Tag: woordspeling

Als kut op dirk

Niettegenstaande het gevorderde uur redigeerde ik vannacht nog snel een e-mail, herlas die en lanceerde het schrijfsel met een muisklik. Vervolgens zette ik mijn pc af, rookte een sigaretje achteloosheid, wenste mijn katten welterusten ─ ze keken me aan met een air van dat-had-je-maar-gedacht ─ en ging naar Interlaken.

Vanmorgen was ik in de keuken bezig toen er in mijn bureau een sirenenstem opklonk:
─”Ik heb post voor je”, zei een meisje met een timbre als roze toiletpapier.
Ze woont in mijn computer en houdt daar mijn mailboxen in de gaten.

Ik las:
Volgens mij heb je de nacht doorgebracht in het gezelschap van je onbetrouwbare vrienden: Al Cohol en Marie Huana. Het kan haast niet anders of je hersens waren gemarineerd in allerlei verdovende substanties toen je die aan mij gerichte mail uit je klavier raffelde. Ik raad je aan om de voorlaatste paragraaf toch even aandachtig te herlezen.

Wat ik toen deed. Op het eerste gezicht kon ik nergens een anomalie vinden, maar toen ik de tekst een tweede keer doornam, begreep ik wat hij bedoelde. Ik zat te kijken als een man die ineens ontdekt dat hij een vagina heeft. Dat ik dat niet opgemerkt had! Wat zijn hersens toch wonderlijke kwabben.

Hieronder vinden jullie de paragraaf in kwestie. Ik ben benieuwd of jullie meteen merken wat eraan schort.

De paaldanseres kronkelde interessant. Ze straalde het soort vreugde uit dat zich soms aftekent op gezicht van mensen die je in winkelstraten aanklampen en vragen of je al van Jezus hebt gehoord. Ik kon me niet van de indruk ontdoen dat ze aan het klaarkomen was, of toch zeker binnen de kortste keren een hersenverslindend organisme zou krijgen.

Moeilijke woorden

We schurkten ons in vleesetende fauteuils en verschansten ons bij een haardvuur, dat niet alleen zijn vlammen bloot lachte, maar af en toe ook zijn beste vonkje voorzette en bovendien naar dennenbossen geurde. De vrouw des huizes verdeelde oogstrelend gebak in ordentelijke punten, die ze vervolgens behoedzaam op bordjes neervlijde en ronddeelde.

─”Dat ziet er eigenwijs lekker uit”, smakte ik, “en het is prachtig om naar te kijken. Heeft het ook een naam?”
─”Clafoutis”, straalde ze. “Ik heb altijd gedacht dat het een Grieks gerecht was, maar het blijkt zo Frans te zijn als de Eiffeltoren.”
─”’t Kan erger, hè?” probeerde de echtgenoot haar af te bluffen. “Ik ben er lange tijd van overtuigd geweest dat Fellatio een personage uit een toneelstuk van Shakespeare was.”
We lachten dat we krulden en hij zette het op een glunderen dat aan extase grensde.
─”En ik heb nog maar net ontdekt dat Clitoris geen Grieks eiland is”, deed ik mijn triomfantelijke duit in het zakje.

Zo hadden we alle drie ons zegje gehad en konden we tevreden overgaan tot het verorberen van de clafoutis. De vrouw des huizes hield daar plots mee op en keek me aan.
─”Misschien komt het daardoor dat je nog niet van straat geraakt bent”, wilde ze mijn woordgrapje niet onweersproken laten.

Daar kun je mee lachen

Ik heb een vriendin, Ingrid, die met een buitengewoon vlotte babbel gesierd is. Bovendien heeft ze altijd wel een grapje klaarzitten. Als je in haar gezelschap vertoeft, vliegen de kwinkslagen je klitsklats om de oren en deelt ze woordspelingen uit als waren het strooibiljetten.

We waren samen in Colruyt. De kassabediende die ons aan de kassa bediende ─ hoe verzin ik het? ─ leek me een nogal afgesloten type. Er kwam immers geen woord over zijn lippen, laat staan dat hij een glimlachje in stelling bracht.
“Die heeft vannacht niet gemogen”, fluisterde Ingrid me toe.
Iets later vertrok ze met de winkelwaar naar de auto op de parkeerplaats, terwijl ik achterbleef om die te betalen. De kassier leek plots te ontdooien. Opeens had hij wel een aardige manier van doen. Dat vertelde ik aan mijn vriendin toen ik me bij haar voegde.
“’t Zal een homo zijn”, luidde haar commentaar.

Kort daarna bevonden we ons in een apotheek, waar Ingrid onder meer een tube triAnal bestelde: een zalf die personen met aanleg voor aambeien graag in de groeve tussen hun kadetjes aanbrengen.
─”Er bestaan aangenamere producten”, zei het vrouwmens dat daar op dat moment de dienst uitmaakte.
Aangezien dat gebeurde ten aanhoren van allen daar aanwezig vond ik dat een hogelijk ongepaste opmerking.
─”Ik vind de smaak ervan nochtans heel lekker”, repliceerde Ingrid laconiek.
Ik lag in een deuk. Het scheelde niet veel of men moest me reanimeren. Je had dat vrouwmens moeten zien kijken. Alsof ze snot zag branden.

Terwijl ze toch bezig was, diste Ingrid me vervolgens nog een vermakelijke anekdote op. Toen ze op een keer zeer tegen haar zin in een ziekenhuisbed vertoefde, had haar kamergenote een zetpil aangereikt gekregen. Pas toen zij er zich over beklaagde dat het ding wel heel vies smaakte en bovendien hardnekkig aan haar verhemelte bleef kleven, bleek dat ze het tuigje in de verkeerde lichaamsopening ondergebracht had.

Ingrid was toen bijna uit haar bed gerold van het lachen.

Het stond in de krant

Bankfiliaalhouder verdwijnt met twintig miljoen van zijn klanten.
Waar zitten die?

Nadat een student zich van het leven benam door uit een schoolraam te springen, kwam slachtofferhulp ter plaatse. Zij vingen de studenten op.
Leringen wekken, maar voorbeelden strekken.

Zondagavond iets voor middernacht constateerde een politiepatrouille dat er in de Industrielaan 524 inbrekers aan het werk waren. Toen die de agenten opmerkten, sloegen ze op de vlucht.
Veel handen maken licht werk.

Een veertigjarige man is woensdagnacht dood aangetroffen in zijn uitgebrande woning. De man joeg eerst een kogel door zijn hoofd en stak toen zijn huis in brand.
Wie doet het hem na?

De inwoners van H., die na hun laatste ademstoot willen begraven worden in hun dorp, kunnen opgelucht ademhalen. Het kerkhof dat nu bijna volzet is, wordt met een beetje geluk volgend jaar al uitgebreid.
Een geluk bij een ongeluk.

Personen die schade opliepen ten gevolge van de watersnood van april laatstleden kunnen nog tot eind september een schadeclaim indienen bij het Rampenfonds. Meer informatie in het gemeentehuis, Dienst Feestelijkheden.
’t Moet vooral leuk blijven.

Bij een razzia in de rosse buurt werden veertien illegale prostituees opgepakt. De arrestanten werden ter beschikking gesteld van het parket.
Een extraatje in natura?

Misverstand

Joaquín is zestien jaar jong en was tot voor kort een ingezetene … eh … een opgezetene van een zeer tot de verbeelding sprekend eiland in de Caraïbische Zee, dat op alle gebied aan het toeristische verwachtingspatroon voldoet. Wij, koukleumen, willen ongeveer met zijn allen naar die paradijselijke oorden toe, maar hij zakte een paar maanden geleden noodgedwongen van ginder naar ons tochtgat bij de Noordzee af. Een dorpsgenoot van me was tijdens een vakantie door de bekoorlijkheden van Joaquíns moeder gekluisterd geraakt en zij was op haar beurt in allesverzengende hartstocht ontstoken. Ze besloten om met elkaar in zee te gaan en om dat te doen kozen ze tot eenieders verbazing de nukkige Noordzee in plaats van het aanhankelijke blauw der Caraïbische wateren, waar de golven sterven op versgestreken stranden en palmbomen zich attent over je heen buigen, om voor wat frisse schaduw te zorgen … maar ik dwaal af, zij het niet met tegenzin.

Joaquín praat ondertussen al een aardig mondje Nederlands, hetgeen natuurlijk niet verwonderlijk is, want ik ben zijn toegewijde leermeester. Het schrijven van onze aartsmoeilijke taal gaat mijn pupil helaas wat minder vlot af. Hij stuurde me gisteravond een e-mail, waarin hij er zich onder meer over beklaagde dat zijn computer het voortdurend liet afweten.
“Dat is zeer aan m’n tand”, schreef hij.
Ik stond voor een raadsel. Hoe kon een eigengereide pc tandpijn veroorzaken? Vooralsnog kan ik jullie daaromtrent dus geen uitsluitsel geven en …

… dat is zeer ambetant.