Tag: ergernis

Foerageren

Ik beschouw het boodschappen lopen allerminst als een genoeglijke tijdkorting en nu ik dat ook nog gemaskerd moet doen, is de lol er voor mij helemaal af.

Voor het winkelen wend ik me meestal tot Colruyt en laten we wel wezen: hun supermarkten zijn niet echt oorden waar het gezellig toeven is. Bovendien hebben ze er de uitermate verfoeilijke hebbelijkheid om dingen te verhuizen, meer bepaald om artikelen plots op een andere plaats onder te brengen. Dat zal ongetwijfeld commerciële redenen hebben, maar ik heb wel wat nuttigers te doen dan het organiseren van een speurtocht om aan mijn trekken te komen, want meestal valt er dan ook in geen velden of wegen een personeelslid te bespeuren bij wie ik informatie kan inwinnen.

Ik moet me inhouden of ik ga voortaan naar Delhaize, of naar Carrefour, of naar Lidl, of zelfs naar Aldi, maar naar ik verneem is men daar in hetzelfde bedje ziek.

Nu ik het over boodschappen heb … Ik zoek me ongeveer het ongans naar muskaatdruiven, die ik veruit de lekkerste variëteit van deze vrucht vind, maar die ik tegenwoordig nergens meer aantref.

En terwijl ik toch bezig ben … Ik heb me laten vertellen dat de tomaten ‘Rose de Bern’ met voorsprong de smakelijkste zijn die men op deze aardkloot kan proeven. Ik zou me daar gaarne persoonlijk van vergewissen, maar waar ik me in vredesnaam die fameuze vruchten aanschaffen? Die zijn kennelijk nog zeldzamer dan … eh … muskaatdruiven.

Dat ruimt lekker op

Jopididoe! Wat keken we blij gisterenmorgen. Mijn hart zong op van vreugde toen ik me gezapig, want fietsend, door het bedaarde West-Vlaamse landschap voortbewoog, want ze zijn er eindelijk aan begonnen, zij het op treuzelige wijze.

Ik heb het over het rooien, het oogsten, het hakselen … ja, hoe heet dat kortwieken van mais eigenlijk? Tijdens mijn fietstocht zag ik namelijk twee niets ontziende machines, die zich meedogenloos een weg door dat gewas baanden en de hoogbenige stengels neermaaiden als waren het lucifershoutjes. Opgekrast staat netjes, al kan men het stoppelveld dat achterblijft bezwaarlijk met een schoonheidsprijs bedenken.

Ik haat mais vanuit mijn tenen. Die beplanting belemmert in niet geringe mate mijn kijk op de wereld en op kruispunten is het een ronduit gevaarlijke uitzichtbelemmering.

Nu nog het suikerriet en het bamboe … en ik ben helemaal in mijn knollentuin.

maisoogst

De loze slogan van Colruyt

Colruyt was tot nu toe mijn favoriete supermarkt. Maandelijks spendeer ik er ongeveer vierhonderd van mijn in het zweet mijns aanschijns verdiende euro’s en tot een week of wat geleden behoorde ik tot de tevreden klanten van dat bedrijf, maar nu ben ik toch even met die luiden gebrouilleerd geraakt, omdat ze er volgens mij de kantjes aflopen. Ik verklaar me nader.

Sinds jaar en dag beweert Colruyt dat ze de laagste prijzen hanteren. Om dit te bewerkstelligen, vergelijken ze dagelijks hun prijzen met die van andere winkels. Dat beweren ze althans. Als je desalniettemin ergens een lagere prijs gezien hebt, mag je dit laten weten en dan verlagen ze stante pede hun prijs. Dat beweren ze althans.

Aan mijn fraai gevormde hoela, want wat gebeurde er?! Ik zag een lagere prijs, meer bepaald in de reclamefolder van Okay, dat nota bene een soortement kindje van Colruyt is. Ik had bij de moeder twee flessen rum van Bacardí gekocht en die kon ik bij de dochter krijgen voor anderhalve euro minder per fles. Zoals jullie weten ben ik een beetje op de penning, om het woord gierig niet te gebruiken, dus klom ik gezwind in de spreekwoordelijke pen, om ze per e-mail mijn bevinding mede te delen. Het antwoord liet even op zich wachten, maar toen stuurde ene Emelie me het volgende bericht:

Bedankt voor uw bericht over een prijsverschil met Okay.
Kan u ons bijkomende informatie doorgeven:
Uw adres, uw telefoonnummer en Xtra-kaartnummer?
Een kopie van de twee volledige kasticketten?
U zal dan binnen de 5 werkdagen een antwoord via e-mail ontvangen.
Met vriendelijke groet
Emelie

Ja zeg, ik ben me daar een haartje betoeterd! Er stak een licht onbehagen in me op. Meer zelfs: ik trapte even in een doorn en daar werd ik lastig van, dus antwoordde ik dat ik niet van plan was om er nog tijd en moeite aan te vermorsen. “Kunnen jullie misschien ook even jullie handjes laten wapperen?” vroeg ik. “Jullie hoeven enkel de folder van Okay te bekijken om te constateren dat mijn bewering klopt.”

De prijs in Colruyt werd niet aangepast. Zo’n vijf dagen later kreeg ik een laconiek berichtje van dezelfde Emelie. Aangezien ik de gevraagde gegevens niet verstrekt had, kon men geen gevolg geven aan mijn verzoek.

Kijk dan in die folder, stomme gleuf!

Ik moet me werkelijk inhouden of ik ga voortaan naar Aldi, of naar Lidl, of naar Carrefour, of zelfs naar Delhaize.

Die laagste prijzen zijn je reinste boerenbedrog.

‘t Moet wel leuk blijven

We zitten volop in de hondsdagen ─ tekst en uitleg hieromtrent vind je in Hotdogs ─ en het valt dan ook niet te verwonderen dat we er mooi weer bij hebben. De zomer jubelde om me heen. Meer zelfs: het was pufheet toen ik me op mijn fiets tilde om, vermomd als milieu-inspecteur, een tocht aan te vatten.

Het rijwiel bracht me eerst naar het Groenhovebos in Torhout. Helaas zijn er daar ook paardenfaciliteiten ondergedoken ─ ruiterclubs, maneges, stoeterijen ─ en je loopt er derhalve een geredelijke kans om een aantal van die edele dieren op je weg te ontmoeten. Hetgeen geschiedde, of wat hadden jullie gedacht?  Op een smalle bosweg deinden wel twintig ruiters stapvoets voor me uit en ik zag geen enkele kans om die voorbij te rijden, dus dobberde ik noodgedwongen ongeveer een kwartier in hun kielzog. Ik kan jullie verzekeren dat er vervullender bezigheden bestaan dan het naar paardenkonten staren, maar soms heb je het niet voor het kiezen.

De wegen en paden die het Groenhovebos doorkruisen, liggen trouwens bezaaid met zeer onappetijtelijke paardenvijgen. Het is geen sinecure om die allemaal te ontwijken en je moet al een zeer behendige fietser zijn om er ‘ongeschonden’ doorheen te slalommen. Ik slaagde daar niet in, of wat hadden jullie gedacht? Bah, wat vies! Ik herhaal het en ik zal het blijven herhalen: als eigenaars van honden drollen dienen op te ruimen, dan moeten ruiters dat ook doen.

Over honden gesproken … Ik heb hier al meerdere keren gemeld dat ik een absolute hekel aan ongebonden en dus loslopende exemplaren heb. Ik ben al ik-weet-niet-hoeveel keer door zo’n mormel belaagd en zelfs al eens gebeten, maar nu zie ik me genoodzaakt om ook de aan een rollijn bevestigde viervoeters in mijn ergernis te betrekken. Tijdens mijn fietstocht werd ik namelijk door zo’n beest aangevallen, omdat de eigenaar ervan dusdanig met zijn telefoon bezig was, dat hij die leiband veel te laat opspande, waardoor zijn metgezel over kilometers vrijheid ─ ik overdrijf lichtjes ─ beschikte, mij als een bedreiging beschouwde en ervoor zorgde dat ik duivels uit de hel vloekte.

mondmasker2Een ander been waar ik blijf aan knagen, betreft het met steeds kwistiger hand rondgestrooide zwerfvuil. Naast sigarettendoosjes, drankverpakkingen en andere rotzooi zijn nu ook mondmaskers in het arsenaal wegwerpartikelen opgedoken. Tijdens mijn trip van ruim veertig kilometer zag ik er zeven liggen. Dat zijn er drie meer dan de gesneuvelde egels die ik op mijn weg aantrof. Het gaat van kwaad naar erger.

Tot slot vraag ik me af waarom motorrijders in jolig groepsverband per se landwegen willen uitkiezen om hun lusten bot te vieren. Beseffen die lui eigenlijk hoe angstaanjagend het voor een fietser is als honderd motards hem aan hoge snelheid op zo’n smal asfaltlint voorbijzoeven, al is zoeven niet het geschikte woord om hun luidruchtige passage weer te geven?

Ik ben trillend als een espenblad en bevend als een riet van mijn fiets gestapt.

Mijn gedacht!

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de Belgische aanpak van de hele Coronasoesa buitengewoon stuntelig in elkaar gehikt was en is: een amateuristische improvisatie van een stel dilettanten, met in een hoofdrol een soortement pseudospecialist ─ Van Ranst genaamd ─ die veel garen op zijn klos heeft en van zichzelf denkt dat hij de Zaligmaker is, of toch zeker een godsgeschenk.

In mijn ogen is hij niet meer dan een betweter in een academisch steunkorset: een opgeblazen kikker, die ons met zijn inzichten en analyses probeert te overtroeven, niet gehinderd door veelgelaagde onverstaanbaarheid, die je voor geleerdheid kunt houden als je snel onder de indruk bent van blaaskakerij. Hij heeft een buitensporig ego, verkoopt kool en zit er heel vaak naast.

Het zal jullie duidelijk zijn dat ik die ijdelzuchtige kwek niet lust. Als zijn pafferige smoel mijn televisiescherm teistert, hetgeen helaas niet zelden gebeurt, zap ik ijlings naar belendende percelen. Nee, ik lust die gozer niet. En van virussen heb ik ook mijn bekomst.

Hoe sterk is een eenzame fietser?

Het is een paar maanden genieten geblazen geweest, maar nu is het hek opnieuw van de dam … en zodra het hek van de dam is, lopen de varkens in ‘t koren.

In dit geval zijn de varkens de hordes recreatieve fietsers, die we in de wandeling wielertoeristen noemen, maar die meestal de benaming wielerterroristen verdienen. Ze mogen opnieuw in jolig groepsverband de baan op en dat zullen we geweten hebben.

Ze hebben toestemming om de wegen onveilig te maken, op voorwaarde dat ze dat maximaal met zijn twintigen doen, dat ze afstand van elkaar houden en dat ze zich bij voorkeur op minder drukke wegen begeven. Laten dat nu uitgerekend de wegen zijn die ik, eenzaat en solitaire fietser, graag gebruik.

Zien jullie me rijden, met volle teugen genietend van de om me heen jubelende lente en de wonderlijke landschappen die ik doorkruis … tot er plots zo’n losgeslagen meute opdoemt, bloeddorstig op me afstormt, me rakelings passeert en ondertussen snotterend, spuwend, snuivend, proestend, hoestend en rochelend een lading bacteriën over me uitstort, om van de meedogenloze virussen nog te zwijgen?

Ja kijk, zo is er voor mij geen lol meer aan. Ik denk dat ik voortaan maar thuis zal blijven. In mijn kot.

‘t Was niet oké in de Okay

Ter gelegenheid van mijn verjaardag ─ hiep, hiep, hoera! ─ kreeg ik van vrienden een cadeaubon, waarmee ik in alle supermarkten van Okay goederen kon verwerven ten bedrage van zo maar eventjes honderd euro.

O, wat was ik blij!

Tijdens een van mijn omzwervingen kreeg ik zo’n etablissement van Okay in het vizier, dus begaf ik me daar naar binnen en vulde mijn karretje met allemaal dingen die ik eigenlijk nauwelijks en soms zelfs volstrekt niet nodig had, maar als het gratis is …

Gewapend met mijn bon meldde ik me bij de kassa aan.
─”Oei!” schrok de dame die daar de dienst uitmaakte. “Dat zal vandaag niet lukken. Het systeem werkt niet.”
Daar stond ik dan. Mijn andere betaalmiddelen bevonden zich immers in mijn auto op de parkeerplaats.

O, wat was ik boos.

Ik kan me dusdanig opwinden over systemen die niet werken, dat ik buiten iedere verhouding in woede ontsteek en compleet onredelijk reageer. Ik zei evenwel geen woord, haalde enkel de schouders op, schudde het hoofd, liet mijn winkelkar achter en peesde met opgestreken kuif naar buiten. Mijn systeem werkte ook niet, of toch niet naar behoren, want ik vertikte het om me te voorzien van bankbiljetten, bank- of kredietkaarten en terug te keren. In plaats daarvan begaf ik me met bekwame spoed naar een andere supermarkt.

Mijn reactie was ongetwijfeld overdreven … maar anders leren ze ‘t nooit.

Mosterd na de maaltijd

Op 29 december laatstleden maakte ik hier ─ Laat nu jullie rug maar zien ─ mijn voornemen kenbaar om mijn abonnement op het weekblad Humo te beëindigen.

Bij Humo kan men dit enkel telefonisch bewerkstelligen, wat me vandaag de dag een nogal voorbijgestreefde manier van werken lijkt, al zullen ze daar ongetwijfeld hun redenen voor hebben. Ik vatte dus zowel de koe als de telefoon bij de hoorns, vormde het nummer en ─ wat hadden jullie gedacht!? ─ kreeg een uitgebreid keuzemenu voorgeschoteld, dat ik met grote tegenzin en veel geduld aanhoorde, want het stopzetten van een abonnement was natuurlijk de laatste mogelijkheid die men me aanbood.

Gedurende bijna een kwartier weerklonk er vervolgens een ‘muziekje’ of wat daarvoor moest doorgaan ─ moet je die pokkenherrie horen! ─ dat af en toe onderbroken werd door een vrouwenstem, die zich een zalvende toon aanmat om me mee te delen dat ik ‘dadelijk’ geholpen zou worden. Dadelijk lijkt bij Humo een zeer rekbaar begrip te zijn.

Opeens dook er dan toch een vrouw of een meisje op in mijn oor. Ze vroeg naar mijn abonneenummer en wilde toen weten waarom ik afhaakte, als ik dat al wilde openbaren. Dat wilde ik, dus maakte ik haar deelgenote van mijn misnoegdheden, zijnde hun allesbehalve accurate televisiegids, hun ondoordachte reclamestunts waar ik zelden van kon profiteren, hun voorliefde voor personen waar ik niet van hou en de afwezigheid van mijn favoriete stukjesschrijver in de rubriek Dwarskijker.

Ze aanhoorde me geduldig, bracht begrip op voor mijn beslissing, of veinsde dat althans, en kwam toen met een voorstel op de proppen: als ik op mijn voornemen terugkwam en dus abonnee bleef, kon ze mij ter compensatie van mijn ongenoegens een korting van dertig procent geven op de abonnementsprijs.

In Vlaanderen noemt men dat vijgen na Pasen en in Nederland mosterd na de maaltijd. Nu ben ik een mens van principes en ik laat me door niets of niemand omkopen, dus ben ik niet op dat aanbod ingegaan. Humo kan me voortaan aan de reet roesten.

Het moet gezegd dat de vrouw die of het meisje dat me te woord stond weliswaar veel te lang op zich liet wachten, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door haar vriendelijkheid. Er kwam geen enkele keer een onvertogen woord over haar lippen. Compliment!

En meer heb ik daar niet over te zeggen.

Laat nu jullie rug maar zien

Hoewel ik het liever vermijd, zie ik me nu toch genoodzaakt om in herhaling te vallen.

Ik heb hier al een paar keer mijn ongenoegen geuit over de ondoordachte, ja zelfs onnozele reclamestunts van het weekblad Humo. Ze bieden hun lezers een gratis drankje aan, maar als abonnee dien je dat traktaat wel zelf af te halen, hetgeen in mijn geval een verplaatsing van tientallen kilometers vereist. Ja, ik ben daar gekke Gerrit op een houtvlot! Lees in dit verband mijn schrijfsels Nu doen ze het weer en Als het niet goed is, zeg ik het ook.

Begin december trof ik bij Humo een afhaalbon voor een gratis flesje bier van Cornet aan. Om dat ‘cadeautje’ te verwerven, diende ik me te wenden tot een Press shop, waarvan de meest dichtbije winkel zich op vijftien kilometer van mijn hoofdkwartier bevond. Normaliter zou ik dus die Cornet aan me laten voorbijgaan, maar nu moest ik toch in de buurt van dat afhaalpunt zijn, dus meldde ik me er aan om te vernemen dat de voorraad flesjes uitgeput was en ik derhalve op mijn Vlaamse kin mocht kloppen.

Twee weken later omvatte Humo opnieuw een afhaalbon, dit keer voor een minuscuul flesje gin van Filliers Tribute, dat men als abonnee in een Standaard boekhandel kon bemachtigen. Nu zijn boekhandels plekken die ik zoveel mogelijk tracht te vermijden, omdat ik nooit aan de verleiding kan weerstaan en er altijd buitentreed met een stapel lectuur. Dit keer verliet ik het pand met drie boeken, maar zonder flesje gin, want naar verluidt waren die al uitgeput en dat nauwelijks één dag na het verschijnen van de Humo in kwestie. Ja zeg, maak het een beetje!

Humo, ik had jullie gewaarschuwd en nu voeg ik de daad bij die waarschuwing. Ik ben al enige tijd mistevreden over de inhoud van jullie ‘boekje’. De tv-gids is allesbehalve volledig en nog minder accuraat. Er gaat vrijwel geen dag voorbij zonder dat ik me blauw zit te ergeren aan de foutieve informatie die jullie me verstrekken. Ook mijn favoriete rubriek, Dwarskijker, is hoegenaamd niet meer wat die was toen een taalvirtuoos die verzorgde, met name Rudy Vandendaele, aan wie ik destijds het schrijfsel Afscheid van een virtuoos heb gewijd. Bovendien vind ik dat jullie veel te vaak regelrechte onbenullen opvoeren, zoals bijvoorbeeld de danig over het paard getilde huppelkutjes Anuna De Wever en Greta ─ How dare you?! ─ Thunberg, die denken dat ze de wijsheid in pacht hebben en iedereen op hun nummer mogen zetten. Ik heb echt geen boodschap aan wat die truttebollen verkondigen en ze ergeren me mateloos.

De druppel die de emmer doet overlopen zijn evenwel jullie knullige reclamestunts. Ik zeg derhalve mijn abonnement op. Dat is jaarlijks weer bijna € 200 bespaard. Het zal nog eens zo gaan dat ik rijk word.

Ajuus!

Een half dozijn (zure) oprispingen

Ik heb me tegen beter weten in toch maar een agenda voor 2020 aangeschaft. Je bent een optimist, of je bent het niet … en ik ben het.

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat scooters heel vaak bereden worden door zowel vrouwelijke als mannelijke kamerolifanten met enorme ruiven.

Ik bezocht onlangs een van de talloze rommelmarkten en het viel me op dat men de meeste bezoekers van zo’n evenement ook beter bij de kraak zou zetten.

Ik ben er steeds stelliger van overtuigd dat we beter af zouden zijn zonder de Europese Unie.

Er zijn van die mensen die je beginnen te volgen op Twitter, om je dan meteen te ontvolgen zodra jij ze volgt.

Belgische politiek: de kiezer heeft gesproken en de kiezer heeft altijd gelijk, maar we zullen er niet naar luisteren.