Tag: homoseksualiteit

Eet je bord leeg!

De kelner van het restaurant wapperde nogal om zijn ruggengraat en liep er klapwiekend mee te koop dat hij de Griekse beginselen toegedaan was. Dat hij zich ook nog op heel erg vriendelijke wijze en uiterst bekwaam van zijn taken kweet, had natuurlijk weinig of niets met zijn geaardheid te maken.

Aan een tafel niet zover bij me vandaan zat wat ik als een echtpaar met een volwassen zoon beschouwde. Ik vermoedde bovendien dat die zoon de speciale vriend van de kelner was. Ze knipoogden alleszins olijk naar elkaar, zoals men dat doet tegen iemand met wie men dartele herinneringen deelt.

De zoon at mosselen. Toen de kelner na afloop hun tafel afruimde, wees hij naar de pot met de overblijfselen van die weekdieren en zei tegen zijn vriend:
“Je moet wel je schelpen nog opeten.”

Ik proestte het uit. Ik vond dat namelijk bijzonder grappig. Ik ben met weinig tevreden.
Ik had eveneens mosselen gegeten, maar niemand verzocht me om de schelpen op te eten. Ik voel me tekortgedaan.

Een Griekse tragedie

Rolverdeling

Nick: een knappe en goedlachse kerel van een jaar of zesentwintig. Hij is de trotse eigenaar van het vooralsnog sterloze restaurant De Toverlantaarn. Men zei van hem dat hij de Griekse beginselen aankleefde, maar toen hij in het huwelijksbootje stapte met de ietwat hautaine Tine, werden de geruchten omtrent zijn gelijkslachtige geaardheid gelijk de kop ingedrukt. Hoewel …

Oscar: de bijdehante, doch helaas slechtziende en nogal opvliegende vader van Tine en tegenwoordig dus tevens schoonvader van Nick, die zijn enige dochter als zijn oogappel beschouwt en bereid is om haar eer met hand en tand te verdedigen.

Kevin: een vlotte knul van net geen twintig, die het tunen van zijn auto als stokpaardje berijdt en soms wat bijklust als kelner, teneinde die hobby te bekostigen.

De pan: een gietijzeren crépière van Le Creuset.

Figuranten: plusminus zes jongelui en twee agenten.

Decor

de gelagkamer van een restaurant in een Vlaamse provinciestad.

Voorspel

Donderdagavond. Tine, Nicks echtgenote, is wat vroeger naar huis vertrokken, omdat ze zich wat dun voelde. Als hij rond een uur of elf de laatste klanten uitlaat en de deur sluit, blijft hij alleen achter met Kevin: zijn nieuwe kelner. Ze hebben geen van beiden haast dus dooft Nick de verlichting en samen begeven ze zich naar de vertrekken boven het restaurant, teneinde er van een ongestoord zakkertje op de valreep te genieten.

Eerste bedrijf

Enkele kilometers verderop zoekt Oscar, de schoonvader van Nick, tevergeefs naar zijn leesbril, tot hij zich ineens herinnert dat hij die middag wat in De Toverlantaarn geklust heeft. Mogelijkerwijs slingeren zijn jampotglazen daar ergens rond. Slordig is hij zeker niet; met zijn verstrooidheid gaat het echter van kwaad tot erger. Gelukkig bezit hij een sleutel!

Tweede bedrijf

Spoedig verschaft Oscar zich toegang tot het pand. Hij klimt kwiek naar de eerste verdieping … maar halverwege de trap hoort hij stemmen. Inbrekers, sakkerju! De man is allesbehalve een haasvreter. Hij keert op zijn stappen terug en sluipt de keuken in, waar hij zich bij gebrek aan beter van een struise, gietijzeren pan voorziet. Aldus bewapend, trekt hij met onoverwinnelijke tred ten strijde en etagewaarts.

Derde bedrijf

Boven wacht hem een bloedstollend tafereel: het naakte lichaam van zijn geliefde schoonzoon wordt er brutaal bedolven onder het al even blote lijf van een bronzen bink, die de echtgenoot van zijn oogappel hardvochtig, om niet te zeggen ongenadig verkracht. Djikke djakke kerrekoltjes klits klets! Hij gaat tekeer als een wildeman en Nick klawiert als een rodeohengst. Schoonpapa schiet me daar in een Franse colère. Onder het uitstoten van een redelijk oorlogszuchtige kreet valt hij aan als een getergde tijger … en struikelt ocharme over een weerbarstige rimpel in het vloerkleed, die hij in zijn blinde woede en bij gebrek aan bril niet opgemerkt heeft. Terwijl hij een weinig sierlijke landing maakt, laat hij de pan glippen, bonkt hij met zijn dooier tegen een kastje dat daar in de weg staat, ziet en passant zijn optische hulpmiddel van dat meubeltje tuimelen en hoort hoe hij het delicate instrument tijdens het neerkomen met zijn knie verbrijzelt. De seksdelinquent profiteert van het geharrewar om via een belendende kamer de trap te bereiken en de straat op te vluchten. Onze wraakengel verrijst evenwel, herovert ziedend zijn vlammende zwaard, in dit geval zijn pan, zet schuimbekkend de achtervolging in … en bemerkt tot zijn niet geringe verbazing hoe niet één, maar twee figuren in hun niksje voor hem uit draven. Potztausend! Dat lijkt hem stug. Als hij in het licht van een straatlantaarn een van de ontsnappende bipsensembles meent te herkennen, sijpelt meteen ook de wrede waarheid zijn hersens binnen. Het brengt hem danig van zijn stuk. Zijn teerbeminde familielid van de koude kant werd hoegenaamd niet verkracht! Charmante Nick, de gedoodverfde ideale schoonzoon, heeft zijn lichaam vrijwillig aangeboden! Hoe is het gods ter wereld mogelijk, sacre-nom-de-Dieu!? Haat spat uit zijn ogen en het gezwaai van de pan krijgt iets moorddadigs.

Finale

Met zijn allen galopperen ze lustig verder. Als gepluimde kippen, vluchtend voor een amok makende kok, fladderen ze door de straat, fervent aangemoedigd door een zestal enthousiaste supporters die net een café verlaten. Vlakbij het marktplein worden ze halt toegeroepen door een toevallig passerende politiepatrouille, die de braadpan in beslag neemt en het koddige trio afvoert …

Doek

Gelijkenissen met bestaande personen en/of gebeurtenissen zijn allerminst toevallig, want schrijver dezes was ooggetuige van dit voorval. De namen zijn verzonnen.

Onthullingen

Er is een tijd geweest — anno dazumal — dat kerken op zondag nog volliepen en katholieke priesters soutanes droegen. Soutanes? Dat waren zwarte, tot aan de voeten reikende gewaden met aan de voorzijde van een hele trits knoopjes, van boven tot beneden. Als je die, als drager van dergelijk kledingstuk, ’s morgens allemaal moest dichtknopen en ’s avonds weer losmaken, had je daar een dagtaak aan en bleef er waarachtig niet veel tijd over voor de besognes van alledag en het welzijn van de aan jou toevertrouwde kudde gelovigen.

Boze tongen beweren dat sommigen zich op Schotse wijze onder die soutane ophielden. Ik geef toe dat ik tot voor kort twijfel koesterde omtrent de aanwezigheid van dessousartikelen onder de Schotse rok, maar ik heb daaromtrent uitsluitsel gekregen toen ik op een avond in een pub tussen een vrolijke bende in klederdracht getooide Schotten terechtkwam. Er bevindt zich inderdaad geen ander textiel onder die rokken en ik kan jullie verzekeren dat dit lang niet altijd voor een hartverheffend schouwspel zorgt, al zullen de meningen daarover ongetwijfeld sterk uiteenlopen.

Priesters in soutane … om ze te zien moet je tegenwoordig naar Rome reizen, of naar andere achtergebleven gebieden, en dat heb ik er heus niet voor over om uit te vinden of sommigen zich onder dat gewaad inderdaad in puribus naturalibus ophouden. Mijn vermoeden berust enkel op wat ik weet van horen zeggen. Toen ik college liep, was daar immers een priester van middelbare leeftijd, die halsstarrig weigerde de soutane voor een pak in te ruilen. Af en toe nodigde hij mentorsgewijs jongens naar zijn kamer uit, teneinde aldaar in alle intimiteit met hen over de dingen des levens te keuvelen. Zij die … eh … zo’n gesprek met hem voerden, verklaarden eensgezind dat die soutane het enige was dat hem bedekte. Als zij toen logen, dan ik nu ook, al heb ik lange tijd niet begrepen hoe men tijdens een simpele conversatie aan die wetenschap kon komen, maar na het ontmaskeren van een niet gering aantal losbandige geestelijken, zoals bijvoorbeeld de zeer ontuchtige en een schandelijk leven leidende bisschop Vangheluwe, weet ik inmiddels hoe de vork in de steel zit.

Diezelfde man deed trouwens nog iets wat men tegenwoordig niet meer ziet. Hij brevierde. Onder het lopen las hij onophoudelijk in een dik gebedenboek. Ik moest daar vanmorgen plots aan denken. Ik ben namelijk wat achteropgeraakt met mijn lectuur, dus nam ik een boek mee op ochtendwandeling. Twee vliegen in één klap. Nou, vergeet het maar! Ik kan dat dus niet. Het lezen van welgeteld één alinea veroorzaakte twee struikelingen, dus klapte ik het boek dicht en genoot volop van de oprukkende lente.