Tag: podiumkunsten

De maestro

batonIk mag graag gerenommeerde orkesten dirigeren en ik heb daar inmiddels grote bekendheid mee verworven. Zo stond ik bijvoorbeeld gisteren nog de wereldberoemde Wiener Philharmoniker in goede banen te leiden. Ook de vermaarde London Metropolitan en het niet te onderschatten National Symphony Orchestra doen geregeld een beroep op mijn vakkundige leiding. Klinkende namen, inderdaad. Met een op violen krassend strijkje uit Bommerskonten houdt deze jongen zich niet onledig.

Dirigeren is mijn lust en mijn leven, al verwacht men zoiets allerminst van iemand die geen noot muziek kan lezen en op een partituur enkel zwarte bolletjes met soms gevleugelde staartjes ontwaart. Als ik enigszins in form ben, vermag ik aan een blokfluit de eerste frase van ‘Te Lourdes op de bergen’ — do fafa la fafa — te ontlokken. Toen ik ooit een gitaar in handen kreeg, hielp ik binnen de vijf seconden twee snaren naar de kloten. Als ik echter in mijn bureau vertoef en me onbespied weet, durf ik me weleens aan minder gebruikelijke handelingen over te geven: tegen mezelf praten, luide scheten laten, in mijn neus pulken, navelpluizen verwijderen, me verlekkerd in het kruis krabben … en dirigentje spelen.

Omvangrijke symfonieorkesten lyrisch laten jubelen, is wat ik het liefst doe. Daar krijg ik een ongehoorde kick van. Als ik een cd onder het laseroog leg en mijn baton verhef — meestal is dat een ordinaire liniaal, al gebruik ik af en toe ook een elegantere chopstick — nemen mijn poezen de rol van aandachtige toeschouwers op zich. Ik besef ook wel dat ze die belangstelling veinzen, want het kan ze feitelijk geen ene moer verblotekonten dat ik daar als de malloot van het huis sta te gesticuleren, maar mijn katten zijn sluwe dieren en ze hebben ontdekt dat ik na een geslaagd optreden meestal in zo’n uitstekende bui ben, dat ik tijdens de receptie achteraf een blikje tonijn voor ze durf open te rukken. Helaas kunnen mijn katten niet applaudisseren, zodat ik genoodzaakt ben om de staande ovatie middels mijn fantasie te laten losbarsten, wat niet belet dat ik die toejuichingen dankbaar in ontvangst neem, terwijl ik elegant buigend de haarlokken à la Miss Piggy van The Muppets van mijn voorhoofd verwijder, want dat doen de echte dirigenten ook.

Op dit moment heb ik trouwens buitengewoon veel zin om piano te spelen. De cd met muziek van Chopin ligt al klaar. Ik hoef enkel nog mijn schrijftafel wat te ontruimen. Die zal straks mijn concertvleugel zijn. Een Steinway & Sons. Hoewel … een Bösendorfer of een Bechstein tokkelen ook lekker. Ja, soms ontpop ik me tot een echte klavierleeuw. Hadden jullie niet van me gedacht, hè?

Een Griekse tragedie

Rolverdeling

Nick: een knappe en goedlachse kerel van een jaar of zesentwintig. Hij is de trotse eigenaar van het vooralsnog sterloze restaurant De Toverlantaarn. Men zei van hem dat hij de Griekse beginselen aankleefde, maar toen hij in het huwelijksbootje stapte met de ietwat hautaine Tine, werden de geruchten omtrent zijn gelijkslachtige geaardheid gelijk de kop ingedrukt. Hoewel …

Oscar: de bijdehante, doch helaas slechtziende en nogal opvliegende vader van Tine en tegenwoordig dus tevens schoonvader van Nick, die zijn enige dochter als zijn oogappel beschouwt en bereid is om haar eer met hand en tand te verdedigen.

Kevin: een vlotte knul van net geen twintig, die het tunen van zijn auto als stokpaardje berijdt en soms wat bijklust als kelner, teneinde die hobby te bekostigen.

De pan: een gietijzeren crépière van Le Creuset.

Figuranten: plusminus zes jongelui en twee agenten.

Decor

de gelagkamer van een restaurant in een Vlaamse provinciestad.

Voorspel

Donderdagavond. Tine, Nicks echtgenote, is wat vroeger naar huis vertrokken, omdat ze zich wat dun voelde. Als hij rond een uur of elf de laatste klanten uitlaat en de deur sluit, blijft hij alleen achter met Kevin: zijn nieuwe kelner. Ze hebben geen van beiden haast dus dooft Nick de verlichting en samen begeven ze zich naar de vertrekken boven het restaurant, teneinde er van een ongestoord zakkertje op de valreep te genieten.

Eerste bedrijf

Enkele kilometers verderop zoekt Oscar, de schoonvader van Nick, tevergeefs naar zijn leesbril, tot hij zich ineens herinnert dat hij die middag wat in De Toverlantaarn geklust heeft. Mogelijkerwijs slingeren zijn jampotglazen daar ergens rond. Slordig is hij zeker niet; met zijn verstrooidheid gaat het echter van kwaad tot erger. Gelukkig bezit hij een sleutel!

Tweede bedrijf

Spoedig verschaft Oscar zich toegang tot het pand. Hij klimt kwiek naar de eerste verdieping … maar halverwege de trap hoort hij stemmen. Inbrekers, sakkerju! De man is allesbehalve een haasvreter. Hij keert op zijn stappen terug en sluipt de keuken in, waar hij zich bij gebrek aan beter van een struise, gietijzeren pan voorziet. Aldus bewapend, trekt hij met onoverwinnelijke tred ten strijde en etagewaarts.

Derde bedrijf

Boven wacht hem een bloedstollend tafereel: het naakte lichaam van zijn geliefde schoonzoon wordt er brutaal bedolven onder het al even blote lijf van een bronzen bink, die de echtgenoot van zijn oogappel hardvochtig, om niet te zeggen ongenadig verkracht. Djikke djakke kerrekoltjes klits klets! Hij gaat tekeer als een wildeman en Nick klawiert als een rodeohengst. Schoonpapa schiet me daar in een Franse colère. Onder het uitstoten van een redelijk oorlogszuchtige kreet valt hij aan als een getergde tijger … en struikelt ocharme over een weerbarstige rimpel in het vloerkleed, die hij in zijn blinde woede en bij gebrek aan bril niet opgemerkt heeft. Terwijl hij een weinig sierlijke landing maakt, laat hij de pan glippen, bonkt hij met zijn dooier tegen een kastje dat daar in de weg staat, ziet en passant zijn optische hulpmiddel van dat meubeltje tuimelen en hoort hoe hij het delicate instrument tijdens het neerkomen met zijn knie verbrijzelt. De seksdelinquent profiteert van het geharrewar om via een belendende kamer de trap te bereiken en de straat op te vluchten. Onze wraakengel verrijst evenwel, herovert ziedend zijn vlammende zwaard, in dit geval zijn pan, zet schuimbekkend de achtervolging in … en bemerkt tot zijn niet geringe verbazing hoe niet één, maar twee figuren in hun niksje voor hem uit draven. Potztausend! Dat lijkt hem stug. Als hij in het licht van een straatlantaarn een van de ontsnappende bipsensembles meent te herkennen, sijpelt meteen ook de wrede waarheid zijn hersens binnen. Het brengt hem danig van zijn stuk. Zijn teerbeminde familielid van de koude kant werd hoegenaamd niet verkracht! Charmante Nick, de gedoodverfde ideale schoonzoon, heeft zijn lichaam vrijwillig aangeboden! Hoe is het gods ter wereld mogelijk, sacre-nom-de-Dieu!? Haat spat uit zijn ogen en het gezwaai van de pan krijgt iets moorddadigs.

Finale

Met zijn allen galopperen ze lustig verder. Als gepluimde kippen, vluchtend voor een amok makende kok, fladderen ze door de straat, fervent aangemoedigd door een zestal enthousiaste supporters die net een café verlaten. Vlakbij het marktplein worden ze halt toegeroepen door een toevallig passerende politiepatrouille, die de braadpan in beslag neemt en het koddige trio afvoert …

Doek

Gelijkenissen met bestaande personen en/of gebeurtenissen zijn allerminst toevallig, want schrijver dezes was ooggetuige van dit voorval. De namen zijn verzonnen.