Tag: voedsel

Een wonderlijke groente

rabarber2Mijn mond lust graag rabarber. Er is een tijd geweest dat ik me deze zuurstokken probleemloos kon aanschaffen. Schijthuizen kon je ermee dekken. Vandaag de dag moet men zich echter ongans zoeken om die stengels te vinden. Ze zijn zowel letterlijk als figuurlijk dun gezaaid.

Verleden week kwam ik nogal onverhoeds op een boerenmarkt terecht. In een groentekraam aldaar ontwaarde ik zowaar twee ‘bussels’ van mijn favoriete vegetatie, dus vervoegde ik me bij de lange wachtrij. Het duurde toch bijna tien minuten voor ik aan de beurt was en wijzend met een verlekkerde vinger zei:
–”Ik wil graag die twee bussels rabarber.”
–”Die zijn gereserveerd”, deelde die boerin van de korte keten me nogal kortaangebonden mee.
–”Waarom stelt u die dan nog tentoon?” vroeg ik me af en ik deelde die vraag aan haar mee.
–”Ik stel hier tentoon wat ik wil”, verkondigde ze bazig, “en daar hoeft niemand zich mee te bemoeien.”

Ik kon haar geen ongelijk gegeven natuurlijk, maar die onbeschofte zurkelktrut mag van mij schaamluizen krijgen en korte armpjes, zodat ze zich niet kan krabben. Haar kraam mag van mij met een luide knal de lucht invliegen.

Ik zal alleszins nooit meer wat bij die pekelteef kopen. Zelfs geen rabarber.

Als we maar leut hebben

Ik ben een gulzige, ja zeg maar gerust een schier onverzadigbare gebruiker van de brave vloeistof die koffie heet: het bakje leut met andere woorden.

Om die nooddruft te lenigen pleeg ik een toestel van Senseo in te schakelen. Hoewel ik me al jaren allerhande merken en koffiesoorten aanschaf, heb ik tot op heden nog steeds mijn gading niet gevonden. De pads Moka Royal van Douwe Egberts benaderen nog het meest hetgeen ik zoek, te weten de geurige, appetijtelijke kop koffie die men meestal in drankgelegenheden en restaurants voorgezet krijgt, maar geen enkel koffiekussentje kan die eigenschappen evenaren, wat me bijna tot wanhoop drijft. Zal ik me van kant maken, of moet ik me werkelijk zo’n heel duur apparaat met een Italiaanse naam aanschaffen om aan mijn trekken te komen?

Het zal nog eens zo gaan dat ik noodgedwongen op thee overschakel en ik hou niet van thee. Hoewel … met de melange ─ dat is een chic woord voor mengsel ─ ‘Het Geheim van Toetanchamon’ brouw je niet bepaald een inferieur drankje en zou me eventueel wel kunnen vermurwen.

Het Geheim van Toetanchamon … Zoiets verzin je toch niet! Tja, ieder kind moet een naam hebben natuurlijk.

Een vliegende kraai vangt altijd wat

De mens mag niet kieskeurig zijn, behalve waar het zijn lectuur betreft; hij mag niet gulzig zijn, behalve waar het erop aankomt boeken te kopen.
Chang Chao

Om onnaspeurbare redenen – mijn zielenroerselen zijn ook voor mij soms een raadsel – mag ik me graag in de buurt van waterverzamelingen ophouden. Je zal me dan ook geregeld op jaagpaden langs waterwegen zien fietsen.

Op de oever van het kanaal dat zich van Plassendale naar Nieuwpoort begeeft, in de onmiddellijke omgeving van de Gistelbrug, verrijst een idylle van steen onder lommerrijke bomen, omsingeld door uitbundige vegetatie en een boerenblommentuintje: een sprookjesboekhuisje als het ware.

De bewoners ervan plegen er een primitief stalletje neer te poten, waarop ze huisgemaakte jam – dat klinkt chiquer en tegelijk ook knusser dan zelfgemaakt – van diverse vruchten ten verkoop uitstallen. Hoewel ik drie euro nogal duur vind, heb ik al een paar keer een bokaaltje gekocht, want het is gewis lekkere confituur en een artisanaal product mag wat kosten, vooral als de alomtegenwoordige grootmoeder er haar medewerking aan verleend heeft.

Toen ik er verleden week aanlegde, bleek men de sortering uitgebreid te hebben met honing van uitstekende kwaliteit, want afkomstig van rasbijen. In West-Vlaanderen plegen we dit kleverige goedje ‘zeem’ te noemen en zeg nu zelf: dat klinkt toch veel lekkerder … maar ik dwaal af, zij het wederom niet met tegenzin, omdat ik daar goed in ben en eigenlijk niets liever doe.

Ik trof er bovendien een met boeken gevulde bolderkar aan en die literatuur mocht je, luidens een affiche, gratis meenemen. Mijn hart zong op van vreugde, want ik ben de betreurenswaardige eigenaar van slechts tienduizend boeken, dus kan er altijd eentje bij. Ik heb mijn fietstassen volgepropt en kon thuis mijn verzameling met dertien exemplaren aanvullen.

Ik heb het hier al eerder beweerd en geschreven: papier, schrijfgerief en boeken … Je kan er me zot mee maken. Ik heb wat dat betreft slechts één adagium: Geef er me meer!

confituur

Aline bakt er niets van

Rogaciano, de vriend van Aline – de Betsy Bolleboos die ik hier in mijn laatste twee schrijfsels liet opdraven – beschouw ik een beetje als de zoon die ik nooit zal hebben, terwijl hij me toevertrouwd heeft dat ik voor hem de vader ben die hij nooit zal hebben.

Hij is automonteur van beroep en hij werkt in een garage, een paar kilometer van de plek waar ik hoofdkwartier houd. Het gebeurt dan ook niet zelden dat ik hem over de vloer krijg.

Een paar dagen geleden stond hij plots bij me in de keuken, terwijl ik daar aan het kokkerellen was. Nu beschouw ik mezelf niet als een flonkerster wat eten betreft, maar als zoon van een gerenommeerde kokkin kan ik aardig over voedsel meepraten en heb ik het culinaire equivalent van groene vingers.
─”Hoh, het is hier neuzenvreugd”, snoof hij. “Wat ben je aan het klaarstomen?”
─”Provençaalse scampi. Het is nogal bewerkelijk, maar wel erg lekker.”
─”Jij kunt wat samengooien”, kreeg hij hoorbaar het water in de mond.
─”Eet je mee?” stelde ik voor. “Er is meer dan genoeg.”
─”Ik hoopte er al niet meer op”, grijnsde hij.

Terwijl we het op een geweldig eten zetten, kreeg ik een toch wel merkwaardig verhaal te horen:
Rogaciano had op een keer zijn zinnen op mosselen gezet en Aline had twee kilo van die schelpdieren aangeschaft, maar wist hoegenaamd niet wat ze ermee moest aanvangen. Ze telefoneerde met haar vader, die aan zee woont, kreeg tekst en uitleg en ging aan de slag. Ze ontdeed de weekdieren van baarden, pokken en vuil, hetgeen men in vaktermen knippen noemt, spoelde ze drie keer grondig en zette ze toen een tiental minuten in water.
─”… en toen kreeg ik opeens blijekoeienburgers voorgezet”, zei Rogaciano.
─”Wat kreeg je?!”
─”Vegetarische hamburgers”, verduidelijkte hij. “De mosselen waren volgens haar allemaal bedorven, want de schelpen waren niet opengegaan en daarom had ze het hele zootje weggegooid.”
─”Allemaal?” verbaasde ik me. “Dat kan toch bijna niet.”
─”Als je geen vuur onder de pot zet en de mosselen gewoon tien minuten in koud water laat staan, zullen er zich maar heel weinig schelpen openen.”
─”Het is toch niet waar!”
─”Ze kan nog geen ei bakken”, schuddekopte hij. “Bij haar brandt zelfs water aan.”

Gelachen dat we die middag hebben, Rogaciano en ik, maar we hebben ook lekker gegeten, al waren de scampi niet opengegaan.

Eten op een koopje ─ 2

Ik kreeg het verzoek om in het dienstencentrum van mijn woonplaats wat vertaal- en redigeerwerk uit te voeren en ik gaf daar gevolg aan.

Als je niet op pauwentongetjes uit bent, kun je in dat complex ook een middagmaaltijd nuttigen, voor de toch wel zeer democratische prijs van € 8, dus vroeg ik de dag voordien aan internet wat ze me te bieden hadden, want men diende wel te reserveren. Dat was een jardinièresoep, gevolgd door een zeefantasie met spinaziepuree, vergezeld van een drankje naar keuze, en tot slot een niet nader omschreven dessert. Ik deelde ze per telefoon mee dat ze me ‘s anderendaags mochten verwachten.

Die middag begaf ik me naar het restaurant, vestigde met daar aan een tafel en kreeg binnen de kortste keren een soep voorgeschoteld, die weliswaar een groente bevatte, maar in geen geval het salmagundi ingrediënten dat men in een jardinière verwacht aan te treffen. De zeefantasie die ik vervolgens kreeg, was duidelijk een op hol geslagen fantasie, want volgens mij afkomstig van het toch wel zeer zeldzame zeezwijn en de puree bevatte de oranjekleurige brokken van de ook al weinig bekende wortelspinazie.

─”Ik heb tot nu toe niets gekregen van wat het menu op internet vermeldt”, zei ik tegen de vrouw die daar de dienst uitmaakte. “De soep was geen jardinière, het vlees kwam alleszins niet uit zee, maar uit een varken, en de puree bevatte geen greintje spinazie.”
─”Ik weet het”, antwoordde ze schouderophalend. “Het cateringbedrijf heeft zich waarschijnlijk vergist.”

Ik vond dat ze me dat eigenlijk had moeten zeggen voor ze me de maaltijd opdiende, maar ik besloot er verder geen woorden aan te verspillen, produceerde een meewarig lachje en haalde eveneens de schouders op.

Voor acht euro moet je geen onvergetelijke happen verwachten natuurlijk, maar ze moeten me wel geven wat ze beloven. Mij hebben ze daar voor het laatst gezien.

Bah, wat vies!

bananenchips‘Pistachenoten’ stond er op mijn boodschappenlijst en terwijl ik die van het winkelrek plukte, viel mijn oog op een verpakking, die luidens het etiket bananenchips bevatte. Dat leek me wel wat. Ik lust immers graag bananen en ook chips laten me niet onverschillig, dus belandde er zo’n doosje in mijn karretje.

Verleden zondagmiddag schurkte ik me in een vleesetende fauteuil, om per televisie naar het wereldkampioenschap veldrijden te kijken: een bezigheid die bij mij meestal gepaard gaat met het onbekrompen inschenken van een glas en het nuttigen van een versnapering. Dit keer waren de bananenchips aan de beurt.

Grote hemel, hel en vagevuur! Ik heb, geloof ik, nooit een foutere hap in mijn voerklep gestouwd. Die dingen waren gewoon niet te vreten. Er zat kraak noch smaak aan. Nu ja, kraak eigenlijk wel, want het waren tenslotte chips, maar naar de smaak kon ik fluiten.

Nu pleeg ik nooit ofte nimmer voedsel weg te gooien, maar dit keer heb ik dat wel gedaan. Ik probeerde die eerst nog aan de vogels te slijten, maar die wilden er letterlijk geen bek aan zetten. Kun je nagaan! Ik heb die knabbeltjes dus in de vuilnisbak gekieperd en laten we wel wezen: ik heb daar nog steeds geen spijt van.

Doe mij voortaan maar chips van Lay’s met picklessmaak.

Zolang we maar gezond zijn

Het zal me een roodkoperen rotzorg zijn of tomaten tot de vruchten dan wel tot de groenten behoren, want ik vind ze eigenlijk niet lekker, maar toch verorber ik ze bij de vleet en ken ik op het gebied van tomaten slechts één adagium: meer van dat! Men beweert namelijk dat ze heilzame krachten bezitten: ze bevatten immers het antioxidant lycopeen en zouden daardoor naar verluidt het risico op prostaatkanker verlagen.

Nu ben ik nogal lichtgelovig en zeker als het pseudowetenschappelijke prietpraat aangaande het lichamelijk welzijn betreft. Bovendien ben ik met zorg vervuld over mijn conditie en derhalve ook over het welbevinden van mijn prostaat, dus stouw ik regelmatig tomaten in mijn voerklep, ook al zijn die niet mijn kostje. Baat het niet, het schaadt ook niet.

oetkerEen niet gering aantal maanden geleden verlustigde ik me aan een pizza, meer bepaald aan een Pizza Tradizionale met mozzarella en pesto van Dr. Oetker, waarop zich ─ luidens de verpakking ─ ongeveer 8,3 % cherrytomaten bevonden. Mensen kinderen! Die rinse gevalletjes moeten zonder enige twijfel de lekkerste kerstomaatjes zijn die ik ooit achter de knopen stak. Sindsdien zoek ik me het schompes naar hun soortgenoten en heb ik me al een bonte mix van kerstomaten aangeschaft, maar zonder resultaat. Kan dokter Oetker me misschien eens laten weten welke variëteit kerstomaten hij gebruikt en waar ik die kan vinden?

Nog zoiets! Jeroen Meus verkondigde ooit in zijn kookprogramma Dagelijkse Kost dat de tomatensoort Rose de Berne veruit de smakelijkste is die men op deze aardkloot kan vinden. Dat kan best zo wezen en ik wil hem graag geloven, maar kan Jeroen misschien ook een keertje verkondigen waar men die op de kop … eeh … op het kroontje kan tikken? Ik heb mijn stinkende best gedaan en ongeveer alle klavieren bespeeld, maar die Rose de Berne kreeg ik nergens te pakken.

Hèhè.

Nonchalance 2

Ik ben een beetje een slaaf der gewoonte, vooral als die hebbelijkheid ten goede komt aan mijn portemonnee.

Ik pleeg me voor mijn boodschappen vrijwel altijd naar een supermarkt van Colruyt of Okay te begeven, in de eerste plaats omdat ik er stellig van overtuigd ben dat zij effectief de laagste prijzen hanteren, maar ook omdat zowel hun personeel als hun klantendienst het geheim bezitten om precies het juiste midden te bewaren tussen professionele afstand en menselijke warmte. Alle punten!

Desalniettemin heb ik me onlangs tegen beter weten in toch even in een supermarkt van Delhaize gewaagd. Ik kocht daar een paar dingen en ook sla en tomaten, waarvan ik op de verpakking nergens een houdbaarheidsdatum vermocht te ontdekken. Ik raadpleegde derhalve een personeelslid, maar dat meisje verkondigde doodleuk en recht voor m’n raap dat ze het ook niet wist, omdat men van hogerhand de dingen zo nodeloos ingewikkeld maakte dat niemand er nog een kant mee op kon.

Thuisgekomen stuurde ik dus een e-mail naar hun klantendienst, die zij natuurlijk in fraai Nederlands Customer Care noemen, waar ik mijn bevindingen mededeelde en vroeg waar ik in vredesnaam die houdbaarheidsdatum kon vinden.

In hun antwoord kreeg ik daaromtrent geen uitsluitsel. Men vroeg me enkel waar ik de kwestieuze goederen aangekocht had. Ik schreef ze dat ik niet goed begreep wat die informatie er toe deed, maar gaf toch de naam van de supermarkt op.

Ze lieten me weten dat ze mijn bericht doorgestuurd hadden naar de betreffende winkel en daarna …

… hoorde ik niets meer van Delhaize.

Ik oefende wat geduld en schreef toen:

We zijn inmiddels twaalf dagen verder en ik heb in dit verband niets meer vernomen. Het geeft te bedenken. Ik zal voortaan mijn groenten bij een andere supermarkt kopen, waar ze wel een duidelijke houdbaarheidsdatum vermelden. Bovendien zal ik dit gebrek van klantvriendelijkheid aankaarten op mijn blog en de andere sociale media waar ik gebruik van maak.
De klant zou koning moeten zijn, maar dat geldt duidelijk niet voor Delhaize. Dat Customer Care kunnen jullie beter uit jullie e-mails schrappen.

Ik heb niets meer van ze vernomen. Delhaize kan wat mij betreft de pot op! Ik ga voortaan weer naar Colruyt.

Nonchalance

Waldkorn is sinds jaar en dag mijn favoriete broodsoort. Ik ben er zelfs in die mate aan verslingerd dat ik er ─ in mijn hoedangheid van tekstschrijver voor advertenties, die in keurig Nederlands copywriter heet ─ een reclameslogan voor bedacht heb, die ik evenwel nooit te gelde maakte: “Kies voor het brood van Waldkorn. Dan heb je toch even een bruine boterham gegeten.”

Toen mijn bakker in september 2016 zijn spreekwoordelijke lier aan de wilgen hing en naar Spanje verkaste, ging ik te rade bij de website van Waldkorn, teneinde daar te vernemen waar ik voortaan aan mijn trekken kon komen. Men diste me weliswaar een aantal bakkerijen op, maar geen daarvan bleek me mijn geliefkoosde boterhammen te kunnen bezorgen. Sommigen hadden zelfs nog nooit van Waldkorn gehoord. Ik schoot derhalve enigszins uit mijn slof en stuurde ras een e-mail naar dat bedrijf:

De door u vermelde verkooppunten kloppen hoegenaamd niet met de realiteit. De verkooppunten die u voor mijn regio vermeldt, hebben nog nooit Waldkorn aangeboden. De bakkerij die wel Waldkorn verkoopt, wordt door u niet vermeld.

Het antwoord liet niet op zich wachten:

Bedankt voor uw mailtje en interesse in Waldkorn®.
Kan u mij even aangeven om welke bakkers het juist gaat aub, dan kunnen wij dit nakijken. In principe worden enkel Waldkorn®-verkopende bakkers toegelaten op onze website.
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Ik reageerde prompt (de namen werden door mij aangepast):

Geachte
De hieronder vermelde bakkerijen bieden geen Waldkorn aan:
Patisserie Vanzwiereltruis
Bakkerij Deegkneder
Bakkerij Hupsakees

De ondervermelde bakkerij biedt wel Waldkorn aan, maar wordt niet op uw website vermeld:
Bakkerij Lekkertaartje

Met vriendelijke groet

En opnieuw liet het antwoord niet op zich wachten:

Beste B.
Bedankt voor uw info.
We kijken dit morgen onmiddellijk na en wij informeren u verder.
Prettig weekend nog
Met smakelijke groeten
Het Waldkor®n-team

Niet veel later volgde een aanvulling van een laaiend enthousiaste Natasja:

Beste B.
We hebben al sneller feedback dan verwacht.
De door u aangegeven bakkers zijn gestopt met Waldkorn®, dus deze laten we van de website halen.
Bakkerij Lekkertaartje zullen we op de website bijplaatsen.
Bedankt voor de informatie
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Onlangs ging bakkerij Lekkertaartje met verlof en ik diende dus op zoek te gaan naar een bedrijfje dat me uit de nood kon helpen. Ik ging opnieuw te rade bij de website van Waldkorn en daar bleek in twee jaar en vier maanden geen enkele wijziging doorgevoerd te zijn, dus klom ik onverwijld opnieuw in mijn pen, of beter gezegd in het klavier van mijn pc:

Op 18 september 2016 liet ik u weten dat de gegevens op uw website, betreffende de bakkerijen die Waldkorn verkochten, geenszins met de werkelijkheid strookten. Uw medewerkster, Natasja G., verzekerde mij toen op zeer enthousiaste wijze dat er binnen de kortste keren werk zou gemaakt worden van de aanpassing. We zijn inmiddels twee jaar en vier maanden verder, maar uw website vertoont nog steeds dezelfde fouten. De vermelde bakkers verkopen Waldkorn niet en sommigen hebben er zelfs nog nooit van gehoord, terwijl zij die wel Waldkorn verkopen niet eens vermeld worden.
Zo’n verregaande slordigheid geeft alleszins te bedenken.
B.

Het antwoord luidde:

Beste B.
Bedankt voor uw oplettendheid.
De website wordt steeds bijgehouden en de bakkers vermeld op de website, zijn wel degelijk Waldkorn®-klanten.
Kan u mij aangeven over welke bakkers u net spreekt, dan bekijk ik dit in detail.
Met smakelijke groeten
Het Waldkorn®-team

Nu was het welletjes geweest. Ik schreef:

Dat de website bijgehouden wordt is een lachertje, indien al niet een grove leugen. Er is in die twee jaar niets, maar dan ook niets veranderd. Zoals ik toen meldde, verkoopt geen enkele, maar dan ook geen enkele door u vermelde bakker in regio Z. het Waldkornbrood. Dat was twee jaar geleden zo en dat is nog steeds zo. De bakkerij die wel Waldkorn verkoopt en die ik twee jaar geleden al vermeldde, staat nog steeds niet genoteerd.
Als de website bijgehouden wordt, zoals u beweert, dan hebt u dat wellicht gedroomd. Bespaar me voortaan uw leugens. Ik zal niet nalaten om uw verregaande klantonvriendelijkheid te vermelden op mijn blog en de andere sociale media waar ik gebruik van maak.

En de eens zo enthousiaste Natasja reageerde:

We zullen uw opmerkingen meenemen.

Daar zijn we dan mooi klaar mee. Tja, waar bemoei ik me eigenlijk mee? Ik denk dat ik me voortaan met een andere broodsoort zal vermeien.