Tag: hotemetoten

Een vergiftigd geschenk

Welke onnozele halzen zijn er in vredesnaam op het onzalige idee gekomen, om ons in deze door corona geteisterde tijden met een dozijn gratis treinritten op te zadelen? Dat kunnen volgens mij enkel geitenwollensokken geweest zijn: de achterlijke troel Almaci, die aan de bron der intelligentie slechts de lippen bevochtigd heeft, of anders de zielenpoot Calvo, wiens oogopslag slechts een minimum aan hersenactiviteit doet vermoeden.

Kennissen van me spoorden gisteren gratis van Brugge naar Hasselt. Dat is ze uitermate slecht bekomen. Ze zaten bijna drie uur in een tot de nok gevulde en derhalve risicovolle trein, beiden uitgerust met de verplichte, maar in niet geringe mate hinderlijke mondmaskers. Toen ze na deze martelgang op hun bestemming arriveerden, bleken ze nergens terecht kunnen om wat te blikken of de keel te smeren. Alles zat potdicht. Dan gaat een mens toch echt wel even balen. Dat deden ze uitgebreid en dan moesten ze nog dat hele eind terug naar huis.

Hier volgt derhalve een goede raad voor zij die, niettegenstaande de benarde omstandigheden, toch van die gratis ritten gebruik willen maken. Wie die niet ter harte neemt, doet dat op eigen risico:
Neem een stapel aangeklede boterhammen en een volle thermosfles mee!

Mij krijgen ze daar alleszins niet voor. Ik doe er niet aan mee en kus nog liever een kakkerlak. Ik heb niet voor het zootje ongeregeld van de Vivaldicoalitie gekozen ─ ga daarmee naar den oorlog! ─ en ik heb slechts weinig, om niet te zeggen geen vertrouwen in wat ze allemaal bekokstoven. Het is allemaal lauwe limonade met een rietje, geserveerd door een stelletje nulliteiten. Ze kunnen de pot op met hun ‘cadeautjes’ waar wij, belastingbetalers, toch voor zullen opdraaien.

Zo charmant als een bulldozer

Ergens in het pretpark Vlaanderen raakte ik door een omleiding uit koers en toen ook mijn gps tegenstribbelde, was ik opeens knap de weg kwijt.

Gelukkig zag ik toen een meisje, dat zich aan gezonde lichaamsbeweging overgaf, meer bepaald aan hetgeen men joggen noemt. Ze bewoog zich voort met een gechoreografeerde manier van lopen en trok lichtvoetig de zwaartekracht in twijfel.

Ik haalde haar in, hield halt en vroeg:
“Pardon, juffrouw. Is dit de weg naar D…?”
Die klapkut keek me aan alsof ik haar een oneerbaar voorstel had gedaan. Weten jullie wat die zurkeltrut toen antwoordde?
“Ik ben Google Maps niet.”
Dat zei die pekelteef en ze liep gelijk van me weg met veerkrachtige tred.

Wat een secreet, zeg! Het scheelde echt niet veel of ik stak mijn middelvinger op, maar ik ben keurig en netjes opgevoed, dus beperkte ik me tot het gemompel van wat boude termen:
“Ach mens, eet een kakkerlak! Krijg de donkerbruine touwtering!”

En zo veeg ik onderweg anekdotes bij elkaar.

Da gaade gij ni bepale, hè!

“Da gaade gij ni bepale, hè!” snauwde Jan Jambon, de knisperverse Vlaamse minister-president tegen een lid van de oppositie, waarna hij die waarschuwing nog eens herhaalde, zwaaiend met een spinnige vinger: “Da gaade gij ni bepale!”
Het gebeurde tijdens een door televisiecamera’s begluurde zitting van het Vlaamse parlement en die woorden schoten mij gisteren plots te binnen.

Ik kreeg namelijk bezoek van een man, die een nogal vooraanstaande positie bekleedt en van wie men dus geredelijk zou mogen verwachten dat hij het klappen van de zweep kent, toch zeker op het gebied van omgangsvormen. Over de rest kunnen we beter zwijgen, want hij heeft weliswaar veel goeie raad te koop, maar vooralsnog zelf nooit iets verwezenlijkt.

─”Mag ik u wat aanbieden?” vroeg ik, want ik ben dus wel keurig netjes grootgebracht.
─”Alleen als je met me meedrinkt”, sprak hij en op dat moment doken de woorden van Jan Jambon mijn hersens binnen: Da gaade gij nie bepale, hè!

Wat verbeeldde dat heerschap zich wel? Hij zal me daar een beetje commanderen in mijn eigen huis! Ammenooitniet! Waarom dacht hij trouwens dat hij me mocht tutoyeren? Hadden we vroeger soms met elkaar geknikkerd? Niet zo familiair voor zo weinig kennis, dacht ik, maar ik slikte mijn ergernis in.

─”Dan niet,” haalde ik de schouders op, “want ik heb op dit moment geen dorst.”
Hij bleef zodoende op zijn honger … eh … dorst en daar had hij niet van terug. Ik evenmin, want ik had de avond voordien zwaar getafeld en verging zowat van de dorst, maar een kermis is een geseling waard.

Een spion?

Toen ik mijn woning verliet, stond ik plots oog in oog met een wildvreemde man die doodgemoedereerd, de handen diep in de broekzakken, langs mijn terras drentelde.
─ “Hebt u hier wat verloren?” vroeg ik dus, niet bepaald op vriendelijke toon.
─ “Ik ben even naar het huis aan het kijken”, kreeg ik te horen.
─ “Je pleegt wel inbreuk op mijn privacy”, laadde ik mijn woorden met protest.
─ “Ben je soms dingen aan het doen die niet mogen?” opperde hij laconiek en hij kuierde sereen als gebotteld water van me weg.

Ik stond even met mijn mond vol tanden, schudde ongelovig het hoofd … en liep toen snel naar mijn clandestiene jeneverstokerij annex cannabisplantage, om die nog beter te camoufleren.

Een wonderlijke groente

rabarber2Mijn mond lust graag rabarber. Er is een tijd geweest dat ik me deze zuurstokken probleemloos kon aanschaffen. Schijthuizen kon je ermee dekken. Vandaag de dag moet men zich echter ongans zoeken om die stengels te vinden. Ze zijn zowel letterlijk als figuurlijk dun gezaaid.

Verleden week kwam ik nogal onverhoeds op een boerenmarkt terecht. In een groentekraam aldaar ontwaarde ik zowaar twee ‘bussels’ van mijn favoriete vegetatie, dus vervoegde ik me bij de lange wachtrij. Het duurde toch bijna tien minuten voor ik aan de beurt was en wijzend met een verlekkerde vinger zei:
–”Ik wil graag die twee bussels rabarber.”
–”Die zijn gereserveerd”, deelde die boerin van de korte keten me nogal kortaangebonden mee.
–”Waarom stelt u die dan nog tentoon?” vroeg ik me af en ik deelde die vraag aan haar mee.
–”Ik stel hier tentoon wat ik wil”, verkondigde ze bazig, “en daar hoeft niemand zich mee te bemoeien.”

Ik kon haar geen ongelijk gegeven natuurlijk, maar die onbeschofte zurkelktrut mag van mij schaamluizen krijgen en korte armpjes, zodat ze zich niet kan krabben. Haar kraam mag van mij met een luide knal de lucht invliegen.

Ik zal alleszins nooit meer wat bij die pekelteef kopen. Zelfs geen rabarber.

Een ruig stelletje

Een boer en een beer … het scheelt slechts één letter, maar ook niet meer dan dat. Van mij mag dat zelfs een ongelikte beer zijn.

Vooral in deze tijd van het jaar worden de wegen, en niet in het minst de landwegen, onveilig gemaakt door landbouwvoertuigen en vooral door tractoren met aanhangsels van diverse pluimage, zoals daar zijn verlekkerd blinkende ploegmessen, venijnig scherpe hooischudders, imposante mesttanks en meer van dat meedogenloos gerief.

Hebben de maniakken die dergelijke vehikels beteugelen er eigenlijk een idee van hoe angstaanjagend het voor een fietser of een wandelaar is om door zo’n gevaarte aan drieste snelheid ingehaald of gekruist te worden?

Veel van die boeren (beren) vinden het immers niet nodig om hun snelheid wat te matigen als ze een zwakke weggebruiker ontmoeten. Ze rijden je doodgemoedereerd de bermen in.

Ik heb al met de gedachte gespeeld om niet meer voor die gedrochten uit de weg te gaan en ze zodoende tot stoppen te dwingen. Vooralsnog waag ik dat echter niet. Die boerenpummels zijn in staat om je genadeloos van de sokken te rijden. Het heeft geen haar gescheeld of ik werd vanmorgen klakkelings van de sokken gereden.

Ik vertrouw ze niet, die kinkels.

Krijg het zeepokkenlazarus!

Zij die me kennen, weten het ongetwijfeld: ik hou niet van onaangekondigd bezoek. Als het dan ook nog wildvreemden zijn die bij me aankloppen, of aanbellen, teneinde mijn leefwereld binnen te dringen, kan ik daar zelfs heel lastig van worden.

Trouwens, wat dat aankloppen of aanbellen betreft … Het gebeurt steeds vaker dat iemand op de belknop drukt, om dan meteen naar een raam uit te wijken en naar binnen te gluren. Soms krijg ik niet eens de tijd om me te verstoppen en ben ik wel verplicht om de bezoeker binnen te laten, of minstens te woord te staan. Dan zijn ze danig op hun tenen getrapt als ik ze mededeel dat ik dergelijk gedrag in hoge mate storend en onbeschoft vind. Mag ik soms?

Verleden zaterdag stond ik pannenkoeken te bakken, toen er plots iemand via het terras bij me in de keuken verscheen. Ik schrok me de vellen, deinsde terug als een duivel die een veeg met een wijwaterkwast krijgt en hield maar net mijn darmen bij elkaar.
─”Wat krijgen we nu?!” riep ik. “Wat heb jij hier verloren?”
─”Ik kwam eens even informeren of je misschien belangstelling hebt voor …” begon de man.
─”Ik heb nergens belangstelling voor”, onderbrak ik hem bot. “En kan je nu stante pede je karkas naar buiten hijsen, onbeschofte pummel!”
─”Commandeer je hond en blaf zelf”, repliceerde hij. “Je hoeft ook niet zo agressief uit je kop te kijken. Weet je dat je knap fel overkomt?”

Dat was het moment waarop mijn bloed in karnemelk veranderde. Ik ontstak in een vlaag van razernij en herhaal hier liever niet wat ik allemaal uitkraamde, want het was alleszins weinig verheffend, maar het sorteerde effect. Ik hoefde die schijtlijster zelfs niet de tent uit te mikken. Hij ging ervandoor alsof uitslaande brand hem aan de broek lekte.

Het is toch ongelofelijk wat er allemaal in het wild rondloopt. Nu zit ik me natuurlijk voortdurend af te vragen wat voor interessants hij mogelijkerwijs voor me in petto had.

Getsie!

Een van mijn favoriete televisieprogramma’s ─ indien al niet mijn favorietste ─ is de serie The Big Bang Theory. Dat is iedere keer genieten geblazen. Ik beleef er monumentaal veel plezier aan en lig de hele tijd in een deuk, om niet te zeggen blauw. Het blijft me verbazen dat prettig gestoorde mensen al die verbale zevenklappers, die farcicale situaties en kolderieke kokenages kunnen verzinnen. Waar halen ze het allemaal vandaan?

In een recente aflevering waren twee van de hoofdrolspelers ─ Rajesh en Howard ─ in een restaurant getuige van een weerzinwekkend tafereel: een man pulkte vol overgave in zijn neus, bevrijdde die van een podde, die hij een wijle aandachtig bekeek en vervolgens … naar zijn mond bracht en opvrat. Bah, wat vies! Bewaar me zeg! Mag ik een teiltje? Ik moet kotsen.

Laatst bracht ik mes en vork in stelling in een door de horeca geëxploiteerd kasteel, waar ik uitgenodigd was en dus de rekening niet hoefde te betalen. Prijs de hemelen! Daar haperde mijn blik aan een man, die met groot enthousiasme in zijn neus peuterde. Hij bevrijdde zijn reukorgaan van een purk, bestudeerde die eventjes en kneedde het ding vervolgens tot een balletje, dat hij met een vingerknip de gelagkamer inschoot. Het uitwerpseltje vloog gelukkig niet in mijn richting, want dan zou ik wellicht een ijselijke kreet geslaakt hebben. Stel je voor dat zo’n projectieltje in je bord terechtkomt!

Zouden jullie geloven dat ik dit echt niet leuk vond? Het tastte zelfs mijn eetlust aan. Wat staan sommige mensen toch ongehoord ranzig in het leven.

Nonchalance

Waldkorn is sinds jaar en dag mijn favoriete broodsoort. Ik ben er zelfs in die mate aan verslingerd dat ik er ─ in mijn hoedangheid van tekstschrijver voor advertenties, die in keurig Nederlands copywriter heet ─ een reclameslogan voor bedacht heb, die ik evenwel nooit te gelde maakte: “Kies voor het brood van Waldkorn. Dan heb je toch even een bruine boterham gegeten.”

Toen mijn bakker in september 2016 zijn spreekwoordelijke lier aan de wilgen hing en naar Spanje verkaste, ging ik te rade bij de website van Waldkorn, teneinde daar te vernemen waar ik voortaan aan mijn trekken kon komen. Men diste me weliswaar een aantal bakkerijen op, maar geen daarvan bleek me mijn geliefkoosde boterhammen te kunnen bezorgen. Sommigen hadden zelfs nog nooit van Waldkorn gehoord. Ik schoot derhalve enigszins uit mijn slof en stuurde ras een e-mail naar dat bedrijf:

De door u vermelde verkooppunten kloppen hoegenaamd niet met de realiteit. De verkooppunten die u voor mijn regio vermeldt, hebben nog nooit Waldkorn aangeboden. De bakkerij die wel Waldkorn verkoopt, wordt door u niet vermeld.

Het antwoord liet niet op zich wachten:

Bedankt voor uw mailtje en interesse in Waldkorn®.
Kan u mij even aangeven om welke bakkers het juist gaat aub, dan kunnen wij dit nakijken. In principe worden enkel Waldkorn®-verkopende bakkers toegelaten op onze website.
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Ik reageerde prompt (de namen werden door mij aangepast):

Geachte
De hieronder vermelde bakkerijen bieden geen Waldkorn aan:
Patisserie Vanzwiereltruis
Bakkerij Deegkneder
Bakkerij Hupsakees

De ondervermelde bakkerij biedt wel Waldkorn aan, maar wordt niet op uw website vermeld:
Bakkerij Lekkertaartje

Met vriendelijke groet

En opnieuw liet het antwoord niet op zich wachten:

Beste B.
Bedankt voor uw info.
We kijken dit morgen onmiddellijk na en wij informeren u verder.
Prettig weekend nog
Met smakelijke groeten
Het Waldkor®n-team

Niet veel later volgde een aanvulling van een laaiend enthousiaste Natasja:

Beste B.
We hebben al sneller feedback dan verwacht.
De door u aangegeven bakkers zijn gestopt met Waldkorn®, dus deze laten we van de website halen.
Bakkerij Lekkertaartje zullen we op de website bijplaatsen.
Bedankt voor de informatie
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Onlangs ging bakkerij Lekkertaartje met verlof en ik diende dus op zoek te gaan naar een bedrijfje dat me uit de nood kon helpen. Ik ging opnieuw te rade bij de website van Waldkorn en daar bleek in twee jaar en vier maanden geen enkele wijziging doorgevoerd te zijn, dus klom ik onverwijld opnieuw in mijn pen, of beter gezegd in het klavier van mijn pc:

Op 18 september 2016 liet ik u weten dat de gegevens op uw website, betreffende de bakkerijen die Waldkorn verkochten, geenszins met de werkelijkheid strookten. Uw medewerkster, Natasja G., verzekerde mij toen op zeer enthousiaste wijze dat er binnen de kortste keren werk zou gemaakt worden van de aanpassing. We zijn inmiddels twee jaar en vier maanden verder, maar uw website vertoont nog steeds dezelfde fouten. De vermelde bakkers verkopen Waldkorn niet en sommigen hebben er zelfs nog nooit van gehoord, terwijl zij die wel Waldkorn verkopen niet eens vermeld worden.
Zo’n verregaande slordigheid geeft alleszins te bedenken.
B.

Het antwoord luidde:

Beste B.
Bedankt voor uw oplettendheid.
De website wordt steeds bijgehouden en de bakkers vermeld op de website, zijn wel degelijk Waldkorn®-klanten.
Kan u mij aangeven over welke bakkers u net spreekt, dan bekijk ik dit in detail.
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Nu was het welletjes geweest. Ik schreef:

Dat de website bijgehouden wordt is een lachertje, indien al niet een grove leugen. Er is in die twee jaar niets, maar dan ook niets veranderd. Zoals ik toen meldde, verkoopt geen enkele, maar dan ook geen enkele door u vermelde bakker in regio Z. het Waldkornbrood. Dat was twee jaar geleden zo en dat is nog steeds zo. De bakkerij die wel Waldkorn verkoopt en die ik twee jaar geleden al vermeldde, staat nog steeds niet genoteerd.
Als de website bijgehouden wordt, zoals u beweert, dan hebt u dat wellicht gedroomd. Bespaar me voortaan uw leugens. Ik zal niet nalaten om uw verregaande klantonvriendelijkheid te vermelden op mijn blog en de andere sociale media waar ik gebruik van maak.

En de eens zo enthousiaste Natasja reageerde:

We zullen uw opmerkingen meenemen.

Daar zijn we dan mooi klaar mee. Tja, waar bemoei ik me eigenlijk mee? Ik denk dat ik me voortaan met een andere broodsoort zal vermeien.