Tag: schrijven

Een welversneden pen

Pelikan

Nog niet zo lang geleden heb ik jullie hier ─ in Er zijn van die dagen … ─ kond gedaan van het droevige einde van mijn favoriete en kostbare vulpen. Een wreed accident.

Nu ontbreekt het me hoegenaamd niet aan vulpennen ─ ik moet er minstens dertig hebben, schat ik zonder overdrijven ─ maar geen daarvan schenkt mij de bevrediging van het echte schrijfgenot. Ja, ik ben een lastig mens op dat gebied.

We doorkruisen op dit moment sombere tijden, waar weinig lol aan te beleven valt. Daarom leek het me niet ongepast om mezelf een plezier te doen met een presentje, te weten een fonkelnieuwe vulpen. Na rijp beraad en uitvoerig testen viel mijn keuze op de Pelikan Souverän 805 Blue Dunes. De naam alleen al deed me watertanden en bovendien was die fraaie schrijfstok toegerust met het vertrouwde en onnavolgbare zuigersysteem ─ ook piston of plunger genoemd ─ zodat ik naar hartenlust gebruik zou kunnen maken van de met paarse inkt gevulde potten, die ik nog in ruime mate in voorraad heb. Ik hou niet zo van inktpatronen en de paarse exemplaren daarvan zijn trouwens moeilijk te vinden.

Ik begaf me op internet en kocht de pen bij een bedrijf dat een heel betrouwbare indruk maakte en dat ook bleek te zijn. Bovendien was het ding daar zesentwintig euro goedkoper dan in de winkel waar ik gewoonlijk mijn schrijfgerief betrek.

De behandeling en afhandeling van mijn bestelling verliep vlekkeloos, maar bij de levering liet bpost toch een steek vallen, en niet zo’n kleine. De postbode die het pakje bezorgde, vond het namelijk niet nodig om bij me aan te bellen. De dertig stappen naar mijn voordeur waren er voor hem kennelijk te veel aan. Hij propte het pakketje met vrij dure inhoud achteloos en onaangekondigd in mijn brievenbus, die dat formaat niet helemaal vermocht in te slikken, zodat iedere passant, en dat zijn er dagelijks toch tientallen, zich mijn nieuwe pen kon toe-eigenen, hetgeen gelukkig niet gebeurde.

Alles wel beschouwd, kan ik tot nu toe weinig positiefs over de Belgische Tante Post vertellen. Ze is een potpourri van tekortkomingen en blijft kladdeboteren.

murasaki-shikibu

Gedichtendag 2021

gedichtendag21

De regenworm en zijn moeder

Er was een regenworm in Sneek
die altijd naar de sterren keek,
en fluisterde: hoe schoon, hoe schoon!
Zijn moeder zei: Doe toch gewoon,
kijk naar beneden naar de grond,
dat is normaal, dat is gezond,
kijk naar beneden, zoals ik.
En toen? Toen kwam de leeuwerik!
Het wormpje, dat naar boven staarde,
zag hem op tijd en kroop in d’aarde,
maar moe die naar beneden keek,
werd opgegeten (daar in Sneek).

Dus doe nooit wat je moeder zegt,
dan komt het allemaal terecht.

Annie M.G. Schmidt

Prutswerk

Mijn beroepsbezigheden behelzen vooral het vertalen en redigeren van wat anderen geschreven hebben, maar af en toe durf ik me ook te bezondigen aan hetgeen men in jargon copywrting noemt ─ we kunnen het Engels niet laten ─ maar in feite niet meer is dan tekstschrijven voor reclamedoeleinden.

Ik leg dan ook enige belangstelling aan den dag voor hetgeen anderen op dat gebied presteren en uit hun mouw schudden. Soms zitten daar waarlijk bloedmooie pareltjes tussen, die boven alle kritiek verheven zijn en me niet alleen met niet aflatende bewondering vervullen, maar me bijwijlen zelfs met afgunst opzadelen. Niets menselijks is me vreemd.

Anderzijds wordt ik zo nu en dan geconfronteerd met regelrechte vehikels: misbaksels die zo stuntelig in elkaar gehikt zijn dat ik er bijna van gaan kotsen. Bewaar me, zeg!

Zo erger ik me bijvoorbeeld blauw aan het gewrocht … eh … gedrocht waarmee SodaStream uitpakt, om aan de kijker een toestel te slijten, dat ordinair leidingwater in verfrissend bruisend water verandert. Ga d’r maar aan staan!

SodaStreamAls pleitbezorgster in dezen voeren ze een ongehoord onbeschofte en niet eens tot wasdom gekomen helleveeg op. Dat feeksje wijst haar met petflessen zeulende vader terecht en eist dat hij zich zo’n bruiswatermaker aanschaft, teneinde het milieu te ontlasten. Daar valt wat voor te zeggen, maar door de uitermate botte manier waarop ze dat doet, zet ik meteen mijn stekels op. Als ik nooit ofte nimmer zo’n SodaStream zal kopen, is dat de schuld van dat kapsonelijertje. Wat een secreet, zeg!

O, wat beklaag ik de man die ooit met dat serpent in de huwelijksboot zal stappen. Daar komt gegarandeerd een vechtscheiding van.

Een ander reclamefilmpje probeert het afwasmiddel van Dreft wierook toe te zwaaien, maar sorteert bij mij een averechts effect door me zure oprispingen te bezorgen.

DreftEen jongetje, wiens ouwelui dat middel aangekocht hebben, wil graag de fles ervan ombouwen tot een ruimteschip. Het product blijft echter meegaan ─ ik kan dat beamen, want ik gebruik het al jaren ─ en die knaap vindt dat niet leuk, dus begint hij te jeremiëren en te zeuren dat het niet mooi meer is. Ik krijg er wat van en voel me steeds meer geneigd om dat zageventje naar het leven te staan alsof hij een giftig reptiel is, maar gelukkig raakt die fles toch leeg en kan hij overgaan tot het bouwen van … een uitermate wanstaltig ruimteschip. Het lijkt nergens op. Mens toch!

Haast en spoed …

Een paar maanden geleden deelde ik hier met enige bombarie mee dat ik mijn abonnement op het weekblad Humo stopzette. Lees in dit verband: Laat nu jullie rug maar zien.

Een van de redenen voor die nogal impulsieve beslissing was de aftocht van de schrijver van mijn favoriete rubriek: Rudy Vandendaele, die met een virtuoze pen en in weergaloos Nederlands als Dwarskijker televisieprogramma’s becommentarieerde.

De man bleek de pensioengerechtigde leeftijd bereikt te hebben en meende dat hij in zijn krimpende toekomst nog leuker kon bezig zijn dan met het spuien van commentaren. Geef hem eens ongelijk!

Zonder hem vond ik Humo zoveel van zijn pluimen verliezen ─ om het met een Vlaamse uitdrukking te zeggen ─ dat ik het blad nog nauwelijks de moeite van het lezen waard vond, dus maakte ik prompt een einde aan onze veeljarige relatie.

Ik had beter in mijn broek gescheten, want het bloed van de heer Vandendaele kroop waar het niet gaan kon. Hij maakte onlangs en plots zijn rentree in Humo, weliswaar niet als Dwarskijker, maar als de auteur van een wekelijkse column: Bataclan.

Zie mij hier staan met mijn pis in de wind. Nu moet ik iedere week de wispelturigheid van het Belgische weer en tegenwoordig ook de dreiging van een meedogenloos virus trotseren, om bij de krantenboer een Humo op te halen, want ik vertik het om me opnieuw te abonneren. Ik ben namelijk eigenzinnig en ongezeglijk van nature … zo koppig als een ezel. Nu ja, ezels zijn eigenlijk helemaal niet koppig. Die denken gewoon langer na.

Goed dan … Ik ben zo koppig als kauwgum op een schoen. Zo goed?

Een mijlpaaltje

Als jullie hierboven het flapje ‘Archief’ aanklikken, krijgen jullie een lijst te zien van alle schrijfsels en stukjes die hier op Uilenvlucht verschenen zijn. Jullie kunnen gaan natellen hoeveel dat er zijn, maar ik wil jullie die moeite besparen: het resultaat is tweeduizend.

Tweeduizend. 2000. Dat moeten we vanzelfsprekend vieren:

44444444444444444444444444

… en tevreden bloggen we voort.

mijlpaal

Afscheid van een virtuoos

Als ik op dinsdagmorgen het weekblad Humo uit mijn brievenbus opduikel, breng ik dat ‘boekje’ inderhaast naar mijn nest, om er verlekkerd in af te dalen en halt te houden bij Dwarskijker: de weergaloze bijdrage van Rudy Vandendaele, die me elke keer weer met briljant en beroezend Nederlands omstrengelt. Als geen ander pingpongt hij olijk met woordspelingen, stoot hij onvergetelijke teksten uit en hanteert hij een taal, die spettert als sterretjesvuurwerk. In zijn rubriek bespreekt hij televisieprogramma’s en de personen die daar verantwoordelijk voor zijn.

Helaas zou ik me in de bovenstaande alinea eigenlijk van de verleden tijd moeten bedienen, want Rudy Vandendaele, ofte rv, heeft zijn fijnbesnaarde lier enkele weken geleden aan de wilgen gehangen. O, wat zal ik zijn uitermate lenig proza missen. Bij hem was de Nederlandse taal alleszins in goede, om niet te zeggen exquisiete handen.

Ik mag hier graag citeren wat Guy Mortier, de voormalige hoofdredacteur van Humo, over hem schrijft:

Hij beheerst het Nederlands tot in zijn uiterste schakeringen, bespeelde het als geen ander en voegde er voortdurend nog zijn eigen nieuwe akkoorden aan toe. De humor die daar bijna vanzelfsprekend uit opvonkte, was volstrekt uniek, zijn rake typeringen van avond aan avond het scherm bezettende blaaskaken, volksverlakkers en andere patjepeeërs waren telkens weer een verademing voor al wie ze, van op de huiselijke sofa, knarsetandend en met gebalde vuisten had moeten moeten ondergaan.
Guy Mortier

De rubriek Dwarskijker blijkt nog te bestaan. De opvolgers van rv – ze zijn nu met meerderen – doen wellicht hun best, maar zullen nooit ofte nimmer het niveau van hun voorganger halen. Rudy Vandendaele is immers onnavolgbaar.

‘t Is niet meer wat het geweest is en ‘t zal nooit meer worden wat het was.

Schommelen

Ik heb wat zitten schommelen. Begrijp me niet verkeerd. Ik ben hoegenaamd niet op een toestel neergedaald om mijn lichaam heen en weer te zwiepen. Spaar me! Nee, ik heb geschommeld in de Vlaamse betekenis van het woord, namelijk opruimen, schoonmaken. Zeg nu zelf… als je die activiteit schommelen noemt, klinkt dat prettiger. Zitten schommelen lijkt me veel aangenamer te zijn dan zitten opruimen.

Ik heb dus zitten schommelen en tijdens die bezigheid ontdekte ik … ja, hoe zal ik die dingen noemen? Oude pennenvruchten? Winkeldochters van mijn schrijfarbeid?

In een zalig vroeger dat ondertussen steeds langer geleden is, heb ik ooit het plan opgevat om scenario’s te schrijven voor korte humoristische filmpjes, die in hedendaags Nederlands sketches heten. Verder dan een drietal premissen ben ik niet gekomen en die bondige formuleringen van mijn ideeën zijn nu opnieuw opgedoken. Ik kon er zowaar nog om lachen ook en daarom laat ik er jullie hieronder van meegenieten.

1. Brute pech

We zien een man een garage binnenstappen, waar hij een slang aan de uitlaat van zijn auto bevestigt en vervolgens in het voertuig plaatsneemt, voorzien van het andere uiteinde van de slang. Hij is kennelijk van plan om zelfmoord te plegen. Hij start de motor en wacht op wat komt, maar na nauwelijks een minuut dut de motor in, wegens gebrek aan benzine. We zien de man per fiets vertrekken, met een jerrycan op de bagagedrager. Hij komt bij een tankstation waar hij een uithangbordje aantreft dat mededeelt: Gesloten wegens overlijden.

2. De sportieveling

We zien een close-up van twee handen, die in een bak met talk duiken en zich uitgebreid met het poeder inwrijven, zoals onder meer turners en gewichtheffers dat doen. Diezelfde handen grijpen vervolgens een ijzeren staaf vast, alsof dat de stang van een schijvenhalter is. Daarna zoomt het beeld uit en we krijgen een bejaarde man te zien, die de steunbeugel van een looprek vastgegrepen heeft om zich te verplaatsen.

3. Nood breekt wet

We zien een jongeman zijn hele woning overhoop halen. Hij is kennelijk op zoek naar iets dat hij niet kan vinden. In arren moede telefoneert hij tenslotte naar de drugsbrigade van de politie met de mededeling dat hij zijn voorraadje drugs niet kan vinden en of ze misschien een huiszoeking te zijnent willen verrichten, bij voorkeur met een hond.

Hè hè, dat is lachen! Ik kom haast niet meer bij.

De VRT antwoordt

Naar aanleiding van het stukje dat ik hier gisteren publiceerde, waarin ik de VRT hekelde vanwege de storende taalfouten in hun berichtgeving via de app, ontving ik op Twitter onderstaand antwoord van de taaladviseur van de VRT: Ruud Hendrickx.

Ik waardeer het dat hij zich de moeite getroost om me van antwoord te dienen en dat hij aandacht besteedt aan het fenomeen, teneinde in de toekomst dergelijke slordigheden te vermijden. Perfectie is niet van deze wereld, maar men kan toch proberen om die zo dicht mogelijk te benaderen.

Hendrickx

De VRT rommelt maar wat aan

Ik heb er geen idee van wie er bij de VRT verantwoordelijk is voor de nieuwsberichten die via een app op mijn tablet, en bij anderen op hun smartphone, verschijnen.

De dames en/of heren in kwestie hebben alleszins niet de capaciteiten om zich van correct Nederlands te bedienen, hetgeen men toch zou mogen verwachten van mensen die zich beroepshalve met taal bezighouden.

Een tiental minuten grasduinen leverde me het onderstaande resultaat op. Zeg nu zelf: dan ben je lekker bezig! Dergelijke aanfluiting getuigt toch niet van professionaliteit. Foei, VRT. Een aanbeveling is het allerminst. Het beantwoordt zelfs niet aan mijn nochtans geringe verwachtingen van een openbare omroep.

VRT-taal