Tag: ergernis

Stoorzenders

Telefoneren … ik ben er absoluut niet bruin op. Ik doe het dan ook zo zelden mogelijk en vrijwel altijd met tegenzin.

Hoewel ik die schaarse gesprekken bijna uitsluitend met mijn mobiel toestel uitvoer, beschik ik ook over een zogeheten landlijn, ook vaste lijn genoemd. De hemel weet waarom! Het apparaat dat daarmee verbonden is, staat hier dus meestal te staan, ten prooi aan werkloosheid, al is daar een aantal weken geleden plots verandering in gekomen.

Het ding begon namelijk zo onverhoeds te bellen – nu ja, lawaai te maken – dat ik ervan schrok. Toen ik de verbinding tot stand bracht en hallo zei, kreeg ik een vrouw te horen, die kennelijk met een vlotte babbel gesierd was en begon af te lopen als een Tibetaanse gebedsmolen. In geradbraakt Engels beweerde ze dat ze me ‘from Microsoft’ belde en …
– “Do you speak Dutch?” onderbrak ik haar, want ik had via via opgevangen, gelezen en gehoord dat dergelijke telefoontjes uitsluitend bedoeld zijn om je geld afhandig te maken.
–”No sir”, bekende ze ootmoedig en zodoende trapte ze in mijn val.
–”Wel dan,” zette ik mijn beste Engelse beentje voor, “als je geen Nederlands spreekt, hoef je me niet te telefoneren.”
Waarna ik de verbinding verbrak.

Ik dacht dat de kous daarmee af zou zijn, maar ik dacht verkeerd. Sindsdien krijg ik dagelijks dames, juffrouwen en heren van Microsoft aan de lijn, soms wel tien keer per dag. Ik kreeg het daar dusdanig van op mijn teringtietjes dat ik inmiddels alle fatsoensnormen overboord heb gegooid. Als zo’n vrouwmens zich aanmeldt, zeg ik: “You are a lying bitch! Drop dead!” Als het een kerel is, zeg ik: “You are a lying motherfucker! Go to hell!”
En dan snoer ik ze de mond.

Het zet echter geen zoden aan de dijk. Ze volharden in de boosheid. Ik zal iets moeten verzinnen dat nog doortastender is. “Grow feathers and shit in a tree!” misschien. Of anders gewoon: “Fuck your shit!”

Ze moeten het mij vooral niet tegen maken. In welke hoek willen ze liggen?!

Goedkoop, jawel, maar niet perfect

Sinds jaar en dag ben ik een geregelde en vrij tevreden klant bij Colruyt. Ik laat er iedere maand zo’n drie- à vierhonderd euro, al krijg ik daar natuurlijk leeftocht voor in de plaats.

Als ik hierboven mijn waardering als ‘vrij tevreden’ omschrijf, maak ik inderdaad enig voorbehoud. Dat komt door enkele minpunten, die enigszins mijn winkelvreugde temperen.

Het gebeurt namelijk steeds vaker dat favoriete producten van me onaangekondigd uit het aanbod verdwijnen, om nooit meer terug te keren. Zo kocht ik al ettelijke jaren en iedere maand miniworstjes van Cabanossi, maar die zijn al maanden nergens meer te bespeuren, net als de boter Les Prés uit de Camargue en de profiteroles met room van Boni … om van de rest nog te zwijgen.

Bovendien heeft Colruyt de toch wel ergerlijke neiging om de indeling van hun winkels te wijzigen en artikelen op een andere plaats onder te brengen, waardoor ik soms een heuse speurtocht moet ondernemen om te vinden wat ik wens. Daar heb ik, en veel anderen met mij, een gloeiende siroophekel aan en laten we wel wezen: ik heb wel wat nuttigers te doen.

Ook weigeren ze halsstarrig om soms gerenommeerde streekproducten in hun gamma op te nemen. Ik heb ze bijvoorbeeld al herhaaldelijk gevraagd om de weergaloze mosterd van Wostyn – die men op nauwelijks een paar kilometer van de supermarkt vervaardigt – aan te bieden, maar daar hebben ze blijkbaar geen oren naar. Ik zie me derhalve genoodzaakt om voor die mosterd een andere supermarkt op te zoeken, waar ik dan vanzelfsprekend ook honderden euro’s aan andere producten spendeer. Het zal ze leren!

Een paar maanden geleden viel hun tweewekelijkse folder opeens niet meer in mijn brievenbus. Ik liet ze dat per e-mail weten en kreeg per kerende antwoord van hun klantendienst, zij het in nogal krakkemikkig Nederlands:

… Bedankt voor u (sic) mail. Ik heb naar aanleiding hiervan u (sic) profiel bekeken in onze database. Het kan wel degelijk kloppen dat u de folders niet ontvangen hebt …
En tralala en reldeldel en we zullen dat in orde brengen.

Ze vermelden echter niet hoe en waarom ik plots uit die database gedonderd ben en dat is net wat ik graag wil weten.

Spannend!

Kluizen

Ik ben al niet bijzonder happig op bezoek en als men het dan ook nog waagt om onaangekondigd te mijnent te verschijnen – ze zijn slechts met weinigen die zich dat mogen veroorloven – steekt er onvermijdelijk onbehagen in me op. Als die visite dan ook nog op groen koren te velde heeft, heb ik helemaal de kanker en ontzettend de tering in. Mag ik?

Er bestaat zo iets als een ongeschreven wet, die stelt dat men willens nillens van kinderen moeten houden. Wel, ik houd hoegenaamd niet van kinderen. Het zijn immers heel vaak lawaaierige lastpakken, die zich niet laten africhten. Ouders van tegenwoordig vinden dergelijk gedrag blijkbaar best, maar ik niet. Ik heb liever geen koters om me heen.

Ik kreeg gisteren totaal onverwacht een koppel op bezoek. Ze waren toevallig in de streek verzeild geraakt en wipten even binnen. Hun oponthoud op onze planeet was niet zonder gevolg gebleven en ze brachten dat resultaat mee: een meisje van zes en een jongen van vier.

Het heeft echt niet veel gescheeld of ze braken mijn kot af, zoals we dat in West-Vlaanderen zeggen. Telefoons, tablet, toetsenborden, afstandsbedieningen, boeken, schrijfgerief … alles moest eraan geloven. De schade is niet te overzien dat het totale gebrek aan discipline en manieren vonden ma en pa kennelijk de normaalste zaak van de wereld. Geen enkele keer wezen ze hun kroost terecht. Dat deed ik dus wel ─ ja zeg, maak het een beetje! ─ en het werd me niet bepaald in dank afgenomen.

Mijn ouders hebben een gentleman grootgebracht. Ik ben keurig en netjes opgevoed en dat kun je nog steeds aan me zien, al zijn mensen natuurlijk nooit zo goed als ze van zichzelf denken. Ik dus ook niet.

De trage afgang (2)

Ouder worden is een ramp die steeds weer toeslaat.

Enkele dagen geleden doorvoer mij enige trots toen ik hier nogal boud beweerde dat ik mijn lijf behoorlijk aan de praat houd. Ik ben wat voorbarig geweest, want nu is mijn linkerschouder opeens een beetje in de versukkeling geraakt.

Ik ben er niet mee naar de dokter geweest, omdat hij me wellicht een ouwelullengevoel zal geven, door te zeggen dat ik op mijn leeftijd rijp ben voor wat jicht onder de leden. Dat wil ik liever niet horen. Ik ben nog lang niet te oud om nog op een geloofwaardige manier aan het begin van iets groots en meeslepends te staan.

In plaats daarvan heb ik me tot de apotheker gewend. Hij heeft me een zalf meegegeven, die ik iedere dag een paar keer op mijn schouder dien aan te brengen. Dat is allemaal goed en wel, maar het pijnpunt situeert zich uitgerekend op dat ene plekje dat mijn vingers niet kunnen bereiken, noch van boven af, noch van onderen uit. Ik heb me in talloze bochten gewrongen en zeer plastische poses uitgeprobeerd, maar daar ben ik mee opgehouden voor ik helemaal in een knoop raakte. Daar sta je dan als vrijgezel. Ik probeer de zalf nu met een kwastje aan te brengen en uit te strijken, maar dat resulteert telkens in een regelrechte kliederboel.

Bovendien heb ik net ontdekt dat ik krek dezelfde tube zalf ook via internet kan aankopen, voor zo maar eventjes zes euro minder.

Door dat alles ben ik nu in een humeur dat me naar een drankhol kan drijven.

De wonderen der techniek

Wat zullen we vandaag eens eten? Dat is te mijnent, en naar verluidt bij velen, een chronische vraag, waarop ik meestal niet meteen een antwoord weet te verzinnen en een beroep moet doen op rijp beraad, om knopen door te hakken en tot een beslissing te komen. Het is overigens merkwaardig dat ik te dezen altijd gebruik maak van het koninklijk meervoud ‘we’ – door betweters in academische steunkorsetten of voorzitters van het N-VA meestal pluralis majestatis genoemd – hoewel ik vrijwel altijd in mijn eentje aan de dis zit.

“Wat zullen we vandaag eens eten?” vroeg ik me vanmorgen af. Het antwoord luidde: vol-au-vent, ofte kippenragout in een pasteitje van bladerdeeg, dat we in Vlaanderen een koninginnenhapje en in Wallonië een bouchée à la reine, of ook nog een vidé noemen. Vraag me niet wie de koningin in kwestie was, want ik weet het niet. Wacht! Ik zoek het even op.

Maria Carolina Sophia Felicitas Leszczynska, de vrouw van Lodewijk XV, maakte of smaakte het hapje voor de eerste keer, waarna het voor altijd haar naam meekreeg.

Ik ben afgedwaald, omdat ik daar goed in ben en eigenlijk niets liever doe. Ik beroofde de diepvries van een portie kippenragout, waarna ik tot de ontdekking kwam dat ik geen bladerdeegbakjes in voorraad had, dus besloot ik mijn toevlucht te nemen tot rijst. Ik liet zo’n handig builtje in kokend water neer, nam mijn iPad en maakte Siri wakker.

Siri is een virtuele assistent voor het mobiele besturingssysteem van Apple. Je kunt die via spraakopdrachten allerhande opdrachten laten uitvoeren.
–”Start een timer van achttien minuten!” sprak ik dus op een toon die geen tegenspraak duldde, want zolang diende het zakje rijst in het water te verwijlen.
–”Ik stel de timer voor je in”, schoot Siri in actie. Dat lukte niet meteen. “O, o, er is een probleem”, constateerde hij. “Probeer het opnieuw!”
Ik probeerde opnieuw, wel vijftien keer, maar Siri kreeg de timer niet op gang.
–”Kus een beetje mijn klooster!” wond ik me op en ik staakte mijn pogingen.

Ik ben keurig netjes opgevoed. Mijn ouders hebben een gentleman grootgebracht en daarom gebruik ik zelden of nooit de vulgaire variant kloten, zelfs niet tegenover een denkbeeldige entiteit.

Later, terwijl ik mijn maaltijd nuttigde, produceerde mijn iPad de met een dwingend signaal gepaard gaande oproep om de timer uit te zetten. Telkens weer. Wel vijftien keer. Er stak onbehagen in me op.
“Blaas mijn zak op!” ging ik hem met het schimpende woorden te lijf. “Pijp mijn fluit!”

Krijg het zeepokkenlazarus!

Zij die me kennen, weten het ongetwijfeld: ik hou niet van onaangekondigd bezoek. Als het dan ook nog wildvreemden zijn die bij me aankloppen, of aanbellen, teneinde mijn leefwereld binnen te dringen, kan ik daar zelfs heel lastig van worden.

Trouwens, wat dat aankloppen of aanbellen betreft … Het gebeurt steeds vaker dat iemand op de belknop drukt, om dan meteen naar een raam uit te wijken en naar binnen te gluren. Soms krijg ik niet eens de tijd om me te verstoppen en ben ik wel verplicht om de bezoeker binnen te laten, of minstens te woord te staan. Dan zijn ze danig op hun tenen getrapt als ik ze mededeel dat ik dergelijk gedrag in hoge mate storend en onbeschoft vind. Mag ik soms?

Verleden zaterdag stond ik pannenkoeken te bakken, toen er plots iemand via het terras bij me in de keuken verscheen. Ik schrok me de vellen, deinsde terug als een duivel die een veeg met een wijwaterkwast krijgt en hield maar net mijn darmen bij elkaar.
─”Wat krijgen we nu?!” riep ik. “Wat heb jij hier verloren?”
─”Ik kwam eens even informeren of je misschien belangstelling hebt voor …” begon de man.
─”Ik heb nergens belangstelling voor”, onderbrak ik hem bot. “En kan je nu stante pede je karkas naar buiten hijsen, onbeschofte pummel!”
─”Commandeer je hond en blaf zelf”, repliceerde hij. “Je hoeft ook niet zo agressief uit je kop te kijken. Weet je dat je knap fel overkomt?”

Dat was het moment waarop mijn bloed in karnemelk veranderde. Ik ontstak in een vlaag van razernij en herhaal hier liever niet wat ik allemaal uitkraamde, want het was alleszins weinig verheffend, maar het sorteerde effect. Ik hoefde die schijtlijster zelfs niet de tent uit te mikken. Hij ging ervandoor alsof uitslaande brand hem aan de broek lekte.

Het is toch ongelofelijk wat er allemaal in het wild rondloopt. Nu zit ik me natuurlijk voortdurend af te vragen wat voor interessants hij mogelijkerwijs voor me in petto had.

Nonchalance 2

Ik ben een beetje een slaaf der gewoonte, vooral als die hebbelijkheid ten goede komt aan mijn portemonnee.

Ik pleeg me voor mijn boodschappen vrijwel altijd naar een supermarkt van Colruyt of Okay te begeven, in de eerste plaats omdat ik er stellig van overtuigd ben dat zij effectief de laagste prijzen hanteren, maar ook omdat zowel hun personeel als hun klantendienst het geheim bezitten om precies het juiste midden te bewaren tussen professionele afstand en menselijke warmte. Alle punten!

Desalniettemin heb ik me onlangs tegen beter weten in toch even in een supermarkt van Delhaize gewaagd. Ik kocht daar een paar dingen en ook sla en tomaten, waarvan ik op de verpakking nergens een houdbaarheidsdatum vermocht te ontdekken. Ik raadpleegde derhalve een personeelslid, maar dat meisje verkondigde doodleuk en recht voor m’n raap dat ze het ook niet wist, omdat men van hogerhand de dingen zo nodeloos ingewikkeld maakte dat niemand er nog een kant mee op kon.

Thuisgekomen stuurde ik dus een e-mail naar hun klantendienst, die zij natuurlijk in fraai Nederlands Customer Care noemen, waar ik mijn bevindingen mededeelde en vroeg waar ik in vredesnaam die houdbaarheidsdatum kon vinden.

In hun antwoord kreeg ik daaromtrent geen uitsluitsel. Men vroeg me enkel waar ik de kwestieuze goederen aangekocht had. Ik schreef ze dat ik niet goed begreep wat die informatie er toe deed, maar gaf toch de naam van de supermarkt op.

Ze lieten me weten dat ze mijn bericht doorgestuurd hadden naar de betreffende winkel en daarna …

… hoorde ik niets meer van Delhaize.

Ik oefende wat geduld en schreef toen:

We zijn inmiddels twaalf dagen verder en ik heb in dit verband niets meer vernomen. Het geeft te bedenken. Ik zal voortaan mijn groenten bij een andere supermarkt kopen, waar ze wel een duidelijke houdbaarheidsdatum vermelden. Bovendien zal ik dit gebrek van klantvriendelijkheid aankaarten op mijn blog en de andere sociale media waar ik gebruik van maak.
De klant zou koning moeten zijn, maar dat geldt duidelijk niet voor Delhaize. Dat Customer Care kunnen jullie beter uit jullie e-mails schrappen.

Ik heb niets meer van ze vernomen. Delhaize kan wat mij betreft de pot op! Ik ga voortaan weer naar Colruyt.

Zwarte Piet … eeh … vrijdag

Na Halloween is nu ook Black Friday uit Trumpije naar onze contreien overgewaaid, terwijl dat fenomeen hier eigenlijk niets te zoeken heeft. De Engelse benaming ervan is absoluut niet op zijn plaats in Nederlandstalige landen en bovendien is er bij ons geen enkele aanleiding voor zo’n koopjesdag. Black Friday valt zomaar uit het luchtledige op ons dak en dat zullen we geweten hebben.

Zo kreeg ik bijvoorbeeld een niet gering aantal e-mails met allerhande aanbiedingen. Die heb ik allemaal genegeerd, behalve het onding waarvan jullie hieronder de inhoud kunnen zien.

BlackFriday

Wie zich gisteren de Dikke Van Dale aanschafte, diende daar dus slechts € 75 voor te betalen. Toen ik in 2015, meteen na het verschijnen van de 15e editie, mijn exemplaar kocht, telde ik daar € 179 voor neer. Enkele maanden later bestelde ik een tweede exemplaar, om weg te geven aan iemand die ik graag mag, en dat maakte me weer € 179 lichter. Enkele maanden geleden kocht ik een derde exemplaar, alweer om weg te geven, en spendeerde daar opnieuw € 179 aan.

Ik voel me derhalve, in mijn hoedanigheid van trouwe klant, behoorlijk door Van Dale bij de bok gezet en ik ben daar absoluut niet blij mee. Wat zeg ik?! Van dergelijke stunts krijg ik het danig op mijn teringtietjes. Ik zie me dus genoodzaakt om wraak te nemen en dan wel als volgt:

Er werken oplichters bij Van Dale en hun woordenboeken zijn de slechtste van het land.

Zo! Daar hebben ze niet van terug.

Een met protest geladen schrijfsel

Ik pleeg hoog weg te lopen met de stad Brugge, maar daarmee vertel ik jullie geen nieuws. Nu hebben enkele achterlijke ezelsveulens het daar in hun bolle kop gekregen om de naam kerstmarkt te veranderen in wintermarkt. Zijn die nu helemaal van de ratten besnuffeld?!

Ze mogen nu wel inbinden en beweren dat ze de gebeurtenis aan de moderne tijden willen aanpassen, maar aanvankelijk heette het dat men de naamswijziging doorvoerde om neutraler te zijn en mensen van een ander geloof niet te schofferen. Ze willen niemand voor de borst stoten al bedoelen ze allicht dat ze niemand voor het hoofd willen stoten, maar ik wil niet op alle slakken zout leggen.

De slak waarop ik wel zout leg, en niet zo’n klein beetje, is het feit dat ze andersgelovigen niet willen schofferen, maar er niet voor terugschrikken om mij en veel anderen met mij voor het hoofd – en de borst – te stoten. Ik ben het namelijk volstrekt niet met deze idiote naamsverandering eens.

Eerst heeft Zwarte Piet het loodje gelegd en diende Sinterklaas het kruis van zijn mijter te verwijderen. Nu moet de kerst het ontgelden en volgend jaar zullen waarschijnlijk de paasklokken en de paashaas aan de beurt zijn.

Kijk, mensen! Sinterklaas, Zwarte Piet, Kerstmis en Pasen behoren tot onze cultuur, onze tradities en onze folklore. Wie hier komt wonen, dient dat te accepteren. Niet wij, maar zij dienen zich aan te passen. Mag dat duidelijk zijn?!

weihnachtmarktIk heb besloten om dit jaar de Brugse kerstmarkt – nu wintermarkt – links te laten liggen en er geen cent te spenderen. Ik was nochtans van plan om daar miljoenen euro’s te verkwisten. In plaats daarvan zal ik naar Keulen reizen, waar de Weihnachtsmarkt nog steeds Weihnachtsmarkt heet.

Ik blijf ze overigens ongegeneerd lekker vinden: de moorkoppen en de negerinnentetten.