Tag: nonchalance

Nonchalance 2

Ik ben een beetje een slaaf der gewoonte, vooral als die hebbelijkheid ten goede komt aan mijn portemonnee.

Ik pleeg me voor mijn boodschappen vrijwel altijd naar een supermarkt van Colruyt of Okay te begeven, in de eerste plaats omdat ik er stellig van overtuigd ben dat zij effectief de laagste prijzen hanteren, maar ook omdat zowel hun personeel als hun klantendienst het geheim bezitten om precies het juiste midden te bewaren tussen professionele afstand en menselijke warmte. Alle punten!

Desalniettemin heb ik me onlangs tegen beter weten in toch even in een supermarkt van Delhaize gewaagd. Ik kocht daar een paar dingen en ook sla en tomaten, waarvan ik op de verpakking nergens een houdbaarheidsdatum vermocht te ontdekken. Ik raadpleegde derhalve een personeelslid, maar dat meisje verkondigde doodleuk en recht voor m’n raap dat ze het ook niet wist, omdat men van hogerhand de dingen zo nodeloos ingewikkeld maakte dat niemand er nog een kant mee op kon.

Thuisgekomen stuurde ik dus een e-mail naar hun klantendienst, die zij natuurlijk in fraai Nederlands Customer Care noemen, waar ik mijn bevindingen mededeelde en vroeg waar ik in vredesnaam die houdbaarheidsdatum kon vinden.

In hun antwoord kreeg ik daaromtrent geen uitsluitsel. Men vroeg me enkel waar ik de kwestieuze goederen aangekocht had. Ik schreef ze dat ik niet goed begreep wat die informatie er toe deed, maar gaf toch de naam van de supermarkt op.

Ze lieten me weten dat ze mijn bericht doorgestuurd hadden naar de betreffende winkel en daarna …

… hoorde ik niets meer van Delhaize.

Ik oefende wat geduld en schreef toen:

We zijn inmiddels twaalf dagen verder en ik heb in dit verband niets meer vernomen. Het geeft te bedenken. Ik zal voortaan mijn groenten bij een andere supermarkt kopen, waar ze wel een duidelijke houdbaarheidsdatum vermelden. Bovendien zal ik dit gebrek van klantvriendelijkheid aankaarten op mijn blog en de andere sociale media waar ik gebruik van maak.
De klant zou koning moeten zijn, maar dat geldt duidelijk niet voor Delhaize. Dat Customer Care kunnen jullie beter uit jullie e-mails schrappen.

Ik heb niets meer van ze vernomen. Delhaize kan wat mij betreft de pot op! Ik ga voortaan weer naar Colruyt.

Nonchalance

Waldkorn is sinds jaar en dag mijn favoriete broodsoort. Ik ben er zelfs in die mate aan verslingerd dat ik er ─ in mijn hoedangheid van tekstschrijver voor advertenties, die in keurig Nederlands copywriter heet ─ een reclameslogan voor bedacht heb, die ik evenwel nooit te gelde maakte: “Kies voor het brood van Waldkorn. Dan heb je toch even een bruine boterham gegeten.”

Toen mijn bakker in september 2016 zijn spreekwoordelijke lier aan de wilgen hing en naar Spanje verkaste, ging ik te rade bij de website van Waldkorn, teneinde daar te vernemen waar ik voortaan aan mijn trekken kon komen. Men diste me weliswaar een aantal bakkerijen op, maar geen daarvan bleek me mijn geliefkoosde boterhammen te kunnen bezorgen. Sommigen hadden zelfs nog nooit van Waldkorn gehoord. Ik schoot derhalve enigszins uit mijn slof en stuurde ras een e-mail naar dat bedrijf:

De door u vermelde verkooppunten kloppen hoegenaamd niet met de realiteit. De verkooppunten die u voor mijn regio vermeldt, hebben nog nooit Waldkorn aangeboden. De bakkerij die wel Waldkorn verkoopt, wordt door u niet vermeld.

Het antwoord liet niet op zich wachten:

Bedankt voor uw mailtje en interesse in Waldkorn®.
Kan u mij even aangeven om welke bakkers het juist gaat aub, dan kunnen wij dit nakijken. In principe worden enkel Waldkorn®-verkopende bakkers toegelaten op onze website.
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Ik reageerde prompt (de namen werden door mij aangepast):

Geachte
De hieronder vermelde bakkerijen bieden geen Waldkorn aan:
Patisserie Vanzwiereltruis
Bakkerij Deegkneder
Bakkerij Hupsakees

De ondervermelde bakkerij biedt wel Waldkorn aan, maar wordt niet op uw website vermeld:
Bakkerij Lekkertaartje

Met vriendelijke groet

En opnieuw liet het antwoord niet op zich wachten:

Beste B.
Bedankt voor uw info.
We kijken dit morgen onmiddellijk na en wij informeren u verder.
Prettig weekend nog
Met smakelijke groeten
Het Waldkor®n-team

Niet veel later volgde een aanvulling van een laaiend enthousiaste Natasja:

Beste B.
We hebben al sneller feedback dan verwacht.
De door u aangegeven bakkers zijn gestopt met Waldkorn®, dus deze laten we van de website halen.
Bakkerij Lekkertaartje zullen we op de website bijplaatsen.
Bedankt voor de informatie
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Onlangs ging bakkerij Lekkertaartje met verlof en ik diende dus op zoek te gaan naar een bedrijfje dat me uit de nood kon helpen. Ik ging opnieuw te rade bij de website van Waldkorn en daar bleek in twee jaar en vier maanden geen enkele wijziging doorgevoerd te zijn, dus klom ik onverwijld opnieuw in mijn pen, of beter gezegd in het klavier van mijn pc:

Op 18 september 2016 liet ik u weten dat de gegevens op uw website, betreffende de bakkerijen die Waldkorn verkochten, geenszins met de werkelijkheid strookten. Uw medewerkster, Natasja G., verzekerde mij toen op zeer enthousiaste wijze dat er binnen de kortste keren werk zou gemaakt worden van de aanpassing. We zijn inmiddels twee jaar en vier maanden verder, maar uw website vertoont nog steeds dezelfde fouten. De vermelde bakkers verkopen Waldkorn niet en sommigen hebben er zelfs nog nooit van gehoord, terwijl zij die wel Waldkorn verkopen niet eens vermeld worden.
Zo’n verregaande slordigheid geeft alleszins te bedenken.
B.

Het antwoord luidde:

Beste B.
Bedankt voor uw oplettendheid.
De website wordt steeds bijgehouden en de bakkers vermeld op de website, zijn wel degelijk Waldkorn®-klanten.
Kan u mij aangeven over welke bakkers u net spreekt, dan bekijk ik dit in detail.
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Nu was het welletjes geweest. Ik schreef:

Dat de website bijgehouden wordt is een lachertje, indien al niet een grove leugen. Er is in die twee jaar niets, maar dan ook niets veranderd. Zoals ik toen meldde, verkoopt geen enkele, maar dan ook geen enkele door u vermelde bakker in regio Z. het Waldkornbrood. Dat was twee jaar geleden zo en dat is nog steeds zo. De bakkerij die wel Waldkorn verkoopt en die ik twee jaar geleden al vermeldde, staat nog steeds niet genoteerd.
Als de website bijgehouden wordt, zoals u beweert, dan hebt u dat wellicht gedroomd. Bespaar me voortaan uw leugens. Ik zal niet nalaten om uw verregaande klantonvriendelijkheid te vermelden op mijn blog en de andere sociale media waar ik gebruik van maak.

En de eens zo enthousiaste Natasja reageerde:

We zullen uw opmerkingen meenemen.

Daar zijn we dan mooi klaar mee. Tja, waar bemoei ik me eigenlijk mee? Ik denk dat ik me voortaan met een andere broodsoort zal vermeien.

Wassen en smeren

Ik heb me ooit door de televisie laten vertellen, of wijsmaken, dat het dagelijks innemen van een lepel olijfolie zeer bevorderlijk zou zijn voor het algemeen welbevinden van de persoon die zich eraan overgeeft, wat ik nu dus iedere ochtend doe. Jullie horen me niet beweren dat het mijn kostje is, maar iets wat de gezondheid begunstigt, hoeft niet per se lekker te zijn. Bitter in de mond, maakt het hart gezond. Je kunt in het leven niet alles hebben.

Toen ik vanmorgen aanstalten maakte om me van dit ritueel te kwijten ging plots de telefoon: niet het mobieltje dat ik bij de hand had, maar het vaste toestel dat zich in mijn werkkamer bevindt. Ik ontdeed me snel van de fles olijfolie door die op het aanrecht achter te laten, waarna ik me naar mijn bureau begaf, teneinde daar mijn oor te luisteren te leggen.

Luttele minuten later stond ik opnieuw in de keuken. In gedachten verzonken door de ietwat onheuglijke tijding die ik net te horen had gekregen, liet ik een lepel vollopen, ledigde die in mijn mond … proestte het uit en riep: godgloeiende godverdomme!

Ik had me namelijk van fles vergist en mezelf afwasmiddel toegediend. Ik vermoed dat dit niet zo gezond is als olijfolie, zelfs al was het Dreft, dat een uitstekend product is.

Ik ben blijkbaar nog verstrooider dan ik dacht.

olijf-dreft

Bijna juist ─ 26

Het gebeurt af en toe dat ik me hier vrolijk maakt over de kwaakspraak die Michel Wuyts, de wielercommentator van de VRT, tijdens een uitzending debiteert. Nu blijkt dat besmettelijk te zijn, want zijn co-commentator tijdens het veldrijden, Paul Herygers, blijkt in hetzelfde gasthuis ziek te liggen.

Zo hoorde ik hem verleden zondag tijdens een wedstrijd uitkramen:

– Ik blijf bij mijn voetstuk
in plaats van: Ik houd voet bij stuk.

– Dat was het enige wat in opspraak kwam
in plaats van: Dat was het enige wat ter sprake kwam.

– Hij intimideerde het gedrag van Mathieu van der Poel
in plaats van: Hij imiteerde het gedrag van Mathieu van der Poel.

Zijn woorden waren nog niet koud of mijn vriend R. verscheen te mijnent en deelde me mee:
“Ik heb gisteren kennisgemaakt met een kroket vrouwtje.”
Dat heuglijke feit moesten we natuurlijk vieren, dus heb ik voor ons beiden koketten gebakken.

Nu ik toch bezig ben met zeuren … Wat is er in hemelsnaam fout met de woorden vergemakkelijken en bemoeilijken, dat men die steeds vaker door de gedrochten faciliteren en difficulteren meent te moeten vervangen?

Gauw is dood en langzaam leeft nog

Ik lees, hoor en verneem dat een derde van de Vlaamse ziekenhuizen het financieel moeilijk heeft. Ik sta daar alleszins niet spectaculair van versteld.

Bijna vier maanden geleden, op 13 juli 2018 om precies te zijn, heb ik in het ziekenhuis een vrij ingewikkelde behandeling aan mijn nochtans voorbeeldig gebit ondergaan. Toen ze met me klaar waren, vroeg ik wat ze van me kregen, maar men wuifde die vraag met een gul handgebaar weg en deelde me mee dat men de rekening eerlang zou nasturen.

Nu weet ik eigenlijk niet hoe lang eerlang duurt, maar afgaand op de woorden die de samenstelling vormen,  eer en lang, veronderstel ik dat dit een niet al te lange periode behelst en toch zeker geen vier maanden, want ik zit op heden nog steeds op die rekening te wachten.

Het verbaast me dan ook niet dat dergelijke ziekenhuizen, waarvan de boekhouding nog luier is dan een pamper, het niet of nauwelijks kunnen rooien.

Kunnen ze misschien eventjes de handjes laten wapperen a.u.b.?

De slechtste leerling van de klas

Ik had weer wat te mopperen tijdens mijn uitstap met de fiets. Een uitstap met de fiets … Volgens mijn taalgevoel klopt dat niet. Een uittrap zou eigenlijk een betere benaming zijn, maar dat woord heeft het voetbal zich al toegeëigend, inhalig als men bij dat clubje is.

Maar goed, ik kwam in Jabbeke terecht. Ik heb me hier al eerder ongunstig uitgelaten over de erbarmelijke toestand van de fietspaden – voor zover die er al zijn – in dit dorp: Calais in spe.  Er is sindsdien weinig veranderd, alleszins niet in de positieve zin. Ik werd geconfronteerd met een potpourri van gebreken, zoals daar zijn:

– bruuske niveauverschillen van soms wel tien cm, zelfs in steile afdalingen;
– door uitstulpende boomwortels overwoekerd en daardoor gebarsten beton of asfalt, afgewisseld met putten en kuilen;
– overhangende takken die graag in je gezicht zwiepen, verlekkerd naar je benen graaiend struikgewas en opdringerige bermen;
– belachelijk smalle doorgangen.

De foto hieronder toont een fietspad dat beide rijrichtingen bedient en waarvan de doorgang nauwelijks zestig centimeter bedraagt. Ga d’r maar aan staan om daarop iemand te kruisen of in te halen. De inzet is zo’n fameuze uitstulping van wel een decimeter hoog in de steile afdaling van een viaduct. En hopla! Salto mortale.

Het valt me behoorlijk tegen van Jabbeke en ik geloof niet dat ik het leuk vind.

fietsdoorgang

Heden ik, morgen jij!

“Laat de lenteschoonmaak een aanvang nemen!” riep ik toen ik in een berghok een falanx lege flessen en bokalen opmerkte. Ik voegde de daad bij het woord, verhuisde het glaswerk naar mijn fietstassen en toog glasbolwaarts.

Het is een plek waar ik niet graag kom. De grond is er immers bezaaid met scherven, die verlekkerd naar de banden van mijn fiets loeren. Zodra je iets in een van die openingen gooit, duiken er uit de ingewanden van die bol bijen op, en wespen, en homo’s … eh … hommels, en horzels … en meer van dat bloeddorstig gespuis, zoals bijvoorbeeld Bengaalse tijgers en Tasmaanse duivels.

Ik probeerde me derhalve met bekwame spoed – nu ja, bekwaam? – van mijn overtolligheden te ontdoen, maar merkte te laat dat de ring met mijn huissleutels, die ik op nogal nonchalante wijze in mijn fietstas pleeg te droppen, zich tijdens het hobbelen onderweg in een van die bokalen genesteld had en mee de dieperik indook. Daar stond ik dan met mijn goeie gedrag. Het noodde geenszins tot lachen en ik was er alleszins niet mee opgezet.

Een mens maakt wat mee, dacht ik en ik telefoneerde naar het bedrijf dat zich met die glasbollen onledig houdt. Daar konden ze mij niet helpen, althans niet direct en wellicht ook niet in de toekomst, omdat alles kennelijk automatisch gebeurde.

Nu ben ik gelukkig een voorzienig persoon, dus heb ik dubbels van al mijn sleutels en die bewaar ik – jullie kunnen het ongetwijfeld al raden – in een lade van mijn bureau in de woning waar ik, bij gebrek aan sleutel, niet binnen kon komen.

Aangezien er, althans voor zover ik het weet, geen inbrekers tot mijn kennissenkring behoren, diende ik noodgedwongen een beroep te doen op een slotenmaker. Nou moe, ik kan jullie verzekeren dat die luiden smakken geld verdienen. Potverdriedubbeltjes!

Maar laat ik vooral optimistisch blijven, hoezeer ik mezelf daar ook geweld moet voor aandoen. Er rest me verder niets dan de weinig historische woorden ‘zo, dat hebben we ook weer gehad’ uit te spreken.

Nestbevuiling

Het duurt nog bijna een half jaar voor we ons in jolig groepsverband, maar willens nillens, ter stembus moeten begeven.

Desalniettemin is Open vld al volop bezig met het ontsieren van de land- en stadschappen, door overal – en bij voorkeur op schilderachtige en buitengewoon fotografeerbare plekken – afzichtelijke propagandaborden neer te poten met daarop een slogan, die een samenraapsel is van drie gemeenplaatsen van het zevende knoopsgat.

openvld

Het bevreemdt me dat die bemoeial van Groen, Calvo, daar nog geen commentaar op geleverd heeft.

Ik voel me alleszins niet aangesproken en ik zal dus niet voor de liberalen stemmen. Dat was ik toch al niet van plan.

Bijna juist ─ 25

Er wordt weer ‘gewielrend’ dat het een lieve lust is. Als de televisie een wedstrijd uitzendt, en dat durven ze soms te doen, mag ik daar graag naar kijken, vooral als Michel Wuyts het commentaar verzorgt, want dan zit ik me werkelijk te verkneukelen. Zijn woordgebruik is namelijk een niet te onderschatten aanwinst voor het Nederlands. Als liefhebber van alles wat met taal verband houdt, is dat iets dat ik van harte verwelkom.

Tijdens de voorbije reportages is bijvoorbeeld onderstaande kippetjespraat met vrolijk aplomb uit zijn mond en over zijn lippen gestruikeld:

– “Er is geen vuiltje aan de hand.”
Vroeger moest dat vuiltje zich aan de lucht bevinden, maar voor velen is dat toch iets te hooggegrepen.

– “Er is een kleine kink in het peloton.”
Wellicht bij gebrek aan een kabel.

– “De start werd verdonkeremaand.”
Ik had die nochtans gezien, al zorgde een losgeraakt tapijtje wel voor wat geharrewar.

– “Brutaliteit wordt genadeloos afgeslacht.”
Bij mij zou afgestraft volstaan, want ik ben niet zo’n bloeddorstig type.

Nu zondag voltrekt Paris-Roubaix zich op het ruitje. Ik zal vanzelfsprekend acte de présence te geven, met pen en papier in de aanslag. Ik ben benieuwd wat de heer Wuyts dan weer allemaal uit zijn botten zal slaan, om het eens met een Belgisch-Nederlandse staande uitdrukking te zeggen.

Belgisch Nederlands?! Het is me een raadsel waarom van Dale hardnekkig weigert om deze taalvariant Vlaams te noemen. Ik ben geen Belgische Nederlander, maar een Vlaming, en ik spreek geen Belgisch-Nederlands, maar Vlaams … ja, zelfs West-Vlaams.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme