Tag: ergernis

Het gestoethaspel van Colruyt

Ik ben hoe langer hoe meer mistevreden ─ en dientengevolge hoe langer hoe minder tevreden ─ over de supermarkt, Colruyt, waar ik maandelijks toch ongeveer zeshonderd euro besteed.

Dan heb ik het niet meteen over de botte trien, die mij onlangs op ronduit onbeschofte wijze van antwoord diende toen ik het aandurfde haar een vraag te stellen, want zodoende zou ik de andere personeelsleden, die wel vriendelijk en behulpzaam zijn, onrecht aandoen.

Neen, mijn ongenoegen beperkt zich hoofdzakelijk en vooralsnog tot het in hoge mate wispelturige aanbod waaraan Colruyt zich bezondigt en waarmee ze mijn ergernis opwekken.

Zo placht ik maandelijks in de diepvriesafdeling een aantal verpakkingen Scampi Diabolique te kopen, tot die plots en om onnaspeurbare redenen uit het assortiment verdwenen. Nadat ik daaromtrent mijn ongenoegen kenbaar had gemaakt bij de klantendienst doken die weer op, om na een paar weken opnieuw compleet de mist in te gaan en niet terug te keren, net als de limoensorbet, het worstenbrood, de kaaskroketten … en wat weet ik al niet meer. En daar sta je dan met je goeie gedrag.

sorbet

Kijk, Colruyt, jullie zijn lang niet het laatste broodje in Hongerstad. In een straal van nog geen kilometer kan ik terecht bij Lidl, Carrefour, Delhaize, Jumbo en Aldi … En ik heb even mijn licht opgestoken bij Delhaize. Daar heb ik zowel Scampi Diabolique, als limoensorbet, worstenbrood en kaaskroketten, ja zelfs het vermaarde streekproduct ─ de mosterd van Wostyn ─ aangetroffen, dat jullie halsstarrig weigeren te verkopen, hoewel de fabrikant ervan zich binnen schootsafstand van jullie winkeltje ophoudt. Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook nog tal van andere producten aan te schaffen, ten bedrage van driehonderdzevenenzestig euro: bedrag dat jullie aan jullie eigengereide neus zien voorbijgaan.

Meer zelfs: ik denk dat ik voortaan mijn centen aan voedsel van Delhaize zal besteden. Hun gamma is niet alleen veel uitgebreider, maar het is ook een veel mooiere en aangenamere supermarkt dan jullie bunker. Dan mogen ze van mij gerust iets duurder zijn. Eigen schuld, dikke bult, Colruyt. De klant is nog altijd koning en we laten niet met ons sollen.

We zijn allen zondaars

Langs het kanaal rinkelde een bel, daalden slagbomen neer en sperde een brug de bek open, om een half dozijn vaartuigen door te laten. Dat was kennelijk niet naar de zin van een Nederlandse automobilist, die zijn weg versperd zag en noodgedwongen geduld moest oefenen. Hij ontsteeg driftig zijn patserkar, begaf zich met resolute tred naar de rand van het water en ging luidkeels roepend en met schimpende woorden de opvarenden van de passerende jachten te lijf:

  • Blaas mijn zak op!
  • Pijp mijn fluit!
  • Drink stront door een rietje!
  • Eet een kakkerlak!
  • Ga op een landmijn zitten!
  • Ga cactussen scheren!
  • Krijg de donkerbruine touwtering!
  • Krijg het slingerschijt!
  • Lik mijn roze reet!
  • Krijg het apenpokkenlazarus!
  • Zak in de stront!
  • Als jij je kop door het raam steekt en ik mijn gat denken ze dat we een tweeling zijn!

Hij riep nog veel meer fraais, maar mijn geheugen kon het niet allemaal bijhouden.

De jachten schreden statig voorbij en de man keerde op zijn stappen terug.
“Hèhè, dat lucht op!” grijnsde hij voor hij in zijn auto dook.

De brug zeeg neerwaarts, de bel rinkelde, de slagbomen veerden omhoog … en met zijn allen vervolgden we onze weg.

Laat je vooral niet haasten

Ik bestelde enkele boeken in een internetwinkel en kreeg twee dagen later ‘s morgens een e-mailbericht van bpost, met de mededeling dat ik de levering ervan nog dezelfde dag mocht verwachten, tussen 9.00 uur en 17.00 uur om precies te zijn. Nu ja, zo precies was dat nu ook weer niet.

Ik zegde derhalve de tientallen afspraken – ahum! – voor die dag af en bleef thuis, om vol ongeduld de komst van mijn pakje te verbeiden. Dat bleef duren.

Om 15.15 uur stuurde bpost me een e-mail:

“Onze verontschuldigingen, helaas lukt het ons niet om je pakje af te leveren zoals gepland. Zodra we meer details kennen omtrent het moment van levering houden we je hier op de hoogte.”

Door hun toedoen heb ik dus een hele dag verkwanseld en mag ik eerstdaags nog een dag verkwanselen. Ik heb daar maar twee … eh … vijf woorden voor: Wel godverdomme hier en gunter! En meer heb ik daar niet over te zeggen. Of toch? Bpost, jullie zijn een bende prutsers! Hèhè, dat lucht op.

Je zit er niet op te wachten

Gezapig fietsend langs en op een kruip-door-sluip-doorweggetje genoot ik uit volle borst van de milde kant van het leven, met een jarig gezicht en haast buiten kennis van verrukking. Ik had er mooi weer bij. De zon scheen met noeste vlijt en de mysterieus om zich heen woekerende natuur was een verzachtende omstandigheid.

Opeens, na een flauwe bocht, had iemand met grote, onbeholpen krijtletters zijn emotie op het asfalt gesmeten:

WIJ ZIJN ARM
HELP ONS

Een pijl daaronder wees naar een zanderig pad, dat zich door akkers en weiden perste en op het eerste gezicht niet van ophouden wist.

Ik stond even in dubio, maar besloot toen om van kromme haas te gebaren (Belgisch Nederlands volgens de betweters van van Dale)  en me niet om die hulpbehoevenden te bekommeren, ook al overtrad ik op die manier een wet:

“Schuldig verzuim houdt in dat men geen bijstand verleent op hulp verschaft aan een in nood verkerend persoon. Wie dat nalaat, riskeert een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een geldboete van €400 tot €4000.”

Nou moe, dat is niet gering en het bleef maar door mijn kop malen terwijl ik mijn weg vervolgde, tot er plots voor de zoveelste keer ─ ik ben inmiddels de tel kwijtgeraakt ─ een hond in mijn kielzog opdook, die me tientallen meters grommend achtervolgde en voortdurend naar mijn kuiten hapte. Ik begin dat nu toch langzamerhand beu te raken. Het zal nog eens zo gaan dat ik zo’n losgeslagen mormel, niettegenstaande mijn grote dierenliefde, een regelrechte doodschop geef.

Zou dat ook strafbaar zijn? Misschien kan ik voortaan beter thuisblijven en met mijn tenen spelen.

Ga voor andermans hol keffen!

Ik baad in weelde, althans wat telefonie betreft. Ik beschik niet enkel over twee mobiele nummers, maar ook over een vast toestel dat meestal werkloos op mijn schrijftafel staat. Als het ding al eens een zoemend geluid produceert, wordt dat over het algemeen veroorzaakt door Engelstalige personen van beiderlei kunne, die voorwenden dat ze me contacteren in opdracht van Microsoft, om… Ik snoer ze de mond door af te bellen nog voor ze me dat kunnen vertellen.

Gisteren kreeg ik evenwel een vrouw aan de lijn, die mijn ‘hallo’ in het Nederlands beantwoordde.
–”Ik ben Suzanne Vanzwiereltruis”, begon ze. Ze gebruikte natuurlijk een andere naam, maar ik wil haar hier niet aan de schandpaal nagelen. Ze vervolgde: “U kent me niet persoonlijk, maar ik ben zeer begaan met het lot van de mensen. Mag ik u vragen hoe het met u gaat?”
–”Met mij gaat het prima. Wie zei u ook weer dat u bent?”
–”Suzanne Vanzwiereltruis”, herhaalde ze. “Ik ben een getuige van Jehova …”
–”Wees gegroet!” snoof ik en ik verbrak de verbinding.

Er is een tijd geweest dat die lastige lieden op zondagmorgen bij je aanbelden en zich zodoende aan je opdrongen om je te bekeren. Als ze zich nu ook nog via de telefoon aan zieltjeswinnerij overgeven zijn we daar mooi klaar mee. Dan is het einde niet in zicht.

In tijden van schaarste

Het dorp waar ik hoofdkwartier houd, huisvest naast mijn ietwat kleurloze persoontje onder meer ook drie warme bakkers. Dat zou handig zijn, ware het niet dat bakker 1 met verlof is, bakker 2 gesloten is wegens verbouwingswerken en bakker 3 met een ziekte opgezadeld zit, die hem het werken ─ in dit geval het bakken ─ verhindert.

DomoMijn indrukwekkende broodmachine van Domo zou me uit de nood kunnen helpen, maar ik heb dat in een van mijn opwellingen gekochte geval nog nooit gebruikt en ik weet bij God almachtig niet waar ik de handleiding ervan ondergebracht heb. Die moet op internet wel te vinden en te raadplegen zijn, maar net nu heeft men me laten weten dat ik daar vandaag en morgen niet op terechtkan, wegens een kink in de kabel of een andere storing van die strekking.

Daar sta je dan met je goeie gedrag. Ik zal me naar een nabijgelegen dorp moeten begeven als ik brood wil bemachtigen, maar de hemel weet wat er daar allemaal aan de hand is.

Het zijn barre tijden, maar ‘bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien’, luidt een Vlaams spreekwoord en die pasteien … tja, die koop je bij de bakker.

Het smoelenboek

Niettegenstaande deze warrige, om niet te zeggen beroerde tijden, waarin men over een uitermate schrander stel hersens moet beschikken om uit te vogelen wat vandaag de dag nog toegestaan is, of juist niet meer mag, besloot ik me toch aan een restaurantbezoek te wagen, in het gezelschap van een paar vrienden en bewapend met een coronapas, teneinde daar mes en vork in stelling te brengen en het op een geweldig eten te zetten.

Nu bevindt er zich op spuugafstand van mijn woning een door de horeca opgeknapt boerderijtje, waar het naar verluidt ─ zelf ben ik er nooit geweest ─ goed toeven en tafelen is, als je tenminste niet op pauwentongetjes uit bent … en dat ben ik niet, al kan ik niet ontkennen dat ik op een nogal verwend verhemelte kan bogen.

Nu sta ik nogal wantrouwig tegenover alles wat men me via ‘naar verluidt’ probeert wijs te maken, dus begaf ik me op internet, teneinde er me van te vergewissen dat hetgeen men in dat etablissement klaarstoomde en in de aanbieding had aan mijn verwachtingen ─ zowel gastronomische als financiële ─ zou beantwoorden, want voor je het weet ben je er klauwen geld kwijt, of schotelen ze je gerechten voor die je mond niet graag eet.

Lang verhaal kort: de wetenswaardigheden van het voedselverstrekkend bedrijfje in kwestie kon men enkel via Facebook inkijken. Aangezien ik geen lid ben van dat onnozele smoelenboek en halsstarrig weiger om dat te worden ─ ik loop niet te koop met wat ik doe, denk, eet en voel en reserveer dat voor de lezers van mijn blog ─ ving ik bot en diende ik noodgedwongen een ander restaurant te kiezen, om er met mijn vrienden een boulimisch schransfestijn aan te richten.

Middenstanders aller pluimage: met Facebook kunnen jullie mij niet strikken … en ik ben zeer zeker geen uitzondering. Wees dat indachtig en zorg dus voor een eigen website.

Hallmark gebruiken is kladdeboteren

Hoewel ik het hardnekkig blijf proberen, kan ik mezelf niet langer voorliegen dat ik jong ben. Ik heb immers de Dode Zee nog gekend toen die nog leefde.

Nee, ik ben inmiddels helemaal van mijn jeugd bekomen en men beweert zelfs dat ik me een beetje ouderwets durf te gedragen. Misschien is dat wel zo, want ik klamp me nogal gewillig vast aan enigszins voorbijgestreefde gewoontes. Zo heb ik bijvoorbeeld een haat-liefdeverhouding met de moderne communicatiemiddelen, zoals aaifoons, smoelenboeken, e-mails, sms-berichten en wat dies meer zij.

Als iemand uit mijn kennissenkring ten prooi valt aan een feestelijke of gedenkwaardige gebeurtenis ─ zoals daar zijn: verjaardagen, jubilea, geboortes, communies, jaarwisselingen, allerhande vieringen, ziektes en zeertes, sterfgevallen ─ pleeg ik daar nog steeds een met kalligrafische hand beschreven kaartje aan te besteden, dat ik vervolgens aan Tante Pos toevertrouw.

Ik laat mijn vaak bevlogen, ja, soms zelfs ronduit poëtische boodschappen bij voorkeur uit een ouderwetse vulpen vloeien en daar zijn de meeste wenskaarten ─ en zeker die van Hallmark ─ absoluut niet blij mee. Het duurt uren voor ze de inkt laten opdrogen en als je ondertussen even niet oplet, veroorzaak je een kliederboel van je welste.

Heremijntijd! Ik heb zodoende al een klein fortuin aan kaarten verkwanseld, maar ik weiger halsstarrig afstand te doen van mijn geliefde vulpennen. Hallmark daarentegen … komt bij mij het huis niet meer in.

Ludivine Dedonder: een trut van Troje

O, wat erger ik me aan de in zeer hoge mate door mij misprezen Belgische minister van Defensie: de zurkeltrut Ludivine Dedonder. Als jullie willen weten waarom ik zo’n godsgruwelijke schurfthekel aan dat mens heb, moeten jullie vooral doorgaan met lezen.

Naar aanleiding van de onverkwikkelijke gebeurtenissen in Afghanistan en de daarmee gepaard gaande tussenkomsten van het Belgisch leger verscheen deze danig over het paard getilde kakmadam op mijn televisiescherm, terwijl ze geïnterviewd werd door een journalist van de VRT, zijnde de Vlaamse televisie. Desalniettemin kwam er geen enkel Nederlands woord over de lippen van dat wijf. Ze overtrad alle regels van het fatsoen door de taal van de hoofdmoot der Belgen doodgemoedereerd te negeren, waarschijnlijk omdat ze te dom of te lui is om die aan te leren. Of zou ze het Nederlands beneden haar Waalse en socialistische waardigheid vinden?

Het in meer of desnoods mindere mate beheersen van beide landstalen zou een conditio sine qua non moeten zijn voor de leden van de Belgische regering. En dus ook voor het onbeschofte schepsel en de in hoge mate door mij misprezen kakmadam: Ludivine Dedonder.

Ze komt daar niet mee weg, althans niet wat mij betreft. Als het aan mij ligt, zal ze roemloos tenondergaan.

Stoorzender

Ik gebruik zelden mijn vaste telefoon en als die al eens rinkelt, of beter gezegd een nogal naargeestig gezoem produceert, krijg ik meestal een Engelstalige correspondent(e) te horen, die me zogezegd belt in opdracht van Microsoft, om … ik weet niet wat aan me op te solferen, zoals we dat in Vlaanderen zeggen, want nog voor ze dat kunnen uitleggen, heb ik al de verbinding verbroken. Ik heb me daaromtrent al eens omstandig opgewonden in het schrijfsel Stoorzenders.

Gisteren rinkelde … eh … zoemde dat toestel opdringerig en ik kreeg een aangename vrouwenstem aan de lijn, die bovendien Nederlands sprak.
–”Dag meneer!” zei ze. “Ik ben Liselotte Vanzwiereltruus.” Zo heette ze natuurlijk niet, maar ik ben haar naam vergeten. “Ik ben in hoge mate begaan met het welzijn van de mensen. Mag ik u vragen hoe het met u gaat?”
–”Wie zei u dat u bent?” koesterde ik argwaan.
–”We kennen elkaar niet, maar …”
–”Waarom belt u me dan?” kapte ik haar af.
–”Wel,” zei ze, “ik ben getuige van Jehova en …”
–”Niet geïnteresseerd!” riep ik. “Dag mevrouw!”
En ik drukte haar brutaal mijn oor uit.

Wel, heb je van je leven! Die luiden plachten op zondagmorgen bij je aan te bellen, om je leven binnen te dringen. Door het virus moeten ze het nu waarschijnlijk over een andere boeg gooien en proberen ze je telefonisch te bekeren en zieltjes te winnen, maar …

… niet met deze jongen!