Tag: belastingen

België zendt zijn zonen uit

De communicant, Eliot, mocht met heel zijn gevolg en op kosten van de belastingbetaler naar Israël reizen, om daar op het Eurovisiesongfestival zijn stemmetje te verheffen en een lied te kwelen, in de hoop daarmee een prijs en eeuwige roem in de wacht te slepen.

Het is me een raadsel wanneer het verre van onbesproken Israël tot Europa is gaan behoren, want volgens mij ligt dat land nog steeds in Azië, meer bepaald in het Midden-Oosten en de Levant. Nu ja, dat andere Europese land, Australië, mag ook deelnemen en maakt naar verluidt zelfs kans om het festival te winnen.

Eliot verscheen op het toneel tijdens de eerste halve finale en hij bakte er niets van. Hij ging al zingend op zoek naar een toonsoort die hij maar niet kon vinden en klonk bijwijlen valser dan een gecastreerde kater. Men kan me folteren met hetgeen hij ten beste gaf. Nu ja, ten beste? Die jongen moet nodig naar de zangles.

Eliot mag dus niet aantreden in de finale en Belgenland heeft derhalve klauwen belastinggeld aan hem en zijn entourage verspild. Als Australië het festival wint – en dat is heel goed mogelijk – verhuist het hele circus volgend jaar naar dat verre Europese land. Wat zal dat weer niet kosten?! Ik houd mijn hart vast. En mijn portemonnee.

Tante Pos

Het valt haast niet te beschrijven welke vreugde er ten huize Uilenvlucht heerste, toen ik een paar maanden geleden van de fiscus de heuglijke tijding kreeg dat ik te veel belastingen betaald had en derhalve eerlang wat restitutie mocht verwachten, te weten de kapitale som van net geen dertien euro. Ja kijk, zulke interessante geldbedragen mag men me in onbeperkte mate blijven aandragen.

Ik was aanzienlijk minder verheugd toen die peulenschil niet op mijn bankrekening terechtkwam, maar door een administratief bokkensprongetje vermomd als postassignatie bij me in de bus viel. Zo’n ding kan je uitsluitend in contanten laten uitbetalen aan het loket van een postkantoor. Aangezien men mijn woonplaats van zijn postkantoor beroofd heeft, diende ik me zes kilometer te verplaatsen om aan mijn gerief te komen.

Het meisje dat daar de dienst uitmaakte, had tijdens haar opleiding vermoedelijk een commerciële hersenspoeling ondergaan, want ze zei met de plichtmatige lach van een stofzuigerventer:
“Als u bij ons een rekening opent, kunnen de belastingen voortaan uw tegoeden daarop storten en hoeft u zich niet te verplaatsen voor zo’n futiliteit.”
Ik deelde haar mee dat ik al de trotse eigenaar van een paar bankrekeningen was, maar dat de fiscus dat kennelijk even veronachtzaamd had.
“Hebt u soms postzegels nodig?” vroeg ze. “Of misschien een postogram?”
Ze had kennelijk niet veel zin om die futiliteit aan me uit te betalen.
“Nee,” schuddekopte ik, “maar u kunt me wel plezieren met een pakje gezouten boter en een kwart kilo belegen kaas.”

Ze keek me aan alsof ze van plan was om tot een handgemeen over te gaan. Luttele seconden later was ik in het bezit van mijn schamele dertien euro. Of toch bijna.
“Daag!” zei ik vriendelijk.
Er kwam niets terug. Tijdens haar opleiding had men haar niet bijgebracht dat ze in alle omstandigheden beleefd moest blijven.