De truc met de sterren

Wie over een iPad of een iPhone beschikt – en daar hoor ik sinds enkele weken bij – en zich bovendien met Twitter onledig houdt – en dat doe ik ook al een paar jaar – kan gebruik maken van een handig programmaatje – een app heet dat in het jargon – dat luistert naar de naam Twitter … Zoveel vindingrijkheid, daar valt je toch de bek van open.

Nu vertoont die app al enkele dagen kuren, of eigenlijk vertoont hij zelfs helemaal niets, want hij werkt niet. Of is het een zij? Ik gok op een zij, want naar verluidt zijn vrouwen vaker tot het vertonen van kuren geneigd. Ik vrees dat deze bewering me niet in dank zal afgenomen worden door mijn vrouwelijke lezers, maar ik dwaal af.

De app werkt dus niet en ik ergerde me daar in toenemende mate aan, zodat ik besloot om me eventjes met de zaak te bemoeien. Ik klikte mezelf naar de thuisbasis van dat eigengereide ding en probeerde daar per negatieve recensie mijn ongenoegen te uiten. Ik honoreerde het programmaatje met slechts één ster, spuide mijn commentaar, klikte op Stuur en … kreeg nul op het rekest, omdat de door mij gebruikte bijnaam kennelijk al door iemand ingepalmd was.

Ik zocht vervolgens mijn toevlucht tot tientallen uitermate originele bijnamen, gaande van blaaspoliep over dinosaurusdrol naar terpentijnpisser, maar die waren allemaal al door iemand gebruikt, vernam ik. Ja zeg, met alle Chinezen! Ik vermoed dat de ontwerper van de app geen negatieve kritiek verdraagt en wil vermijden dat zijn waarderingscijfer keldert door zij die hem slechts één ster gunnen.

Ondertussen werkt de app nog steeds niet.

Twitterapp

Gedichtendag 2015

Ter gelegenheid van gedichtendag vergast ik jullie op een door velen bejubeld en door anderen verguisd gedicht van Willem Elsschot. Ik blijf het een meesterwerk vinden, niettegenstaande de crue inhoud ervan. De voorlaatste strofe is van ongemene schoonheid en zal menigeen wellicht bekend in de oren klinken. 

Het huwelijk

Toen hij bespeurde hoe de nevel van den tijd
in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij den baard
en mat haar met den blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.

Maar doodslaan deed hij niet, want tusschen droom en daad
staan wetten in den weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke’ aanblik bood.

Willem Elsschot
Rotterdam 1910

Aubade

Langs een nauw wegeltje kwam ik getreden …

… en zodoende arriveerde ik bij een weide waarin zich acht schapen ophielden: vijf volwassenen en drie peuters. Zodra ze mij opmerkten, snelden ze naar me toe, stelden zich bij de afsluiting op en begonnen me daar een herrie als een oordeel te maken. In ongeordende samenzang brachten ze me een aubade van je welste.

Jullie hebben ongetwijfeld allemaal al het geblaat van schapen aangehoord, maar is het ooit bij jullie opgekomen om enige aandacht te besteden aan de geluiden die ze produceren en te ontdekken dat ze er allemaal een verschillende toonhoogte op nahouden, dat ze elk voor zich en ieder apart over een eigen vibratie beschikken en dat hun stemtimbre varieert van gevoileerd naar fluwelig en van snerpend naar grofkorrelig? Ze gaven ‘m van jetje en het leek nergens op, maar ik vond het zo’n kolderiek koor dat ik me zowat stond te bezeiken van het lachen.
“Jullie moeten nodig naar de zangles, hoor”, zei ik nog voor ik mijn weg vervolgde, hetgeen ze niet belette om met veel enthousiasme een bisnummer aan te heffen.

Ik hoorde ze nog bezig toen ik iets verderop bij het graf van mijn ouders en mijn zus stond en ik schoot opnieuw in de lach. Er was niemand aanwezig die daar aanstoot aan kon nemen ─ Wat heeft hij geslikt? Wat heeft hij gebruikt? ─ en van mijn moeder en mijn vader weet ik dat ze zich daar niet aan storen. Ze kennen hun pappenheimer. Van mijn zusje weet ik zelfs zeker dat ze mijn vrolijke bui deelde.

Op het slagveld

De fiets brengt me af en toe op het traject van de eeuwenoude, want door de Romeinen aangelegde heirweg tussen het Franse Cassel en Brugge.

Wie beschrijft mijn aan verbijstering grenzende verbazing toen ik daar, ter hoogte van de vroegere militaire kazerne in Zedelgem – tegenwoordig het Provinciaal Opleidingscentrum voor Veiligheidsdiensten – een ware ravage aantrof, alsof daar kort voordien een niets ontziende windhoos huisgehouden had. Vele tientallen populieren waren gesneuveld en lagen neergeveld in de bermen een troosteloze aanblik te bieden. Het was te treurig voor woorden en in mijn hoedanigheid van natuurvriend raakte ik dan ook in grote droefenis.

Het spreekt vanzelf dat ik me binnen de kortste keren tot bevoegde diensten wendde, teneinde mijn ongenoegen te uiten en om tekst en uitleg te vragen omtrent de slachtpartij. Ik vernam dat de bomen naar schatting zestig jaar oud waren, hetgeen betekende dat ze meer dan kaprijp waren en uit veiligheidsredenen effectief dienden geveld te worden. Men voorzag eerlang een aanplant van streekeigen hoogstambomen.

Ik heb inderdaad een paar exemplaren met stamrot opgemerkt, maar het overgrote deel van de slachtoffers vertoonde geen enkel mankement en zag eruit als op het fotootje rechtsonder.

Tja, wie ben ik dat ik boomdokters zou tegenspreken? Ik blijf het wel heel erg jammer vinden. Ze waren zo mooi …

heirweg

In de zijstraatjes van het Nederlands ─ 7

Ik struikel steeds vaker over het gruwelijke gedrocht faciliteren, zowel in het gesproken als het geschreven woord. Ja, ik weet dat het in Van Dale staat, maar het Nederlandse equivalent ervan, vergemakkelijken, staat daar ook in. Dat klinkt voor velen waarschijnlijk niet chic genoeg. Waarom zou men de zaken faciliteren als het ook moeilijk gaat?

Er verscheen een teleurgestelde trainer van een voetbalploeg op het televisiescherm, want de hem toevertrouwde spelers hadden verloren.
“We moeten absoluut matuurder gaan voetballen”, zei hij.
Van mij mag hij ook wat matuurder Nederlands spreken.

“Ik krijg nooit geen antwoord”, is een klacht die mij vaak ter ore komt, al vermoed ik dat men dan precies het omgekeerde bedoelt. Nooit geen is immers gelijk aan altijd een.

En natuurlijk mag de ‘onvolprezen’ Michel Wuyts niet in dit rijtje ontbreken.
“Hij is tranquiler geworden”, zei hij over een veldrijder.
Doe het eens wat rustiger, Michel! Of tranquiler als je dat beter begrijpt.

Er gaat geen dans voor eten

Ik was op stap met een vriendin en die loodste me op slinkse wijze een etablissement binnen, waar ik eigenlijk niet graag kom: een tearoom. De naam alleen al! Niet dat ik het beneden mijn mannelijke waardigheid vind, maar ik word er schier onophoudelijk geconfronteerd met lekker spul, waar ik me om gezondheidsredenen niet mag aan vergrijpen: pannenkoeken met suiker, wafels met slagroom, machtige ijsbekers en koket gebak passeren er de revue. Een ware beproeving.

danseresTerwijl ik braaf een koffie dronk, zat ik te likkebaarden dat het niet mooi meer was, omdat de vriendin zich wellustig met een verrukkelijk ogende tompoes bemoeide. Ondertussen hield ze een kwieke stroom van opgeruimd gebabbel gaande met de exotische, ietwat mollige dame aan het belendende tafeltje. Hun conversatie verliep in het steenkolenengels en ik besteedde er nauwelijks aandacht aan, want vrouwelijke gespreksonderwerpen boeien me slechts matig en bovendien was ik danig geobsedeerd door de slinkende tompoes.
─”Ze is een balletdanseres”, zei de vriendin, toen de dame zich even verwijderd had om haar neus te poederen.
─”Je meent het!” foeterde ik. “Heb je haar figuurtje al eens bekeken? Mijn fantasie is ongebreideld, maar ik slaag er toch niet in om me haar in een tutu voor te stellen.”

Toen haar buurvrouw verrichter zake terugkeerde, greep de vriendin waarschijnlijk terug naar het thema dat ze eerder al bij de kop hadden. De vermeende danseres graaide in haar handtas en diepte foto’s op, die mijn gezellin even later grijnzend aan me toonde.

In letters en uitspraak zijn ballet dancer en belly dancer nauw verwant, maar het is een wereld van verschil, al is een buikdanseres natuurlijk net zo goed een danseres als een ballerina.

Bekvechten

Het is van alle tijden: mensen die verrassend en spitsvondig uit de hoek kunnen komen. Omdat ik even geen tijd heb om zelf een stukje te plegen, beperk ik me vandaag tot vijf zeer door mij gesmaakte woordenwisselingen van illustere kostgangers der aardkloot.

William Faulkner over Ernest Hemingway:
Hij heeft nooit een woord gebruikt waardoor een lezer naar het woordenboek moest grijpen.
Ernest Hemingway over William Faulkner:
Arme Faulkner! Denkt hij nu werkelijk dat heftige emoties uit grote woorden voortspruiten?

George Bernard Shaw tegen Winston Churchill:
Ik stuur je twee kaartjes voor de première van mijn nieuwe toneelstuk. Breng een vriend mee … als je die hebt.
Winston Churchill tegen George Bernard Shaw:
Ik kan onmogelijk de première bijwonen; ik kom naar de tweede voorstelling … als die er al komt.

Lady Astor tegen Winston Churchill op een diner:
Winston, als je mijn man was zou ik je koffie vergiftigen.
Winston Churchill tegen lady Astor:
Mevrouw, als ik jouw man was, zou ik die opdrinken.

De graaf van Sandwich tegen John Wilkes:
U, meneer Wilkes, zult sterven aan de pokken of op het schavot.
John Wilkes tegen de graaf van Sandwich:
My Lord, dat zal afhangen van hetgeen ik omhels: uw maîtresse of uw principes.

Een douairière tegen Winston Churchill:
Winston, u bent dronken.
Winston Churchill tegen de douairière:
Inderdaad mevrouw, maar morgen zal ik nuchter zijn terwijl u nog steeds dik bent.

Ondertussen op het naaktstrand 18

Op een naturistenstrandje in het Spaanse Nerja lag een man te zonnebaden en zichzelf bloot te geven, tot er opeens een hond verscheen die hem aanviel en genadeloos in de geslachtsdelen beet, meer bepaald in zijn telende ballen. De verwondingen van de man waren zo ernstig dat men hem naar het ziekenhuis diende over te brengen. Van de hond ontbreekt vooralsnog elk spoor.

teelballen

Uilenvlucht © 2014 Frontier Theme