Kut met peren! ─ 2

En dan denk ik dat ik goed bezig ben.

Een van de eerste dingen die ik ‘s morgens na het opstaan doe, is het tot me nemen van twee theelepels olijfolie. Dat kan een beetje naar smaken, maar ik hoef ook niet te doen alsof ik het lekker vind. Als het maar gezond is en dat schijnt het te zijn.
─”The nastier the taste, the greater the benefit”, oreerde mijn dokter, die een anglofiel is.
─”Meneer spreekt talen!” riep ik, opperste verbazing veinzend.
─”Engelssprekenden hebben er verstand van om iets kernachtig uit te drukken”, vond hij.
─”Wij Vlamingen ook”, stelde ik. “Bitter in de mond, maakt het hart gezond.”
Daar had hij niet van terug.

Maar goed, ik dwaal af, zij het wederom niet met tegenzin. ‘s Morgens lepel ik dus olijfolie naar binnen en om de nare smaak weg te spoelen, drink ik een glas vers geperst sinaasappelsap. Daarna keutel ik wat rond en vervolgens nuttig ik twee sneetjes Waldkornbrood, die ik bestrijk met margarine die rijk is aan omega 3 en suikervrije aardbeienjam of dito hazelnootpasta. Niet veel later verlustig ik me dan aan een kiwi, op de voet gevolgd ─ nu ja, op de voet? ─ door een potje Vitalinea van Danone.

yoghurtNu ben ik eindelijk waar ik wezen moet. Die potjes yoghurt zijn immers de reden waarom ik dit stukje schrijf. Ik koop die per ‘budget pack’ ─ wat heb ik een gloeiende siroophekel aan die Engelse termen! ─ per laaggeprijsde verpakking van twaalf stuks, verrijkt met vier verschillende vruchten: drie potjes met kersen, drie met aardbeien, drie met frambozen en drie met peren. Wat je voor je kiezen krijgt, heb je niet voor het kiezen.

Die met peren bevallen mij het minst en als ik ‘s morgens zo’n exemplaar uit de koelkast opdiep, ben ik steeds teleurgesteld.
─”Ach, alweer die verfoeide peren!” mopper ik dan.

Ik heb zaterdag opnieuw zo’n budget pack gekocht en toen ik dat geval vanmorgen openmaakte, bleek het niet drie maar negen potjes met peren te bevatten. Negen! Godsammejakkes! ‘t Is of de duvel ermee speelt.

Heel mijn maandag naar de kloten. En dan regent het nog ook.

Uitgerookt

Over een kleine week, op 17 februari, zal het acht jaar geleden zijn dat ik afscheid nam van de sigaret. Die prestatie vervult me nog steeds met enige trots, al heb ik nauwelijks wat gemerkt van de voordelen die naar men beweert aan zo’n rookstop verbonden zijn.

Ik zou nu bijvoorbeeld vrijer moeten ademen en minder snel buiten adem raken, maar als ik tegenwoordig trappen beklim of met de fiets een helling moet overwinnen, kom ik nog steeds een beetje hijgend boven.
Ik zou een gezondere huidskleur en minder rimpels moeten verworven hebben, maar als ik in de spiegel kijk, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat de rimpels met de dag toenemen.
Ik zou minder hoesten, maar ik hoestte al niet toen ik nog rookte.
Mijn reuk-en smaakvermogen zouden aanzienlijk verbeteren, maar ook dat is me niet meteen opgevallen.
Het financiële voordeel moet zowat het enige zijn dat ik aan den lijve ondervonden heb. Als je drie pakjes per dag opstookt, scheelt dat natuurlijk een slok op een borrel.

Nu blijkt echter dat heel mijn ontwenning verspilde moeite geweest is. Ik verneem namelijk uit een zeer betrouwbare bron dat houtrook dertig keer schadelijker zou zijn dan sigarettenrook. Tabaksrook is trouwens eerder plaatselijk schadelijk en schaadt vooral de roker zelf, terwijl een haardvuur of een houtkachel een ganse woonwijk schaadt, tot meer dan tweehonderd meter in de omtrek.

Knoop dat maar even in jullie oren, buren van me, en steek een sigaret op als jullie nodig rook willen produceren.

Schommelen

Ik heb wat zitten schommelen. Begrijp me niet verkeerd. Ik ben hoegenaamd niet op een toestel neergedaald om mijn lichaam heen en weer te zwiepen. Spaar me! Nee, ik heb geschommeld in de Vlaamse betekenis van het woord, namelijk opruimen, schoonmaken. Zeg nu zelf… als je die activiteit schommelen noemt, klinkt dat prettiger. Zitten schommelen lijkt me veel aangenamer te zijn dan zitten opruimen.

Ik heb dus zitten schommelen en tijdens die bezigheid ontdekte ik … ja, hoe zal ik die dingen noemen? Oude pennenvruchten? Winkeldochters van mijn schrijfarbeid?

In een zalig vroeger dat ondertussen steeds langer geleden is, heb ik ooit het plan opgevat om scenario’s te schrijven voor korte humoristische filmpjes, die in hedendaags Nederlands sketches heten. Verder dan een drietal premissen ben ik niet gekomen en die bondige formuleringen van mijn ideeën zijn nu opnieuw opgedoken. Ik kon er zowaar nog om lachen ook en daarom laat ik er jullie hieronder van meegenieten.

1. Brute pech

We zien een man een garage binnenstappen, waar hij een slang aan de uitlaat van zijn auto bevestigt en vervolgens in het voertuig plaatsneemt, voorzien van het andere uiteinde van de slang. Hij is kennelijk van plan om zelfmoord te plegen. Hij start de motor en wacht op wat komt, maar na nauwelijks een minuut dut de motor in, wegens gebrek aan benzine. We zien de man per fiets vertrekken, met een jerrycan op de bagagedrager. Hij komt bij een tankstation waar hij een uithangbordje aantreft dat mededeelt: Gesloten wegens overlijden.

2. De sportieveling

We zien een close-up van twee handen, die in een bak met talk duiken en zich uitgebreid met het poeder inwrijven, zoals onder meer turners en gewichtheffers dat doen. Diezelfde handen grijpen vervolgens een ijzeren staaf vast, alsof dat de stang van een schijvenhalter is. Daarna zoomt het beeld uit en we krijgen een bejaarde man te zien, die de steunbeugel van een looprek vastgegrepen heeft om zich te verplaatsen.

3. Nood breekt wet

We zien een jongeman zijn hele woning overhoop halen. Hij is kennelijk op zoek naar iets dat hij niet kan vinden. In arren moede telefoneert hij tenslotte naar de drugsbrigade van de politie met de mededeling dat hij zijn voorraadje drugs niet kan vinden en of ze misschien een huiszoeking te zijnent willen verrichten, bij voorkeur met een hond.

Hè hè, dat is lachen! Ik kom haast niet meer bij.

De ‘partijdigheid’ van de N-VA

Op Twitter verneem ik, zowel van de N-VA als van hun staatssecretaris Theo Francken, dat ene Ralph het tweeduizendste nieuwe lid is dat deze partij sinds het begin van 2018 mocht verwelkomen.

Ze heffen een soort jubelzang aan om te melden dat die aanwinst uit Leuven afkomstig is. En dan?! Is iemand uit Zoutenaaie of uit Zichen-Zussen-Bolder misschien minder waard dan een Leuvenaar?

FonskesZe heten de nieuwkomer op uitbundige wijze welkom en publiceren zelfs een foto, waarop te zien is hoe ze hem fêteren door hem een doosje Leuvense Fonskes te overhandigen. Volgens internet zijn dat handgemaakte pralines van 100% chocolade van de hoogste kwaliteit, met verfijnde vullingen van verschillende smaken, zoals koffie, karamel en praliné.

Kijk N-VA, ik ben ook lid geworden in 2018 en ik woon in niet in Leuven, maar in West-Vlaanderen. Jullie hebben me helemaal niet gefêteerd. Dat die Ralph heel toevallig het tweeduizendste nieuwe lid is, beschouw ik hoegenaamd niet als een verdienste. Dat jullie het nodig vinden om hem louter om die reden in de bloemetjes te zetten, getuigt alleszins niet van klantvriendelijkheid, maar eerder van partijdigheid, om niet te zeggen vriendjespolitiek, en zo’n ingesteldheid zou jullie wel eens zuur kunnen opbreken.

Ik stel dus voor dat jullie alle nieuwe leden van 2018 zo’n versnapering aanbieden, al mogen dat in mijn geval ook Brugse kletskoppen zijn.

Zoet is mijn wraak

Een aantal maanden geleden kreeg ik een e-mail van Royco. Als ik mijn coördinaten aan ze mededeelde, zou er binnen de twee weken een gratis zakje oplossoep bij me in de brievenbus vallen. Nu ben ik een groot liefhebber van zowel soep als van gratis aanbiedingen, dus liet ik deze gelegenheid niet aan me voorbijgaan.

Het soepje, of althans het zakje poeder waarmee ik soep kon bereiden, is tot op heden niet in mijn brievenbus terechtgekomen. Was het een truc van het bedrijf in kwestie om mijn adresgegevens te achterhalen? Heeft iemand in een postsorteercentrum mijn soepje achterovergedrukt? Of heeft mijn postbode zich op onrechtmatige wijze het voor mij bestemde zakje toegeëigend? Wie zal het zeggen? Vermoedelijk niemand.

Er liggen koude dagen in het verschiet en dan mag ik rond de klok van elven graag even de werkzaamheden onderbreken, om een niet met omslachtige arbeid gepaard gaand soepje tot me te nemen. Ik heb in de supermarkt derhalve een voorraadje kant-en-klaarsoep ingeslagen, maar niet het product van Royco. Ha nee! Ik ben weliswaar niet echt een haatdragend persoon, maar als men me iets belooft en het dan niet doet …

Ik heb Cup-a-Soup van Knorr gekocht. Daar hebben ze bij Royco niet van terug.

De VRT antwoordt

Naar aanleiding van het stukje dat ik hier gisteren publiceerde, waarin ik de VRT hekelde vanwege de storende taalfouten in hun berichtgeving via de app, ontving ik op Twitter onderstaand antwoord van de taaladviseur van de VRT: Ruud Hendrickx.

Ik waardeer het dat hij zich de moeite getroost om me van antwoord te dienen en dat hij aandacht besteedt aan het fenomeen, teneinde in de toekomst dergelijke slordigheden te vermijden. Perfectie is niet van deze wereld, maar men kan toch proberen om die zo dicht mogelijk te benaderen.

Hendrickx

De VRT rommelt maar wat aan

Ik heb er geen idee van wie er bij de VRT verantwoordelijk is voor de nieuwsberichten die via een app op mijn tablet, en bij anderen op hun smartphone, verschijnen.

De dames en/of heren in kwestie hebben alleszins niet de capaciteiten om zich van correct Nederlands te bedienen, hetgeen men toch zou mogen verwachten van mensen die zich beroepshalve met taal bezighouden.

Een tiental minuten grasduinen leverde me het onderstaande resultaat op. Zeg nu zelf: dan ben je lekker bezig! Dergelijke aanfluiting getuigt toch niet van professionaliteit. Foei, VRT. Een aanbeveling is het allerminst. Het beantwoordt zelfs niet aan mijn nochtans geringe verwachtingen van een openbare omroep.

VRT-taal

Ten aanval!

prei

Voor de verandering regende het ‘s morgens eens niet, dus hees ik me op het zadel van mijn fiets en ging er als een reetscheet vandoor, want ik trap met elektrische ondersteuning.

Het eerste wat me opviel, was de opdringerige geur die me hier en daar de neusvleugels streelde. Op diverse plaatsen was men bezig prei te oogsten en die activiteit pleegt een aroma te verspreiden, dat ik als aangenaam, of zelfs appetijtelijk ervaar. Het duurde dan ook niet lang of ik vervolgde likkebaardend en watertandend mijn weg, vastbesloten om me ‘s middags aan een met prei toebereid gerecht te verlustigen.

Het zal nog eens zo gaan dat ik fietsen niet langer als een aangenaam tijdverdrijf beschouw. Dat komt niet zozeer door de erbarmelijke toestand van de Vlaamse fietspaden – als die er al zijn – of door het onbeschofte gedrag van andere weggebruikers, maar wel door de viervoeters, meer bepaald de honden die sommigen van ons op hun levenspad vergezellen. Ik weet dat ik in herhaling val, maar het is niet anders.

Dra zag ik immers een bejaard echtpaar voor me opdoemen. Ze liepen in ganzenmars: de vrouw voorop en de man, die een vrij grote hond aan de lijn had, keutelend in haar kielzog. Ik gaf het drietal ruimschoots ruimte, maar terwijl ik hen voorbijreed, sprong de hond met wijd open muil en blikkerende tanden op me af. Hij miste mijn kuit op een haar en beet zich vast in mijn fietstas, waardoor mijn evenwicht in het gedrang kwam en ik bijna ten val kwam. De eigenaar van het beest rukte verwoed aan de veel te lange lijn en slaagde erin om de hond op andere gedachten te brengen. Hij liet me los.

Ik hield halt, ontdekte eerst de scheur in mijn fietstas en wendde me vervolgens tot het echtpaar, dat enigszins bedremmeld naar me stond te kijken, de hond tussen hen in.
─”Wat krijgen we nu?!” riep ik.
─”Hij mag dat nochtans niet doen”, stamelde de man totaal verbouwereerd.
─”Stel je voor dat hij het wel zou mogen doen”, snoof ik.
─”Hij is nochtans heel braaf”, deed de vrouw haar duit in het zakje.
─”Dat heb ik gemerkt”, diende ik haar van antwoord.
─”Nog een geluk dat ik hem aan de lijn had”, vond de man.
─”En dat die lijn net geen kilometer lang was”, schamperde ik.
─”Heb je schade?” wilde de vrouw weten.
─”Er zit een scheur in mijn fietstas”, zei ik.
─”Hoeveel moet dat kosten?” vroeg de man en hij trok al een portefeuille.
─”Laat maar!” wuifde ik. “Ze zijn oud en versleten. Ik was toch al van plan om die eerstdaags te vervangen.”
─”Bedankt dat je het zo sportief opvat”, behaalde ik een plasdankje.

Waarna ieder zijns weegs ging. Ik begaf me naar huis en bereidde daar een vlotte hap met heel veel prei. Nu ja, heel veel. Twee stengels.

Is ‘t nu gedaan ja met die ambetante honden? Mag ik misschien een keertje ongestoord van het fietsen genieten?

hondenaanval

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme