Tag: meevallers

Een vliegende kraai vangt altijd wat

De mens mag niet kieskeurig zijn, behalve waar het zijn lectuur betreft; hij mag niet gulzig zijn, behalve waar het erop aankomt boeken te kopen.
Chang Chao

Om onnaspeurbare redenen – mijn zielenroerselen zijn ook voor mij soms een raadsel – mag ik me graag in de buurt van waterverzamelingen ophouden. Je zal me dan ook geregeld op jaagpaden langs waterwegen zien fietsen.

Op de oever van het kanaal dat zich van Plassendale naar Nieuwpoort begeeft, in de onmiddellijke omgeving van de Gistelbrug, verrijst een idylle van steen onder lommerrijke bomen, omsingeld door uitbundige vegetatie en een boerenblommentuintje: een sprookjesboekhuisje als het ware.

De bewoners ervan plegen er een primitief stalletje neer te poten, waarop ze huisgemaakte jam – dat klinkt chiquer en tegelijk ook knusser dan zelfgemaakt – van diverse vruchten ten verkoop uitstallen. Hoewel ik drie euro nogal duur vind, heb ik al een paar keer een bokaaltje gekocht, want het is gewis lekkere confituur en een artisanaal product mag wat kosten, vooral als de alomtegenwoordige grootmoeder er haar medewerking aan verleend heeft.

Toen ik er verleden week aanlegde, bleek men de sortering uitgebreid te hebben met honing van uitstekende kwaliteit, want afkomstig van rasbijen. In West-Vlaanderen plegen we dit kleverige goedje ‘zeem’ te noemen en zeg nu zelf: dat klinkt toch veel lekkerder … maar ik dwaal af, zij het wederom niet met tegenzin, omdat ik daar goed in ben en eigenlijk niets liever doe.

Ik trof er bovendien een met boeken gevulde bolderkar aan en die literatuur mocht je, luidens een affiche, gratis meenemen. Mijn hart zong op van vreugde, want ik ben de betreurenswaardige eigenaar van slechts tienduizend boeken, dus kan er altijd eentje bij. Ik heb mijn fietstassen volgepropt en kon thuis mijn verzameling met dertien exemplaren aanvullen.

Ik heb het hier al eerder beweerd en geschreven: papier, schrijfgerief en boeken … Je kan er me zot mee maken. Ik heb wat dat betreft slechts één adagium: Geef er me meer!

confituur

Loebas

Ik was aan de wandel en gaf me ouder gewoonte over aan een bevrijdende gedachtevlucht in het ongewisse, toen ik me bijna een hartverzakking schrok omdat een auto nogal driest naast me stopte. Het voertuig liet een jongeman los, die zo snelvoetig op me afkwam dat ik dacht ten prooi te vallen aan een aanranding en reeds aanstalten maakte om vol overgave de handen op te steken. Hij overhandigde me evenwel een flardje papier en deelde me mee dat zijn hond vermist was. Of ik misschien speurende ogen kon opzetten en reageren als ik de dolaard opmerkte. Hij wees naar het kattebelletje dat hij me gegeven had en zei: “Daar staan alle gegevens op.”

Ik vervolgde mijn weg en mijn speurende, ja zelfs spiedende ogen keken tevergeefs uit naar een cockerspaniël van het mannelijke geslacht, die Loebas heette en medicatie behoefde vanwege zijn onstuitbaar naderende vervaldag.

Zo’n vier uur later begaf ik me per fiets naar een nabijgelegen dorp. Ik was nog steeds toegerust met speurende ogen en plots ontwaarde ik in een veld, niet ver bij me vandaan, een hond die aan de beschrijving van het opsporingsbericht beantwoordde. Mijn hart zong op van vreugde en ik kneep remmen dicht, maar daarmee kwam ik natuurlijk geen stap verder.

“Loebas!” riep ik. Je hoort me niet beweren dat de hond de oren spitste, want de slingerlappen die hij torste, waren daar duidelijk niet voor gemaakt, maar hij richtte wel de kop op, bleef staan en staarde me aan. “Kom hier, Loebas!” fleemde ik en hij kwam warempel naar me toe, zij het schoorvoe… schoorpotend en met de staart tussen de be… poten.

Het dier bleek helemaal geen loebas te zijn. Wel integendeel! Hij was een geheel uit voortreffelijkheid opgetrokken hond: een doetje. Het duurde dan ook niet lang of we waren vriendjes. Ik meldde per mobiel het heuglijke nieuws aan de eigenaar, die hoorbaar door het dolle heen was en als de gesmeerde wiewa zijn geliefde huisdier zou komen ophalen.

In afwachting daarvan bevestigde ik dat geliefde huisdier aan een primitieve lijn, te weten de snelbinder van mijn fiets, teneinde te verhinderen dat hij opnieuw de benen … eh … de poten zou nemen. Het was behelpen en het was ook geen gezicht, maar we hoefden er ook geen schoonheidsprijs mee te verdienen.

Spoedig volgde de hereniging en ik was daar getuige van. O, wat waren we blij, allemaal samen en ieder apart. Loebas kwispelstaartte dat het een lieve lust was. Of zijn baas dat ook deed, laat ik in het midden. Ik deed het alleszins niet, maar ik was wel zo blij als een hond met zeven pikken.

Zo kan het dus ook

Ik had bij koffiemarkt.be een voorraad koffie besteld en zou daar twee dubbelwandige lungoglazen bij cadeau krijgen. Hetgeen geschiedde.

Helaas bleken die glazen een mankementje te vertonen: tijdens het afwassen drong er op de een of andere manier water tussen de beide glaswanden, hetgeen volgens mij niet de bedoeling kon zijn.

Het bedrijf in kwestie vroeg me niet veel later om een beoordeling op Trustpilot. Ik gaf gevolg aan dat verzoek en maakte van de gelegenheid gebruik  om het schoonheidsfoutje te vermelden. Er volgde prompt een reactie: kon ik een foto van de defectueuze glazen bezorgen? Ik antwoordde dat het gebrek moeilijk in een afbeelding te vatten was, waarna ik binnen de kortste keren mocht vernemen dat men me een nieuwe set glazen zou bezorgen. Dat gebeurde al de daaropvolgende dag.

Kijk, daar kunnen die hautaine dames en heren van de diensten na verkoop van Waldkorn en Delhaize een punt aan zuigen.

Zo kan het dus ook. Koffiemarkt.be krijgt van mij alle punten. Knap zo! Ze hebben er alvast een trouwe klant bij.

Ten aanval!

prei

Voor de verandering regende het ‘s morgens eens niet, dus hees ik me op het zadel van mijn fiets en ging er als een reetscheet vandoor, want ik trap met elektrische ondersteuning.

Het eerste wat me opviel, was de opdringerige geur die me hier en daar de neusvleugels streelde. Op diverse plaatsen was men bezig prei te oogsten en die activiteit pleegt een aroma te verspreiden, dat ik als aangenaam, of zelfs appetijtelijk ervaar. Het duurde dan ook niet lang of ik vervolgde likkebaardend en watertandend mijn weg, vastbesloten om me ‘s middags aan een met prei toebereid gerecht te verlustigen.

Het zal nog eens zo gaan dat ik fietsen niet langer als een aangenaam tijdverdrijf beschouw. Dat komt niet zozeer door de erbarmelijke toestand van de Vlaamse fietspaden – als die er al zijn – of door het onbeschofte gedrag van andere weggebruikers, maar wel door de viervoeters, meer bepaald de honden die sommigen van ons op hun levenspad vergezellen. Ik weet dat ik in herhaling val, maar het is niet anders.

Dra zag ik immers een bejaard echtpaar voor me opdoemen. Ze liepen in ganzenmars: de vrouw voorop en de man, die een vrij grote hond aan de lijn had, keutelend in haar kielzog. Ik gaf het drietal ruimschoots ruimte, maar terwijl ik hen voorbijreed, sprong de hond met wijd open muil en blikkerende tanden op me af. Hij miste mijn kuit op een haar en beet zich vast in mijn fietstas, waardoor mijn evenwicht in het gedrang kwam en ik bijna ten val kwam. De eigenaar van het beest rukte verwoed aan de veel te lange lijn en slaagde erin om de hond op andere gedachten te brengen. Hij liet me los.

Ik hield halt, ontdekte eerst de scheur in mijn fietstas en wendde me vervolgens tot het echtpaar, dat enigszins bedremmeld naar me stond te kijken, de hond tussen hen in.
─”Wat krijgen we nu?!” riep ik.
─”Hij mag dat nochtans niet doen”, stamelde de man totaal verbouwereerd.
─”Stel je voor dat hij het wel zou mogen doen”, snoof ik.
─”Hij is nochtans heel braaf”, deed de vrouw haar duit in het zakje.
─”Dat heb ik gemerkt”, diende ik haar van antwoord.
─”Nog een geluk dat ik hem aan de lijn had”, vond de man.
─”En dat die lijn net geen kilometer lang was”, schamperde ik.
─”Heb je schade?” wilde de vrouw weten.
─”Er zit een scheur in mijn fietstas”, zei ik.
─”Hoeveel moet dat kosten?” vroeg de man en hij trok al een portefeuille.
─”Laat maar!” wuifde ik. “Ze zijn oud en versleten. Ik was toch al van plan om die eerstdaags te vervangen.”
─”Bedankt dat je het zo sportief opvat”, behaalde ik een plasdankje.

Waarna ieder zijns weegs ging. Ik begaf me naar huis en bereidde daar een vlotte hap met heel veel prei. Nu ja, heel veel. Twee stengels.

Is ‘t nu gedaan ja met die ambetante honden? Mag ik misschien een keertje ongestoord van het fietsen genieten?

hondenaanval

Applaus

Om de gillende hitte te vermijden heb ik gisterenmorgen op een gruwelijk vroeg tijdstip ─ meteen na het holst van de nacht ─ een fietstocht ondernomen. Dat viel aardig mee, om niet te zeggen dat mijn nogal ontijdige uitstap een groot succes was. Ik oogstte veel bijval en kreeg voortdurend staande ovaties van zij die zich in de wegbermen ophielden. Van klaprozen kun je dat natuurlijk verwachten.

Op zoek naar de dodo

Jullie zullen ongetwijfeld gedacht hebben dat ik van de aardbodem verdwenen was, maar niets is minder waar, want hier ben ik weer! Onkruid vergaat niet.

Als ik vooraf niet aangekondigd heb dat ik er even tussenuit zou knijpen, dan was dat om te vermijden dat ongewenst bezoek zich tijdens mijn afwezigheid toegang tot mijn woning zou verschaffen, om zich op wederrechtelijke wijze mijn schamele bezittingen toe te eigenen.

Ik heb mezelf gedurende een paar weken zoekgemaakt op wat men in de wandeling een paradijselijke plek pleegt te noemen. In mijn geval was dat het eiland Mauritius, dat zich in de Indische Oceaan boven de zeespiegel verheft: een stuk van de hemel dat op aarde gevallen is en eigenlijk geen spek voor mijn bek, want wie daar wil verblijven, moet zich schreeuwend dure opwellingen kunnen veroorloven.

Mij is echter het geluk beschoren dat ik daarginds sinds jaar en dag een beroep kan doen op een vriend. Hij heet Hurrynarain, hetgeen zo’n ingewikkelde naam is dat we – zijn echtgenote en ikzelf – hem meestal Gyan noemen. Dat bekt lekkerder.

Als ik derhalve naar Mauritius reis, en dat heb ik inmiddels twee keer gedaan, hoef ik enkel een vliegbiljet aan te schaffen, want logies en voedsel worden me gratis verstrekt en dat scheelt vanzelfsprekend een slok op een borrel.

Ik dwaalde er door de botanische tuinen van Pamplemousses, bezocht het droomeiland Ile aux Cerfs en de watervallen van Chamarel, genoot van de bruisende hoofdstad Port Louis, vermeide me op waarlijk sprookjesachtige stranden en ging ook op zoek naar de fameuze dodovogel …

… maar die bleek uitgestorven te zijn. Dat is misschien maar goed ook, want de wereld heeft nooit een lelijkere vogel voortgebracht.

534867707

Ik vond het een genot, hoor!

Het restaurant waar ik regelmatig aanlegde om de inwendige mens te versterken ─ ik heb er hier nog geen jaar geleden het wierookvat voor bovengehaald ─ is ter ziele gegaan. Ik heb het volstrekt niet zien aankomen en ik betreur het ten zeerste. Ik dien dus noodgedwongen op zoek te gaan naar een nieuwe pleisterplaats.

Tot nu toe heeft mijn queeste twee etablissementen opgeleverd, waar het goed toeven en aanschikken is, en waar ik derhalve wellicht vaker mes en vork in stelling zal brengen.

In het rustige polderdorp Stalhille liet ik me verleiden door het praat- en eetcafé ‘t Hoekske, dat zoals de naam al doet vermoeden gelegen is op de hoek van de hoofdstraat, de Cathilleweg, en de Spanjaardstraat, rechtover de kerk. Ik verorberde er onder meer de huisbereide rijstschotel met zalm in een ‘Stalhilnoisesausje’. Dat was ongegeneerd lekker en het sausje met de rare naam was zo melodieus dat ik er bijna lyrisch van werd. Ik kan jullie het gerecht dan ook van harte aanbevelen.

In Wijnendale, aan de rand van het fameuze wandel- en fietspad Groene 62, heeft in het voormalige stationsgebouw de Tearoom-Brasserie Wijnendale Station onlangs de deuren geopend. Ik ben er verleden week neergestreken en ik heb er onder meer de scampi van het huis verorberd: een bezigheid die zeer zeker voor herhaling vatbaar is en die ik dan ook graag een aanprijzing meegeef.

In beide gelegenheden zul je een kraakzindelijk en gezellig interieur aantreffen. Je betaalt er een schappelijke prijs voor uitstekend voedsel. Het personeel bezit er het geheim om precies het juiste midden te bewaren tussen professionele afstand en menselijke warmte.

Meer moet dat volgens mij niet zijn. Allen daarheen!

Dingen des levens

Poeppijn
Op een plek waar alleen maar verten te zien waren, kruiste mijn fietspad zich met dat van een echtpaar en hun dochtertje van naar schatting zeven jaar, maar het is jullie inmiddels genoegzaam bekend dat ik heel slecht in het schatten van leeftijden ben. Het meisje verplaatste zich met een pastelroze fietsje, waarvan de stuurstang gefestonneerd was met een bloemenguirlande. Plots zette ze een indrukwekkende keel op.
─”Mama, mijn poep doet heel erg pijn!” riep ze met een stem waarin zich zowel opstandigheid, als protest en geweeklaag ophielden.
─”Tja meisje …” kreeg ze als antwoord en ik hoorde de wanhoop van een moeder, die zich voor een voldongen feit geplaatst ziet.

Wat moet je in Nergenshuizen aanvangen met een kind dat last heeft van zadelpijn? Ik zou het ook niet weten.

Eilandhoppen
Jullie zullen ongetwijfeld gemerkt hebben dat ik hier een paar weken afwezig bleef. Ik bevond me, in opdracht van een reisorganisator en allerminst tegen mijn zin, op de met losse hand uitgestrooide eilanden, die zich ten westen van Marokko en de Westelijke Sahara boven de zeespiegel van de Atlantische Oceaan verheffen en bekend staan als de Canarische Eilanden. Niets is beter dan betaald te worden voor iets waarvan je geniet.

Het spreekt vanzelf dat men me zulke ‘klusjes’ in onbeperkte mate mag blijven aandragen. Ik hoop dat men me bij een volgende gelegenheid uitstuurt naar eilanden in de Stille Zuidzee. Pukapuka bijvoorbeeld. Of anders Aitutaki. Ik ben niet kieskeurig.

Dofjes en faveurtjes

Nog tot en met donderdag 28 april 2016 kun je de app met de nieuwste editie (15) van de Dikke Van Dale downloaden voor de prijs van € 49,99 in plaats van € 79,99. Tel uit je winst! De app is beschikbaar voor zowel iOS (iPhone of iPad) als voor Androïd.

In mijn hoedanigheid van taalmaniak heb ik de app maanden geleden al binnengehaald, op het moment dat die uitkwam. Ik heb er natuurlijk weer de volle pot voor betaald … en die uitdrukking staat niet in de Dikke Van Dale. Je zult het nooit anders zien: als het brij regent, staan mijn schotels omgekeerd … en ook deze uitdrukking staat nog niet in de Dikke Van Dale. Mensen kinderen, wat is dat een slecht woordenboek!

Ben je desalniettemin geïnteresseerd? Onderstaande link brengt je waar je zijn moet.

http://www.vandale.nl/dikke-van-dale-15-app-aanbieding#.Vx3MQLCzBxs