Categorie: Formidastisch

Aanwinst

Hij is nieuw en hij is dik.

De nieuwste Dikke van Dale is zopas te mijnent neergestreken, al kan je bij die drie turven van komsa nauwelijks van neerstrijken gewagen. Ik zoek even een geschikter werkwoord op in mijn nieuwe Dikke van Dale … neerstorten, neerploffen, neerbonken … 

O, wat ben ik opgetuigd … eh … opgetogen! Het kost misschien iets, maar dan heb je ook wat.

Massaproductie ↔ ambachtskunst

Wat heb ik me vanmiddag toch weer op een voortreffelijke cocktail getrakteerd, die ik bovendien eigenhandig heb samengeflanst: een mojto. Het is en blijft mijn favoriet. Als ik die opdrink, verwijl ik meteen in Havanna, Cuba, maar niet in de in mijn ogen zeer ten onrechte opgehemelde Bodeguita del Medio, waar men het brouwsel in 1942 uitvond en waar het sindsdien velen tot lafenis diende, waaronder talloze beroemdheden, zoals ikzelf natuurlijk en de schrijver Nobelprijswinnaar Ernest Hemingway, die het tot zijn lijfdrank promoveerde.

Hoewel ik het authentieke recept gebruik, dat jullie hieronder terugvinden, kunnen jullie ─ als jullie ooit het geluk beschoren is om naar Havanna te reizen, hetgeen ik jullie van harte toewens ─ beter geen mojito in dat etablissement bestellen, want daar gaan er naar verluidt dagelijks ongeveer duizend over de tapkast en dus maken ze er tegenwoordig een aanfluiting van, die je bovendien veel te duur betaalt. Ook het voedsel dat men je daar voorzet, is bijna niet te vreten. Jullie kunnen het drankje dus beter in een andere bar drinken, of het zelf maken. Dat doen jullie zo:

1
Schep twee koffielepels kristalsuiker in een longdrinkglas. Er bestaan ook ‘mojitoglazen’, vervaardigd van dik en sterk glas, maar die zijn geen conditio sine qua non. In de plaats van kristalsuiker kan men ook rietsuiker gebruiken, zoals sommigen voorschrijven, maar die lost minder snel op en geeft de mojito het aspect van slootwater, wat minder appetijtelijk is.

2
Vul aan met het sap van een halve limoen, twee flinke takken munt en honderd milliliter spuitwater.

3
Bewerk alles op niet al te onstuimige wijze met een ‘muddler’. Bij ontstentenis van zo’n cocktailstamper gebruike men een ander stomp voorwerp.

4
Vul aan met vijftig milliliter rum. Het originele recept beveelt de ‘Havanna Club anejo 3 años’ aan, maar met een ander merk zal het ook wel lukken.

5
Voeg vier tot zes hele ijsblokjes toe. Sommigen verkiezen gemalen ijs, maar het resultaat is dan geen echte mojito, maar een mojito criollo.

6
Meng alles goed dooreen met een cocktaillepel of een roerstaafje en laat de cocktail vervolgens een paar minuten rusten. Santé en salud!

mojito2

Gewoon voor de leuk

Ik pleeg me uiterst zelden met spelletjes in te laten, maar als er taal en woordenschat aan te pas komen, word ik wel verlokt om mijn kennis te testen en mee te doen. Meestal bezwijkt ik dan ook voor die verleiding.

Zo komt het dat ik iedere morgen wat tijd verkwansel aan Wordle, waarbij men in vijf zetten een vijfletterig woord moet achterhalen. Hoewel dat een Engelstalig programmaatje is, ben ik er tot nu toe telkens in geslaagd om het raadsel op te lossen, zij het soms met de hakken over de sloot, hetgeen niet verwonderlijk is als je niet in je moedertaal bezig bent.

Er bestaat inmiddels ook een Nederlandse versie van die breinbreker, Woordle, en het spreekt vanzelf dat ik ook daarop mijn lusten botvier: iedere keer met goed gevolg. O, wat ben ik fier!

Ik begin nu toch werkelijk te geloven dat ik slimmer ben dan ik eruitzie. Zou ik?

woordle

Prijs de hemelen!

Ben ik vandaag zo blij als een kermiskind? Als een varken in de stront? Of als een hond met zeven pikken? Ik ben alleszins in een luxueuze stemming en ik zal jullie vertellen hoe dat zo komt.

BakelandtAl tientallen jaren ben ik wanhopig op zoek naar een boek: ‘Bakelandt en de roversbende van het Vrijbos’, dat in het midden van de 19e eeuw ontsproot aan de pen en de hersens van een West-Vlaamse dorpspastoor, Victor Leo Huys, en in 1958 opnieuw uitgegeven werd door Lannoo – Tielt.

De protagonist van dat verhaal, Ludovicus Baekelandt, was de legendarische leider van een meedogenloze roversbende, die op het einde van de 18e eeuw, zowel letterlijk als figuurlijk, huishield in de contreien waar ik tegenwoordig hoofdkwartier houd en die in het jaar 1803, onder massale belangstelling, terechtgesteld en een kopje kleiner gemaakt werd op de Brugse markt.

Ik probeer dus al heel lang het boek met het relaas van zijn schurkenstreken in mijn bezit te krijgen. Ik heb talloze boeken- en rommelmarkten afgeschuimd, het internet gevlooid tot in de diepste diepten en kringloopwinkels afgelopen, maar al die pogingen waren vruchteloos …

… tot ik gisteren op een Nederlandse website voor verzamelaars plots het felbegeerde hebbeding aantrof. Ik sprong erop als een bok op een haverkist en stuurde ijlings het bericht dat ik het kleinood buitengewoon graag wilde bemachtigen. Nauwelijks een uur later kreeg ik een e-mailbericht van de verkoper en, je houdt het haast niet voor mogelijk, die bleek zowaar vlak bij me in de buurt te wonen, nog geen kilometer van mijn deur. Tel uit je winst!

Geluk zit vaak in een klein hoekje; soms ook in een klein broekje en voor mij zelfs in een klein boekje. Zien jullie me hier zitten in een klein hoekje, getooid met niets meer dan een klein broekje en voorzien van een niet zo klein boekje – Bakelandt en de roversbende van het Vrijbos – waarin ik verlekkerd aan het afdalen ben? Ik haal me er echt aan op en laat er mijn toetje voor staan, hoor.

En daarom ben ik zo blij als … Ja, lezen jullie er de eerste alinea van dit stukje maar op na.

Een aangename kennismaking

Delphine LecompteIk moet bekennen dat ik nooit wat van de dichteres Delphine Lecompte ─ kleindochter van de destijds beroemde dokter ─ gehoord had, tot ze onverhoeds als deelneemster in het televisieprogramma De Slimste Mens opdook en daar nederig van snit haar innemende zelf zat te zijn, geflankeerd door heren die zichzelf geweldig vonden en dames die zich omgord hadden met waanzinnig en derhalve belachelijk dure jurken, die ontworpen waren door danig over het paard getilde modepausen.

Hè hè, ik mag dan misschien wat gedronken hebben ter gelegenheid van de jaarwisseling, maar zoals hierboven blijkt, weet ik kennelijk nog steeds de weg in samengestelde zinnen.

Delphine bezat dat ongeslepene en ze hulde zich in een weldadig aandoende verlegenheid, hetgeen haar aardig maakte. Ik werd op slag en stoot zo’n fan van haar dat ik me voorgenomen heb om me al haar dichtbundels aan te schaffen. Ook verkneukel ik me sindsdien in niet geringe mate in de welhaast uitzinnige column die ze iedere week in Humo dropt. Ik vind het een genot, hoor!

In een interview vroeg men haar of ze na haar opgemerkte optredens in De Slimste Mens nog aanbiedingen gekregen had om op de televisie te verschijnen.
“Ik mocht één dag letters gaan omdraaien in ‘Het Rad’,” zei ze, “maar ik heb bedankt, ook al werd het goed betaald. Zoveel zelfrespect had ik blijkbaar dan toch nog.”

Dat zelfrespect hadden Conner Rousseau en Marc Van Ranst kennelijk niet, want die gingen als onnozele kleuters letters draaien in dat door een potloodventer gepresenteerde spelprogramma. Nu ja, dat verbaast me eigenlijk niet, want het zijn beiden egotrippers van je welste. Rousseau is een partijvoorzitter die meent dat hij een godsgeschenk is en veel goeie raad te koop heeft, maar eigenlijk slechts weinig verwezenlijkt heeft. Van Ranst is een betweter in een academisch steunkorset, die denkt dat hij de Zaligmaker is en als een ijdelzuchtige kwek door het leven gaat. Ze mogen van mij allebei korte armpjes krijgen, zodat ze zich niet kunnen krabben als er schaamluizen in hun kloten bijten.

Delphine daarentegen mag men van mij met de Nobelprijs Literatuur vereren … al is dat misschien toch een tikkeltje overdreven.

Het welriekende land van Hermes

Ik diende mijn ogen voor nazicht naar een in een ziekenhuis gevestigde oculiste te brengen. Heremijntijd! Zo’n bezoek aan een opslagruimte voor lichamelijk minderbedeelden heeft vandaag de dag nogal wat voeten in de aarde. Het is een heel gedoe, om niet te zeggen een zenuwslopende onderneming. Ik overdrijf enigszins omdat ik ─ het is jullie inmiddels genoegzaam bekend ─ daar goed in ben en eigenlijk niets liever doe.

Mondmasker opzetten, handen ontsmetten, je temperatuur laten opmeten, je identiteitskaart aan een vervaarlijk ogende automaat toevertrouwen en wachten tot die kleefbriefjes braakt, nauwgezet de pijlen volgen, je aanmelden bij de dienst oogheelkunde, plaatsnemen in de wachtzaal op voldoende afstand van je buur …

… en toen was ik vrij snel aan de beurt. Mijn oftalmologe ─ hoe verzinnen ze het in vredesnaam? ─ haalde haar neus voor me op en zei:
“Ha, meneer gebruikt Terre d’Hermès. Het maakt mijn dag, want het is en blijft een wonderbaarlijke geur.”
Ik nam het complimentje dankbaar in ontvangst en zij wendde zich tot mijn ogen, geholpen door allemaal indrukwekkende toestellen.

Toen ik het ziekenhuis verliet, snelde de geur van Terre d’Hermès me vooruit, want ik gebruik zowel het toiletwater als de aftershave van dat merk. Het zijn weliswaar geen goedkope odeurtjes, maar je krijgt waar voor je geld, want ze bevatten noten van grapefruit, sinaasappel, peper, patchoeli, ceder, vetiver en benzoïne. Meer moet dat van mij niet zijn.

Bovendien zijn en blijven het verrukkelijke luchtjes.

O ja, mijn ogen zijn in prima conditie.

terredhermes

Dat zijn geen stinkende sokken

Op een onzalige ochtend, een week of wat geleden, stond ik op met een stijve … nek, die me behoorlijk bezeerde. Ik hoef jullie niet te vertellen dat ik liever met andere stijve lichaamsdelen ontwaak – ik bedoel het zogeheten ‘morning wood’, dat het in het Nederlands met de minder fraaie benaming ‘ochtenderectie’ moet doen – maar je hebt het meestal niet voor het kiezen.

Voor spierpijn in het algemeen en dus ook voor een tegensputterende nek beschik ik over een aantal vrij dure smeermiddelen, zoals daar zijn Voltaren Emulgel, DexSil Forte en Traumeel. Dat blijken evenwel allemaal pleisters op een houten been te zijn.

Ik heb nog het meest baat bij een middeltje dat ik voor een schappelijke prijs in Colruyt kan kopen: de tijgerbalsem die zich in een met mysterieuze symbolen versierd bokaaltje ophoudt.

Het rode zalfje stinkt uren in de wind, maar het sorteert wel effect. Toch zeker bij mij. Het is maar dat jullie het weten.

tiger

Waarin ik een hoofdzonde bedrijf

De televisie vergastte me op een promotiefilmpje voor ─ blijkbaar is Engels bij ons tegenwoordig de voertaal ─ Bake Off Vlaanderen. Dat is een programma van VIER, waarin amateurbakkers het tegen elkaar opnemen, teneinde de titel van meest getalenteerde thuisbakker van Vlaanderen te verwerven.

De vrouwelijke commentaarstem bij deze trailer ─ ik herhaal dat Engels vandaag de dag hier de voertaal is ─ stuurde meteen de hiernavolgende kwakkel de wereld in:

“Bakken is altijd een feest, want niemand bakt alleen voor zichzelf.”

kersentaartIk kan met de hand op het hart verklaren dat dit een uitermate stomme bewering is, die kant noch wal raakt. Ik heb gisteren namelijk een nochtans zeer bewerkelijke Schwarzwälder Kirschtorte gebakken en ik ben bezig om die helemaal in mijn eentje op te vreten, hetgeen me vandaag of morgen ongetwijfeld zal lukken. Dat is smikkelen en smullen, hoor!

Ja, ik weet dat gulzigheid een hoofdzonde is, maar als ik moet branden in de hel, dan liefst met een volle maag en van lekkers verzadigd.