Juicht! Belgen juicht!

mathilde

Toen ik gisteravond de televisie aanzette, verscheen er een houten klaas op mijn scherm. Of was het koning Filip? Hij predikte… eh … hij gaf een nietszeggende spreekbeurt over Belgenland en over het samenhorigheidsgevoel waar de bewoners van deze contreien het slachtoffer van zijn, vooral door toedoen van ons nationale voetbalclubje: De Rode Duivels.

Zou het Zijne Majesteit opgevallen zijn dat inmiddels vrijwel alle vlaggen uit het straatbeeld verdwenen zijn, terwijl ze net nu, ter gelegenheid van onze nationale feestdag, vrolijk zouden moeten wapperen?

Het hele gebeuren kan me overigens niet bezielen. Ik heb nooit begrepen waarom een feest, zij het dan een exemplaar van het duffere soort, gepaard moet gaan met militair geparadeer en het manhaftig vertoon van allerhande wapentuig, zoals raketten waarmee je passagiersvliegtuigen uit de lucht kunt schieten, of bommen waarmee je onschuldige Palestijnen kunt vermoorden …

Onze vroegere opperhoofden, Berten en Paula, zullen naar verluidt niet aanwezig zijn op het defilé. Ze vertikken het om voor zo’n futiliteit hun vakantie te onderbreken. België kan hen aan de reet roesten, behalve dan wanneer het hun karige leefloontje van net geen miljoen euro betreft. Dat willen ze graag blijven opstrijken en als het aan hen ligt, mag het zelfs iets meer zijn.

Goede sier maken met andermans geld en verder grote minachting aan de dag leggen voor het land en de mensen die daarvoor moeten opdraaien. Kan ik ergens kenbaar maken dat ik met mijn belastinggeld geen parasieten wens te onderhouden?

Luier dan een pamper

Verleden jaar omstreeks deze tijd was ik uit de roulatie, omdat ik na een val in nogal gehavende toestand in het ziekenhuis terechtkwam en daar een paar weken diende te logeren. Het is hier toen stil geweest en aangezien dat ook nu weer het geval is, zullen sommigen van jullie allicht denken dat ik op de een of andere manier opnieuw in de soep geraakt ben. Dat is echter niet het geval. Het gaat me zowel naar den vleze als voor de wind en ik ben buitengewoon lustig van hart, maar ik neem het er even van: ik draai stationair, sta op een laag pitje en geniet van de milde kant van het leven met volledige inzet van mijn zintuigen.

Dat zal vermoedelijk niet heel lang meer duren, want mijn vakantiebudget begint op te raken.

De Schone en het Beest

Tijdens mijn ochtendwandeling kwam ik plots oog in oog te staan met een flink uit de kluiten gewassen huisjesslak, al mag je dat oog in oog gerust met een flinke korrel zout nemen, of het zou moeten zijn dat je niet op alle slakken zout wil leggen. Ik liet mijn fantasie de vrije loop en bedacht dat het buikpotige weekdier wellicht een heel leven nodig zou hebben om de afstand af te leggen die ik in een uur afhaspelde, als het al niet vermorzeld, verpletterd of vertrapt werd onder het rubber van banden of schoenzolen.

Mijn verbeelding schoot vleugelen aan: een huiveringwekkende close-up van een gemoesd overblijfsel drong mijn hersens binnen en dat was niet van aard om me op te vrolijken. Gelukkig kreeg ik toen een ongelofelijk lekker ding in het vizier: een mokkel dat niet alleen over fraai gedraaide poten en oren beschikte, maar ook over een stel … hu paard, je staat te schuimbekken; neem me deze oneerbiedigheden asjeblief niet kwalijk … ik kreeg een mensenverrukkend mooi wezen in de gaten, zodat mijn aandacht afgeleid werd en ik monter mijn weg en mijn levenspad vervolgde.

En zo beleefde ik toch nog een aangename dag.

Soppen

Ik ben keurig en netjes opgevoed ─ kijk me aan een doe er je voordeel mee! ─ gedraag me hoffelijk, geef altijd mijn ‘schoon’ handje, spreek met twee woorden en neem steevast de nochtans vaak oubollige etiquette in acht, behalve …

Ik heb een logeergast: een knul van net geen zestien jaar. Zijn ouders, met wie ik bevriend ben, zijn begonnen aan een verre tocht waarvoor vaccinaties verplicht zijn en hebben de vrucht van hun liefde tijdelijk te mijnent ondergebracht. Dat reist prettiger. Hij is een gave jongeling, welgemanierd in spreken en handelen, waarvoor ik geneigd ben enthousiaste superlatieven te gebruiken. Je hebt er bij wijze van spreken geen kind aan.

We zaten samen aan het ontbijt. Ik betrapte hem erop dat hij herhaaldelijk aanstalten maakte om het broodje dat hij verorberde in zijn kop met cacao te dompelen, maar dat telkens wist te voorkomen.
─”Je hebt zin om te soppen, hè?” veronderstelde ik.
─”Het is bijna sterker dan mezelf,” gaf hij toe, “maar mama heeft me op het hart gedrukt dat ik het hier niet mag doen.”
─”Jouw moeder weet waarschijnlijk niet dat ik zelf ook een fervent sopper ben”, meesmuilde ik samenzweerderig. “Zullen we?”

Gesopt dat we hebben! En gelachen.

Op 11 december 2010 heb ik hier ─ in Tafelmanieren ─ vermeld dat ik met soppen begonnen was en niet de intentie had om daar ooit mee op te houden. Wel, ik ben er dus niet mee opgehouden.

In de zijstraatjes van het Nederlands ─ 5

trein

Het tegendeel zou mij zeer verbazen en waarschijnlijk velen met mij.

De overvloed aan hemelwater die we tijdens de voorbije week toebedeeld kregen, heeft hier en daar voor overlast gezorgd. De televisie besteedde daar aandacht aan en tijdens het journaal kregen we ene Katrien Smet opgedist, die namens de Vlaamse Milieumaatschappij wat duiding gaf. Ze opende de mond en sprak:

Rivieren en beken zijn buiten hun oevers getreden door het vele water.

Door het vele water nog aan toe! Wie had dat kunnen denken? Als het nu een trein geweest was, die een voertuig ontweek en zodoende …

Koude benen!

vliegtuigdoop

De deelnemers aan de Ronde van Frankrijk repten zich met bekwame spoed naar Londen. De televisie versloeg dat rechtstreeks, tot plots de uitzending onderbroken werd voor wereldschokkend nieuws: het vliegtuig dat De Rode Duivels uit Brazilië terugbracht, stond op het punt om in Zaventem neer te strijken. Hetgeen geschiedde.

De brandweer van de luchthaven rukte uit om het toestel te besproeien ─ een huldigingsritueel dat slechts voor weinigen weggelegd is ─ en ons aller Elio Di Rupo ─ premier van hangende zaken ─ stond in feestverpakking met strik paraat om het voetbalclubje te verwelkomen, als betrof het echte helden. De ministers van hangende zaken, Pieter De Crem en Didier Reynders waren nergens te bespeuren. Die zijn enkel van de partij als ze op kosten van de belastingbetaler met een legervliegtuig naar Brazilië kunnen fladderen: een snoepreisje waarvan de vlucht alleen al een slordige tienduizend euro kost en dat kennelijk voor herhaling vatbaar is, want ze hebben het bestaan om er twee keer van te profiteren. En wij maar betalen voor die parasieten!

Wat mij betreft, is het nu toch echt welletjes geweest. Kan men alstublieft een einde breien aan dat circus en die danig opgefokte heisa? Ik heb er meer dan mijn bekomst van. Trouwens, wat hebben die Rode Duivels eigenlijk gewonnen? Niets! Nul, prot, nogabal! Ze hebben gewoon wat tegen een bal geschopt. En tegen andermans schenen.

Het zijn brutale tijden

Ik heb nooit begrip kunnen opbrengen voor de wijze waarop Israël politiek bedrijft. Ze staan altijd klaar om een vermanend vingertje te heffen, maar steken nooit ofte nimmer de hand in eigen boezem. Ze lijden aan het Calimerosyndroom*, blijven zich op hun betreurenswaardig verleden beroepen alsof de wereld zich daaromtrent nu nog steeds berouwvol op de borst moet kloppen en gebruiken het als argument om hun eigen wangedrag te vergoelijken. Vooral de manier waarop ze de Palestijnen onder de knoet houden is me een doorn in het vlees.

In dit verband wil ik toch even professor en ethicus Etienne Vermeersch citeren:

Er kan geen enkele twijfel over bestaan dat de Palestijnen het recht aan hun kant hebben. Zij zijn een volk dat ten onrechte uit zijn land is gezet. Dat conflict sleept al tientallen jaren aan en wekt bij de slachtoffers gevoelens van totale hopeloosheid op. Als je al die jaren in een Palestijns vluchtelingenkamp zit en er is geen enkele kans op beterschap, dan denk je: ‘dit is erger dan de dood’. Vandaar al die wanhopige reacties en zelfmoordaanslagen. De oorzaak van de Palestijnse zelfmoordcommando’s ligt voor een deel in de onwrikbare bezettingspolitiek van Israël.

Ik ben het met hem eens.

Op de televisie zag ik gisteren twee gemaskerde soldaten van het Israëlisch leger, die op ronduit afschuwelijke wijze een jongen van vijftien probeerden af te maken. Ze sloegen, schopten en trapten meedogenloos de laatste asem uit hem vandaan. Het gedrag van die schoften was geen haar beter dan dat van de nazibeulen in de concentratiekampen.

De beelden waren even onthutsend als onthullend. Israël mag zich graag met het aureool van beschaafde natie tooien. Wel, dat zijn ze nog lang niet.

*Calimerosyndroom: Niemand houdt van mij, het is niet eerlijk, want ik ben klein en zij zijn groot, ik ben altijd de kop van Jut, ze moeten altijd mij hebben … Waarom? Oh waarom?

Kiezen doet verliezen

ArgBel

 

¡Vamos, Argentina!

Gaan met de banaan, België!

 

Aangezien ik ontsproten ben aan de liefdesrelatie van een Belgische (Vlaamse) moeder en een Argentijnse vader weet ik niet voor wie ik vanavond moet supporteren.

Ach, we lossen het simpel op: ik zal gewoon niet naar de wedstrijd kijken en daarvoor hoef ik me zelfs geen opoffering te getroosten, want voetbal interesseert me geen fluit.

Uilenvlucht © 2014 Frontier Theme