Ik had het hier al vaker over mijn hebbelijkheden en aanwensels. Ik opperde zelfs enkele keren dat er misschien toch een steekje aan me los is, waardoor ik af en toe niet helemaal spoor. Het moet alleszins niet gekker worden dan gisterenmiddag.
Ik at scampi diabolique met basmatirijst. Toen ik na de maaltijd mijn eetgerei naar de gootsteen bracht, merkte ik dat er twee rijstkorreltjes op mijn bord achtergebleven waren. Ik staarde er enkele seconden naar en vond toen dat ik die niet in het sop kon kieperen, om ze rioolwaarts te sturen. Die onbeduidende graantjes waren niet in de Punjab, het grensgebied van Pakistan en India, in het pure smeltwater van de Himalayasneeuw opgegroeid om hier ongenuttigd en dus roemloos aan hun eind te komen. Ik takelde ze omhoog met een vingertop en gaf ze het applaus dat ze verdienden: ik at ze op.
Ik hoor het mijn moeder nog met enige bezorgdheid aan een vriendin toevertrouwen: “Zijn inlevingsvermogen is te groot. Dat zal hem nog een allemachtige hoop ongemak bezorgen.”
Ik heb daarnet een uiltje geknapt. Letterlijk dan. Het vlindertje was in mijn werkkamer beland en probeerde tevergeefs het geheim van vensterglas te doorgronden. Ik ving het behoedzaam en gaf het de vrijheid. Tjonge, wat was dat insectje blij. Ik denk zelfs dat het kwispelstaartte. Of kan een uiltje dat niet?
Ik heb de indruk dat mijn inlevingsvermogen nog toeneemt met het verstrijken der jaren. Dat kan nooit goed aflopen.

Mijn keuze viel op Veurne. Een paar dagen eerder had ik immers een folder over streekproducten in handen gekregen en daarin maakte men melding van de Veurnse babelutten: boterkaramellen, waarvan ik er in mijn jeugd kilo’s verslonden heb. Alleen al de naam deed me watertanden en ik had me voorgenomen om me bij de eerste de beste gelegenheid naar Veurne te begeven, om daar een voorraadje van dat snoepgoed in te slaan. Nu ligt dat stadje niet bepaald dicht bij mijn deur. Derwaarts ─ oud woord ─ moet dat ongeveer veertig kilometer zijn en herwaarts ─ nog een oud woord ─ natuurlijk ook, of wat hadden jullie gedacht? Om niet langer dan nodig onderweg te zijn en vooral ook om niet te verdwalen, gaf ik de op mijn fietsstuur bevestigde gps de opdracht om mij te begeleiden.