Tag: haantjekrijgsgedrag

Rood geklauwd

─”Ik val nooit in slaap bij de televisie!” protesteerde de man, nadat zijn echtgenote hem daar op nogal spottende wijze van beschuldigd had.
─”Je hebt overschot van gelijk”, antwoordde de vrouw. “Je valt niet in slaap, maar je gaat knock-out; je snurkt als een varken,  je bent met geen kanon wakker te krijgen en je laat scheten dat het een lieve lust is.  Nu ja, een lieve lust?”

Deze woordenwisseling greep een paar maanden geleden plaats en ik was daar zowel oor- als ooggetuige van, maar besloot wijselijk om me niet in het gesprek te mengen. Partij kiezen, beperk ik tot het stemhokje, waar ik ─ ik vertel jullie geen nieuws ─ steevast de voorkeur geef aan een uitgesproken Vlaamsgezinde partij, hetzij N-VA en tegenwoordig zelfs het Vlaams Belang, wat volgens mij iedere weldenkende Vlaming zou moeten doen, maar ieder zijn meug, zei de boer, en hij at paardenvijgen.

Ondertussen heeft de echtgenote in kwestie haar man een onomstotelijk bewijs geleverd van hetgeen zij beweerde en hij ontkende. Terwijl hij zich bij de televisie in de betovering van een lethargische slaap bevond, bestond ze het om zijn teennagels te lakken in een hartstochtelijk rode kleur die de ogen teisterde.
─”Wel godverdomme hier en gunter!” riep de man toen hij ontwaakte. “Wat is dit nu voor ongein?”
─”Dat moet nochtans gebeurd zijn terwijl je niet lag te slapen bij de televisie”, schamperde zijn wederhelft.

Ze verzweeg dat hij de lak kon verwijderen met een dissolvant, met haarlak of desnoods met deodorant, zodat hij zich tijdens de hete hondsdagen van augustus nergens blootsvoets durfde te vertonen.

Windbuil met kapsones

Toen ik uit mijn auto klom, gleed naast me een jet met nummerborden in het parkeervak. De chauffeur — een buitengaatse kerel die eruitzag alsof hij net overgegeven had en van plan was om dat binnenkort weer te gaan doen — maakte zich snel uit de voeten. “Waar bemoei ik me eigenlijk mee?” dacht ik nog, maar niettemin riep ik hem beleefd terug:
─“Meneer!” Hij draaide zich om en keek me ongeduldig aan, dus vervolgde ik snel: “U vergeet het misschien, maar u kunt toch maar beter een kaartje uit de automaat trekken. Ze zijn hier namelijk bijzonder gul met parkeerboetes.”
Hij keerde op zijn stappen terug, rukte het portier van zijn patserkar open, scharrelde wat in het handschoenenkastje en gooide vervolgens iets op het dashboard.
─“Ik heb een permanente vergunning”, zei hij nog en hij vertrok.
Ik had die niet, maar ook geen haast, dus nam ik rustig de tijd om het sublieme, nerveus gesneden rij-ijzer te bewonderen. Terwijl ik dat deed, kreeg ik opeens zijn permanente vergunning in de gaten. Tegen de voorruit lag een kaartje van felgeel fluokarton, waarop in rode oorlogsletters geschreven stond: KUST ZE!
Volgens mij moet die man heel lange armen hebben, want ik kan echt niet geloven dat alle parkeerwachters te paaien zijn met een vooruitzicht op een betaling in natura.

In welke hoek wil je liggen?

De televisie dobberde in het kielzog van een lokale persmuskiet naar de woning van een man, die zich hobbygewijs aan de zeer door mij verafschuwde bokssport wijdde. De vechtersbaas in kwestie was zichtbaar in zijn nopjes met het bezoek. Hij tooide zich inderhaast met indrukwekkende handschoenen en stelde zich op naast een nogal verfomfaaide bokszak, waar hij een pugilistische pose aannam en onverschrokken, om niet te zeggen manhaftig in de cameralens keek, alsof hij daar geen vogeltje, maar een krokodil met een gemeen kakement verwachtte.

─”Ze noemen mij de slager van Flémalle”, verkondigde hij trots.
─”Hoe kom je aan die bijnaam?” vroeg de reporter bloeddorstig.
─”Wel,” sprak de man, “ik ben slager van beroep en ik woon in Flémalle.”

Mensen kinderen, dan kan je me wegdragen hè!