In Vlaamse velden … 5

Ik fietste door een bos dat treuzelig aan de herfst begon en passeerde daar de plek waar een meisje en een jongen van nog geen twintig een afspraak met de dood hadden.

ongeval1

Ik fietste door een bedaard polderlandschap en passeerde daar een plek waar veel horizon te zien was en waar een man en een vrouw stierven nog voor hun dertigste levensjaar aanving .

ongeval2

Ik fietste langs een kanaal dat zich naast me uitstrekte als een spiegel van gestold zilver en passeerde daar de plek waar een veertiger de engel des doods ontmoette.

ongeval3

Ik kwam thuis en vroeg me af hoe mensen op zulke afgelegen plekken, ver van de bewoonde wereld en het drieste verkeer, aan hun eind komen.

Het wilde West-Vlaanderen 2

Ik was aan de wandel en kwam bij een weiland waarin gewoonlijk een tiental stomgeslagen koeien stonden, maar waar nu behoorlijk wat deining heerste, die veroorzaakt werd door een als moderne cowboy vermomde veehouder.

Omdat de winter voor de deur staat, pleegt men runderen van beiderlei kunne uit hun buitenverblijf weg te halen en in stallen onder te brengen. In een zalig vroeger gebeurde dat op nogal primitieve wijze: de boer en de boerin verschenen in de wei en probeerden de dieren met pluimveehoudersgebaren en de declamatorisch galmende stemgeluiden van een oudtestamentische god samen te drijven en naar de hoeve te jagen.

quadWat ik zag, was evenwel een veel minder idyllisch tafereel. De boer in kwestie verplaatste zich namelijk met een quad: zo’n vierwielig rijtuig met brede banden en een motorstuur, dat buitengewoon luidruchtig tekeergaat en vaak zo hinderlijk is in het verkeer dat sommige steden het monster met alle middelen van hun grondgebied proberen te weren. Jullie zullen begrijpen dat de koeien het allerminst konden waarderen dat men ze met zo’n helse machine achternazat. Ik blijf er me hogelijk over verbazen dat dergelijke mastodonten met hun logge lijf, en in niet geringe mate gehinderd door zowel klotsende uiers als zwiepende spenen, zo snel kunnen lopen, al gebeurde dat in dit geval onder luid protest: ze burlden als bronstige edelherten.

De boer ─ het was hem aan te zien ─ had onbedaarlijk plezier in het leven en was in zijn element als een sater in een bos. Plots echter werd de quad door massa’s modder dusdanig in zijn vaart gestuit dat … hij over de kop sloeg. De berijder ervan, de boer dus, nam enthousiast deel aan het gebeuren. Hij steeg even hemelwaarts en dook toen met de sierlijkheid van een balletdanser de smurrie in.

Ik heb er me eerst van vergewist dat de kunstenmaker er geen letsel aan overhield, maar toen hij in heerlijk beslijkte toestand het modderbad ontsteeg …

Gelachen dat ik heb! De koeien vermoedelijk ook, maar dat kun je niet aan ze zien.

Waaruit nog maar eens blijkt: lol maken is boeten.

Zenuwpees

Mijn activiteiten – waaronder het bijhouden van Uilenvlucht – staan noodgedwongen op een laag pitje. Onlangs maakte ik hier melding van een euvel waaraan mijn woning mank ging, met name optrekkend vocht, en men is nu al drie dagen bezig met het behandelen van die kwaal. Dat veroorzaakt buitengewoon veel overlast, om van het lawaai nog te zwijgen, en als het nog even zo doorgaat, zal ik mezelf ongetwijfeld ook moeten laten behandelen, zij het niet om reden van optrekkend vocht, maar vanwege een inzinking. Ik stuiter rond als een pingpongbal en kaats als een hyperkinetische neuroot door het huis. En dan heb ik nog niet eens de factuur gekregen.

Ik heb me daar een zenuwentroep. Volgens mij sta ik op instorten.

Ruggensteuntjes en opkontjes

We schrijven november en de jaarlijkse processie van bedelaars en schooiers heeft een aanvang genomen. Gisteren, zaterdag, kreeg ik achtereenvolgens vertegenwoordigers van de volgende verenigingen over de vloer:

- het plaatselijke majorettekorps met suikerwafels, kostende € 7
- de plaatselijke chiro met chocoladetruffels, kostende € 8,5
- de brandweer met een steunlidkaart en een kalender, kostende € 10
- de plaatselijke voetbalclub met artisanale pannenkoeken, kostende € 7

Men beweert dat een stapje in de wereld zetten – wat Vlaams is voor uitgaan – een dure zaak is, maar volgens mij zit je op hogere lasten als je braafjes thuisblijft.

Kreupel wil altijd voordansen

Ik mag er zonder enige pretentie prat op gaan dat ik me slechts zelden aan taalfouten bezondig. Zo heb ik bijvoorbeeld niet de minste moeite om de staart van werkwoorden van de correcte d’s en of t’s te voorzien. Ook het obstakel van de verbindings-n zorgt nauwelijks voor hinder. Vaste voorzetsels beschouw ik niet als loslopend wild en leestekens krijgen van mij een rechtmatige behandeling. Ik weet goed de weg in samengestelde zinnen, mors niet met superlatieven en gemeenplaatsen, roer bijna nooit Engels door mijn Nederlands en hoed me voor uitputtende beschrijvingskunst, waarvan het einde al zoek is nog voor ik er met tegenzin aan begin.

Het kan vanzelfsprekend altijd gebeuren dat er een foutje tussen de mazen van het net glipt. Als men me daarop wijst, stel ik dat op prijs en ben ik niet te beroerd om me ootmoedig op de borst te kloppen, maar gisteren …

In de dorpskroeg kwam een man naar me toe. Hij is narcosearts, ofte anesthesist, maar ook een kloothommel die zijn eigendunk nauwelijks kan tillen en een betweter in een academisch steunkorset. Ik heb onlangs een vertaling voor hem gemaakt en daar wilde hij kennelijk een kanttekening bij plaatsen.
─”Je moet nog eens beweren dat het Nederlands nauwelijks geheimen voor je heeft”, sprak hij op een nogal stellige toon met een gelijkhebberige bijklank. “Ik heb in één zinnetje twee flaters ontdekt.”
─”Kom op met je kommetje!” stak er onbehagen in me op, omdat hij het blijkbaar nodig vond om die tekortkoming met luider stemme te afficheren.
─”Jij schrijft: het meisje zei dat ze scampi lekker vond. Dat moet zijn: het meisje zei dat het scampi’s lekker vond. Meisje is een onzijdig woord en het meervoud van scampi …”
─”… is scampi”, onderbrak ik hem. “Scampi is van oorsprong al de meervoudsvorm van het Italiaanse scampo. In het Nederlands mag je ook scampi’s gebruiken, maar dat is dubbelop en dus hoeft het niet. Meisje is inderdaad een onzijdig woord, maar in het Nederlands gaat biologisch geslacht vóór grammaticaal geslacht. Bij meisje moet je dus zij of haar gebruiken. Anders nog wat?”

Ik heb, geloof ik, nog nooit zo triomfantelijk gekeken als gisteravond in de dorpskroeg. Ik wil het niet beter weten dan een ander, maar juist is juist.

Even afblazen

Ik ben in een humeur dat me naar een drankhol kan drijven. Hoe dat zo komt? Wel, ik heb mijn jaarlijkse afrekening voor gas en elektriciteit gekregen en ik ben niet bepaald in mijn nopjes met het bedrag dat ik moet betalen. Ik heb de indruk dat men me niet enkel de verbruikte energie aanrekent, maar dat ik in een moment van onoplettendheid en dus zonder het te beseffen een kerncentrale heb gekocht.

Ook ben ik niet onverdeeld gelukkig met de gang van zaken tijdens het boodschappen lopen. Ik pleeg hier af en toe de loftrompet te steken over en met het wierookvat te zwaaien voor de supermarkten van Colruyt, maar vanmorgen stuitte ik er toch op een aantal dingen die me behoorlijk irriteerden.
- Als je er voor negen uur arriveert, zijn de rekken van de slagerij nog grotendeels leeg.
- Ook in de andere afdelingen ontbraken nogal wat artikelen die ik op mijn lijst had vermeld. In deze digitale tijden moet het toch mogelijk zijn om dergelijke hiaten te voorkomen, denk ik zo.
- Bovendien heeft Colruyt de uitermate vervelende neiging om koopwaar van plaats te veranderen. Dat is niet alleen lastig omdat het winkelen op die manier in een soort speurtocht verandert, maar in mijn geval moet ik ook iedere keer de herschikking op mijn computer doorvoeren. Ik beschik namelijk over een uitermate handig programma waarmee ik mijn boodschappenlijst aanmaak en dat zo ingericht is dat het nauwgezet mijn rondgang in de supermarkt volgt. Als ze hun inboedel verhuizen moet ik telkens met de posten gaan schuiven en ik heb wel wat beters te doen.
- De rekken zijn vaak te hoog voor mijn persoontje van slechts 170 cm lengte. Ik moet regelmatig op zoek naar zo’n oranje opstapje of me op een aluminium ladder wagen. Wie mij kent, weet dat dit ooit faliekant moet aflopen.
- Ik heb een gruwelijke hekel aan die zwiepende plastic flappen waar je doorheen moet als je de koelafdeling wilt betreden of verlaten. Als ik in aanraking met die vieze lellen kom, begin ik steevast te kippenvellen.

Zo, dat wou ik eens gezegd hebben. Hèhè, dat lucht op!

Uilenvlucht © 2014 Frontier Theme