Tag: communicatie

De leegte van woorden

Een man van de wetenschap verscheen met zijn kop op het ruitje van de televisie. Hij opende de mond en sprak:
“Het ijs van de poolkappen smelt ijzingwekkend snel weg.”
Als het inderdaad aan een ijzingwekkend tempo gebeurt, hoeven we ons vooralsnog niet al te veel zorgen te maken, lijkt het me.

De gedachte zinderde nog wat na in mijn hersens, die opeens een lijntje legden naar een woord van gelijke strekking: weerzinwekkend. Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat de betekenis ervan, afschuw veroorzaken, in flagrante tegenspraak is met wat er eigenlijk staat: weer zin wekken.

Vervolgens kreeg ik uit vriendenmond nog deze instinker voorgeschoteld …
Beantwoord de volgende vraag naar waarheid met ja of neen:
Zal het volgende woord dat je zegt ‘neen’ zijn?

Hebben jullie het ook geprobeerd? Daar krijgt een mens toch een kunstkop van!

Als kut op dirk

Niettegenstaande het gevorderde uur redigeerde ik vannacht nog snel een e-mail, herlas die en lanceerde het schrijfsel met een muisklik. Vervolgens zette ik mijn pc af, rookte een sigaretje achteloosheid, wenste mijn katten welterusten ─ ze keken me aan met een air van dat-had-je-maar-gedacht ─ en ging naar Interlaken.

Vanmorgen was ik in de keuken bezig toen er in mijn bureau een sirenenstem opklonk:
─”Ik heb post voor je”, zei een meisje met een timbre als roze toiletpapier.
Ze woont in mijn computer en houdt daar mijn mailboxen in de gaten.

Ik las:
Volgens mij heb je de nacht doorgebracht in het gezelschap van je onbetrouwbare vrienden: Al Cohol en Marie Huana. Het kan haast niet anders of je hersens waren gemarineerd in allerlei verdovende substanties toen je die aan mij gerichte mail uit je klavier raffelde. Ik raad je aan om de voorlaatste paragraaf toch even aandachtig te herlezen.

Wat ik toen deed. Op het eerste gezicht kon ik nergens een anomalie vinden, maar toen ik de tekst een tweede keer doornam, begreep ik wat hij bedoelde. Ik zat te kijken als een man die ineens ontdekt dat hij een vagina heeft. Dat ik dat niet opgemerkt had! Wat zijn hersens toch wonderlijke kwabben.

Hieronder vinden jullie de paragraaf in kwestie. Ik ben benieuwd of jullie meteen merken wat eraan schort.

De paaldanseres kronkelde interessant. Ze straalde het soort vreugde uit dat zich soms aftekent op gezicht van mensen die je in winkelstraten aanklampen en vragen of je al van Jezus hebt gehoord. Ik kon me niet van de indruk ontdoen dat ze aan het klaarkomen was, of toch zeker binnen de kortste keren een hersenverslindend organisme zou krijgen.

Goeie babbel!

Tijdens het opbergen van de sedimenten van vervlogen jaren kreeg ik onder veel meer een prentbriefkaart in handen. Kennissen hadden die aan me laten bezorgen, om me mede te delen dat ze zich in de Italiaanse Dolomieten ophielden, dat de zon daar haar beste straaltje voorzette en dat het eten er heel lekker was.

Omdat ik een hevige fan van deze wondermooie bergen en de daarmee gepaard gaande dalen ben, en vooral ook omdat ik bijzonder aangename herinneringen bewaar aan hetgeen ik in die verrukkelijke contreien mocht beleven, besteedde ik enige aandacht aan de afbeelding. Ik keek naar de niet te onderschatten Pordoipas: een weg die kronkelend als een aal in doodsnood door een intimiderend landschap meanderde en zodoende in niet geringe mate aan het toeristische verwachtingspatroon voldeed. Een inzet in de bovenhoek toonde de herberg die aldaar op de pashoogte gastvrijheid biedt. In de buurt van dat etablissement speelde zich jaren geleden het tafereel af, dat ik hieronder in woorden voor jullie probeer te vatten.

Ik zwierf door Europa in het gezelschap van mijn goeie vriend, de niet uit te wissen Reinhold, die mijn leven regelmatig van koddige kanttekeningen voorzag. Dat was ook het geval op de Pordoipas, waar wij het voornoemde café verlieten en naar mijn iets verderop geparkeerde auto kuierden. Ik zal ongetwijfeld verstrooid geweest zijn, want dat overkomt me wel vaker. Feit is dat ik zonder mijn spiegels te raadplegen een plaatsje op de weg veroverde en daardoor bijna in aanvaring kwam met een ander voertuig, dat luidkeels remmend rakelings aan ons voorbijschoot.

Het nummerbord verried dat er zich Duitsers aan boord bevonden en die zijn, zoals men weet, volkomen humorloos en gauw aangebrand. Zij dus ook. Het portier zwaaide open en een heerschap kwam naar ons toe: de blik vol blinde haat, laaiende woede en levensgrote afschuw voor alles wat leeft. Hij nam een pugilistische pose aan en begon me genadeloos af te zeiken … waarop Reinhold, die nauwelijks, of zelfs geen verstaanbaar Duits spreekt, zich vooroverboog tot hij de Germaan in het vizier kreeg en de gevleugelde woorden uitte:
─“Ach mensch, sie kunnen ein bisschen meine klossen küssen und meine sack aufblazen.”
De man staarde mijn gezel aan alsof die plots een vagina tentoonspreidde, maar was dusdanig onder de indruk van van diens polyglottische vaardigheid dat hij ons verder ongemoeid liet en afdroop.
─“Daar heeft hij niet van terug”, grijnsde Reinhold tevreden.
─“Allerminst”, monkelde ik en ik gaf hem een schouderklopje: “Du hast ihm düchtig die lesse gelesen, mein freund.”

En fier dat Reinhold was. Als een gieter! En ik gunde het hem van harte.

Stokpaard

─”Ik wens u ontzettend veel kijkplezier”, zei het omroepende meisje en ze glimlachte alsof ze onverhoeds in een feeststemming gesukkeld was.
In weerwil van de vriendelijkheid waarmee ze me bejegende, grimaste ik toch even. Het zal ongetwijfeld aan mij liggen, maar dat lukrake gebruik van ‘ontzettend’ is me een beetje een doorn in het vlees. Ik voel me daar zelfs enigszins onbehaaglijk bij, want het botst met mijn taalgevoel. Als ik vreugde aan iets beleef, maakt zich immers nooit ontzetting van me meester als de hoeveelheid plezier die me te beurt valt heel groot blijkt te zijn. Ja, ik weet het: ik ben een kommaneuker, een haarklover, een mierenneuker, een muggenzifter en een pietlut, die voortdurend op zoek is naar een slak, om er vervolgens met een haast sadistisch genoegen zout op te leggen.

Zo was ik gisteren opeens heel verbaasd over het woord ‘weerzinwekkend’. Als je het in stukken hakt, krijg je ‘weer zin wekkend’, maar in zijn geheel betekent het net het omgekeerde en wekt het eigenlijk afkeer. Ons Nederlands huisvest wel meer van die rare snuiters, zoals bijvoorbeeld vol-ledig, boos-aardig, droef-geestig, leed-vermaak, ramp-zalig, meer-min … Ik ben trouwens voortdurend op zoek naar zulke eigenaardigheden, dus houd ik me van harte aanbevolen voor jullie vondsten, die jullie via het contactformulier aan me kunnen slijten.

Ik pieker me suf over een geschikte vertaling voor het Engelse ‘air quotes’. Jullie kennen ongetwijfeld het gebaar, waarbij men met vier vingers krabbende beweginkjes in het ijle maakt en eigenlijk virtuele aanhalingstekens beschrijft, om aldus tijdens het spreken een citaat aan te duiden, of ook nog om satirische, sarcastische, ironische en eufemistische opmerkingen te benadrukken. ‘Vingercitaat’ is voorlopig het enige dat ik kan verzinnen, maar ik ben er niet helemaal gelukkig mee. Iemand een beter idee?

Door zijn haar groeien

Een simpele ziel, die van het leven niet meegekregen had waar hij recht op had, was op de dool geraakt en de televisie wijdde een opsporingsbericht aan zijn verdwijning. Zijn foto verscheen op het ruitje en de stem van een omroepster gaf een persoonsbeschrijving.

─”Hij vertoont voorhoofdskaalheid”, zei ze.

Voorhoofdskaalheid? Volgens mij, maar ook volgens hetgeen hooggeleerde lieden in veelal dikke boeken openbaren, is een voorhoofd het voorste gedeelte van de schedel, meer bepaald het deel van het gelaat tussen de wenkbrauwen en de haargrens. Nu bestaan er natuurlijk achterneven van King Kong, wiens voorhoofd achter borstelige, ja bijna woeste wenkbrauwen schuilgaat, waardoor men in de waan kan verkeren dat die krankzinnige begroeiing aan het voorhoofd ontspruit, maar daar is natuurlijk geen kwestie van.

Nee, het menselijk voorhoofd is door de bank genomen kaal en voorhoofdskaalheid is derhalve je reinste nonsens. Desgewenst kan men van iemand zeggen dat hij een terugwijkende haargrens vertoont, of zich spottenderwijs laten ontvallen dat die persoon eigenaar is van een heel hoog voorhoofd.

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ik binnen afzienbare tijd een hoog voorhoofd zal tentoonspreiden, maar kaal … dat in geen geval!