In Vlaamse velden … 15

Ik passeerde een uitgestrekt tarweveld, in het midden waarvan ik een man ontwaarde, die zich wadend door de korenaren voortbewoog. Dat zou op zich niet het vermelden waard zijn, ware het niet dat hij onophoudelijk applaudisseerde. Ik vroeg me vanzelfsprekend af waarom hij dat deed en dat vraag ik me nog steeds af, want hoewel ik hem geruime tijd gadesloeg, maakte hij geen aanstalten om mijn richting uit te komen. Wel integendeel! Hij liep steeds verder van me weg en ik heb dus nog steeds het raden naar de reden van zijn niet te stuiten ovatie.

Iemand vertelde me dat hij waarschijnlijk van plan was om te oogsten, maar eerst de bewoners van het tarweveld, zoals akkervogels en hazen, wilde verjagen teneinde ze voor de nietsontziende maaidorser te behoeden. Het zou kunnen, al heb ik daar toch mijn twijfels over, maar waarom doet hij het dan wel? Wie het weet, mag het me zeggen.

Sport en Spel

epke

De Olympische Spelen lopen op hun laatste benen, of doen een beroep op andere lichaamsdelen die men voor sportdoeleinden pleegt te gebruiken. Ik heb er niet bijster veel aandacht aan besteed, want ik ben niet echt een sportieveling, zelfs niet in de passieve zin.

Tot mijn verbijstering en die van het hele Nederlandse koninklijke gezin zag ik Epke Zonderland van zijn stokje vallen ─ ik bedoel een rekstok ─ en niet zonder bewondering was ik er getuige van hoe hij na die doodsmak overeind krabbelde, om doodgemoedereerd opnieuw aan zijn oefening te beginnen. Ga d’r maar aan staan!

Ook heb ik gezien ik hoe de Red Lions ─ de Belgische mannelijke hockeyploeg ─ bij de aanvang van de halve finale tegen Nederland onvervaard en a capella het Belgische volkslied ten beste gaf, toen de muziekinstallatie van het stadion het liet afweten. Dat ze de wedstrijd achteraf nog wonnen ook, verschafte me intense vreugde.

En dan was er nog dat lieftallige ankervrouwtje van het sportjournaal, die ten prooi aan opperste staat van opwinding verklaarde: “Terwijl de Belgen de medailles aaneenrijgen op de Olympische Spelen …” Aaneenrijgen?! Men moet nu ook niet overdrijven. Met zes medailles in veertien dagen kan er volgens mij bezwaarlijk van aaneenrijgen sprake zijn.

Nu is de Vuelta a España aan de beurt, die in de wandeling de ronde van Spanje heet. Als fervent supporter van Chris Froome mag ik dat evenement zeker niet missen, ook al ben ik slechts een passieve sportieveling. Gaan met de banaan! Jammer dat ik het uitgerekend in deze periode beroepshalve zo druk heb.

Heb ik een tweede kop gekregen of zo?

Al fietsend kwam ik opnieuw en nog maar eens op een plek terecht waar alleen maar verte te zien was, hetgeen in het pretpark Vlaanderen nochtans geen sinecure is. Nu ja, ik overdrijf eigenlijk een beetje, want er bevonden zich wel degelijk twee woningen op mijn weg.

Bij het eerste huis hoorde een lapje grond, waarop zich een zwarte en uierloze geit ophield, zodat men geredelijk mocht veronderstellen dat het een bok betrof. Toen hij me in de smiezen kreeg, stormde hij op voortvarende en luidruchtige wijze naar me toe, maar werd in zijn vaart gestuit door een afsluiting. Christene zielen! Dat was geen blaten of mekkeren meer wat hij deed, maar ronduit krijsen alsof hij in een mes hing.

Het tweede optrekje, zo’n vijftig meter verderop, bezat een beveiligingsinstallatie van het type Rottweiler. Het beest kon mijn bloed wel drinken, maar aangezien een hekken verhinderde dat hij daartoe overging, zette hij het op een blaffen dat horen en zien verging.

Even later streek ik neer op een bank, om een appeltje te verorberen en een cola tot me te nemen. Talloze fietsers reden me voorbij en opeens viel het me op dat geen van hen enig protest bij de geit of de hond losweekte. Geen geblaf, geen gekrijs. Dat bevreemdde me dermate dat ik, eenmaal gelaafd en gespijsd, op de fiets klom en rechtsomkeer maakte, teneinde beide dieren nog een keer met mijn persoontje te confronteren. Heremijntijd! De hond trakteerde me op een blaffende woede-uitbarsting en de geit op gillende kwaadheid.

Nu vraag ik me natuurlijk af hoe dat zo komt. Waarom maak ik de duivel in die beesten wakker en anderen niet? Straal ik iets vijandigs uit? Heb ik een opjuttende geur? Zou ik soms een zombie zijn?

Of is ‘t maar om te lachen?

LaysIn de supermarkt liet ik me verleiden tot de aankoop van een zakje Bugles van Lay’s. Dat zijn een soort chips: meer bepaald knapperige hoorntjes die van maïs gemaakt zijn. Het bijzondere eraan is dat je die dingetjes dipsgewijs kunt vullen met bijvoorbeeld pesto, guacamole of ook nog de romige geitenkaas van Chavroux.

Er ging een linkje aan de verpakking (zie afbeelding hiernaast), met de mededeling dat men van 11 juli 2016 tot en met 4 september 2016 aan een wedstrijd deel kon nemen, om een aperitiefpakket ter waarde van € 70 te winnen. Dat is bij mij aan geen dovemansoren gezegd. Als het gratis is, ben ik tot veel bereid en als er wat te winnen valt, ben je bij mij aan het juiste adres. Met rasse vingertred begaf ik me naar de website in kwestie en daar kreeg ik het volgende te zien:

Lays2

Kijk, die wedstrijd loopt al van 17 juli en vandaag schrijven we 3 augustus. Ze laten zich alleszins niet te haasten, bij Lay’s en bij Chavroux. Gauw is dood en langzaam leeft nog. Of is ’t maar om te lachen?

Nachthengsten

Ik slaap – lang – twee à drie uur – dan komt er een droom – nee – een beklemmende nachtmerrie. Ik voel goed dat ik in bed lig en dat ik slaap … Ik voel het en ik weet het … en ik voel ook dat iemand op me afkomt, naar me kijkt, me betast, op mijn bed klimt, op mijn borst knielt, mijn hals tussen zijn handen neemt en knijpt … uit alle macht knijpt om me te wurgen.
Ik verdedig me, maar die afschuwelijke onmacht die ons in onze dromen verlamt, houdt me vast; ik wil roepen – ik kan het niet – ik wil bewegen – ik kan het niet – uit alle macht, hijgend, probeer ik me om te draaien, dat wezen dat me verplettert en verstikt van me af te werpen – ik kan het niet!
En plotseling word ik wakker, vertwijfeld, badend in het zweet. Ik steek een kaars aan. Ik ben alleen.
Na die crisis die elke nacht terugkeert, slaap ik eindelijk rustig tot de ochtend.
Guy de Maupassant

In februari van dit jaar verscheen hier het pennenvruchtje: Ik droomde dat ik sliep. Daarin maakte ik melding van een hoogst merkwaardig fenomeen, waardoor ik ’s nachts schijnbaar ontwaakte, me bedreigd voelde door een onmiskenbaar kwaadaardige aanwezigheid in mijn kamer, maar geen vin kon verroeren en dus weerloos overgeleverd was aan de moordzuchtige demon, tot ik er ten prooi aan levensgrote paniek in slaagde om mijn lichaam het bed uit te schuiven en te ontwaken toen ik met een smak op de vloer terechtkwam.

Het is helaas niet bij die ene keer gebleven. Wel integendeel! Ik heb sindsdien steeds vaker last van dergelijke nachtmerries. Wat zeg ik?! Dat zijn geen nachtmerries meer, dat zijn regelrechte nachthengsten. Ik begeef me iedere avond met tegenzin naar bed, bang voor wat er misschien aan zit te komen, en ik zie me genoodzaakt om het ledikant met kussens te omringen, zodat ik in voorkomende gevallen minder brutaal te gronde ga.

Ik heb er met mijn dokter over gesproken. Tot mijn verbazing wist hij meteen waar ik het over had en hij kon het fenomeen zelfs benoemen met een geleerde naam, slaapparalyse, en met het Nederlandse equivalent ervan: slaapverlamming. Hij bazelde ook nog wat over hallucinaties en hypnagogische waarnemingsstoornissen, maar verklapte toen opeens dat hij er eveneens last van had. Hoewel het verschijnsel al sinds mensenheugenis bestaat, is het nog relatief onbekend. Men weet vooralsnog niet wat de oorzaak ervan is, of hoe men het kan onderdrukken. Hij gaf me de raad mee om vooral niet in paniek te raken als het gebeurde, maar rustig te proberen om eerst één vinger te bewegen, vervolgens de hele hand, daarna de arm … enzovoorts en zo verder.

Ik vond dat een nogal onnozele remedie en ik had er dan ook bedenkingen bij, maar tijdens de voorbije nacht kon ik die aan de praktijk toetsen en het is me warempel nog gelukt ook: ik ben ontwaakt zonder uit mijn bed te vallen.

Zet ze maar bij de kraak!

Ik vertel geen nieuws als ik jullie mededeel dat ik nauwelijks sympathie kan opbrengen voor koningshuizen in het algemeen en het Belgische in het bijzonder. Het weinige krediet dat de leden ervan nog bij me hadden, hebben ze verleden donderdag compleet verspeeld.

De doorluchtige dames en heren vonden het immers niet nodig om acte de présence te geven op het jaarlijkse defilé ter gelegenheid van de Belgische nationale feestdag. Albert, Paola, Astrid, Lorenz en Claire schitterden door afwezigheid en speelden elders mooi weer van ons belastinggeld. Als minachting voor het land en het volk dat ze verondersteld worden te vertegenwoordigen kan dat tellen. Ze moesten zich de ogen uit de kop schamen. Prins Laurent blijkt als enige nog over een greintje fatsoen te beschikken. 

Als het aan mij ligt, mogen ze die parasieten en profiteurs met onmiddellijke ingang hun dotatie ontnemen. Of nee, gooi dat hele koningshuis maar meteen in de prullenbak. Opgeruimd staat netjes.

Stevige kost

Ruim vier weken na mijn ongeval was ik eindelijk in staat om op de fiets te klimmen en me op weg te begeven. Mensen kinderen, dat was genieten! Mijn hart zong op van vreugde en dat werkte zo aanstekelijk dat mijn mond begon mee te zingen.

Hoewel ik me aanvankelijk tot wat geneurie beperkte, durfde ik, toen ik me eenmaal in de beschutting van een bos bevond, uit volle borst en met luider stemme een lied aanheffen: De trommel slaat, de fluite gaat, de wind ontvouwt de vane … Dat is eigenlijk een staplied, maar ik denk niet dat er specifieke fietsliederen bestaan, tenzij misschien ‘Fietsen op de heide’, maar daar ken ik de tekst niet van en bovendien was er in geen velden of wegen heide te bespeuren. Ik hield op met kwelen toen ik een picknicktafel passeerde, waaraan een kroostrijk gezin had plaatsgenomen. Ze keken me aan alsof ze een vis op een vouwfiets aanschouwden, dus leek het me geraadzaam om mijn al te uitbundige gezang wat te temperen.

mosselpanDra kwam ik bij een door de horeca geëxploiteerd boerderijtje dat luidens een uithangbord – dat eigenlijk een uitstandbord was – ook mosselen van Prins & Dingemanse serveerde. Ik zette het daar op een geweldig eten, want was dat even lekker! Vooruit! Ik doe eens even iets geks, dacht ik nadat ik de pot schelpdieren leeggeratst had en ik bezondigde me aan een aardbeiencoupe, die een lust voor lepels bleek te zijn.

Terwijl ik zat uit te buiken in het gezelschap van een kop koffie sloeg ik tersluiks een bejaard echtpaar gade. Toen de man met een universeel vingergebaar kenbaar maakte dat hij wilde betalen en de serveerster ─ die vermoedelijk tevens de eigenares van het etablissement was ─ hem de rekening bracht, vroeg ze:
─”Was alles naar wens?” Ze staarden haar aan alsof ze snot zagen branden en ze zag zich genoodzaakt om haar toevlucht tot het West-Vlaams te zoeken. “Was ’t e bitje no juldre hedacht?”
─”Joat wei”, zei hij en zijn echtgenote beaamde dat met heftig geknik. “Toed an de ribb’n.”

Dat het aan de ribben kleefde, verbaasde me niet. Ze hadden beiden uitgebreid aan ribbetjes zitten peuzelen en zij had zelfs haar mond van een kunstgebit beroofd, om het onappetijtelijke ding met een tandenstoker van overtolligheden te bevrijden. Mens toch!

Woordkeuze

Tijdens een extra nieuwsuitzending van de VRT, naar aanleiding van de onthutsende gewelddaad in Nice, aanhoorde ik een nogal merkwaardige vaststelling van ankervrouw Annelies Van Herck:

“De methode is toch anders dan hetgeen we gewoon zijn.”

Gewoon zijn?! Kan men aanslagen ooit gewoon zijn?!

Maar goed, ik vergeef haar deze nogal ongelukkige woordkeuze, want wie van ons zonder zonde is, werpe de eerste steen en dat ben ik in geen geval. Ooit kreeg ik een uitnodiging om een begrafenis bij te wonen en men verzocht me vriendelijk om nadien de familie te volgen, teneinde deel te nemen aan het rouwmaal. Ik telefoneerde met de echtgenote van de aflijvige en deelde haar mee dat ik me weliswaar ter kerke zou begeven, maar helaas diende te bedanken voor het feest achteraf.
“Feest?!” mompelde de treurende weduwe enigszins verontwaardigd. “Een feest zou ik zo’n bijeenkomst niet noemen.”

Tja, daar had ik niet van terug.

Copyright Uilenvlucht 2016 Frontier Theme