Ik was op stap met Reinhold die, het mag gezegd, een nogal gunstig uitgevallen voorkomen heeft. Hij beschikt over fraai gedraaide poten en oren, waardoor hij wellicht tot de met een schaartje geknipte kostgangers van de aardkloot behoort.
Het duurde niet lang of we kregen een pracht van een dorst. Op zoek naar lafenis kwamen we terecht in een opgesmukte kelder met donkere nissen en diffuus licht, dat lusteloos de duisternis bevocht. We bestegen krukken aan de bar en het knappe kind dat ons met een glimlach van een meter en duizend tanden in haar mond de kaart overhandigde, kreeg het gelijk in de kleine darmpjes toen ze Reinhold aankeek. Ik zag als het ware de verliefdheid in haar hartveroverende boezem opwellen.
-“Dat noem ik nu een stoot”, grijnsde Reinhold en met een knikje maakte ik duidelijk dat ik het met hem eens was.
We bestelden een woeste cocktail en het meisje ging fluks aan de slag. Ze schudde, klutste en mixte zich het hart uit het lijf, maalde ijsblokjes tot schilfers en goot vervolgens het ingewikkelde brouwsel in hoogbenige coupes. Die van mij maakte een vlekkeloze landing; het exemplaar van Reinhold eveneens, maar toen hij haar op dankbare wijze aankeek, kreeg ze dusdanig de riebels, dat ze zijn glas een ietwat onhandige aai gaf, waardoor het gemoedelijk kantelde. Voor het te pletter stortte, goot het evenwel zijn inhoud tussen de benen van mijn gezel. Ik had een pret. Ik benatte me bijna.
De scherven zouden haar noch hem geluk brengen, want wat er toen allemaal gebeurde, tart elke beschrijving. Het arme wicht verloor compleet haar tramontane. Alles mislukte. Ze moest opnieuw een cocktail voor haar hartenlapje verzorgen, maar de ijsblokjes sprongen uit haar schepje en huppelden over de vloer. De beker van de ijsmolen kreeg een dreun, kwakte op de grond en overleefde dat niet. De champagne was op en ze moest een nieuwe fles aanbreken, maar de soupire érotique waarmee dat dient gepaard te gaan, ontspoorde in een knal van je welste en het bordeelschuim spoot opgewekt in haar nogal roekeloze decolleté. Zelfs een simpel citroenschijfje veroorzaakte overlast, want de vrucht ontsnapte, ricocheerde van het kastje naar de muur en rolde toen doodleuk naar een bijna onbereikbaar hoekje. Eindelijk was ze klaar.
─”Kijk vooral niet in mijn ogen!” lachte Reinhold, begeleid door bezwerende gebaren.
Omzichtig plaatste ze het glas op de placemat die zich voor mijn vriend uitstrekte. Ik zag het gebeuren, maar ik liet het gebeuren. Een schakeltje van haar armband hechtte zich vast aan een lusje van die sponzige onderlegger en toen ze haar hand terugtrok … Touché! Het glas wiebelde nauwelijks. Het kwakte pardoes neerwaarts. Het was een voltreffer!
Ik raakte buiten adem. Ik lachte me paars. Ik zakte van mijn kruk … en terwijl ik dat deed … stootte ik mijn glas om.
