Tag: post

Een welversneden pen

Pelikan

Nog niet zo lang geleden heb ik jullie hier ─ in Er zijn van die dagen … ─ kond gedaan van het droevige einde van mijn favoriete en kostbare vulpen. Een wreed accident.

Nu ontbreekt het me hoegenaamd niet aan vulpennen ─ ik moet er minstens dertig hebben, schat ik zonder overdrijven ─ maar geen daarvan schenkt mij de bevrediging van het echte schrijfgenot. Ja, ik ben een lastig mens op dat gebied.

We doorkruisen op dit moment sombere tijden, waar weinig lol aan te beleven valt. Daarom leek het me niet ongepast om mezelf een plezier te doen met een presentje, te weten een fonkelnieuwe vulpen. Na rijp beraad en uitvoerig testen viel mijn keuze op de Pelikan Souverän 805 Blue Dunes. De naam alleen al deed me watertanden en bovendien was die fraaie schrijfstok toegerust met het vertrouwde en onnavolgbare zuigersysteem ─ ook piston of plunger genoemd ─ zodat ik naar hartenlust gebruik zou kunnen maken van de met paarse inkt gevulde potten, die ik nog in ruime mate in voorraad heb. Ik hou niet zo van inktpatronen en de paarse exemplaren daarvan zijn trouwens moeilijk te vinden.

Ik begaf me op internet en kocht de pen bij een bedrijf dat een heel betrouwbare indruk maakte en dat ook bleek te zijn. Bovendien was het ding daar zesentwintig euro goedkoper dan in de winkel waar ik gewoonlijk mijn schrijfgerief betrek.

De behandeling en afhandeling van mijn bestelling verliep vlekkeloos, maar bij de levering liet bpost toch een steek vallen, en niet zo’n kleine. De postbode die het pakje bezorgde, vond het namelijk niet nodig om bij me aan te bellen. De dertig stappen naar mijn voordeur waren er voor hem kennelijk te veel aan. Hij propte het pakketje met vrij dure inhoud achteloos en onaangekondigd in mijn brievenbus, die dat formaat niet helemaal vermocht in te slikken, zodat iedere passant, en dat zijn er dagelijks toch tientallen, zich mijn nieuwe pen kon toe-eigenen, hetgeen gelukkig niet gebeurde.

Alles wel beschouwd, kan ik tot nu toe weinig positiefs over de Belgische Tante Post vertellen. Ze is een potpourri van tekortkomingen en blijft kladdeboteren.

murasaki-shikibu

Nooit opgeven

Iedere morgen strijk-en-zet, om tien uur ─ je kan er een klok op gelijkzetten ─ verlaat de man zijn woning, om met het optimisme van een missiepater naar de brievenbus te keutelen en die op inhoud te controleren.

Hij zal zo’n jaar of zestig zijn, schat ik, en hij zit niet alleen een woedend opgesloten in zijn vet, maar de natuur heeft hem ook qua schoonheid lelijk in de steek gelaten. Ik mocht en mag van mijn moeder eigenlijk niemand op het uiterlijk beoordelen, maar niettemin vermoed ik dat hij aan de bron der intelligentie slechts de lippen bevochtigd heeft. Hij heeft een gezicht van sla me dood maar ik weet het niet en zijn oogopslag doet slechts een minimum aan hersenactiviteit vermoeden. Ooit heeft hij wellicht grote dromen gekoesterd, maar het echte leven heeft hem niet veel gebracht. Zou hij bemind geweest zijn? Zou hij zelf iemand liefgehad hebben?

Hij drentelt dus iedere morgen naar zijn brievenbus. Welke boodschap hoopt hij daar aan te treffen en van wie zou die moeten komen? Groot en zichtbaar is telkens zijn teleurstelling als hij opnieuw en nog maar eens bot vangt en hooguit met een onnozele reclamefolder huiswaarts keert.

Ik speel met de gedachte om ter gelegenheid van het nieuwe jaar op anonieme wijze een kaartje met een vriendelijke wens in zijn bus te droppen. Zou hij daar blij mee zijn? Of zou hij talloze dagen en nachten prakkeseren over wie hem die onverwachte attentie bezorgd heeft?

Niet doen dus.

Zoet is mijn wraak

Een aantal maanden geleden kreeg ik een e-mail van Royco. Als ik mijn coördinaten aan ze mededeelde, zou er binnen de twee weken een gratis zakje oplossoep bij me in de brievenbus vallen. Nu ben ik een groot liefhebber van zowel soep als van gratis aanbiedingen, dus liet ik deze gelegenheid niet aan me voorbijgaan.

Het soepje, of althans het zakje poeder waarmee ik soep kon bereiden, is tot op heden niet in mijn brievenbus terechtgekomen. Was het een truc van het bedrijf in kwestie om mijn adresgegevens te achterhalen? Heeft iemand in een postsorteercentrum mijn soepje achterovergedrukt? Of heeft mijn postbode zich op onrechtmatige wijze het voor mij bestemde zakje toegeëigend? Wie zal het zeggen? Vermoedelijk niemand.

Er liggen koude dagen in het verschiet en dan mag ik rond de klok van elven graag even de werkzaamheden onderbreken, om een niet met omslachtige arbeid gepaard gaand soepje tot me te nemen. Ik heb in de supermarkt derhalve een voorraadje kant-en-klaarsoep ingeslagen, maar niet het product van Royco. Ha nee! Ik ben weliswaar niet echt een haatdragend persoon, maar als men me iets belooft en het dan niet doet …

Ik heb Cup-a-Soup van Knorr gekocht. Daar hebben ze bij Royco niet van terug.

Van de pot gerukt

Ik had in een internetwinkel een hebbeding gekocht en men liet me per e-mail weten dat ik het pakket vandaag mocht verwachten.

Vanmorgen zat ik al om acht uur met gespitste oren op het vinkentouw, klaar om, als de deurbel ging, toe te springen als een bok op een haverkist. Om halfnegen werd ik enige aandrang gewaar. Om negen uur moest ik hoog naar de wc. Om halftien hield ik het niet langer uit.

Ik spoedde me naar het kleinste kamertje van mijn huis, vestigde me daar op de porseleinen pony en begon … tja, hoe kan ik mijn bezigheid op een enigszins fatsoenlijke manier verwoorden? Weten jullie wat? Ik laat jullie zelf een geschikte uitdrukking kiezen. Ik vestigde me dus op de porseleinen pony en begon
– mijn ruggengraat te verlengen;
– een knijpbriefje af te vaardigen;
– een bout uit te draaien;
– een nest jonge hondjes te verzuipen;
– een bruine trui te breien.

Terwijl de door jullie gekozen activiteit een aanvang nam, schalde de deurbel. Je zult het nooit anders zien. Ik vloekte, voerde inderhaast een paar noodzakelijke handelingen uit en repte me vervolgens naar de deur, om de koerier op een haartje te missen. Ik kon enkel nog een glimp van zijn auto opvangen.

Hij heeft een berichtje in mijn brievenbus achtergelaten. Hij komt morgen terug.

Weggooiartikel

Enige tijd geleden kreeg ik ─ en velen met mij ─ een gratis zakje kant-en-klaarsoep van Royco in de bus. In mijn geval was dat pompoensoep en aangezien ik voor deze vruchten niet bepaald in laaiend enthousiasme ontsteek, bleef dat staaltje ongebruikt door mijn woning dwalen: lade in, lade uit, kast in, kast uit.

Gisteren lag het opeens op mijn schrijftafel, waar een bezoeker ─ een man die postbode in Brussel is en voor wie ik een brief aan het vertalen was ─ het in het vizier kreeg.
─”Onze chef heeft honderden van die dingen in de afvalcontainer gegooid”, verklapte hij.
─”Serieus?” verbaasde ik me. “Waarom dan wel?”
─”Hij vond dat wij ons niet moesten bezighouden met het bedelen van zulke ongezonde producten”, vernam ik.

Ik vraag me af hoe die fameuze, gul met pauzes strooiende Roy van Royco zou reageren als dergelijke praktijken hem ter ore kwamen.

Tante Pos

Het valt haast niet te beschrijven welke vreugde er ten huize Uilenvlucht heerste, toen ik een paar maanden geleden van de fiscus de heuglijke tijding kreeg dat ik te veel belastingen betaald had en derhalve eerlang wat restitutie mocht verwachten, te weten de kapitale som van net geen dertien euro. Ja kijk, zulke interessante geldbedragen mag men me in onbeperkte mate blijven aandragen.

Ik was aanzienlijk minder verheugd toen die peulenschil niet op mijn bankrekening terechtkwam, maar door een administratief bokkensprongetje vermomd als postassignatie bij me in de bus viel. Zo’n ding kan je uitsluitend in contanten laten uitbetalen aan het loket van een postkantoor. Aangezien men mijn woonplaats van zijn postkantoor beroofd heeft, diende ik me zes kilometer te verplaatsen om aan mijn gerief te komen.

Het meisje dat daar de dienst uitmaakte, had tijdens haar opleiding vermoedelijk een commerciële hersenspoeling ondergaan, want ze zei met de plichtmatige lach van een stofzuigerventer:
“Als u bij ons een rekening opent, kunnen de belastingen voortaan uw tegoeden daarop storten en hoeft u zich niet te verplaatsen voor zo’n futiliteit.”
Ik deelde haar mee dat ik al de trotse eigenaar van een paar bankrekeningen was, maar dat de fiscus dat kennelijk even veronachtzaamd had.
“Hebt u soms postzegels nodig?” vroeg ze. “Of misschien een postogram?”
Ze had kennelijk niet veel zin om die futiliteit aan me uit te betalen.
“Nee,” schuddekopte ik, “maar u kunt me wel plezieren met een pakje gezouten boter en een kwart kilo belegen kaas.”

Ze keek me aan alsof ze van plan was om tot een handgemeen over te gaan. Luttele seconden later was ik in het bezit van mijn schamele dertien euro. Of toch bijna.
“Daag!” zei ik vriendelijk.
Er kwam niets terug. Tijdens haar opleiding had men haar niet bijgebracht dat ze in alle omstandigheden beleefd moest blijven.