantenboer een Humo op te halen, want ik vertik het om me opnieuw te abonneren. Ik ben namelijk eigenzinnig en ongezeglijk van nature … zo koppig als een ezel. Nu ja, ezels zijn eigenlijk helemaal niet koppig. Die denken gewoon langer na.

Goed dan … Ik ben zo koppig als kauwgum op een schoen. Zo goed?

Naar de filistijnen en naar Pearle

Ouder worden is een ramp die steeds weer toeslaat en in stijgende lijn bergafwaarts gaan. Ik dien noodgedwongen gebruik te maken van een leesbril. Het moet gezegd dat ik nogal slordig omspring met dat hulpstuk. Het gebeurt niet zelden dat ik het optisch instrument verstrooid naast me neerleg op de bank, om iets te verrichten dat geen bril vereist. Het stond in de sterren geschreven dat deze nonchalance op een dag slecht zou aflopen en dat is dus gebeurd.

Ik zat wat ontspannende lectuur tot me te nemen ─ Heroes van Stephen Fry ─ en diende die aangename bezigheid te onderbreken, om wat overtollig en hoogst opdringerig vocht uit mijn lichaam te verwijderen. Toen ik verrichter zake terugkeerde en op de bank neerdaalde, lette ik niet op de bril die ik daar achteloos had achtergelaten. Daardoor ontstond er – hoe zal ik het zeggen? – een enigszins protesterend, want krakend geluidje onder mijn zitvlak.

Ik mat de schade op. Een van de glazen was ontsnapt uit de montuur, die trouwens deerniswekkend verbogen was. Ik probeerde de averij nog zelf te herstellen, maar ik heb daar absoluut geen handje van en maakte er dus een potje van, zodat ik me noodgedwongen naar een winkel van Pearle begaf.

Daar wachtte me een warm welkom. De dame die me te woord stond, liep bijna over van hartelijkheid. Ik kreeg een stoel aangeboden; ze trakteerde me op een voortreffelijke beker koffie (Java) en ze zorgde ervoor dat mijn bril binnen de kortste keren hersteld was, zonder dat de ingreep me een cent kostte.

Dat Pearle klantvriendelijkheid hoog in het vaandel voert, is een ding dat zeker is. Alle punten! Als het goed is, zeg ik het ook.

Pearle

Als we maar leut hebben

Ik ben een gulzige, ja zeg maar gerust een schier onverzadigbare gebruiker van de brave vloeistof die koffie heet: het bakje leut met andere woorden.

Om die nooddruft te lenigen pleeg ik een toestel van Senseo in te schakelen. Hoewel ik me al jaren allerhande merken en koffiesoorten aanschaf, heb ik tot op heden nog steeds mijn gading niet gevonden. De pads Moka Royal van Douwe Egberts benaderen nog het meest hetgeen ik zoek, te weten de geurige, appetijtelijke kop koffie die men meestal in drankgelegenheden en restaurants voorgezet krijgt, maar geen enkel koffiekussentje kan die eigenschappen evenaren, wat me bijna tot wanhoop drijft. Zal ik me van kant maken, of moet ik me werkelijk zo’n heel duur apparaat met een Italiaanse naam aanschaffen om aan mijn trekken te komen?

Het zal nog eens zo gaan dat ik noodgedwongen op thee overschakel en ik hou niet van thee. Hoewel … met de melange ─ dat is een chic woord voor mengsel ─ ‘Het Geheim van Toetanchamon’ brouw je niet bepaald een inferieur drankje en zou me eventueel wel kunnen vermurwen.

Het Geheim van Toetanchamon … Zoiets verzin je toch niet! Tja, ieder kind moet een naam hebben natuurlijk.

Kluizen

Ik ben al niet bijzonder happig op bezoek en als men het dan ook nog waagt om onaangekondigd te mijnent te verschijnen – ze zijn slechts met weinigen die zich dat mogen veroorloven – steekt er onvermijdelijk onbehagen in me op. Als die visite dan ook nog op groen koren te velde heeft, heb ik helemaal de kanker en ontzettend de tering in. Mag ik?

Er bestaat zo iets als een ongeschreven wet, die stelt dat men willens nillens van kinderen moeten houden. Wel, ik houd hoegenaamd niet van kinderen. Het zijn immers heel vaak lawaaierige lastpakken, die zich niet laten africhten. Ouders van tegenwoordig vinden dergelijk gedrag blijkbaar best, maar ik niet. Ik heb liever geen koters om me heen.

Ik kreeg gisteren totaal onverwacht een koppel op bezoek. Ze waren toevallig in de streek verzeild geraakt en wipten even binnen. Hun oponthoud op onze planeet was niet zonder gevolg gebleven en ze brachten dat resultaat mee: een meisje van zes en een jongen van vier.

Het heeft echt niet veel gescheeld of ze braken mijn kot af, zoals we dat in West-Vlaanderen zeggen. Telefoons, tablet, toetsenborden, afstandsbedieningen, boeken, schrijfgerief … alles moest eraan geloven. De schade is niet te overzien dat het totale gebrek aan discipline en manieren vonden ma en pa kennelijk de normaalste zaak van de wereld. Geen enkele keer wezen ze hun kroost terecht. Dat deed ik dus wel ─ ja zeg, maak het een beetje! ─ en het werd me niet bepaald in dank afgenomen.

Mijn ouders hebben een gentleman grootgebracht. Ik ben keurig en netjes opgevoed en dat kun je nog steeds aan me zien, al zijn mensen natuurlijk nooit zo goed als ze van zichzelf denken. Ik dus ook niet.

Allemaal kosten op het sterfhuis

Tussen twee regenbuien door glipte ik per fiets naar de supermarkt, om er een paar kleinigheden in te slaan, zoals onder niet veel meer een blokbatterijtje voor de rookmelder. Die was ‘s morgens op een onchristelijk uur lament beginnen geven, niet omdat er onraad te bespeuren viel, maar omdat zijn energiebron bijna uitgeput was. Ik pleeg dergelijke batterijen altijd in voorraad te hebben, behalve op regendagen als mijn auto een onderhoudsbeurt krijgt.

Omdat zo’n batterijtje een zielige aanblik biedt als het zich alleen in een winkelkar ophoudt, kocht ik nog een paar dingetjes. Toen ik met mijn boodschappen bij de fietsenstalling kwam, bleek iemand de kettingkast van mijn rijwiel in de vernieling gereden of gestoten te hebben. De gruzelementen ervan lagen net als de diggelen op de grond verspreid. Ik stond erbij en ik keek ernaar. Van de dader ontbrak natuurlijk elk spoor.

Hoewel ik ooit broekveren gekocht heb, bleken die zich niet in mijn fietstassen op te houden. Het waaide bovendien vrij hard, dus kwam ik thuis met een danig door kettingsmeer besmeurde pantalonpijp, om nog te zwijgen van mijn humeur dat danig onder het nulpunt gezakt was. Ach, woonde ik maar op de rand van een vulkaan.

Een nieuwe kettingkast, een broek met vlekken waar zelfs een heel vakkundige stomerij wellicht geen raad mee zal weten … Er groeien geen bankbiljetten op mijn rug en er staat al evenmin een geldboom in mijn tuin. Ze moeten van mijn  kettingkast blijven! En van mijn andere kasten ook!

Anderzijds is de rookmelder wel buitengewoon blij met zijn verse batterijtje.

Bah, wat vies!

bananenchips‘Pistachenoten’ stond er op mijn boodschappenlijst en terwijl ik die van het winkelrek plukte, viel mijn oog op een verpakking, die luidens het etiket bananenchips bevatte. Dat leek me wel wat. Ik lust immers graag bananen en ook chips laten me niet onverschillig, dus belandde er zo’n doosje in mijn karretje.

Verleden zondagmiddag schurkte ik me in een vleesetende fauteuil, om per televisie naar het wereldkampioenschap veldrijden te kijken: een bezigheid die bij mij meestal gepaard gaat met het onbekrompen inschenken van een glas en het nuttigen van een versnapering. Dit keer waren de bananenchips aan de beurt.

Grote hemel, hel en vagevuur! Ik heb, geloof ik, nooit een foutere hap in mijn voerklep gestouwd. Die dingen waren gewoon niet te vreten. Er zat kraak noch smaak aan. Nu ja, kraak eigenlijk wel, want het waren tenslotte chips, maar naar de smaak kon ik fluiten.

Nu pleeg ik nooit ofte nimmer voedsel weg te gooien, maar dit keer heb ik dat wel gedaan. Ik probeerde die eerst nog aan de vogels te slijten, maar die wilden er letterlijk geen bek aan zetten. Kun je nagaan! Ik heb die knabbeltjes dus in de vuilnisbak gekieperd en laten we wel wezen: ik heb daar nog steeds geen spijt van.

Doe mij voortaan maar chips van Lay’s met picklessmaak.

Getsie!

Een van mijn favoriete televisieprogramma’s ─ indien al niet mijn favorietste ─ is de serie The Big Bang Theory. Dat is iedere keer genieten geblazen. Ik beleef er monumentaal veel plezier aan en lig de hele tijd in een deuk, om niet te zeggen blauw. Het blijft me verbazen dat prettig gestoorde mensen al die verbale zevenklappers, die farcicale situaties en kolderieke kokenages kunnen verzinnen. Waar halen ze het allemaal vandaan?

In een recente aflevering waren twee van de hoofdrolspelers ─ Rajesh en Howard ─ in een restaurant getuige van een weerzinwekkend tafereel: een man pulkte vol overgave in zijn neus, bevrijdde die van een podde, die hij een wijle aandachtig bekeek en vervolgens … naar zijn mond bracht en opvrat. Bah, wat vies! Bewaar me zeg! Mag ik een teiltje? Ik moet kotsen.

Laatst bracht ik mes en vork in stelling in een door de horeca geëxploiteerd kasteel, waar ik uitgenodigd was en dus de rekening niet hoefde te betalen. Prijs de hemelen! Daar haperde mijn blik aan een man, die met groot enthousiasme in zijn neus peuterde. Hij bevrijdde zijn reukorgaan van een purk, bestudeerde die eventjes en kneedde het ding vervolgens tot een balletje, dat hij met een vingerknip de gelagkamer inschoot. Het uitwerpseltje vloog gelukkig niet in mijn richting, want dan zou ik wellicht een ijselijke kreet geslaakt hebben. Stel je voor dat zo’n projectieltje in je bord terechtkomt!

Zouden jullie geloven dat ik dit echt niet leuk vond? Het tastte zelfs mijn eetlust aan. Wat staan sommige mensen toch ongehoord ranzig in het leven.

Nog één keer en het is scheepsrecht

Met een tussenafstand van vijftig meter bogen ranke lantaarnpalen zich attent over het door mij gebruikte fietspad en de belendende autoweg, om met licht te strooien als dat nodig was.

Bovenaan, op de mastarmen, waren op ieder exemplaar een aantal meeuwen neergestreken. Die zaten doelloos in de verte te staren en te converseren. Nu ja, converseren … ze slaakten af en toe een nogal ijzingwekkende kreet. Ik meen te weten dat kliauwen de correcte benaming is voor het gekrijs dat meeuwen produceren. Als jullie dat niet geloven, zullen jullie me na het raadplegen van bijvoorbeeld het dikke woordenboek van Van Dale gelijk moeten geven.

Zo nu en dan zag ik hoe zo’n vogel een schokkend beweginkje maakte en zich ontlastte. Het zat er derhalve aan te komen en het viel haast niet te vermijden dat ik door zo’n uitwerpsel getroffen zou worden. Dat gebeurde dan ook. Het smerige excrement pletste op mijn dij en verspreidde zich daar tot een zwartwit poeltje. Ik vloekte duivels uit de hel en struiken uit de grond.

Ik had het nochtans kunnen weten en voorspellen, want ik ben al eens eerder in aanvaring gekomen met de overtolligheid van een meeuw. Lees in dit verband: Waar de meeuwen schreeuwen.

Het was me bekend dat er kokmeeuwen bestonden, maar dat er ook kakmeeuwen rondvlogen … tja, daar had ik geen flauw benul van.

Nu dus wel.

Zwarte Piet … eeh … vrijdag

Na Halloween is nu ook Black Friday uit Trumpije naar onze contreien overgewaaid, terwijl dat fenomeen hier eigenlijk niets te zoeken heeft. De Engelse benaming ervan is absoluut niet op zijn plaats in Nederlandstalige landen en bovendien is er bij ons geen enkele aanleiding voor zo’n koopjesdag. Black Friday valt zomaar uit het luchtledige op ons dak en dat zullen we geweten hebben.

Zo kreeg ik bijvoorbeeld een niet gering aantal e-mails met allerhande aanbiedingen. Die heb ik allemaal genegeerd, behalve het onding waarvan jullie hieronder de inhoud kunnen zien.

BlackFriday

Wie zich gisteren de Dikke Van Dale aanschafte, diende daar dus slechts € 75 voor te betalen. Toen ik in 2015, meteen na het verschijnen van de 15e editie, mijn exemplaar kocht, telde ik daar € 179 voor neer. Enkele maanden later bestelde ik een tweede exemplaar, om weg te geven aan iemand die ik graag mag, en dat maakte me weer € 179 lichter. Enkele maanden geleden kocht ik een derde exemplaar, alweer om weg te geven, en spendeerde daar opnieuw € 179 aan.

Ik voel me derhalve, in mijn hoedanigheid van trouwe klant, behoorlijk door Van Dale bij de bok gezet en ik ben daar absoluut niet blij mee. Wat zeg ik?! Van dergelijke stunts krijg ik het danig op mijn teringtietjes. Ik zie me dus genoodzaakt om wraak te nemen en dan wel als volgt:

Er werken oplichters bij Van Dale en hun woordenboeken zijn de slechtste van het land.

Zo! Daar hebben ze niet van terug.