Tag: televisie

Ik bleef er bijna in

Het heeft bitter weinig gescheeld of er was hier nooit meer een schrijfsel van me verschenen. De beruchte tunnel met dat helle, witte licht aan het eind … Die bestaat! Ik zag die namelijk in de verte opdoemen, maar toen ben ik ijlings op mijn stappen teruggekeerd. Aanhoort allen wat aan mij, nederige sterveling, is geschied.

Gisteravond dacht ik: hèhè, ik neem het er even van. En toen nam ik het er even van. Terwijl ik mijn vermoeide lichaam naar een vleesetende fauteuil in de woonkamer verplaatste, bedacht ik opeens dat ledigheid des duivels oorkussen is en dus begaf ik me eerst naar de keuken. Ik beroofde de koelkast van een blonde rakker uit Hoegaarden en nam die mee naar mijn nest.

Viel er op het ruitje wat te bezienswaardigen? Ik drukte op een toets en de kwelbuis schoot wakker. Op de koffietafel ontwaarde ik plots een zwart kokertje, waarin zich ooit een filmrolletje had opgehouden. Ik schudde er even mee en hoorde een ratelend geluid, dat veroorzaakt werd door een klompje hasjiesj van een uitstekend merk en met verbazingwekkende capaciteiten. Zou ik? Natuurlijk!

Met behendige, ja zelfs enigszins doortrapte vingers rolde ik een feesttoeter van je welste, zoog er de brand in en bracht die een tiental minuten later tot een goed eind. Santé, mijn ratje! Waar was ik? Wat hoorde ik? Wie belde daar aan mijn huisje? Olé, olé! Samen met de joint was ik compleet in rook opgegaan, zwevend, kringelend en licht als een veer van een opgehokte … da’k het niet wist … laten we een salamander nemen.

De beeldbuis vertoonde inmiddels een film. Ik zag lijken uit kasten vallen, ratten sprongen uit donkere hoeken, dolken flikkerden in het maanlicht, weerwolven huilden in de toendra … er gebeurde van alles wat me aan het schrikken bracht, dus poogde ik kanaalzwemmend lieflijke muziek op te sporen, waar ik wonderwel in slaagde. ‘Du bist meine Liebe’, zong een bevallig meisje en ik wilde haar graag geloven, maar op dat moment kondigde mijn vreetkick zich aan. De honger die hasjiesj en marihuana veroorzaken, is onvoorstelbaar. Men zou een paard verslinden.

Aangezien ik niet direct over een paard kon beschikken, begaf ik me niet naar de stal, maar naar de provisiekast in de keuken. Ik keerde terug met hetgeen men in het West-Vlaams sneukelbucht, in het Frans amuse-gueules en in het Nederlands peuzelhapjes noemt: bierbommetjes, chips, zoute pinda’s, flikjes, liquorices, negerinnentetten, nonnenbillen, een bonkje kaas, marsepein uit Lübeck, noga uit Montélimar …

Ondertussen had het zingende meisje plaats gemaakt voor een wicht van vijftien lentes, dat onverhoeds door haar puisterige vriendje van zestien bezwangerd was.
─”Gebruiken jullie dan geen condoom?” vroeg iemand.
─”Toch wel,” antwoordde het moedertje in wording, “maar het was zijn verjaardag en als cadeau mocht hij een keertje zonder.”
Een peristaltische schaterlach drong zich op, maar net voor ik daarin wilde uitbarsten, had ik een knoedel Gruyère in mijn mond gestopt en die schoot gelijk het verkeerde keelgat binnen, waardoor ik dreigde te stikken. Nu heeft men mij in een EHBO-cursus wel de Heimlichmanoeuvre aangeleerd, maar die kun je volgens mij onmogelijk op jezelf toepassen, of je zou een slangenmens moeten wezen. ‘t Was toch even panieken hoor! Ik dacht werkelijk dat ik niet zou halen, maar onkruid vergaat kennelijk niet.

Voor zijn verjaardag had die puistkop een keertje zonder condoom gemogen. Een mens zou voor minder achter adem raken.

Door zijn haar groeien

Een simpele ziel, die van het leven niet meegekregen had waar hij recht op had, was op de dool geraakt en de televisie wijdde een opsporingsbericht aan zijn verdwijning. Zijn foto verscheen op het ruitje en de stem van een omroepster gaf een persoonsbeschrijving.

─”Hij vertoont voorhoofdskaalheid”, zei ze.

Voorhoofdskaalheid? Volgens mij, maar ook volgens hetgeen hooggeleerde lieden in veelal dikke boeken openbaren, is een voorhoofd het voorste gedeelte van de schedel, meer bepaald het deel van het gelaat tussen de wenkbrauwen en de haargrens. Nu bestaan er natuurlijk achterneven van King Kong, wiens voorhoofd achter borstelige, ja bijna woeste wenkbrauwen schuilgaat, waardoor men in de waan kan verkeren dat die krankzinnige begroeiing aan het voorhoofd ontspruit, maar daar is natuurlijk geen kwestie van.

Nee, het menselijk voorhoofd is door de bank genomen kaal en voorhoofdskaalheid is derhalve je reinste nonsens. Desgewenst kan men van iemand zeggen dat hij een terugwijkende haargrens vertoont, of zich spottenderwijs laten ontvallen dat die persoon eigenaar is van een heel hoog voorhoofd.

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ik binnen afzienbare tijd een hoog voorhoofd zal tentoonspreiden, maar kaal … dat in geen geval!

Het rouwende woud

De documentaire nam me op sleeptouw en bracht me gezwind naar een plaats hier ver vandaan, waar wouden en struiken in zulke dichte drommen samentroepten, dat die op kroezige broccoli leken als men ze in vogelperspectief bekeek. Ik bevond me in het regenwoud op de oevers van de machtige Amazone.

Daar huisvestte een hoge boom een drietenige luiaard van vrouwelijke kunne, die men voor het gemak met de in mijn oren welluidende naam Luana bedacht. Luana zat daar een beetje te zitten en hing daar wat te hangen, want meer mag men van een luiaard niet verwachten. Of toch? Iedere week daalde ze een keer op uiterst slome wijze af naar de begane grond, om daar een plasje te plegen en een bout uit te draaien, waarna ze opnieuw en nog trager dan een luis op een teerton omhoogklauterde. Dat bleef duren. Nee, luiaards hebben gewis hun naam niet gestolen en doen die bovendien alle eer aan.

Desalniettemin was luie Luana op de een of andere manier zwanger geraakt. Je houdt het haast niet voor mogelijk.

Men liet me in het ongewisse omtrent de juiste toedracht van haar bevruchting, dus liet ik mijn fantasie maar even de vrije loop. Tijdens een van haar sanitaire uitstapjes was er wellicht onverhoeds een seksuele delinquent uit het struikgewas gesprongen … Nu ja, een springende luiaard vond ik nogal vergezocht, dus hield ik het op een verkrachter die haar uiterst behoedzaam besloop, om zich vervolgens op slome wijze aan liederlijke uitspattingen over te geven. Het was immers geen aangenomen werk.

Dientengevolge kocht Luana een kindje — een luiaardje — en gemakshalve deed ze dat op een toch wel zeer oncomfortabele plek, namelijk op een tak in de boomkruin. Ik geef het jullie te doen! Voor hetzelfde geld plofte die vrucht van haar schoot gelijk de dieperik in, doch gelukkig was dat niet het geval. We zagen vervolgens hoe ze haar dochtertje, Xada, karnoffelde en liefdevol verzorgde, maar op een dag … Ach, het is eigenlijk te treurig voor woorden.

Luana kwam naar beneden, omdat ze naar het toilet moest, en ze had nog maar net de terugtocht aangevat toen er jonge poema op het toneel verscheen. Aangezien er reeds onheilszwangere muziek weerklonk, hield ik mijn hart vast.
─“Zet toch een tandje bij!” spoorde ik Luana aan, maar ze liet zich niet haasten en bleef zich tergend traag naar boven hijsen.
De poema nam een aanloop en klauterde haar achterna, maar slaagde er niet in bij haar te komen.
─“Morgen brengen!” riep ik treiterend en vervolgens richtte ik me weer tot Luana: “Allez, moeven meisje! Trek even een sprintje!”
Ook de tweede poging van de poema mislukte, maar de derde …

Ik had het hoofd afgewend en zag dus niet hoe Luana verslonden werd. Ik hoorde enkel wat smakkende geluiden en het sinistere geluid van scheurend vlees en krakende beenderen.

Hoog in de boomkruin wachtte Luana’s dochtertje heel lang en geduldig op haar moeder. Toen die niet opdaagde, begaf Xada zich naar beneden, scharrelde daar hulpeloos rond en slaakte door merg en been dringende piepgeluidjes. Van aandoening snoot ik mijn neus en staarde door ogenzilt naar het lieftallige snoetje van dat weesje, want luiaards dragen een eeuwige glimlach, zelfs als verdriet ze overmant.
─“Och, welhere dat dutsje!” lispelde ik.
Dat hakte er zo in! Het scheelde echt niet veel of ik gaf me over aan het zoet genot der tranen, maar ik ben een man en hield het droog.

Kijk, ik moet me werkelijk inhouden, of ik koop een ticket en begeef me als de vliegende reetscheet naar de Amazone, om daar eigenhandig die godverse poema te wurgen.