Arenden vallen aan

Een paar dagen geleden stuiterde een vriendin van me danig geagiteerd mijn woning binnen.
─”Ik ben aangevallen door een arend!” riep ze, hijgend als een juffershondje.
Ik stond op het punt om in de lach te schieten, maar kon me nog net inhouden, want dat zou ze me zeker niet in dank afgenomen hebben.
─”Doe even rustig”, probeerde ik haar aan te lijnen. “Ben je zeker dat het geen mus of een merel was?”
Ze sloeg gelukkig geen acht op de ietwat schalkse toon die ik aansloeg.

Ik wist immers wat voor vlees ik in de kuip had. Enige zin voor overdrijving is haar niet vreemd en wat ze verkondigt, moet je soms met een grove korrel zout nemen. Nog geen jaar geleden verscheen ze eveneens in alle staten te mijnent, bij hoog en laag zwerend dat ze een beer gezien had. Het roofdier in kwestie kan een eekhoorntje geweest zijn, maar ik tip op de verdwaalde en niet eens zo grote hond die men een paar dagen later in de buurt aantrof.

─”Weet ik veel wat voor merk het was”, nijdaste ze. “‘t Was in alle geval een hele grote vogel en hij vloog een paar keer rakelings langs mijn hoofd.”

Vanmorgen ben ik tijdens mijn ochtendwandeling aangevallen door een buizerd. Nu ja, aangevallen … Om zijn broedplaats te verdedigen scheerde hij herhaaldelijk zo dicht langs mijn kop dat hij me zowaar met zijn vleugeltip aanraakte. Daar bleef het bij. Als die vriendin van me langskomt, zal ik die confrontatie natuurlijk wat aandikken en laat ik zijn drieste klauwen dusdanig mijn wang openkrabben, dat het bloed uit de wonde gutste.

Ik kan haar echter niet helemaal ongelijk geven: het is inderdaad een grote vogel en zijn schijnaanval benauwt flink.

buizerd

Dovemansoren

Het bospad dat langs mijn woning koerst, is eigenlijk een privaat weggetje. Dat staat ook in lapidaire letters vermeld op een bord bij de oorsprong ervan. Desalniettemin passeren hier dagelijks tientallen wandelaars, joggers, bezadigde fietsers en driestere mountainbikers, ja zelfs ridders … eh … ruiters. Ik heb daar nooit bezwaar tegen gehad, maar nu begin ik me toch omstandig op te winden over een nevenverschijnsel ervan, met name over hetgeen sommigen hier menen te mogen achterlaten: plastic tassen, petflessen, drankkartons, blikjes, papierflarden, snoepverpakkingen, voedselresten, zakdoeken, ondergoed, hondendrollen, paardenkeutels …

opruimenTwee weken geleden heb ik met grote tegenzin anderhalve vuilniszak met overtolligheden bijeengeraapt, maar ik vecht blijkbaar tegen de bierkaai, want gisteren kon ik al opnieuw een zak vullen en dan moet het recreatieseizoen eigenlijk nog beginnen. Het weze mij toegestaan om daar beleefd van te balen. Als het zo doorgaat, zal ik op mijn strepen staan en niet langer veroorloven dat men het pad gebruikt. Ik voel me daar onbehaaglijk bij, want de goeden bekopen het weer met de slechten, maar ik ben heus niet van plan om de hele zomer andermans troep op te ruimen.

Ik ben een tamelijk rekkelijk type en ik laat heel lang over me lopen, maar op een dag is het uit.

Gesmeerd lopen

zonnebrandHet was 1 mei en de zon scheen met noeste vlijt, dus besloot ik de Dag van de Arbeid karweiend in de tuin door te brengen. Een jaar geleden verbrandde ik me danig tijdens zulke werkzaamheden, door mijn delicate huid onbeschermd aan de koperen ploert bloot te stellen. Dit keer had ik echter mijn voorzorgen genomen, door me bij de apotheker een tube crème voor tijdens en een tube balsem voor achteraf aan te schaffen. Ik viel bijna omver toen ik vernam dat die kleinigheden me bijna veertig euro lichter maakten, maar het was niet anders. Wat moet een mens toch veel ten koste leggen aan gezondheid en schoonheid.

Glimmend van het smeersel trok ik de tuin in en enkele uren later, verrichter zake, bestreek ik me met het goedje dat me volgens de verpakking op onder meer een verfrissend en hydraterend effect zou trakteren. Morgen brengen! ‘s Avonds begon mijn kop te gloeien en voelde ik pijn als ik mijn voorhoofd aanraakte, dus begaf ik me naar de badkamer, keek daar in de spiegel en constateerde dat ik rood zag als een kalkoense haan.

Ten zeerste verontwaardigd over de slechte besteding van mijn veertig euro begon ik de bijsluiters van de beide producten te lezen. Het duurde niet lang voor ik ontdekte dat ik me vergist moest hebben. Toen ik van de apotheker thuiskwam, had ik ter controle de tubes even uit hun kartonnen verpakking gehaald en wellicht moet ik die toen verwisseld hebben. Niet gehinderd door enige kennis van zaken en voorzien van rijkelijk veel after sun heb ik de hele middag in de zonbeschenen tuin doorgebracht. Daarna heb ik me royaal met zonnebrandcrème ingesmeerd om televisie te kijken.

Het zal nog eens zo gaan dat ik … tja, vullen jullie dat zelf maar in.

Tuinarbeid is dorstig

De gelagkamer van de drenkplaats behelsde slechts vier mensen: een kastelein die kleine beroepsbezigheden verrichtte en drie kroegtijgers van middelbare leeftijd, die naast elkaar aan de tapkast zaten, er enigszins aangewit uitzagen, zich over blonde rakkers ontfermden en daar zichtbaar verstand van hadden. Ik hees me eveneens op een kruk en bestelde een Hoegaarden. Op het moment dat die voor mijn neus landde, zwaaide de deur open en op de drempel verscheen een wezen van engelachtige schoonheid …

Nee, ik vergis me. Ik heb kennelijk nog steeds last van het dichtvuur dat gisteren plotsklaps in me ontbrandde. De deur zwaaide open en op de drempel verscheen een nogal verzopen man die een door drank aangerichte glimlach tentoonspreidde en zich met improviserende tred bij ons voegde.
“Ik was in de tuin aan ‘t spitten,” wauwelde hij, “maar mijn spade viel opeens stil. Geen brandstof meer, dus kom ik noodgedwongen even tanken.”

dronkenBinnen de kortste keren ledigde hij het glas en toen vroeg hij:
“Hoe lang moeten de uitlopers van pootaardappelen eigenlijk zijn voor je die mag planten?”
Ik wist het niet, maar een van de aanwezigen blijkbaar wel.
“Ongeveer een centimeter”, zei die.
“Dat halen die van mij volgens mij niet”, kregen we te horen, “Ik denk dat ik net genoeg tijd heb voor nog een pils.”

Ik schoot in de lach en de man was duidelijk blij met het succes dat hij bij me oogstte.
“En geef die brave mens ook wat,” zei hij en hij wees me aan met een ietwat onzekere vinger.