Tag: ergernis

‘t Was niet oké in de Okay

Ter gelegenheid van mijn verjaardag ─ hiep, hiep, hoera! ─ kreeg ik van vrienden een cadeaubon, waarmee ik in alle supermarkten van Okay goederen kon verwerven ten bedrage van zo maar eventjes honderd euro.

O, wat was ik blij!

Tijdens een van mijn omzwervingen kreeg ik zo’n etablissement van Okay in het vizier, dus begaf ik me daar naar binnen en vulde mijn karretje met allemaal dingen die ik eigenlijk nauwelijks en soms zelfs volstrekt niet nodig had, maar als het gratis is …

Gewapend met mijn bon meldde ik me bij de kassa aan.
─”Oei!” schrok de dame die daar de dienst uitmaakte. “Dat zal vandaag niet lukken. Het systeem werkt niet.”
Daar stond ik dan. Mijn andere betaalmiddelen bevonden zich immers in mijn auto op de parkeerplaats.

O, wat was ik boos.

Ik kan me dusdanig opwinden over systemen die niet werken, dat ik buiten iedere verhouding in woede ontsteek en compleet onredelijk reageer. Ik zei evenwel geen woord, haalde enkel de schouders op, schudde het hoofd, liet mijn winkelkar achter en peesde met opgestreken kuif naar buiten. Mijn systeem werkte ook niet, of toch niet naar behoren, want ik vertikte het om me te voorzien van bankbiljetten, bank- of kredietkaarten en terug te keren. In plaats daarvan begaf ik me met bekwame spoed naar een andere supermarkt.

Mijn reactie was ongetwijfeld overdreven … maar anders leren ze ‘t nooit.

Mosterd na de maaltijd

Op 29 december laatstleden maakte ik hier ─ Laat nu jullie rug maar zien ─ mijn voornemen kenbaar om mijn abonnement op het weekblad Humo te beëindigen.

Bij Humo kan men dit enkel telefonisch bewerkstelligen, wat me vandaag de dag een nogal voorbijgestreefde manier van werken lijkt, al zullen ze daar ongetwijfeld hun redenen voor hebben. Ik vatte dus zowel de koe als de telefoon bij de hoorns, vormde het nummer en ─ wat hadden jullie gedacht!? ─ kreeg een uitgebreid keuzemenu voorgeschoteld, dat ik met grote tegenzin en veel geduld aanhoorde, want het stopzetten van een abonnement was natuurlijk de laatste mogelijkheid die men me aanbood.

Gedurende bijna een kwartier weerklonk er vervolgens een ‘muziekje’ of wat daarvoor moest doorgaan ─ moet je die pokkenherrie horen! ─ dat af en toe onderbroken werd door een vrouwenstem, die zich een zalvende toon aanmat om me mee te delen dat ik ‘dadelijk’ geholpen zou worden. Dadelijk lijkt bij Humo een zeer rekbaar begrip te zijn.

Opeens dook er dan toch een vrouw of een meisje op in mijn oor. Ze vroeg naar mijn abonneenummer en wilde toen weten waarom ik afhaakte, als ik dat al wilde openbaren. Dat wilde ik, dus maakte ik haar deelgenote van mijn misnoegdheden, zijnde hun allesbehalve accurate televisiegids, hun ondoordachte reclamestunts waar ik zelden van kon profiteren, hun voorliefde voor personen waar ik niet van hou en de afwezigheid van mijn favoriete stukjesschrijver in de rubriek Dwarskijker.

Ze aanhoorde me geduldig, bracht begrip op voor mijn beslissing, of veinsde dat althans, en kwam toen met een voorstel op de proppen: als ik op mijn voornemen terugkwam en dus abonnee bleef, kon ze mij ter compensatie van mijn ongenoegens een korting van dertig procent geven op de abonnementsprijs.

In Vlaanderen noemt men dat vijgen na Pasen en in Nederland mosterd na de maaltijd. Nu ben ik een mens van principes en ik laat me door niets of niemand omkopen, dus ben ik niet op dat aanbod ingegaan. Humo kan me voortaan aan de reet roesten.

Het moet gezegd dat de vrouw die of het meisje dat me te woord stond weliswaar veel te lang op zich liet wachten, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door haar vriendelijkheid. Er kwam geen enkele keer een onvertogen woord over haar lippen. Compliment!

En meer heb ik daar niet over te zeggen.

Laat nu jullie rug maar zien

Hoewel ik het liever vermijd, zie ik me nu toch genoodzaakt om in herhaling te vallen.

Ik heb hier al een paar keer mijn ongenoegen geuit over de ondoordachte, ja zelfs onnozele reclamestunts van het weekblad Humo. Ze bieden hun lezers een gratis drankje aan, maar als abonnee dien je dat traktaat wel zelf af te halen, hetgeen in mijn geval een verplaatsing van tientallen kilometers vereist. Ja, ik ben daar gekke Gerrit op een houtvlot! Lees in dit verband mijn schrijfsels Nu doen ze het weer en Als het niet goed is, zeg ik het ook.

Begin december trof ik bij Humo een afhaalbon voor een gratis flesje bier van Cornet aan. Om dat ‘cadeautje’ te verwerven, diende ik me te wenden tot een Press shop, waarvan de meest dichtbije winkel zich op vijftien kilometer van mijn hoofdkwartier bevond. Normaliter zou ik dus die Cornet aan me laten voorbijgaan, maar nu moest ik toch in de buurt van dat afhaalpunt zijn, dus meldde ik me er aan om te vernemen dat de voorraad flesjes uitgeput was en ik derhalve op mijn Vlaamse kin mocht kloppen.

Twee weken later omvatte Humo opnieuw een afhaalbon, dit keer voor een minuscuul flesje gin van Filliers Tribute, dat men als abonnee in een Standaard boekhandel kon bemachtigen. Nu zijn boekhandels plekken die ik zoveel mogelijk tracht te vermijden, omdat ik nooit aan de verleiding kan weerstaan en er altijd buitentreed met een stapel lectuur. Dit keer verliet ik het pand met drie boeken, maar zonder flesje gin, want naar verluidt waren die al uitgeput en dat nauwelijks één dag na het verschijnen van de Humo in kwestie. Ja zeg, maak het een beetje!

Humo, ik had jullie gewaarschuwd en nu voeg ik de daad bij die waarschuwing. Ik ben al enige tijd mistevreden over de inhoud van jullie ‘boekje’. De tv-gids is allesbehalve volledig en nog minder accuraat. Er gaat vrijwel geen dag voorbij zonder dat ik me blauw zit te ergeren aan de foutieve informatie die jullie me verstrekken. Ook mijn favoriete rubriek, Dwarskijker, is hoegenaamd niet meer wat die was toen een taalvirtuoos die verzorgde, met name Rudy Vandendaele, aan wie ik destijds het schrijfsel Afscheid van een virtuoos heb gewijd. Bovendien vind ik dat jullie veel te vaak regelrechte onbenullen opvoeren, zoals bijvoorbeeld de danig over het paard getilde huppelkutjes Anuna De Wever en Greta ─ How dare you?! ─ Thunberg, die denken dat ze de wijsheid in pacht hebben en iedereen op hun nummer mogen zetten. Ik heb echt geen boodschap aan wat die truttebollen verkondigen en ze ergeren me mateloos.

De druppel die de emmer doet overlopen zijn evenwel jullie knullige reclamestunts. Ik zeg derhalve mijn abonnement op. Dat is jaarlijks weer bijna € 200 bespaard. Het zal nog eens zo gaan dat ik rijk word.

Ajuus!

Een half dozijn (zure) oprispingen

Ik heb me tegen beter weten in toch maar een agenda voor 2020 aangeschaft. Je bent een optimist, of je bent het niet … en ik ben het.

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat scooters heel vaak bereden worden door zowel vrouwelijke als mannelijke kamerolifanten met enorme ruiven.

Ik bezocht onlangs een van de talloze rommelmarkten en het viel me op dat men de meeste bezoekers van zo’n evenement ook beter bij de kraak zou zetten.

Ik ben er steeds stelliger van overtuigd dat we beter af zouden zijn zonder de Europese Unie.

Er zijn van die mensen die je beginnen te volgen op Twitter, om je dan meteen te ontvolgen zodra jij ze volgt.

Belgische politiek: de kiezer heeft gesproken en de kiezer heeft altijd gelijk, maar we zullen er niet naar luisteren.

Mag ik even de kuif opsteken?

Dit bericht is bestemd voor de aanstellerige troela, aan boord van een protserige, waarschijnlijk nog lang niet betaalde SUV, die vanmorgen, toen ik met de fiets volledig reglementair voorsorteerde, achter mijn rug op waanzinnige wijze op haar claxon ramde, zodat horen en zien me verging en ik me de tering schrok, waarna ze me dusdanig in het nauw dreef dat ik mijn evenwicht verloor, ten val kwam en me flink bezeerde, terwijl madame van kromme haas gebaarde en doodgemoedereerd haar weg vervolgde.

Klipgeit! Appelteef! Zurkeltrut! Klapkut! Pekelteef! Afgebefte del! Truttebol! Stomme gleuf! Boerentrien! Kankerslet! Kakmadam!

Ga op een landmijn zitten!
Drink stront door een rietje!
Eet een kakkerlak!
Lik mijn roze reet!
Krijg de donkerbruine touwtering!
Ga rondjes vliegen rond een vliegenvanger!

Hèhè, dat lucht op.

Da gaade gij ni bepale, hè!

“Da gaade gij ni bepale, hè!” snauwde Jan Jambon, de knisperverse Vlaamse minister-president tegen een lid van de oppositie, waarna hij die waarschuwing nog eens herhaalde, zwaaiend met een spinnige vinger: “Da gaade gij ni bepale!”
Het gebeurde tijdens een door televisiecamera’s begluurde zitting van het Vlaamse parlement en die woorden schoten mij gisteren plots te binnen.

Ik kreeg namelijk bezoek van een man, die een nogal vooraanstaande positie bekleedt en van wie men dus geredelijk zou mogen verwachten dat hij het klappen van de zweep kent, toch zeker op het gebied van omgangsvormen. Over de rest kunnen we beter zwijgen, want hij heeft weliswaar veel goeie raad te koop, maar vooralsnog zelf nooit iets verwezenlijkt.

─”Mag ik u wat aanbieden?” vroeg ik, want ik ben dus wel keurig netjes grootgebracht.
─”Alleen als je met me meedrinkt”, sprak hij en op dat moment doken de woorden van Jan Jambon mijn hersens binnen: Da gaade gij nie bepale, hè!

Wat verbeeldde dat heerschap zich wel? Hij zal me daar een beetje commanderen in mijn eigen huis! Ammenooitniet! Waarom dacht hij trouwens dat hij me mocht tutoyeren? Hadden we vroeger soms met elkaar geknikkerd? Niet zo familiair voor zo weinig kennis, dacht ik, maar ik slikte mijn ergernis in.

─”Dan niet,” haalde ik de schouders op, “want ik heb op dit moment geen dorst.”
Hij bleef zodoende op zijn honger … eh … dorst en daar had hij niet van terug. Ik evenmin, want ik had de avond voordien zwaar getafeld en verging zowat van de dorst, maar een kermis is een geseling waard.

Stoorzenders

Telefoneren … ik ben er absoluut niet bruin op. Ik doe het dan ook zo zelden mogelijk en vrijwel altijd met tegenzin.

Hoewel ik die schaarse gesprekken bijna uitsluitend met mijn mobiel toestel uitvoer, beschik ik ook over een zogeheten landlijn, ook vaste lijn genoemd. De hemel weet waarom! Het apparaat dat daarmee verbonden is, staat hier dus meestal te staan, ten prooi aan werkloosheid, al is daar een aantal weken geleden plots verandering in gekomen.

Het ding begon namelijk zo onverhoeds te bellen – nu ja, lawaai te maken – dat ik ervan schrok. Toen ik de verbinding tot stand bracht en hallo zei, kreeg ik een vrouw te horen, die kennelijk met een vlotte babbel gesierd was en begon af te lopen als een Tibetaanse gebedsmolen. In geradbraakt Engels beweerde ze dat ze me ‘from Microsoft’ belde en …
– “Do you speak Dutch?” onderbrak ik haar, want ik had via via opgevangen, gelezen en gehoord dat dergelijke telefoontjes uitsluitend bedoeld zijn om je geld afhandig te maken.
–”No sir”, bekende ze ootmoedig en zodoende trapte ze in mijn val.
–”Wel dan,” zette ik mijn beste Engelse beentje voor, “als je geen Nederlands spreekt, hoef je me niet te telefoneren.”
Waarna ik de verbinding verbrak.

Ik dacht dat de kous daarmee af zou zijn, maar ik dacht verkeerd. Sindsdien krijg ik dagelijks dames, juffrouwen en heren van Microsoft aan de lijn, soms wel tien keer per dag. Ik kreeg het daar dusdanig van op mijn teringtietjes dat ik inmiddels alle fatsoensnormen overboord heb gegooid. Als zo’n vrouwmens zich aanmeldt, zeg ik: “You are a lying bitch! Drop dead!” Als het een kerel is, zeg ik: “You are a lying motherfucker! Go to hell!”
En dan snoer ik ze de mond.

Het zet echter geen zoden aan de dijk. Ze volharden in de boosheid. Ik zal iets moeten verzinnen dat nog doortastender is. “Grow feathers and shit in a tree!” misschien. Of anders gewoon: “Fuck your shit!”

Ze moeten het mij vooral niet tegen maken. In welke hoek willen ze liggen?!

Goedkoop, jawel, maar niet perfect

Sinds jaar en dag ben ik een geregelde en vrij tevreden klant bij Colruyt. Ik laat er iedere maand zo’n drie- à vierhonderd euro, al krijg ik daar natuurlijk leeftocht voor in de plaats.

Als ik hierboven mijn waardering als ‘vrij tevreden’ omschrijf, maak ik inderdaad enig voorbehoud. Dat komt door enkele minpunten, die enigszins mijn winkelvreugde temperen.

Het gebeurt namelijk steeds vaker dat favoriete producten van me onaangekondigd uit het aanbod verdwijnen, om nooit meer terug te keren. Zo kocht ik al ettelijke jaren en iedere maand miniworstjes van Cabanossi, maar die zijn al maanden nergens meer te bespeuren, net als de boter Les Prés uit de Camargue en de profiteroles met room van Boni … om van de rest nog te zwijgen.

Bovendien heeft Colruyt de toch wel ergerlijke neiging om de indeling van hun winkels te wijzigen en artikelen op een andere plaats onder te brengen, waardoor ik soms een heuse speurtocht moet ondernemen om te vinden wat ik wens. Daar heb ik, en veel anderen met mij, een gloeiende siroophekel aan en laten we wel wezen: ik heb wel wat nuttigers te doen.

Ook weigeren ze halsstarrig om soms gerenommeerde streekproducten in hun gamma op te nemen. Ik heb ze bijvoorbeeld al herhaaldelijk gevraagd om de weergaloze mosterd van Wostyn – die men op nauwelijks een paar kilometer van de supermarkt vervaardigt – aan te bieden, maar daar hebben ze blijkbaar geen oren naar. Ik zie me derhalve genoodzaakt om voor die mosterd een andere supermarkt op te zoeken, waar ik dan vanzelfsprekend ook honderden euro’s aan andere producten spendeer. Het zal ze leren!

Een paar maanden geleden viel hun tweewekelijkse folder opeens niet meer in mijn brievenbus. Ik liet ze dat per e-mail weten en kreeg per kerende antwoord van hun klantendienst, zij het in nogal krakkemikkig Nederlands:

… Bedankt voor u (sic) mail. Ik heb naar aanleiding hiervan u (sic) profiel bekeken in onze database. Het kan wel degelijk kloppen dat u de folders niet ontvangen hebt …
En tralala en reldeldel en we zullen dat in orde brengen.

Ze vermelden echter niet hoe en waarom ik plots uit die database gedonderd ben en dat is net wat ik graag wil weten.

Spannend!

Kluizen

Ik ben al niet bijzonder happig op bezoek en als men het dan ook nog waagt om onaangekondigd te mijnent te verschijnen – ze zijn slechts met weinigen die zich dat mogen veroorloven – steekt er onvermijdelijk onbehagen in me op. Als die visite dan ook nog op groen koren te velde heeft, heb ik helemaal de kanker en ontzettend de tering in. Mag ik?

Er bestaat zo iets als een ongeschreven wet, die stelt dat men willens nillens van kinderen moeten houden. Wel, ik houd hoegenaamd niet van kinderen. Het zijn immers heel vaak lawaaierige lastpakken, die zich niet laten africhten. Ouders van tegenwoordig vinden dergelijk gedrag blijkbaar best, maar ik niet. Ik heb liever geen koters om me heen.

Ik kreeg gisteren totaal onverwacht een koppel op bezoek. Ze waren toevallig in de streek verzeild geraakt en wipten even binnen. Hun oponthoud op onze planeet was niet zonder gevolg gebleven en ze brachten dat resultaat mee: een meisje van zes en een jongen van vier.

Het heeft echt niet veel gescheeld of ze braken mijn kot af, zoals we dat in West-Vlaanderen zeggen. Telefoons, tablet, toetsenborden, afstandsbedieningen, boeken, schrijfgerief … alles moest eraan geloven. De schade is niet te overzien dat het totale gebrek aan discipline en manieren vonden ma en pa kennelijk de normaalste zaak van de wereld. Geen enkele keer wezen ze hun kroost terecht. Dat deed ik dus wel ─ ja zeg, maak het een beetje! ─ en het werd me niet bepaald in dank afgenomen.

Mijn ouders hebben een gentleman grootgebracht. Ik ben keurig en netjes opgevoed en dat kun je nog steeds aan me zien, al zijn mensen natuurlijk nooit zo goed als ze van zichzelf denken. Ik dus ook niet.

De trage afgang (2)

Ouder worden is een ramp die steeds weer toeslaat.

Enkele dagen geleden doorvoer mij enige trots toen ik hier nogal boud beweerde dat ik mijn lijf behoorlijk aan de praat houd. Ik ben wat voorbarig geweest, want nu is mijn linkerschouder opeens een beetje in de versukkeling geraakt.

Ik ben er niet mee naar de dokter geweest, omdat hij me wellicht een ouwelullengevoel zal geven, door te zeggen dat ik op mijn leeftijd rijp ben voor wat jicht onder de leden. Dat wil ik liever niet horen. Ik ben nog lang niet te oud om nog op een geloofwaardige manier aan het begin van iets groots en meeslepends te staan.

In plaats daarvan heb ik me tot de apotheker gewend. Hij heeft me een zalf meegegeven, die ik iedere dag een paar keer op mijn schouder dien aan te brengen. Dat is allemaal goed en wel, maar het pijnpunt situeert zich uitgerekend op dat ene plekje dat mijn vingers niet kunnen bereiken, noch van boven af, noch van onderen uit. Ik heb me in talloze bochten gewrongen en zeer plastische poses uitgeprobeerd, maar daar ben ik mee opgehouden voor ik helemaal in een knoop raakte. Daar sta je dan als vrijgezel. Ik probeer de zalf nu met een kwastje aan te brengen en uit te strijken, maar dat resulteert telkens in een regelrechte kliederboel.

Bovendien heb ik net ontdekt dat ik krek dezelfde tube zalf ook via internet kan aankopen, voor zo maar eventjes zes euro minder.

Door dat alles ben ik nu in een humeur dat me naar een drankhol kan drijven.