Tag: recreatie

Een afdankertje

Ik heb me laten vertellen dat de omtrek van onze aardkloot 40.047 kilometer bedraagt. Als dat zo is ─ en ik zou niet weten waarom dat niet zo zou zijn ─ dan hebben mijn fiets en ik een gedenkwaardige prestatie verricht: we zijn namelijk samen als het ware rond onze bol gereden, zoals jullie op onderstaande foto kunnen zien.

aardomtrek

We hebben dit bravourestukje al met al zonder veel kleerscheuren bewerkstelligd. Het tuig heeft me slechts twee keer met een lekke band opgezadeld, hetgeen telkens door de niet zo bekwame, want uitermate lang op zich laten wachtende pechdienst van de VAB werd verholpen. Ik ben er ook maar twee keer mee gevallen en heb dus alle redenen om tevreden en dankbaar te zijn …

… maar ik ben nu eenmaal een ondankbaar stuk potvreten, dus heb ik me verleden week een spiksplinternieuw rijwiel aangeschaft: een niet zo goedkope tweetrapsraket van Gazelle, die toegerust is met talloze toeters en bellen.

Zodoende staat mijn trouwe metgezel van meer dan veertigduizend kilometer nu in de garage te verkommeren, hetgeen natuurlijk bijzonder treurig is, maar wie ben ik dat ik me daaromtrent zou bekreunen? Ik klim gezwind in het zadel van mijn sierlijke gazelle en galoppeer lustig het Vlaamse land in.

‘t Moet wel leuk blijven

We zitten volop in de hondsdagen ─ tekst en uitleg hieromtrent vind je in Hotdogs ─ en het valt dan ook niet te verwonderen dat we er mooi weer bij hebben. De zomer jubelde om me heen. Meer zelfs: het was pufheet toen ik me op mijn fiets tilde om, vermomd als milieu-inspecteur, een tocht aan te vatten.

Het rijwiel bracht me eerst naar het Groenhovebos in Torhout. Helaas zijn er daar ook paardenfaciliteiten ondergedoken ─ ruiterclubs, maneges, stoeterijen ─ en je loopt er derhalve een geredelijke kans om een aantal van die edele dieren op je weg te ontmoeten. Hetgeen geschiedde, of wat hadden jullie gedacht?  Op een smalle bosweg deinden wel twintig ruiters stapvoets voor me uit en ik zag geen enkele kans om die voorbij te rijden, dus dobberde ik noodgedwongen ongeveer een kwartier in hun kielzog. Ik kan jullie verzekeren dat er vervullender bezigheden bestaan dan het naar paardenkonten staren, maar soms heb je het niet voor het kiezen.

De wegen en paden die het Groenhovebos doorkruisen, liggen trouwens bezaaid met zeer onappetijtelijke paardenvijgen. Het is geen sinecure om die allemaal te ontwijken en je moet al een zeer behendige fietser zijn om er ‘ongeschonden’ doorheen te slalommen. Ik slaagde daar niet in, of wat hadden jullie gedacht? Bah, wat vies! Ik herhaal het en ik zal het blijven herhalen: als eigenaars van honden drollen dienen op te ruimen, dan moeten ruiters dat ook doen.

Over honden gesproken … Ik heb hier al meerdere keren gemeld dat ik een absolute hekel aan ongebonden en dus loslopende exemplaren heb. Ik ben al ik-weet-niet-hoeveel keer door zo’n mormel belaagd en zelfs al eens gebeten, maar nu zie ik me genoodzaakt om ook de aan een rollijn bevestigde viervoeters in mijn ergernis te betrekken. Tijdens mijn fietstocht werd ik namelijk door zo’n beest aangevallen, omdat de eigenaar ervan dusdanig met zijn telefoon bezig was, dat hij die leiband veel te laat opspande, waardoor zijn metgezel over kilometers vrijheid ─ ik overdrijf lichtjes ─ beschikte, mij als een bedreiging beschouwde en ervoor zorgde dat ik duivels uit de hel vloekte.

mondmasker2Een ander been waar ik blijf aan knagen, betreft het met steeds kwistiger hand rondgestrooide zwerfvuil. Naast sigarettendoosjes, drankverpakkingen en andere rotzooi zijn nu ook mondmaskers in het arsenaal wegwerpartikelen opgedoken. Tijdens mijn trip van ruim veertig kilometer zag ik er zeven liggen. Dat zijn er drie meer dan de gesneuvelde egels die ik op mijn weg aantrof. Het gaat van kwaad naar erger.

Tot slot vraag ik me af waarom motorrijders in jolig groepsverband per se landwegen willen uitkiezen om hun lusten bot te vieren. Beseffen die lui eigenlijk hoe angstaanjagend het voor een fietser is als honderd motards hem aan hoge snelheid op zo’n smal asfaltlint voorbijzoeven, al is zoeven niet het geschikte woord om hun luidruchtige passage weer te geven?

Ik ben trillend als een espenblad en bevend als een riet van mijn fiets gestapt.

Hoe sterk is een eenzame fietser?

Het is een paar maanden genieten geblazen geweest, maar nu is het hek opnieuw van de dam … en zodra het hek van de dam is, lopen de varkens in ‘t koren.

In dit geval zijn de varkens de hordes recreatieve fietsers, die we in de wandeling wielertoeristen noemen, maar die meestal de benaming wielerterroristen verdienen. Ze mogen opnieuw in jolig groepsverband de baan op en dat zullen we geweten hebben.

Ze hebben toestemming om de wegen onveilig te maken, op voorwaarde dat ze dat maximaal met zijn twintigen doen, dat ze afstand van elkaar houden en dat ze zich bij voorkeur op minder drukke wegen begeven. Laten dat nu uitgerekend de wegen zijn die ik, eenzaat en solitaire fietser, graag gebruik.

Zien jullie me rijden, met volle teugen genietend van de om me heen jubelende lente en de wonderlijke landschappen die ik doorkruis … tot er plots zo’n losgeslagen meute opdoemt, bloeddorstig op me afstormt, me rakelings passeert en ondertussen snotterend, spuwend, snuivend, proestend, hoestend en rochelend een lading bacteriën over me uitstort, om van de meedogenloze virussen nog te zwijgen?

Ja kijk, zo is er voor mij geen lol meer aan. Ik denk dat ik voortaan maar thuis zal blijven. In mijn kot.

Bemoeial

De bel gaf lament; het rode licht begon te knipogen en de slagboom zeeg neerwaarts. Het kon haast niet anders of er zat een trein aan te komen, dus vond ik het raadzaam om de remmen dicht te knijpen en halt te houden. Een nogal luidruchtige groep wielertoeristen, die luidkeels naar massageolie stonken, volgde mijn voorbeeld.

De trein raasde voorbij, maar het rode licht knipoogde lustig verder en ook de slagboom week geen voetbreed, wellicht omdat er een tweede exemplaar in aantocht was.
─”Ja, zo gaat ons gemiddelde natuurlijk steil de dieperik in”, gaf een van de recreatieve fietsers lucht aan zijn misnoegen daaromtrent en hij staarde naar een op zijn stuur bevestigd instrumentje, waarop zijn prestaties in cijfers omgezet werden.
─”Als ik jou was,” meesmuilde ik, “zou ik die bel en die slagboom straal negeren en doorrijden. Veel kans dat je gemiddelde dan steil de hoogte inschiet.”

Hij kon daar niet mee lachen, maar slaagde er niet in om een gepast weerwoord te verzinnen. In plaats daarvan keek hij me aan alsof ik een giftig reptiel was. Zijn gezicht verried dat ik een kopstoot van hem kon krijgen. Zelfs meer dan een.

Ik zal nu toch eindelijk eens moeten leren om mijn klep te houden. We beleven immers wrede tijden en de mensen hebben tegenwoordig steeds langere tenen. Het zal nog eens zo gaan dat ik de krantenkoppen haal, wegens een confrontatie met dodelijke afloop.

Aan de oever van de vliet

Op een idyllische plek, waar enkel zwakke weggebruikers konden komen en waar het water, niettegenstaande de aanhoudende droogte, overvloedig aanwezig was, had men een aantal robuuste picknicktafels en banken neergepoot. Een fietsende moeder, in wiens kielzog een aanhangwagen met inhoud dobberde – een meisje van naar schatting een jaar of drie – hield halt en streek samen met haar dochter neer op zo’n zitmeubel.

Ze dronken wat, ze verorberden een kleinigheid en hielden een kwieke stroom van opgeruimd gebabbel gaande. Nou moe, dat kind had een stemmetje dat zilveren geluidjes uitstootte en klingelde als een kristallen windgong. Ze had bovendien allerhande snibbige praatjes in de aanbieding en was derhalve een levend voorbeeld van wat we in West-Vlaanderen een snetsebelle noemen.

Toen de vrouw zich wat later opnieuw in gang trapte, dook het hoofd van het meisje op uit haar voertuig.
“Mama, niet in het water vallen, hoor!” riep ze bezorgd.
De moeder beloofde dat ze dat niet zou doen en de prinses schurkte zich gerustgesteld en tevreden in haar koets. Ze wuifde nog even naar me, met een handgebaar dat de Engelse queen haar ongetwijfeld zou benijden.

Kijk, met zulke lieflijke taferelen kan men een glimlach op mijn gezicht borstelen, of me doen grijnzen als een huzaar op vrijersvoeten. Meer zelfs: het maakt mijn dag!

Sommige mensen verblijden de wereld en dat meisje was zo iemand.

Sommige mensen zijn met weinig tevreden en ik ben zo iemand.

Oprispingen

De vindingrijkheid van de dynamische middenstand kent geen grenzen, maar ook particulieren laten zich niet onbetuigd.
– Usuz: jeugdhuis in Gistel (West-Vlaams voor ons huis).
– De goe smete: bowling in Koekelare (West-Vlaams voor de goeie gooi).
– De Bolzak: café-feestzaal in Beernem. Vooralsnog geen idee waar de naam zijn oorsprong vindt. Misschien heeft de Franse schrijver Honoré de Balzac er ooit aangelegd.
– Hakuna Patata: friettent in Oudenburg. Variant op de term Hakuna matata uit het Swahili, hetgeen ‘geen zorgen’ betekent.
– Uuze stulpe: naam van een particuliere woning in Torhout (West-Vlaams voor onze stulp).

Ik fietste voorbij een hoeve die de naam “Schapenhof” droeg. Er viel daar evenwel geen enkel schaap te bespeuren. Wel heel veel runderen.

De dagschotel van het restaurant waar ik op het terras aanschikte om een sobere maaltijd te nuttigen, behelsde een kotelet met rodekool en gekookte aardappelen, gevolgd door een ijsje of een koffie. Een bejaard echtpaar streek neer aan een belendende tafel en bekeek het uithangbord, waarop de vrouwelijke helft van het gezelschap de mond opende en sprak:
“Wie eet er nu rodekool in zo’n hitte?”
‘t Is ook nooit goed voor sommigen. Wat verwachten ze eigenlijk voor € 13? Pauwentongetjes?

Over restaurants en terrassen gesproken … Ik zou graag eens rustig op een terras mijn voerklep willen volstouwen, zonder dat men in mijn directe omgeving de brand in kankerstokken zuigt of, erger nog, me onderdompelt in mistbanken, afkomstig van walmende elektronische sigaretten.

Het valt me op dat een niet gering aantal wielertoeristen last van overgewicht heeft, om niet te zeggen dat ze op hangbuikzwijnen lijken, die zich met verkrampte gezichten en zwetend als otters afbeulen, om toch maar in het spoor van hun metgezellen te blijven. Ik vraag me af wat daar de lol van is. Zouden die luiden eigenlijk genieten van hun uitje?

En zo duiken we met zijn allen de hondsdagen in. We hebben er alleszins mooi weer bij.