Zet ze maar bij de kraak!

Ik vertel geen nieuws als ik jullie mededeel dat ik nauwelijks sympathie kan opbrengen voor koningshuizen in het algemeen en het Belgische in het bijzonder. Het weinige krediet dat de leden ervan nog bij me hadden, hebben ze verleden donderdag compleet verspeeld.

De doorluchtige dames en heren vonden het immers niet nodig om acte de présence te geven op het jaarlijkse defilé ter gelegenheid van de Belgische nationale feestdag. Albert, Paola, Astrid, Lorenz en Claire schitterden door afwezigheid en speelden elders mooi weer van ons belastinggeld. Als minachting voor het land en het volk dat ze verondersteld worden te vertegenwoordigen kan dat tellen. Ze moesten zich de ogen uit de kop schamen. Prins Laurent blijkt als enige nog over een greintje fatsoen te beschikken. 

Als het aan mij ligt, mogen ze die parasieten en profiteurs met onmiddellijke ingang hun dotatie ontnemen. Of nee, gooi dat hele koningshuis maar meteen in de prullenbak. Opgeruimd staat netjes.

Stevige kost

Ruim vier weken na mijn ongeval was ik eindelijk in staat om op de fiets te klimmen en me op weg te begeven. Mensen kinderen, dat was genieten! Mijn hart zong op van vreugde en dat werkte zo aanstekelijk dat mijn mond begon mee te zingen.

Hoewel ik me aanvankelijk tot wat geneurie beperkte, durfde ik, toen ik me eenmaal in de beschutting van een bos bevond, uit volle borst en met luider stemme een lied aanheffen: De trommel slaat, de fluite gaat, de wind ontvouwt de vane … Dat is eigenlijk een staplied, maar ik denk niet dat er specifieke fietsliederen bestaan, tenzij misschien ‘Fietsen op de heide’, maar daar ken ik de tekst niet van en bovendien was er in geen velden of wegen heide te bespeuren. Ik hield op met kwelen toen ik een picknicktafel passeerde, waaraan een kroostrijk gezin had plaatsgenomen. Ze keken me aan alsof ze een vis op een vouwfiets aanschouwden, dus leek het me geraadzaam om mijn al te uitbundige gezang wat te temperen.

mosselpanDra kwam ik bij een door de horeca geëxploiteerd boerderijtje dat luidens een uithangbord – dat eigenlijk een uitstandbord was – ook mosselen van Prins & Dingemanse serveerde. Ik zette het daar op een geweldig eten, want was dat even lekker! Vooruit! Ik doe eens even iets geks, dacht ik nadat ik de pot schelpdieren leeggeratst had en ik bezondigde me aan een aardbeiencoupe, die een lust voor lepels bleek te zijn.

Terwijl ik zat uit te buiken in het gezelschap van een kop koffie sloeg ik tersluiks een bejaard echtpaar gade. Toen de man met een universeel vingergebaar kenbaar maakte dat hij wilde betalen en de serveerster ─ die vermoedelijk tevens de eigenares van het etablissement was ─ hem de rekening bracht, vroeg ze:
─”Was alles naar wens?” Ze staarden haar aan alsof ze snot zagen branden en ze zag zich genoodzaakt om haar toevlucht tot het West-Vlaams te zoeken. “Was ’t e bitje no juldre hedacht?”
─”Joat wei”, zei hij en zijn echtgenote beaamde dat met heftig geknik. “Toed an de ribb’n.”

Dat het aan de ribben kleefde, verbaasde me niet. Ze hadden beiden uitgebreid aan ribbetjes zitten peuzelen en zij had zelfs haar mond van een kunstgebit beroofd, om het onappetijtelijke ding met een tandenstoker van overtolligheden te bevrijden. Mens toch!

Woordkeuze

Tijdens een extra nieuwsuitzending van de VRT, naar aanleiding van de onthutsende gewelddaad in Nice, aanhoorde ik een nogal merkwaardige vaststelling van ankervrouw Annelies Van Herck:

“De methode is toch anders dan hetgeen we gewoon zijn.”

Gewoon zijn?! Kan men aanslagen ooit gewoon zijn?!

Maar goed, ik vergeef haar deze nogal ongelukkige woordkeuze, want wie van ons zonder zonde is, werpe de eerste steen en dat ben ik in geen geval. Ooit kreeg ik een uitnodiging om een begrafenis bij te wonen en men verzocht me vriendelijk om nadien de familie te volgen, teneinde deel te nemen aan het rouwmaal. Ik telefoneerde met de echtgenote van de aflijvige en deelde haar mee dat ik me weliswaar ter kerke zou begeven, maar helaas diende te bedanken voor het feest achteraf.
“Feest?!” mompelde de treurende weduwe enigszins verontwaardigd. “Een feest zou ik zo’n bijeenkomst niet noemen.”

Tja, daar had ik niet van terug.

Van toeschouwer tot kenner

Ik heb altijd binnenpretjes als Björn Soenens ─ hoofdredacteur van Het Journaal ─ met zijn getourmenteerde gezicht en een latemiddagbaard op het ruitje verschijnt en men hem aankondigt als Amerikawatcher. Amerikawatcher? Is dat niet een vrij algemene hoedanigheid? Zoals de meesten van ons watch ik het reilen en zeilen van Amerika, maar ik voel me absoluut niet geroepen om me daarom met de titel Amerikawatcher te tooien.

Verleden week kwam hij de kijkers van Het Journaal verbluffen met zijn visie op het politiegeweld en de daarmee gepaard gaande protesten in de Verenigde Staten. Hij probeerde ons te overtroeven met inzichten en analyses, niet gehinderd door veelgelaagde onverstaanbaarheid, die je voor geleerdheid kunt houden als je snel onder de indruk bent van blaaskakerij. De ankervrouw van dienst ─ Martine Tanghe ─ introduceerde hem als Amerikakenner. De heer Soenens heeft blijkbaar promotie gemaakt. Van eenvoudige watcher is hij opgeklommen tot de status van kenner.   

Het lijkt me wel wat. Ik zie een toekomst als Amerikakenner eigenlijk wel zitten. Kan iemand me misschien vertellen in welke school ik moet wezen om dat diploma te verwerven?

Verloedering

De meesten van jullie zullen onderhand weten dat ik een fervent en warm pleitbezorger ben van het Nederlands in het algemeen en van de West-Vlaamse streektaal in het bijzonder. Zo duld ik bijvoorbeeld geen woekeringen van het Engels in Nederlandse zinnen en ik probeer er alles aan te doen om mijn moedertaal, het West-Vlaams, voor aftakeling en ondergang te behoeden.

Ik erger me bijvoorbeeld mateloos aan de vlees noch vis zijnde tussentaal, waarvoor Geert van Istendael de term Verkavelingsvlaams bedacht, die men in de vervolgseries van Vlaamse televisiezenders hanteert en waarmee ouders vandaag de dag hun kinderen te woord staan. Het is een verloedering van zowel het dialect als van de standaardtaal en het is zo gekunsteld als de neten. Ik smeek jullie op mijn blote knieën: roer zo weinig mogelijk Engels door je Nederlands en bedien je, naargelang de omstandigheden, van je  dialect of van het algemeen Nederlands, maar laat je niet verleiden tot een overspannen brouwsel daartussenin.

Kijk, ik sprak West-Vlaams met mijn moeder, Castellano ─ de Zuid-Amerikaanse variant van het Spaans ─ met mijn vader, Esperanto met mijn buren … en met mij is dat toch ook goed gekomen, wel? Ik blijf vechten, ook al is dat dan misschien tegen de bierkaai.

De afgang

De Rode Duivels zijn na hun ontluisterende Franse deconfiture met de staart tussen de hangende bokkenpoten teruggekeerd in ons dierbaar België, ons heilig land der vaad’ren, zij het niet van mijn vader. Het is gebleken dat we een veel te hoge dunk hadden van ons nationaal elftal en dat individuele kwaliteit niet volstaat om een team te vormen.

Ik ben blij dat we eindelijk van die danig opgeklopte hype verlost zijn. Willen of niet, we werden met zijn allen meedogenloos meegesleurd en ondergedompeld in een opgefokt en artificieel commercieel opbod. Iedereen wilde een graantje meepikken en laten we wel wezen: ik hoef echt geen voetballer op mijn blikje cola of bier en vlaggen, shirts, spiegelhoesjes, pruiken zijn niet aan mij besteed. Ik zal me daar een beetje belachelijk maken.

Ik lees dat iedere Rode Duivel, niettegenstaande de povere prestatie, een slordige € 361.900 binnenrijft. Dat mag dan misschien een brutobedrag zijn, toch blijf ik het een buitensporige beloning vinden voor die over het paard getilde blaaskaken en het staat absoluut niet in verhouding tot hetgeen ze ervan terechtgebracht hebben.

Meer zelfs: ik vind het onfatsoenlijk.

Oplichterij?

Mijn moeder was kokkin van beroep en ik doe de waarheid geen geweld aan als ik beweer dat zij aardig wat kon samengooien. Moge zij in vrede rusten, al vermoed ik dat de engelenscharen in de hemelen een beroep op haar vaardigheid doen, om het bereiden van de rijstpap tot een goed einde te brengen.

Ze heeft het virus aan me doorgegeven. Ik kook graag en sommigen beweren dat ik het culinaire equivalent van groene vingers heb. Ik mag ze graag geloven. Omdat ik niet te beroerd ben om van anderen te leren ben ik niet echt een trouwe, maar toch zeker een regelmatige toeschouwer van hetgeen Jeroen Meus in zijn programma Dagelijkse Kost uitvoert. Verleden jaar heb ik me zelfs laten verleiden om de door de VRT uitgebrachte app met dezelfde naam op mijn iPad te installeren, tegen betaling weliswaar, en terwijl ik toch geld aan het verkwisten was, bracht ik er ook nog  een aantal extra receptenpakketten in onder.

Enkele weken geleden sprong het ding compleet op tilt en viel er geen land meer mee te bezeilen. Ik bracht de VRT per e-mail op de hoogte van het euvel, wachtte een dag of veertien en kreeg toen het volgende te lezen:  

Bedankt voor uw belangstelling voor de VRT.
De app van dagelijkse kost is al enkele maanden geleden uit de appstore gehaald. Uit nazicht blijkt dat dat die app ook niet meer te zien is in de store. Dus u kunt enkel een oude versie die lang geleden is gedwonload (sic) mogelijk beschikbaar hebben op uw mobiel toestel.
Een half jaar geleden, wanneer de app uit de store is gehaald, is hierover door de VRT gecommuniceerd.
Met vriendelijke groet,
Linda …
Klachtencoördinator VRT
Klantendienst VRT
Met vriendelijke groeten,
Elise …
Klachtencoördinator VRT

Dat de app maanden geleden uit de AppStore werd verwijderd, klopte alleszins niet met de werkelijkheid, want ik had die daar enkele weken eerder nog aangetroffen. Over de communicatie die ze daaromtrent zouden gevoerd hebben, had ik niets vernomen en ik kon er ook geen enkel spoor van terugvinden op internet. Ik antwoordde dus:

Ik ben het volstrekt oneens met het antwoord dat u me toestuurt in verband met de in de rand vermelde klacht.
De app in kwestie was drie weken geleden nog te zien en aan te kopen in de App Store, maar is nu wel verdwenen.
Aangezien de app volstrekt niet naar behoren werkt en niet meer geüpdatet zal worden, verzoek ik u om terugbetaling van deze aankoop, hetzij:
kostprijs app = € 4,99
6 receptenpakketten à € 1,99 = € 11,94
Totaal: € 16,93

Mijn rekeningnummer is: …

Desgewenst zal ik u een kopie van de facturen van Apple bezorgen.

Ik diende slechts enkele uren op het antwoord te wachten:

Om uw klacht verder te onderzoeken, gelieve ons een kopie van de facturen te bezorgen via …
Met vriendelijke groeten,
Elise …
Klachtencoördinator VRT

Ik heb de facturen doorgestuurd en wacht op wat er verder gebeurt. Het is betreurenswaardig dat Jeroen Meus, die ik nochtans een fidele kerel vind, zijn naam aan dergelijke oplichterij verbindt, want ik zal ongetwijfeld niet de enige zijn die met de gebakken peren blijft zitten …

… maar ondertussen kook ik lustig verder.

Copyright Uilenvlucht 2016 Frontier Theme