Tag: televisie

Een aangename kennismaking

Delphine LecompteIk moet bekennen dat ik nooit wat van de dichteres Delphine Lecompte ─ kleindochter van de destijds beroemde dokter ─ gehoord had, tot ze onverhoeds als deelneemster in het televisieprogramma De Slimste Mens opdook en daar nederig van snit haar innemende zelf zat te zijn, geflankeerd door heren die zichzelf geweldig vonden en dames die zich omgord hadden met waanzinnig en derhalve belachelijk dure jurken, die ontworpen waren door danig over het paard getilde modepausen.

Hè hè, ik mag dan misschien wat gedronken hebben ter gelegenheid van de jaarwisseling, maar zoals hierboven blijkt, weet ik kennelijk nog steeds de weg in samengestelde zinnen.

Delphine bezat dat ongeslepene en ze hulde zich in een weldadig aandoende verlegenheid, hetgeen haar aardig maakte. Ik werd op slag en stoot zo’n fan van haar dat ik me voorgenomen heb om me al haar dichtbundels aan te schaffen. Ook verkneukel ik me sindsdien in niet geringe mate in de welhaast uitzinnige column die ze iedere week in Humo dropt. Ik vind het een genot, hoor!

In een interview vroeg men haar of ze na haar opgemerkte optredens in De Slimste Mens nog aanbiedingen gekregen had om op de televisie te verschijnen.
“Ik mocht één dag letters gaan omdraaien in ‘Het Rad’,” zei ze, “maar ik heb bedankt, ook al werd het goed betaald. Zoveel zelfrespect had ik blijkbaar dan toch nog.”

Dat zelfrespect hadden Conner Rousseau en Marc Van Ranst kennelijk niet, want die gingen als onnozele kleuters letters draaien in dat door een potloodventer gepresenteerde spelprogramma. Nu ja, dat verbaast me eigenlijk niet, want het zijn beiden egotrippers van je welste. Rousseau is een partijvoorzitter die meent dat hij een godsgeschenk is en veel goeie raad te koop heeft, maar eigenlijk slechts weinig verwezenlijkt heeft. Van Ranst is een betweter in een academisch steunkorset, die denkt dat hij de Zaligmaker is en als een ijdelzuchtige kwek door het leven gaat. Ze mogen van mij allebei korte armpjes krijgen, zodat ze zich niet kunnen krabben als er schaamluizen in hun kloten bijten.

Delphine daarentegen mag men van mij met de Nobelprijs Literatuur vereren … al is dat misschien toch een tikkeltje overdreven.

Asociale stukken chagrijn

Terwijl ik me op VIER in De Slimste Mens zat te verkneukelen, probeerde dat televisiezendertje me per lokfilmpje te verleiden om vanaf volgende week hun nieuwe docureeks ─ Ja, chef! ─ met mijn aandacht te vereren. Het programma zal naar verluidt de keukens van vijf ambitieuze chef-koks induiken en registreren wat zich daar allemaal afspeelt.

Een van die vijf is ene Patjim Bajrami, van Kosovaarse afkomst en een plomp en onbehouwen heerschap. Hij is de mening toegedaan dat men met een brutale bek al een heel eind komt en hij banjert derhalve ongehoord bot door het leven en door zijn keuken. De zeven paarden die hem uit de klei getrokken hebben, staan daarvan nog na te hijgen. De manier waarop die hemeltergende bullebak met zijn personeel omspringt, is wraakroepend. Een bulldozer heeft meer charme.

Volgens zijn eigen ‘bescheiden’ zeggen wil die hork de beste chef van België worden en drie Michelinsterren veroveren. Van mij kan hij alvast drie West-Vlaamse schoppen onder zijn Kosovaarse kloten krijgen, want ik maak mijn handen niet vuil aan een fluim. Misschien dat hij dan weliswaar geen drie sterren verovert, maar hij zal ze toch zeker zien en zelfs meer dan drie.

Ik crepeer nog liever van de honger dan dat ik me naar het etablissement van zo’n primaat ─ De Stadt van Luijk in Sint-Truiden ─ zou begeven.

De ezelstamp … eh … ezelsstamp

Naar aanleiding van hetgeen minister Koen Geens verleden zondag zei, in het actualiteitenprogramma De zevende dag van de VRT, heb ik mijn licht opgestoken bij de dikke van Dale, want ik kende het woord ezelsstamp niet … en warempel: het bestaat! Shame on me!

Het is weliswaar een begicisme met een ietwat ongunstige bijklank. De betekenis ervan vinden jullie hieronder.

ezelsstamp

Ik stel vast dat minister Geens het woord niet helemaal correct gebruikte, want als ik goed ben ingelicht, werd hij eigenlijk niet ontslagen of weggestuurd, maar heeft hij er zelf de brui aan gegeven.

Als jullie van plan zijn om het woord te bezigen, dienen jullie het wel met een dubbele s te schrijven. Daarzonder krijgt het immers een beetje een seksuele connotatie en dat kan volgens mij slechts zelden de bedoeling zijn.

De kwelbuis

Het ruitje ─ tegenwoordig is dat al een flink uit de kluiten gewassen ruit ─ toonde een zaal vol applaudisserende mensen. Hoewel het beeld voor zichzelf sprak, meende de commentator daaraan te moeten toevoegen: “Ze klappen enthousiast in hun handen.”
Kan men ook in iets anders klappen dan? Ik dacht het niet. Met de voorzetsels ‘uit’ en ‘met’ lukt het dan weer wel. In Vlaanderen klapt men immers uit de biecht en in Nederland uit de school. En in beide regio’s kan men met de tong klappen, al vind ik klakken een geschikter werkwoord voor deze bedrijvigheid.

De televisie toonde een documentaire van Stacey Dooley, getiteld “Face to face with the IS brides” en ik keek ernaar. Tja, van dat ‘face to face’ was er evenwel nauwelijks of zelfs geen sprake, want die bruiden verstopten hun gezichten achter grote lappen textiel. De vlag dekte bijgevolg de lading niet, of eigenlijk juist wel.

drelinOp het scherm speelde zich een aflevering van een soap af, maar ik besteedde er niet de minste aandacht aan, want ik had wel wat anders te doen.  Plots weerklonk de bel, dingdong, en ik spoedde me naar de hal, om daar de deur te openen en er tot mijn verbazing niemand aan te treffen.
“Is ‘t weer van dat?” mopperde ik en ik keerde terug naar mijn zitkamer, waar ik per afstandsbediening het televisieprogramma terugspoelde. En ja hoor! In de soap drukte iemand op een bel, die precies hetzelfde geluid produceerde als die van mij. Het was lang niet de eerste keer dat ik me liet vangen, want de bellen in films en feuilletons zijn vrijwel altijd dingdongs. Misschien kan ik mijn deur beter van een nieuw exemplaar voorzien. Eentje met een heel apart geluid. Drelin drelin bijvoorbeeld. Ik herinner me dat ik, toen ik heel lang geleden mijn broek versleet op collegebanken, Franse teksten voorgeschoteld kreeg, waarin bellen steevast het onomatopoëtische ─ eh … laten we het niet ingewikkelder maken dan het al is ─ het klanknabootsende tussenwerpsel ‘drelin drelin’ meekregen. Dat leek nergens op, vond ik toen en dat vind ik nu nog steeds. Ik heb nog nooit een bel gehoord die zich van drelin drelin bediende. Als die al zouden bestaan, wil ik er mijn voordeur mee toerusten teneinde voorgoed die verwarring zaaiende dingdong uit mijn leven bannen. Een vriend van me heeft een deurbel die het geluid van een scheetkussen voortbrengt. Origineel, dat wel, maar ik vrees dat ik die niet zou horen.

Waarin ik een hoofdzonde bedrijf

De televisie vergastte me op een promotiefilmpje voor ─ blijkbaar is Engels bij ons tegenwoordig de voertaal ─ Bake Off Vlaanderen. Dat is een programma van VIER, waarin amateurbakkers het tegen elkaar opnemen, teneinde de titel van meest getalenteerde thuisbakker van Vlaanderen te verwerven.

De vrouwelijke commentaarstem bij deze trailer ─ ik herhaal dat Engels vandaag de dag hier de voertaal is ─ stuurde meteen de hiernavolgende kwakkel de wereld in:

“Bakken is altijd een feest, want niemand bakt alleen voor zichzelf.”

kersentaartIk kan met de hand op het hart verklaren dat dit een uitermate stomme bewering is, die kant noch wal raakt. Ik heb gisteren namelijk een nochtans zeer bewerkelijke Schwarzwälder Kirschtorte gebakken en ik ben bezig om die helemaal in mijn eentje op te vreten, hetgeen me vandaag of morgen ongetwijfeld zal lukken. Dat is smikkelen en smullen, hoor!

Ja, ik weet dat gulzigheid een hoofdzonde is, maar als ik moet branden in de hel, dan liefst met een volle maag en van lekkers verzadigd.

Kijk, kijk, een homo!

HomoUniversalisIk was in de supermarkt met een vriendin. Toen een jongeman met blakend blonde en nogal chaotische manen – coupe windhoos – die een agrarische stevigheid over zich had in het gangpad verscheen en aanstalten maakte om ons te kruisen, hief mijn gezellin plots een soortement jubelzang aan, waarna ze zich tot die potige gozer wendde:
“Ha Selattin! Proficiat wei! ‘t Ee nie vele geschild hè? ‘k Zoaten te schudd’n en te kluttern in miene zetel beist dajje bizzig woart, moa jeddet hoald.”

Ik zie me genoodzaakt omdat voor de meeste van jullie even te vertalen:
“Ha Selattin! Proficiat hoor! Het heeft niet veel gescheeld hè? Ik zat te schudden en te beven in mijn fauteuil terwijl je bezig was, maar je hebt het gehaald.”

Door het horen van de in onze contreien toch wel zeldzame naam, Selattin, ging er bij mij een belletje rinkelen en opeens wist ik wie er voor me stond. Hij was namelijk de jongste kandidaat (18) en de winnaar van de wedstrijd Homo Universalis: een onderdeel van het programma Iedereen Beroemd op de Vlaamse televisie. Honderd kandidaten moesten iedere dag een behendigheidsproef afleggen, waarbij telkens iemand afviel, tot als laatste de Homo Universalis overbleef, die als beloning een heel jaar lang gratis mocht reizen.

Die Homo Universalis blijkt zich dus in mijn dorp op te houden. Meer zelfs: deze veelzijdige Vlaming woont amper een kilometer bij me vandaan. Ik voel me vereerd.

Anderzijds is het natuurlijk mooi meegenomen dat zo’n handige harry … eeh … zo’n handige Selattin, zo’n manusje-van-alles, bij me in de buurt woont. Je weet maar nooit waar dat goed voor kan zijn.

Kijk naar je eigen! (2)

Als ik niet uithuizig ben, pleeg ik tussen de middag naar Het Journaal van de VRT te kijken. Omdat dit nieuwsbulletin voorafgegaan wordt door een herhaling van het quizprogramma Blokken ben ik er daarnet voor de negende keer getuige van geweest hoe de presentator, Ben Crabbé, zich ten aanschouwen van kijkend Vlaanderen en in niet mis te verstane bewoordingen ergert aan de zweethanden van een winnende kandidaat. Ik vind dat je zoiets nooit hoeft te doen en alleszins geen negen keer. Iemand frontaal beledigen en zich in het openbaar honend uitlaten over een lichamelijke tekortkoming is uitermate onbeschoft.

Heeft dat heerschap zijn eigen okselvijvers al eens bekeken en beseft hij dat die minstens even onappetijtelijk zijn als zweethanden? Het is niet om aan te zien. Mag ik een teiltje? Ik moet kotsen. Ik stel voor dat men hem publiekelijk aan de schandpaal nagelt en hem om die reden van het scherm weert.

Doe mij maar een presentator als Thomas Vanderveken. Die heb ik nog nooit op een kantige opmerking of een lelijke lak kunnen betrappen. Die man heeft stijl en hij bulkt van het talent.

Koersen is snel rijden

De Ronde van Frankrijk loopt op zijn laatste … eh … tubes. Ik mag graag naar de verslaggeving van dit evenement kijken, voor de fraaie panorama’s natuurlijk, maar ook omdat een ander zien sterven het bewijs levert dat ik nog leef.

Ik stoor me echter steeds vaker aan het onbehouwen, soms ronduit onbeschofte gedrag van verslaggever Michel Wuyts. Hij heeft namelijk de uitermate ergerlijke gewoonte om zijn cocommentator, José De Cauwer – wiens kennis van zaken ik trouwens veel hoger inschat dan die van Wuyts – voortdurend te onderbreken door dwars door zijn toelichtingen heen te praten, of hem zelfs botweg de mond te snoeren.

Ik heb hier al vaker het schabouwelijke taaltje van Wuyts gehekeld. Hij heeft nochtans pedagogische wetenschappen gestudeerd, is achtereenvolgens leraar en schooldirecteur geweest en liet een paar jaar geleden in een interview optekenen:

“… maar waar het eigenlijk om gaat, is taal. Voor mij is dat een permanente besogne. Ik lees veel romans, en sla bijzondere woorden of zinnen op in mijn smartphone om later te gebruiken. Ik hou ervan om er in mijn commentaar een bijzonder woord tussen te gooien.”

Desalniettemin hoorde ik hem een paar dagen geleden het volgende uitkramen:
“Hij reed lek en dat had hij aan zichzelf te danken.”
Is lek rijden iets waarvoor men dankbaar moet zijn? Iemand met een beetje taalgevoel zal weten dat hij hier eigenlijk “te wijten” diende te gebruiken. Een positief resultaat heb je aan iets te danken; een negatief resultaat is aan iets te wijten.

In diezelfde uitzending had José De Cauwer het over een beschermde col, waarmee hij bedoelde dat de pasovergang beschut was tegen de wind. Natuurlijk moest Wuyts daar zijn haak in slaan, zoals we dat in Vlaanderen zeggen.
“Is dat dan beschermd door het werelderfgoed van de Unesco?” vroeg hij.
Mensen kinderen! Wat was dat een grappige vondst. Het scheelde niet veel of men moest me reanimeren.

Benjamín schrijft een stukje

Thomas Vanderveken, een weergaloze presentator, speelde het hard. In zijn jonge jaren studeerde hij nauwelijks twee jaar aan het conservatorium, maar opeens vatte hij het plan op om binnen de twaalf maanden zijn jongensdroom te verwezenlijken en een pianoconcerto ten beste te geven. Hij koos voor het pianoconcerto van Edvard Grieg en dat is niet bepaald een tingeltangelmuziekje.

Per televisie konden we desgewenst zijn vorderingen volgen en dat deed ik, want ik ben nogal een liefhebber van klassieke muziek en Thomas heeft sinds jaar en dag een wit voetje bij me. Ik vind hem een chique mens en als presentator kunnen slechts weinigen aan hem tippen. Hij is ongekunsteld hoffelijk, op een bijna nonchalante manier beschaafd, vol empathie en eigenaar van een verfrissend naturel, maar hij is absoluut geen watje en hij kan beter pianospelen dan veel andere over het paard getilde ‘klavierleeuwen’.

Op 7 december van verleden jaar maakte hij zijn muzikale droom waar. In de Gentse Bijloke voerde hij samen met het Brussels Philharmonic het concerto uit en hij deed dat met veel verve en niet minder panache. Ik heb niets dan bewondering voor die lefgozer. Ik kan zijn prestatie alleen maar hoog inschatten, in tegenstelling tot hetgeen ik gewaarword bij het aanschouwen van de glitterende nitwits, die hoog in allerhande hitparades een suite betrekken.

Een van die nitwits ─ en nu begeef ik me op glad ijs ─ is Karen Damen: zangeres, actrice, presentatrice en eertijds lid van de meidengroep K3. Zij heeft het plan opgevat om een soloplaat te maken en in een poging tot navolging van Thomas Vanderveken heeft ze een televisiezendertje bereid gevonden om daar verslag van uit te brengen in een programmareeks die ‘Karen maakt een plaat’ heet. Christene zielen, wat is dat een bedroevend spektakel! Ze doet van alles, behalve een plaat maken. Op 11 maart wil ze desalniettemin haar gewrocht in de Antwerpse Lotto Arena voorstellen. Ik ken iemand die daar alleszins niet aanwezig zal zijn. Tevens ken ik iemand die nooit de bewuste plaat zal kopen.

Driemaal is scheepsrecht en zelfs de minder goede dingen gebeuren drie keer. Ook journaalanker Hanne Decoutere voelt zich geroepen om in de voetsporen van Thomas te treden en zich binnen het jaar tot een ballerina te ontpoppen, die samen met het fameuze Ballet van Vlaanderen podiumkunsten botviert. De televisie zal vanzelfsprekend geregeld verslag uitbrengen van haar esbattementen in een programma dat ‘Hanne danst’ heet. Hoe verzinnen ze het in vredesnaam?!

Ik denk niet dat ik zal kijken. Ik heb het niet zo begrepen op spagaten, arabesquen en pirouettes, om van een grand jeté en een pas de chat nog te zwijgen. Ik hoop dat Thomas Vanderveken nog wat van plan is.

Roet in ‘t eten

Ik ben een fervente gebruiker van een digicorder van Telenet. Dat dit me maandelijks een aantal euro’s lichter maakt, neem ik erbij, zij het met een vleugje tegenzin, want ik ben een beetje op de penning … en niet zo’n klein beetje.

Zo’n digicorder is een uitermate praktisch toestel. Je kan er immers televisieprogramma’s in opslaan, hetgeen handig is als je die niet rechtstreeks kunt bekijken, maar toch graag wil zien, of als je ze om ik weet niet wat voor reden wenst te bewaren.

Nu hebben sommige zenders de buitengewoon verfoeilijke hebbelijkheid om uitzendingen te laten uitlopen. De VRT heeft daar alleszins een handje van, vooral als het sport betreft. Ze schrikken er bijvoorbeeld niet voor terug om een ordinaire babbel over voetbal meer dan een kwartier te rekken. Als je dan je digicorder de opdracht hebt gegeven om bijvoorbeeld de achteropkomende film op te nemen, ben je eraan voor de moeite. Dan zit je te gelegener tijd vol spanning de avonturen van een held van het witte doek te aanschouwen, om er een kwartier voor het einde brutaal uitgebonjourd te worden en ten eeuwigen dage in het ongewisse te blijven omtrent de afloop ervan.

Zouden jullie geloven dat ik daar stenen kloten van krijg?!