Klavierleeuw

Ik zit deze week iedere avond aan het ruitje gekluisterd, want daar voltrekt zich de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd, waarin de piano dit jaar de hoofdrol speelt.

VondrácekGisteravond was het de beurt aan de Tsjech, Lukáš Vondráček, die zich aan het aartsmoeilijke concerto n. 3 van Sergej Rachmaninov waagde. Mensen kinderen! Dat was geen tangelen wat die man deed. Wat ik zag en wat hij presteerde, grenst aan het onwaarschijnlijke. Hij speelde zich in het zweet en bijna letterlijk de tong op de hielen. Fenomenaal! Ik heb nooit een betere uitvoering van Rachmaninov 3 meegemaakt.

Hij kreeg dan ook een laaiende en staande ovatie; koningin Mathilde kon haar tranen nauwelijks bedwingen en ik … ik zat compleet perplex op de bank en geloofde amper wat ik gezien en gehoord had.

Van mij mag hij winnen.

De doos van Pandora

Zoals het opduikberichtje hierboven vermeldt, heb ik, in arren moede, de commentaarbox van mijn blog dichtgeklapt. Het aantal spamberichten liep werkelijk de spuigaten uit. Ik heb het hier niet over enkele tientallen, maar over een kleine duizend per dag. Spamjager Akismet verhinderde weliswaar vrij nauwgezet dat die op mijn blog verschenen, maar ik diende ze toch te verwijderen, nadat ik ze eerst op authentieke exemplaren gevlooid had.

Hoewel mijn blog volgens de statistieken op heel wat belangstelling kan bogen, reflecteerde zich dat niet in de commentaren. Ik mocht al blij zijn als ik er vier per dag ontving en dat sop is de kool niet waard.

Wie iets aan me kwijt wil, zal het contactformulier moeten gebruiken. Het is jammer maar helaas.

Bijna juist ─ 21

Een vriend van me kwam met een ijzingwekkende historie op de proppen. Iemand uit zijn kennissenkring had bezoek gekregen van … een vleesetende bacterie. Dat gedrochtje had een ware ravage aangericht in het lichaam van zijn gastheer, bij zoverre dat men zijn beide benen geadopteerd had.

Dat adopteren zorgt trouwens vaker voor verwarring. In de dorpskroeg aanhoorde ik het verhaal van een man, die in zulke verdachte omstandigheden om het leven gekomen was, dat men het nodig vond om een adoptie op hem uit te voeren.

In de supermarkt stuitte ik op een bordje met de volgende mededeling: De gratis deegrollen zijn helaas uitverkocht.

Ik diende een brief te vertalen voor een oudere dame. Ze schreef onder meer dat ze overwoog om naar een serviesflat te verhuizen.

De zoon van een vriendin heeft een bril nodig. Daarom heeft zijn moeder een afspraak gemaakt met een optimist. Hoewel optimisten bij mij een wit voetje hebben, leek het me toch beter dat ze zich tot een optometrist wendde.

Toen ik onderweg de boodschap hieronder in het vizier kreeg, heb ik me toch even in de haren gechareld … eh … gescharreld.

scharreleieren

Met dank aan Francis Busschots voor zijn bijdrage.

Piet Snot

Fietsen is niet alleen een buitengewoon gezonde bezigheid, maar tevens een uitermate leerzaam tijdverdrijf. Onderweg komen immers alle vraagwoorden – wie, wat, waar, hoe, waarom, welke, wanneer – en daarmee gepaard gaande vragen aan bod. De meeste daarvan kan ik binnen de kortste keren van een antwoord voorzien, want ik ben nogal pienter, al zeg ik het zelf. Voor sommige moet ik evenwel bij thuiskomst een boekwerk of tegenwoordig meestal internet raadplegen. Bij hoge uitzondering blijft er eens eentje onbeantwoord.
Zo vraag ik me bijvoorbeeld af waarom mijn neus begint te lopen zodra ik begin te fietsen (bedoelde woordspeling) en hoe ik dat kan verhelpen. Velen blijken last te hebben van zo’n overmatige snotproductie, maar niemand blijkt in staat een oorzaak of een oplossing aan te reiken, al zou naar verluidt het dragen van een bril, desgevallend een zonnebril, wat soelaas bieden.

In afwachting van een afdoende remedie probeer ik te snuiten zoals de professionelen dat doen ─ jullie weten vast wat ik bedoel ─ maar ik stel vast dat ik daar niet echt goed in ben en dat er nog wat werk aan de winkel is. Ik hoef er waarschijnlijk geen tekeningetje van te maken.

Dingen des levens

Poeppijn
Op een plek waar alleen maar verten te zien waren, kruiste mijn fietspad zich met dat van een echtpaar en hun dochtertje van naar schatting zeven jaar, maar het is jullie inmiddels genoegzaam bekend dat ik heel slecht in het schatten van leeftijden ben. Het meisje verplaatste zich met een pastelroze fietsje, waarvan de stuurstang gefestonneerd was met een bloemenguirlande. Plots zette ze een indrukwekkende keel op.
─”Mama, mijn poep doet heel erg pijn!” riep ze met een stem waarin zich zowel opstandigheid, als protest en geweeklaag ophielden.
─”Tja meisje …” kreeg ze als antwoord en ik hoorde de wanhoop van een moeder, die zich voor een voldongen feit geplaatst ziet.

Wat moet je in Nergenshuizen aanvangen met een kind dat last heeft van zadelpijn? Ik zou het ook niet weten.

Eilandhoppen
Jullie zullen ongetwijfeld gemerkt hebben dat ik hier een paar weken afwezig bleef. Ik bevond me, in opdracht van een reisorganisator en allerminst tegen mijn zin, op de met losse hand uitgestrooide eilanden, die zich ten westen van Marokko en de Westelijke Sahara boven de zeespiegel van de Atlantische Oceaan verheffen en bekend staan als de Canarische Eilanden. Niets is beter dan betaald te worden voor iets waarvan je geniet.

Het spreekt vanzelf dat men me zulke ‘klusjes’ in onbeperkte mate mag blijven aandragen. Ik hoop dat men me bij een volgende gelegenheid uitstuurt naar eilanden in de Stille Zuidzee. Pukapuka bijvoorbeeld. Of anders Aitutaki. Ik ben niet kieskeurig.

De paden op, de lanen in

babeluttenAlles liet veronderstellen dat er ons een schitterende lentedag te wachten stond, zodat ik al vroeg in de ochtend besloot een fietstocht te ondernemen.
“Werwaarts?” vroeg ik aan mezelf, want op zon- en feestdagen ─ we schreven 1 mei 2016 en dat was niet alleen een zondag, maar in Belgenland ook een feestdag ─ durf ik al eens mijn toevlucht te nemen tot archaïsch taalgebruik, teneinde ouderwetse woorden nieuw leven in te blazen, indien al niet voor uitsterven te behoeden.

Mijn keuze viel op Veurne. Een paar dagen eerder had ik immers een folder over streekproducten in handen gekregen en daarin maakte men melding van de Veurnse babelutten: boterkaramellen, waarvan ik er in mijn jeugd kilo’s verslonden heb. Alleen al de naam deed me watertanden en ik had me voorgenomen om me bij de eerste de beste gelegenheid naar Veurne te begeven, om daar een voorraadje van dat snoepgoed in te slaan. Nu ligt dat stadje niet bepaald dicht bij mijn deur.  Derwaarts ─ oud woord ─ moet dat ongeveer veertig kilometer zijn en herwaarts ─ nog een oud woord ─ natuurlijk ook, of wat hadden jullie gedacht? Om niet langer dan nodig onderweg te zijn en vooral ook om niet te verdwalen, gaf ik de op mijn fietsstuur bevestigde gps de opdracht om mij te begeleiden.

Het toestelletje bracht me tegen de middag in een dommelig dorp met de merkwaardige, edoch ─ oud woord ─ enigszins poëtische naam, Mannekensvere ─ wat slordig neergelegde huizen die beschutting zoeken onder een kerktoren ─ waar ik zowaar een restaurant aantrof. Ik nam plaats op het terras en had nog maar net mijn aperitief voorgezet gekregen, of een nogal luidruchtig stel palmde de belendende tafel in en zowel zij als hij zogen gelijk de brand in forse sigaren. Mijn eetlust kringelde weg, samen met de stinkende rookwalmen die ze produceerden. Ik heb me koest gehouden, maar het heeft niet veel gescheeld.

Ik fietste verder en kwam bijna in Nieuwpoort terecht, maar mijn gps liet me links afslaan en binnen de kortste keren bevond ik me op het jaagpad van een waterweg die Veurne met de kust verbond. Ik prees me gelukkig dat alle honden die ik op mijn weg ontmoette keurig aan de lijn liepen, maar toen werd ik opeens door twee enorme ganzen aangevallen, zodat ik even een sprintje moest trekken om aan ze te ontsnappen. Lieve deugd, wat zijn dat nijdige schepsels. Niet veel later reed ik me vast in een kudde schapen, die doodgemoedereerd over het jaagpad laveerden. Een herder was in geen velden of wegen te bespeuren. Hij zal ergens in het veld gelegen hebben, veronderstel ik, hoewel ze dat volgens een kerstlied enkel bij nacht horen te doen. 

Op kasseienstraatjes hobbelde ik Veurne binnen. Was dat even een teleurstelling! Ik heb in mijn leven nooit een doodser en vertierlozer stadje gezien. Er liep daar geen levende ziel op straat. Een dooie evenmin. Alleen de terrassen op het marktplein hadden wat klandizie kunnen verwerven, maar verder viel er niets te beleven. Ik zocht me ongeveer de pleuris naar hun babelutten, maar ik heb die nergens kunnen vinden. Wat is dat toch met al die streekproducten en specialiteiten? Je moet echt eens proberen om in Diksmuide Diksmuidse boter op de kop te tikken. Ik heb het, geloof ik, al honderd keer geprobeerd. Zonder resultaat. Als ik babelutten wil, zal ik die via internet moeten kopen. 

Wat met de aperitief?

Het kikkerige weer van de laatste weken is van aard om mijn humeur dusdanig te bederven, dat ik geneigd ben om zout op slakken te leggen. Laat me dit even verduidelijken. Ik zou er me eigenlijk niet druk om moeten maken, maar de aard van het beestje kun je niet verloochenen: ik erger me in niet geringe mate aan de manier waarop velen van ons, en niet in het minst zij die zich beroepsmatig van de Nederlandse taal bedienen, de trappen van vergelijking vormen, door gebruik te maken van de omschrijvende woorden meer en meest, terwijl dat veelal absoluut niet nodig is.

Wat hapert er bijvoorbeeld aan ‘de origineelste tekening’ dat men die als ‘de meest originele tekening’ moet omschrijven? Is het ‘meest populaire programma’ iets anders dan het ‘populairste programma”?

Ik vind, en velen met mij, dat men de omschrijving met meest enkel moet gebruiken als de gebruikelijke manier onmogelijk of lastig is, zoals onder veel meer in:
komisch – meest komisch, want komischst lijkt nergens op
enthousiast – meest enthousiast, want enthousiastst valt niet uit te spreken.  

Dit geldt ook voor de comparatief (vergrotende trap met meer), zij het in mindere mate. Ik neem hierboven de superlatief (overtreffende trap) als voorbeeld, omdat die het vaakst het slachtoffer is van die overtolligheid, die weliswaar niet fout is, maar toch een volstrekt onnodige omweg gebruikt. 

Dofjes en faveurtjes

Nog tot en met donderdag 28 april 2016 kun je de app met de nieuwste editie (15) van de Dikke Van Dale downloaden voor de prijs van € 49,99 in plaats van € 79,99. Tel uit je winst! De app is beschikbaar voor zowel iOS (iPhone of iPad) als voor Androïd.

In mijn hoedanigheid van taalmaniak heb ik de app maanden geleden al binnengehaald, op het moment dat die uitkwam. Ik heb er natuurlijk weer de volle pot voor betaald … en die uitdrukking staat niet in de Dikke Van Dale. Je zult het nooit anders zien: als het brij regent, staan mijn schotels omgekeerd … en ook deze uitdrukking staat nog niet in de Dikke Van Dale. Mensen kinderen, wat is dat een slecht woordenboek!

Ben je desalniettemin geïnteresseerd? Onderstaande link brengt je waar je zijn moet.

http://www.vandale.nl/dikke-van-dale-15-app-aanbieding#.Vx3MQLCzBxs

Copyright Uilenvlucht 2016 Frontier Theme
Commentaarbox is dicht. Contactformulier blijft beschikbaar.