Categorie: Angulus ridet

De wind onder hun vleugels

Hetgeen hier in enkele schrijfsels aan bod kwam, was een eerbetoon aan Reinhold: een bloemlezing van de vaak dolle avonturen die ik samen met hem mocht beleven. Ondertussen is hij tot stof en as teruggekeerd, zoals dat heet, en ik heb het bijzonder moeilijk om daar vrede mee te hebben. Hij was immers een heel lieve mens, een galantuomo en een gentleman, en ik genoot het grote voorrecht om hem mijn vriend te noemen en zijn vriend te zijn.

In een zalig vroeger, toen mijn ouwelui, mijn zusje en Reinhold nog op aarde vertoefden en wij elkaar gezelschap hielden, hing er bij ons thuis een belletje op het terras. Sommigen noemden het een windgong, anderen dan weer een eolusharp, maar eigenlijk was het noch het een noch het ander.
Een windgong bestaat uit een aantal buizen van metaal, glas of bamboe, die een twinkelend geluid produceren als de wind ze beroert en ze tegen elkaar aanleunen. Bij eolusharpen zijn het de snaren die zachtjes zingen als de god wiens naam ze dragen — Aiolos is de god der winden — ze met onzichtbare vingers betokkelt.

Het speeltuigje op ons terras kwam uit het land van de rijzende zon, waar ik het zelf aangeschaft had, en heette daar furin, hetgeen men alhier gemakshalve als Japans tuinbelletje vertaalt. Als men zou zeggen ‘er hangt een furin op mijn terras’ loopt men immers een geredelijke kans dat de mensen zich daar heel wat anders bij voorstellen.

Onze furin had een stemmetje dat me aan een gedicht van Guido Gezelle deed denken — o krinklende winklende waterding — of ook nog aan het etherische stemgeluid waarmee de zangeres Enya op onnavolgbare wijze Marble Halls ten gehore brengt: I dreamt I dwelt in marble halls … Hemels!
─“Telkens als dat belletje gaat, heeft een engel zijn vleugels gekregen”, beweerde mijn moeder en ik, romantische ziel, geloofde dat onvoorwaardelijk.
─“Dat belletje dient om de stilte te accentueren”, zei mijn vader die een no-nonsenseman was en niet in engelen geloofde.

Nadat de dood zich eigengereid met mijn leven had bemoeid door me mijn dierbaren te ontnemen, raakte de furin op een dwaalspoor. Verleden week, tijdens het opruimen, kreeg ik echter plots dat belletje in handen en gisteren heb ik het opgehangen.

Zonet hebben mijn ma, mijn pa, mijn zusje en nu ook Reinhold hun vleugels gekregen. Ik heb het zelf gehoord. In gedachte zie ik ze ietwat onwennig en ondeugend door het hemelse paradijs fladderen, tikkertje spelen … en als de wind van hun vleugels over het terras strijkt, klatert hun lach en die van het rinkeltinkeltje …

… en dan glimlach ik ook.

Er zwaait wat

Kennissen van me, met wie ik overigens niet echt een geslaagde relatie onderhoud, vertrokken een jaar of wat geleden naar Japan. Ze keerden helaas ook terug en ze brachten zowaar een cadeautje voor me mee: een Maneki Neko. Kus nu mijn klooster!

Maneki Neko betekent Wenkende Kat en het is eigenlijk niet meer dan een zittende kattenfiguur, voorzien van een wuivende poot, die men in het Verre Oosten algemeenlijk als een talisman beschouwt. Zo’n beeldje kreeg ik dus en men drukte me op het hart dat ik er nauwlettend op moest toezien dat het pootje in beweging bleef, want als het zwaaien ophield, kon dat weleens heel kwalijke gevolgen voor me hebben.

Het geval heeft eerst een tijd op mijn schrijftafel gestaan, maar dat rusteloze armpje werkte af en toe behoorlijk op mijn systeem. Bovendien beschouwden mijn echte poezen het wuiven als een soort uitnodiging om te stoeien. Aanvankelijk beperkten ze zich tot het uitdelen van wat speelse tikken, maar ze werden met de dag driester en toen mijn fetisj op een keer een optater van je welste kreeg, kon ik die maar net van een regelrechte doodsmak redden.

Sindsdien staat het ding op een veiliger plek. Weliswaar moet ik er om de twee weken een vers batterijtje in onderbrengen, want het is een bijzonder gulzig energievretertje, maar dat weegt natuurlijk niet op tegen het geluk dat hier op onstuitbare wijze langs deuren en ramen blijft binnenstromen. Ik kan het werkelijk niet op en helaas kan je voorspoed niet oppotten, om het te gebruiken als het eens wat minder gaat, zoals bijvoorbeeld gisteravond …

Het zal rond een uur of negen geweest zijn dat het zwaaiende pootje plots stilviel. Ik repte me naar de lade waarin ik batterijen bewaar, om daar te ontdekken dat ik door mijn voorraad heen was. Ik haalde de schouders op en schoof nogal nukkig de lade dicht, waardoor ik de hele kast een schok bezorgde en het labiele evenwicht van een kaars in een kandelaar dermate verstoorde, dat die aanstalten maakte om te gronde te storten. Ik probeerde dat te verhinderen, maar haperde onderweg aan een ander ornament, zijnde een loodzware en uilvormige boekensteun van marmer. Die vogel daalde gezwind neerwaarts en streek neer op mijn grote teen, die bloot was en derhalve onbeschermd.

Ik stond wat te dansen en toen ik uitgedanst was, ben ik naar de nachtwinkel in het dorp gewandeld. Daar heb ik batterijen gekocht en veel te duur betaald, maar mijn Maneki Neko wuift weer met zijn pootje en de fortuin lacht me toe.

En maar zwaaien en maar blij kijken …

ManekiNeko

Omtrent

Hoewel de titel van mijn blog iets anders laat vermoeden, behoor ik allerminst tot de gilde van de nachtbrakers, de fuifbeesten, of de wilde stappers. Wel integendeel! Ik ben een stille in den lande en leid een eerder onopvallend bestaan in een West-Vlaams dorp dat nog net niet dood is. Mijn dagen breng ik veelal thuis door, terwijl ik me freelancend met scheppende arbeid onledig houd. Niets is beter dan betaald te worden voor iets waarvan je geniet. 

Mijn sanctum sanctorum is een vrolijk ontregeld vertrek, waar ik  mijn beroepsbezigheden verricht aan een omvangrijke schrijftafel, omgroeid door uitpuilende boekenkasten, die onderdak verschaffen aan falanxen literatuur en een overzichtstentoonstelling van snuisterijen en dingsigheden.

Voor andere kijkjes in mijn leven verwijs ik naar mijn blog, waar alle aspecten van mijn persoontje ─ zelfs de minder fraaie ─ aan bod zullen komen, zij het mondjesmaat.