Straatschenderij

Ik stap of fiets vrijwel dagelijks voorbij een majestueuze treurwilg, die zwaarmoedig staat te druiloren in het midden van een zilverig groen grasveld.

Dat gedrild gazon oefent een grote aantrekkingskracht uit op dieren in het algemeen en honden in het bijzonder, in die mate zelfs dat de lokale overheid er een verbodsbord heeft laten neerpoten, dat aan iedereen, ja zelfs aan ongeletterden, duidelijk moet maken dat men het plantsoen vooral niet als een openbaar toilet voor viervoeters moet beschouwen.

We leven helaas in een tijd waarin het vandalisme hand over hand toeneemt. Het bord heeft er welgeteld twee dagen onaangeroerd gestaan. Het staat er nu nog steeds, maar baldadige handen hebben het naar de filistijnen geholpen door er platvloerse boodschappen op aan te brengen in onuitwisbare viltstiftletters. 

Honden mogen het gras niet bevuilen, maar sommige mensen schrikken er niet voor terug om andermans goed onherroepelijk te beschadigen. Zou je ze niet!

vandalisme

Slimmigheidje

Ik kreeg een e-mail van een reclamebedrijf, waarvoor ik ooit een aantal opdrachten heb uitgevoerd. Het bericht omvatte een leeg vak, met daaronder de mededeling: als je deze e-mail niet goed kunt lezen, klik dan op deze link.

Aangezien de e-mail me niets leesbaars aanbood ─ en ik stilletjes op een lucratief reclameopdrachtje hoopte ─ klikte ik op de link …

… en toen kwam ik op de website van een opticien terecht.

Fietsbijstand

Ik fietste lustig langs een met hoge bomen afgelijnde dreef, maar opeens hield ik op met peddelen en met vrolijk zijn, want ik had een lekke band.

Veel Vlaamse fietspaden, of wat daarvoor moet doorgaan, bevinden zich niet enkel in de deerniswekkende toestand van opperste verwaarlozing, maar ze zijn dan ook nog eens bezaaid met scherven van achteloos weggegooid glas. Onze minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Hilde Crevits, mag dan een streekgenote van me zijn, wiens smoelwerk … eh … wiens tronie ik tegenwoordig overal op het landschap ontsierende verkiezingsaffiches zie opduiken, maar op mijn stem moet ze niet rekenen, want ze heeft niet enkel de fervente fietser die in me huist lelijk in de kou laten staan, maar bovendien behoort ze tot een politieke partij die me niet ligt.

Nu ben ik altijd voorzien van het materiaal en het gereedschap om averij te herstellen, maar sinds verleden jaar ben ik aangesloten bij de pechverhelpingsdienst voor fietsers van de VAB ─ lees in dit verband Een heuglijke tijding ─ en aangezien ik voor eventuele bijstand betaal, kon ik daar maar beter gebruik van maken, vond ik.

Ik telefoneerde met de centrale, waar men me vriendelijk te woord stond, en hoewel men me aanvankelijk een wachttijd van anderhalf uur voorspelde, was ik al na drie kwartier geholpen en kon ik mijn weg vervolgen. Ik ben dan ook vol lof over deze dienst en kan die van harte aanbevelen, zij het met een kleine kanttekening: als je niet over een eigen reparatiesetje beschikt en de wegenwachter zijn eigen voorraad pleisters moet aanspreken, zul je daar € 2,5 voor moeten betalen. Het weze me toegestaan om dat schandalig duur te vinden, maar mij hinderde niet: ik heb altijd pleisters bij me, zowel voor mijn eigen als voor mijn fietsbanden.

Opvoedkunde

Het begon zo geduldig te miezeren dat ik er nauwelijks wat van merkte en niet eens de moeite nam om mijn paraplu open te klappen. Ik liep langs een afsluiting, waarachter zich zo te horen huishoudelijke, of toch zeker familiale taferelen afspeelden.
– “Het regent een beetje”, hoorde ik een kinderstemmetje zeggen.
– “Regent het een beetje?” verwonderde de vermoedelijke vader zich. “Inderdaad! Het regent en de zon schijnt. Wat zeggen ze dan?” De man liet een vervaarlijk gebrom horen en riep met luider stem: “‘t Is kermesse in d’ helle!”
Het kind zette het op een krijsen, koos het hazenpad en zocht heil bij zijn moeder.
– “Papa is stout!” pruilde het.
– “Tegen wie zeg je het!?” mompelde de moeder, die kennelijk wist wat voor vlees ze in de kuip had.

Een onvoltooid magnum opus

puzzelstukjeTijdens een digestieve avondwandeling werd mijn oog getroffen door een onderdeeltje van een legpuzzel, dat ooit veelkleurig was geweest, maar zich nu ietwat verfletst en ten prooi aan grote eenzaamheid op het asfalt neergevlijd had.
“Ach”, zei ik en ik loosde een ietwat meewarige zucht.

Jullie zullen het ongetwijfeld onnozel van me vinden dat ik bij zoiets stilsta, me de moeite getroost om daar een foto van te nemen en er nu zelfs een pennenvruchtje aan wijd. Ik kan het ook niet helpen dat zo’n kleine kleinigheid me in het gemoed grijpt. Het is een soort aanlegstoornis van me. Ik dacht namelijk meteen aan de persoon – opa Alzheimer of oma Dementieva – die met engelengeduld, heel veel enthousiasme en de moeite die eigen is aan de ouderdom een puzzel van wel honderd miljoen miljard stukjes probeerde ineen te flansen, om pas helemaal op het eind vast te stellen dat er een stukje ontbrak. Als afknapper kan dat tellen.

“Jouw inlevingsvermogen is te groot”, beweerde mijn moeder altijd. “Dat zal je nog vaak vies tegenvallen.”
Ze had nog gelijk ook, maar dat kan ik haar helaas niet meer zeggen.

Weten jullie wat ik me nu ook nog zit af te vragen? Waarom denk ik bij een puzzel eigenlijk nooit aan kinderen?

Op mijn paasbest

Het is gebruikelijk dat we rond deze tijd – het begin van de lente – een nieuw geluid produceren. Voor één keer wil ik echter van deze gewoonte afwijken en Uilenvlucht van een nieuw uiterlijk voorzien.

Naar aanleiding van wat ik gisteren schreef, was ik toch niet helemaal tevreden over de manier waarop mijn blog zich openbaarde aan de vele honderdduizenden ─ het kunnen er ook een paar minder zijn ─ die me per mobieltje bezoeken en de nog eens vele honderdduizenden ─ mag het ook wat meer zijn? ─ die dat per tablet doen. 
“Allez vooruit! Een nieuw geluid!” dacht ik, want ik kan ook nog dichten zonder zwichten en zonder mijn gat op te lichten.

Zoals ik hierboven al meldde, heb ik dat geluid gelaten voor wat het was. In plaats daarvan hees ik Uilenvlucht in een nieuw thema, dat aan alle vereisten van het ‘responsive webdesign’ voldoet en dus ook aan mobiele bezoekers een optimale ervaring moet bieden. Vervolgens streek ik nog wat van mijn veren glad en toen herrees Uilenvlucht als een feniks uit zijn as.

metamorfose

Metamorfose

Als je aanwezig bent op internet, met een website of een blog, moet je er vandaag de dag voor zorgen dat je geesteskind ‘responsive’ is, zoals dat in het Nederlandsonvriendelijke jargon heet. In duidelijkere taal wil dit zeggen, dat hetgeen je aan het wereldwijde web toevertrouwt en aan de kostgangers der aardkloot aanbiedt net zo goed fraai moet ogen als rimpelloos functioneren, met wat voor medium je het ook bekijkt.

Wil je weleens zien en ervaren hoe anderen jouw website of blog gepresenteerd krijgen op hun mobieltjes, smartphones, tablets van diverse formaten, laptops, notebooks of pc’s, dan moet je gewoon even deze link aanklikken ─ Responsive Web Design Tool ─ daar de URL (het adres) van jouw website of blog invoeren, of plakken, en hopla … het wonder zal zich voor jullie ogen voltrekken.

Eten, drinken en betalen

In het taalgebruik dat gangbaar is in de contreien waarin ik het genoegen heb gehuisvest te zijn, bestaan er ook een aantal uitdrukkingen waarin plaatsnamen voorkomen, al is het verband tussen de betekenis van de uitdrukking en de plaatsnaam in kwestie niet altijd duidelijk.

Zo spreken wij bijvoorbeeld van Schaarbeekse klare om slappe koffie aan te duiden, waar je dus dwars doorheen kunt kijken.
Een Blankenbergse rekening is dan weer de benaming van een rekening met heel veel posten, of een exemplaar waarvan de slotsom hoger is dan men verwachtte.
En als men zegt dat het ergens Koekelare noene is, dan is het daar de gewoonte dat men het middagmaal pas rond de klok van 1 uur gebruikt.

Tot mijn verbazing heb ik gisteren ontdekt dat men zelfs een fietsroute aan het laatste fenomeen gewijd heeft. Jullie mogen drie keer raden waar ik het onderstaande bord aantrof. Nee, niet in Schaarbeek en ook niet in Blankenberge …

fietsroute

Uilenvlucht © 2014 Frontier Theme