Tag: vissen

Kwakwerk

De menukaart van het restaurant waar ik voor het eerst aanschikte, prees onder meer een op het vel gebakken kabeljauwhaasje aan dat gelardeerd zou zijn met een blanke botersaus en bieslook. Het lekkerbeetje kostte vijfentwintig euro, maar het leek me wel wat en ik pleeg niet op voedsel te beknibbelen, dus bestelde ik het.

–”Vandaag is het wel geen kabeljauw”, deelde de commis de rang me mee. “Het is skrei.”
–”‘Skrei?” fronste ik, want niettegenstaande mijn vrij grote onderlegdheid op culinair gebied had ik daar nog nooit van gehoord.
–”Jonge kabeljauw”, verduidelijkte hij.
–”Dus toch kabeljauw”, stelde ik. “Doe mij maar zo’n jong ding.”

Skrei, zo las ik achteraf op internet, is een soort kabeljauw, afkomstig van de Lofoten, die enkel in de winter verkrijgbaar is.

Wat ik even later voorgezet kreeg, was kwakwerk: een smerig hapje als het ware en absoluut niet wat ik van kabeljauw verwachtte, ook al heette die skrei en was die jong en onervaren. De vis was vergezeld van ik weet niet welke sufgekookte groentes, waarvan de smaak mijn tong verontrustte, die ik dus met lange tanden proefde en links liet liggen. Ook de skrei was niet bepaald mijn kostje, laat staan een onvergetelijke hap.

Lang verhaal kort: het gerecht was een onverhoedse aanval op de smaakpapillen en nauwelijks te vreten. Als ik een skrei was, zou ik halsstarrig weigeren om daar in de keuken geslachtofferd te worden om er in deerniswekkende toestand op tafel te komen.

Toen ik een paar uur later thuis van mijn maaltijd zat te bekomen, of dat althans probeerde, heb ik in een uiterst onaangename opwelling de skrei aan het riool toevertrouwd door het boven de toiletpot op een klaterend braken te zetten.

Ik ben over het algemeen een welvoeglijk mens, dus zal ik de naam van het etablissement in kwestie hier niet vermelden, maar mij zien ze daar alleszins niet meer. Nooit meer.

De truken van de foor

Het mosselseizoen heeft een aanvang genomen en daar heb ik mijn fleur in, want dat wonderlijk gedierte is mijn kostje. Ik lust ze wel, die gepantserde frivoliteiten.

Meestal maak ik ze zelf klaar, zoals mijn moeder het me heeft voorgedaan, maar af en toe laat ik me verleiden om die in een restaurant te bestellen en te nuttigen. Soms valt dat mee; soms valt dat tegen.

Gisteravond zat ik aan de tapkast van de plaatselijke drenkplaats een biertje te likken, toen een heerschap zijn grote hoeveelheid kilogrammen naast me neerliet en een gesprek met me aanknoopte. Hij was behoorlijk aan de vracht, leek het me, en in de milde schemer van alcohol durft een mens er al eens wat uit te lappen, of iets aan de klokkenreep te hangen.

mosselenDe man bleek in een restaurant te werken. Hij klapte dus letterlijk uit de keuken toen hij me op samenzweerderige toon mededeelde dat men daar – en volgens zijn zeggen in de meeste eethuizen – een loopje placht te nemen met de mosselen die men aanbood. Men gooide namelijk steevast een aantal lege schelpen in de pot, waardoor de porties groter leken en men bij de klanten de verkeerde indruk wekte dat ze heel veel waar voor hun geld kregen.

Ik heb inderdaad al een paar keer vastgesteld dat ik veel meer lege schelpen aantrof dan dat er losse mosselen in het kookvocht onderaan de pot dreven. Voortaan zal ik dat nauwgezet controleren en wee het restaurant waar ik meer schelpen dan mosselen krijg. Ik zal ze aan de schandpaal nagelen.

Beet! (2)

De hengelaar zat bij de oever van de vliet, enigszins verscholen in hoogbenig riet, zoals de karekiet kiet kiet uit het bekende lied lied lied.

Zoals het een door de wol geverfde hengelaar betaamt, gooide hij met veel panache, om niet te zeggen bravoure, zijn hengel uit. Hij zwaaide de roede achterwaarts, om die vervolgens met een ruk naar voren te zwiepen, zodat de haak en de dobber met een keizerlijke zwaai op ruime afstand in het water neerdaalden …

… edoch dat gebeurde niet. Ons loze vissertje was kennelijk vergeten dat er een pad achter hem langs liep. Zijn haak vatte de wandelaar, die daar uitgerekend op dat moment voorbijstapte, letterlijk bij de kraag, om zich vervolgens brutaal los te rukken en een joekel van een winkelhaak in het kledingstuk van het slachtoffer achter te laten. De man was daar hoegenaamd niet blij mee, al mocht hij eigenlijk nog van geluk spreken. Voor hetzelfde geld had hij dat ding in zijn lip of zijn oog gekregen. Er ontstond dan ook een heftige discussie tussen beide partijen, maar ik heb niet op de uitkomst ervan gewacht.

Zodoende weet ik nu hoe ik iemand aan de haak moet slaan, om die vervolgens de kleren van het lijf te sleuren. Het kan haast niet anders of daar moet seks van komen en dat is mooi meegenomen.