Haastige spoed …

Ik had me bij een raam van de dorpskroeg neergelaten, wachtte op de persoon met wie ik een afspraak had en staarde enigszins verveeld naar buiten.

Veel gebeurde daar niet, tot opeens een jongeman zijn auto parkeerde aan de overkant van de straat, het voertuig ontsteeg, het kofferdeksel opende en vier velgen met bijbehorende banden opdiepte, die hij tegen een huisgevel liet aanleunen.

Vervolgens tilde hij een van die wielen op en zeulde het logge ding niet zonder moeite naar een verderop gelegen woning, waarna hij op zijn stappen terugkeerde, om zich van een tweede exemplaar te voorzien en het weg te brengen.

Toen hij zich daarna bij de twee overgebleven wielen aanmeldde, kreeg hij plots een lumineus idee. Hij pootte de banden aan weerszijden van zijn lichaam neer en begon die voort te rollen.
Dat kan nooit goed blijven gaan, dacht ik toen hij een plek naderde waar de stoep met een flauwe helling naar een zebrapad afdaalde.
Ik kreeg nog gelijk ook. Een van de wielen maakte van het afdalinkje gebruik om te ontsnappen. De jongeman probeerde dat te verhinderen met een bliksemsnelle arm- en handbeweging, maar op dat moment zakte zijn habbezakkerige trainingsbroek neerwaarts en omdat hij geen ondergoed droeg, stond hij daar piemelnaakt te kijk.

Hij probeerde inderhaast orde op zaken te stellen, maar ik had al naar het vogeltje gekeken en nu kan ik alleen maar hopen dat ik er mooi op sta.

Hoe leuk is sterven van het lachen?

Heb je die van mij al gezien?

kerstversieringIs het jullie ook al opgevallen dat gordijnen en rolluiken heel lang openblijven in deze tijd van het jaar? Ze trotseren de duisternis van de avond en blijven zelfs een groot gedeelte van de nacht inkijk verlenen in de woningen, waarvan ze normaliter de ingewanden aan het oog onttrekken.

Ik meen te weten hoe dat komt. De bewoners van die huizen willen namelijk hun opgetuigde kerstboom, en desgevallend andere versierselen, aan de wereld tonen, in een poging om elkaar de loef af te steken. Ik wil de … hebben. Jullie mogen zelf een overtreffende trap van een bijvoeglijk naamwoord invullen. Enkele suggesties: mooiste, grootste, opgedirktste …

Ik doe daar niet aan mee. Ik ben namelijk in zeer hoge mate op mijn privacy gesteld en blijf me derhalve onveranderlijk met dekenzware gordijnen onledig houden als de duisternis intreedt. Bovendien woon ik nogal afgelegen, zodat slechts weinigen een kerstboom die zich te mijnent verheft zouden kunnen aanschouwen. Nu ja, een groot gat in hun cultuur kan je dat bezwaarlijk noemen. In de jaren die achter ons liggen, placht ik me nooit met bomen, stallen of decoraties in te laten. Verleden week heb ik op zolder evenwel een voorwerp aangetroffen, dat voor een kerstboom kan doorgaan. Het is een piramide van gevlochten draadwerk, waarin ongeveer een dozijn lampjes verweven zitten. Ik heb het gevalletje ooit cadeau gekregen van een vriendin en nu heb ik het op mijn bureau geïnstalleerd. Je hoort me niet beweren dat ik er sfeerschepping mee bewerkstellig.

Als ik ‘s avonds mijn gordijnen zou openlaten, zijn de passanten die dat schabouwelijke ding opmerken in staat om bij me binnen te dringen, teneinde eigenhandig de gordijnen dicht te trekken.

Dus doe ik dat maar zelf.

De hond die niet blafte

Hoewel het een vrij smal pad betrof, zagen twee heren op leeftijd er geen been in om het bijna over de volle breedte in te palmen, teneinde een boom op te zetten en de doorgang te versperren. Een van de mannen was bovendien toegerust met een hond, die ik niet bepaald bij de categorie van de kutlikkertjes of de West-Vlaamse preutelekkertjes zou indelen. Het loeder zat weliswaar aan een lijn vast, maar leek toch over vrij veel speelruimte te beschikken.

Ik vertrouwde het zaakje niet, kneep de remmen van mijn fiets dicht en hield dientengevolge halt.
─”Zal ik er heelhuids voorbij raken?” vroeg ik.
─”Dat staat nog te bezien”, kreeg ik als antwoord. “Hij bijt enkel naar stoute mensen. Ben jij een stoute mens?”
─”In de verste verte niet”, stelde ik resoluut.
─”Dan kan er je niets overkomen”, vernam ik.

Ik stapte dus schoorvoetend voorbij het tot de tanden gewapende beest en wat denken jullie dat er gebeurde? Het monster haalde uit, hapte naar me, kreeg mijn broekspijp te pakken en bezorgde die een kloeke winkelhaak.
─”Godvermiljaardedju!” riep ik geschrokken en woedend. “Je moet nog eens zeggen dat hij niet zal bijten.”
─”Jij bent kennelijk minder braaf dan je van jezelf denkt”, kon de eigenaar van de viervoeter er nog mee lachen ook.

Hij slikte zijn gelach in toen ik eiste dat hij de schade aan mijn pantalon zou vergoeden. Aanvankelijk weigerde hij dat, maar toen ik met politie dreigde, kwam hij toch over de brug, zij het met zichtbare tegenzin.

Zou het onderhand niet eens tijd worden dat hondeneigenaars begrijpen dat ze hun metgezellen moeten aanlijnen, dat die zelfs in aangelijnde toestand verrassend uit de hoek kunnen komen en dat ze hun uitwerpselen dienen op te ruimen?

Een domme muil

Mijn zeer gewaardeerde vriend, R., kwam naar mijn nieuwe keuken kijken. Nu ja, hij kwam eigenlijk voor iets anders, maar ik loodste hem arglistig, want quasi onopzettelijk de keuken in, waardoor hij willens nillens met de renovatie geconfronteerd werd en niet anders kon dan die te bezienswaardigen. Hij wijdde er wat lovende woorden aan, zodat ik haast doorbrandde van trots en vervuld van dankbaarheid zijn complimenten in ontvangst nam. Daarna schurkten we ons in vleesetende fauteuils en wisselden het televisiekijken af met vlagen van koetjes en kalfjes.

Opeens verscheen Donald Muylle op het scherm: de in Vlaanderen alom bekende keukenfabrikant, die zich onsterfelijk heeft gemaakt met de manier waarop hij zichzelf aan de kijkers introduceert bij het begin van zijn reclameboodschap.
“Ik ben Donald Muylle”, zegt hij dan, op een nogal domme manier, die bij velen aanleiding geeft tot groot jolijt.

“Ik ben Donald Muylle”, zei hij dus, waarop mijn vriend zijn mond opende en een vrijwel perfecte imitatie van Donald ten beste gaf, zeggende: “Ik ben Domme Muylle”.

Ja kijk, dan kun je me wegdragen, hè. Als mijn salontafel iets hoger op zijn poten had gestaan, zou ik er ongetwijfeld onder gelegen hebben.

Hoe men een azijnpisser wordt

Enige tijd geleden haalde ik de kous onder mijn matras vandaan, raadpleegde de inhoud ervan en constateerde dat ik me eigenlijk wel een nieuwe keuken kon veroorloven. Ik ondernam de nodige stappen …

… en verleden week kreeg ik bericht dat men die zou komen plaatsen. Het is verbazingwekkend wat er zich allemaal in een keuken ophoudt en verschuilt. Een hele middag beroofde ik kasten van hetgeen ze herbergden en ontruimde ik het vertrek waar het nieuwe meubilair onderdak zou krijgen. Toen ik daarmee klaar was, had ik in een belendende kamer een grote chaos aangericht, liep ik ongeveer op mijn tandvlees en verging ik van de dorst.

Vertwijfeld greep ik naar de fles, te weten de eerste de beste petfles die daar binnen handbereik stond te staan, in de veronderstelling dat die water bevatte. Ik zette die aan de mond en nam een gulzige slok. God van de hoge hemel en santé mijn ratje! Ik proestte, ik hoestte, ik walgde en ik spuwde. De fles waaraan ik me laafde, bevatte namelijk geen water, maar azijn! Er bestaan aangenamere vloeistoffen als je het mij vraagt, maar wie vraagt mij wat.

Ja, mensen zijn misselijk … eh … missen is menselijk.

Liever in ‘t zwart

We schrijven nog niet eens midden november en de hele heisa omtrent de metgezel(len) van de sinterklazen laait weer op.

Laat me voor eens en altijd duidelijk stellen dat ik enkel de zwarte Zwarte Piet accepteer. De flauwe misbaksels ervan kunnen wat mij betreft de pot op en de boom in.

Leve de zwarte Zwarte Piet …

… en de negerinnentetten natuurlijk!

Mijn sinterklaas betrekt zijn cadeautjes enkel bij winkels en bedrijven die nog een zwarte Zwarte Piet durven op te voeren.

De Griekse beginselen

In het alom bekende Keniaanse natuurreservaat, de Masai Mara, heeft men onlangs twee mannelijke leeuwen ontdekt, die met elkaar lijken te paren en dus homofiele trekjes vertonen.

In Kenia is homoseksualiteit evenwel strikt verboden, zelfs in de eenentwintigste eeuw. Wie er zich aan overgeeft en betrapt wordt, riskeert een gevangenisstraf die tot veertien jaar kan oplopen. Het ‘onoorbare’ gedrag van deze leeuwen noopt de achterlijke malloten die het land besturen derhalve tot maatregelen.

Ene Dr. Ezekiel Mutua – ik koester grote twijfels omtrent de geldigheid van de titel die hij aan zijn naam toevoegt – die verantwoordelijk is voor de censuur in dat Afrikaanse land – ja, jullie lezen het goed – eist maatregelen. Hij is de mening toegedaan dat de leeuwen hun seksuele uitspattingen afgekeken hebben van mannen, die zich in de bosjes van het natuurreservaat verschuilen, om … eh  … het met elkaar te doen.

Ik vermoed dat Dr. Mutua mijn blog niet zou lezen. Mocht hij dat wel doen, wil ik toch even het volgende aan hem kwijt:
Als ik homo zou zijn en de behoefte gevoel om tot de actie over te gaan en een kunstje te maken, zal ik toch zeker geen afwerkplek kiezen, waar leeuwen me kunnen bespieden, want het is algemeen bekend dat zulke roofdieren hun activiteiten meestal niet tot bespieden en imiteren beperken.

Jup!

Het gebeurt niet zelden dat ik tijdens mijn fietstochten personen ontmoet die me kennen. Dat blijkt uit hetgeen ze me tijdens het voorbijrijden toeroepen. Deze confrontaties vinden meestal dicht bij huis plaats, maar soms hoor ik ook mijn naam weerklinken als ik me op grote afstand van mijn woning bevind, soms wel vijftig kilometer, of een enkele keer zelfs meer.

Wat wil nu het geval? De mensen die me zo enthousiast met een saluut bedenken, behoren vrijwel altijd tot het soort fietsers die we in de wandeling als wielertoeristen omschrijven. Ze kleden zich dan ook overeenkomstig de usanties van deze volksgroep: huidstrakke spandex, stoere helmen en zonnebrillen met spiegeleffect.

Het zijn precies de helmen en brillen die voor problemen zorgen en het herkennen van de persoon in kwestie bemoeilijken. Meestal heb ik er geen idee van wie er achter die vermomming schuilgaat en dat irriteert me mateloos.
“Jup!” roep ik dan, want dat is een Vlaamse groet die volkomen neutraal is en geen uitsluitsel geeft omtrent het al dan niet herkennen van de ontvanger ervan.
Als ik dan mijn weg vervolg, blijft dat dusdanig door mijn kop malen dat ik nog amper van mijn fietstocht geniet en nauwelijks oog heb voor de mij omringende natuur.

Ik heb ter gelegenheid van Halloween een masker gekocht, hoewel ik zo’n ding hoegenaamd niet nodig heb om er angstaanjagend uit te zien. Misschien moet ik dat geval voortaan opzetten als ik ga fietsen, zodat niemand me nog herkent en me dientengevolge met een groet bedenkt.

Doen!

Wie was Jacques?

smicob2

Ik keer nog even terug naar het stukje dat ik hier verleden donderdag plaatste en meer bepaald naar de tekening, die ik gebruikte om de tekst te verluchten en die ik hierboven in een ietwat vergrote versie herhaal. Er is namelijk een anekdote aan dat portret verbonden.

Het moet ondertussen meer dan twintig jaar geleden zijn dat ik in een drenkplaats, waar ik af en toe mijn neus liet zien en natuurlijk ook de rest van mijn lijf, een gesprek aanknoopte met mijn buurman aan de tapkast. De man zal een jaar of twintig geweest zijn, vermoed ik, en hij heette Jacques. De inhoud van ons gesprek herinner ik me niet, maar de koetjes en de kalfjes zullen wellicht aan bod gekomen zijn, net als het weer. We zaten zo’n uur of twee tegen elkaar aan te kakelen en op te proosten, maar toen scheidden onze wegen.

Toen ik enkele weken later opnieuw in die kroeg kwam, vernam ik van de kastelein dat er iets voor me afgegeven was. Hij overhandigde me een map, waarin ik de tekening in kwestie aantrof. Het met een papierklem eraan bevestigde kattebelletje luidde: “Nog bedankt voor de leuke babbel. Jacques.”

Het mag gezegd dat de gelijkenis treffend was. Je kon de afgebeelde kop meteen als de mijne herkennen. Men moet ongetwijfeld over een uitzonderlijk visueel geheugen en veel talent beschikken om iemand na nauwelijks twee uur helemaal uit het hoofd en zo raak af te beelden.

Ik vroeg de kastelein of hij me wat meer over die Jacques kon vertellen. Dat kon hij, maar hetgeen ik van hem vernam, vervulde me met verbijstering en was absoluut niet wat ik wilde horen. Jacques was een week eerder aan een overdosis gestorven.

Hij is dus al twintig jaar dood, maar ik heb zijn tekening ingelijst en die hangt nog steeds op een ereplaats in mijn bureau. Af en toe mag ik er graag naar kijken.

Waarom, zo vraag ik me af, heeft hij me eigenlijk als een slang afgebeeld? Ik zal het nooit weten.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme