Opvoedkunde

Het begon zo geduldig te miezeren dat ik er nauwelijks wat van merkte en niet eens de moeite nam om mijn paraplu open te klappen. Ik liep langs een afsluiting, waarachter zich zo te horen huishoudelijke, of toch zeker familiale taferelen afspeelden.
– “Het regent een beetje”, hoorde ik een kinderstemmetje zeggen.
– “Regent het een beetje?” verwonderde de vermoedelijke vader zich. “Inderdaad! Het regent en de zon schijnt. Wat zeggen ze dan?” De man liet een vervaarlijk gebrom horen en riep met luider stem: “‘t Is kermesse in d’ helle!”
Het kind zette het op een krijsen, koos het hazenpad en zocht heil bij zijn moeder.
– “Papa is stout!” pruilde het.
– “Tegen wie zeg je het!?” mompelde de moeder, die kennelijk wist wat voor vlees ze in de kuip had.

Een onvoltooid magnum opus

puzzelstukjeTijdens een digestieve avondwandeling werd mijn oog getroffen door een onderdeeltje van een legpuzzel, dat ooit veelkleurig was geweest, maar zich nu ietwat verfletst en ten prooi aan grote eenzaamheid op het asfalt neergevlijd had.
“Ach”, zei ik en ik loosde een ietwat meewarige zucht.

Jullie zullen het ongetwijfeld onnozel van me vinden dat ik bij zoiets stilsta, me de moeite getroost om daar een foto van te nemen en er nu zelfs een pennenvruchtje aan wijd. Ik kan het ook niet helpen dat zo’n kleine kleinigheid me in het gemoed grijpt. Het is een soort aanlegstoornis van me. Ik dacht namelijk meteen aan de persoon – opa Alzheimer of oma Dementieva – die met engelengeduld, heel veel enthousiasme en de moeite die eigen is aan de ouderdom een puzzel van wel honderd miljoen miljard stukjes probeerde ineen te flansen, om pas helemaal op het eind vast te stellen dat er een stukje ontbrak. Als afknapper kan dat tellen.

“Jouw inlevingsvermogen is te groot”, beweerde mijn moeder altijd. “Dat zal je nog vaak vies tegenvallen.”
Ze had nog gelijk ook, maar dat kan ik haar helaas niet meer zeggen.

Weten jullie wat ik me nu ook nog zit af te vragen? Waarom denk ik bij een puzzel eigenlijk nooit aan kinderen?

Op mijn paasbest

Het is gebruikelijk dat we rond deze tijd – het begin van de lente – een nieuw geluid produceren. Voor één keer wil ik echter van deze gewoonte afwijken en Uilenvlucht van een nieuw uiterlijk voorzien.

Naar aanleiding van wat ik gisteren schreef, was ik toch niet helemaal tevreden over de manier waarop mijn blog zich openbaarde aan de vele honderdduizenden ─ het kunnen er ook een paar minder zijn ─ die me per mobieltje bezoeken en de nog eens vele honderdduizenden ─ mag het ook wat meer zijn? ─ die dat per tablet doen. 
“Allez vooruit! Een nieuw geluid!” dacht ik, want ik kan ook nog dichten zonder zwichten en zonder mijn gat op te lichten.

Zoals ik hierboven al meldde, heb ik dat geluid gelaten voor wat het was. In plaats daarvan hees ik Uilenvlucht in een nieuw thema, dat aan alle vereisten van het ‘responsive webdesign’ voldoet en dus ook aan mobiele bezoekers een optimale ervaring moet bieden. Vervolgens streek ik nog wat van mijn veren glad en toen herrees Uilenvlucht als een feniks uit zijn as.

metamorfose

Metamorfose

Als je aanwezig bent op internet, met een website of een blog, moet je er vandaag de dag voor zorgen dat je geesteskind ‘responsive’ is, zoals dat in het Nederlandsonvriendelijke jargon heet. In duidelijkere taal wil dit zeggen, dat hetgeen je aan het wereldwijde web toevertrouwt en aan de kostgangers der aardkloot aanbiedt net zo goed fraai moet ogen als rimpelloos functioneren, met wat voor medium je het ook bekijkt.

Wil je weleens zien en ervaren hoe anderen jouw website of blog gepresenteerd krijgen op hun mobieltjes, smartphones, tablets van diverse formaten, laptops, notebooks of pc’s, dan moet je gewoon even deze link aanklikken ─ Responsive Web Design Tool ─ daar de URL (het adres) van jouw website of blog invoeren, of plakken, en hopla … het wonder zal zich voor jullie ogen voltrekken.

Eten, drinken en betalen

In het taalgebruik dat gangbaar is in de contreien waarin ik het genoegen heb gehuisvest te zijn, bestaan er ook een aantal uitdrukkingen waarin plaatsnamen voorkomen, al is het verband tussen de betekenis van de uitdrukking en de plaatsnaam in kwestie niet altijd duidelijk.

Zo spreken wij bijvoorbeeld van Schaarbeekse klare om slappe koffie aan te duiden, waar je dus dwars doorheen kunt kijken.
Een Blankenbergse rekening is dan weer de benaming van een rekening met heel veel posten, of een exemplaar waarvan de slotsom hoger is dan men verwachtte.
En als men zegt dat het ergens Koekelare noene is, dan is het daar de gewoonte dat men het middagmaal pas rond de klok van 1 uur gebruikt.

Tot mijn verbazing heb ik gisteren ontdekt dat men zelfs een fietsroute aan het laatste fenomeen gewijd heeft. Jullie mogen drie keer raden waar ik het onderstaande bord aantrof. Nee, niet in Schaarbeek en ook niet in Blankenberge …

fietsroute

Veel geschreeuw en weinig wol

Het eerste verkiezingsdruksel is in mijn brievenbus neergedwarreld, anderhalve maand voor de feiten.
Deze allerminst benijdenswaardige primeur is voor een opvolger op een kamerlijst van Open VLD. Zijn betoog klinkt zo rooskleurig en bemoedigend dat men er haast optimistisch zou van worden. Hij belooft me gouden bergen en zal ongetwijfeld slechts met een molshoop komen aanzetten. Wie het eerst komt, het eerst maalt, zal hij gedacht hebben, maar dan heeft hij verkeerd gedacht. Ik zal net zo min voor hem stemmen als voor een andere kandidaat van zijn clubje. Nog voor geen honderd pond klontjes.

Hansje in Bosbessenland

Ik was op de kuier en ontmoette een schare van acht hummeltjes, die samen met twee begeleidsters uit een kinderdagverblijf ontsnapt waren, om zich wat te vertreden in de frivoliteiten van de ontluikende lente.

Ongeveer op hetzelfde moment dook er eveneens een hond op, van het merk cockerspaniël, die vermoedelijk weggelopen was en paniek zaaide met zijn plotse, ietwat druilorige verschijning. Een van de dreumesen zette me daar een keel van je welste op en de zeven anderen volgden gezwind zijn voorbeeld. Het pandemonium dat volgde, deed de onverschrokken en bestralenkranste ridder, die al jaren in me huist, maar zich zelden kan laten gelden, ontwaken. Ik ben een geheel uit voortreffelijkheid opgetrokken persoon en, zeker in vergelijking met Adolf Hitler, de kwaadste niet. Als het erop aankomt, ontpop ik me tot een man van stavast die met het optimisme van een missiepater bloedjes van kinderen beschermt, om van hun begeleidsters nog te zwijgen. De hond zag meteen dat er met mij niet te spotten viel en droop af.

Ik wilde mijn weg vervolgen, maar toen weerklonk er een onthutste gil, die aan de boezem van een der begeleidsters ontsnapte. Ze kwam namelijk tot de ontdekking dat een van de pagadders op onnaspeurbare wijze zijn schoenen kwijtgespeeld was en zich op zijn sokjes voortbewoog. Ze vermaande het joch dat hij dat had moeten zeggen en van de weeromstuit ging de jongen aan het janken, waardoor ook zijn metgezellen in grote droefheid raakten en in ongeordende samenzang de huilmuil uithingen. Christene zielen! Dat was me wat.

De ene begeleidster vertrok op speurtocht en aan de andere vroeg ik of ik haar misschien assistentie kon verlenen. Ze aarzelde even, maar accepteerde toen mijn aanbod, want als die hond onverhoeds terugkeerde, zou ze allicht niet in staat zijn om in haar eentje de gemoederen te bedaren. Haar collega bleef bijna een kwartier weg, want de schoenen hadden zich al helemaal aan het begin van de wandeling van hun eigenaar ontdaan.

Ze bedankten me uitvoerig en als een koene ridder toog ik gezwind naar andere oorden, waar men mijn dienstvaardigheid verbeidde.

Uilenvlucht © 2014 Frontier Theme