Dienst en wederdienst

De man die voorzien van moeilijk te besturen ledematen aan de tapkast hing, was behoorlijk aan de vracht, om niet te zeggen ladderzat. Hij stumperde van de kruk, wankelde als een herhaaldelijk aangeslagen bokser en begaf zich met improviserende tred naar de deur. De kastelein hield op met het verrichten van kleine beroepsbezigheden.
“Ik breng je wel even naar huis”, zei hij en de aangesprokene overhandigde hem gewillig zijn autosleutels.

Het had heel wat voeten in de aarde, maar na veel vijven en zessen bevonden ze zich beiden aan boord van een subliem koekblik: de kroegbaas aan het stuur en het drankorgel naast hem in de passagiersstoel. Ze vertrokken. Luttele minuten later doemde de Mercedes echter opnieuw op, dit keer met de kastelein als passagier en als chauffeur … de zeer verzopen man.

De caféhouder had zijn klant keurig thuisgebracht, maar toen die protegé vernam dat zijn hoeder van plan was om per benenwagen huiswaarts te keren, bood hij hem een lift aan, op een toon die absoluut geen tegenspraak, laat staan een weigering zou dulden.  

Zo blijf je aan de gang, natuurlijk.

Flodderen

“Het blijft droog tot de vooravond”, voorspelde een televisieweervrouw en ik, sullemans, geloofde haar onvoorwaardelijk. Ik haalde mijn rijwiel van stal, klauterde erop met de zwier van een saltimbanque ─ nu ja ─ en stuurde mezelf de nogal saaie polders in. Het zijn geen landschappen die enthousiaste superlatieven aan me ontlokken, maar we doen het ermee.

Op een gegeven moment bevond ik me in een gebied dat een aaneenrijging van vertes was en zich derhalve onafzienbaar uitstrekte. Daar zag ik zware wolkenpakken in hevig gedrang opdoemen en plotseling hoorde ik een luid gekraak. De oorzaak daarvan was … een wolkbreuk met alles erop en eraan: snoeiharde regen, striemende hagel, in de lucht graaiende bliksems, donder als kanongebulder, zwabberende windvlagen. Ik kon nergens schuilen en in mijn fietstassen trof ik niets aan dat me bescherming kon bieden, omdat ik vanwege de positieve weersvoorspelling verzuimd had regenkleding mee te nemen. Dat noodde geenszins tot lachen en ik was er dan ook absoluut niet mee opgezet.

Het duurde niet lang of Ik had geen droge draad meer aan mijn lijf. Ik was het sop uit mijn kloten geregend, zegt men in het West-Vlaams, maar dat vind ik een nogal onbehouwen, om niet te zeggen platvloerse uitdrukking. Laten we zeggen dat ik zo nat was als een … bezeikte zak.

Nu zou ik toch eens willen weten wanneer de vooravond eigenlijk begint. Volgens mij toch zeker niet om twee uur ‘s middags.

Ik pleit er tevens voor dat men her en der hokjes neerpoot, waarin fietsers bij kladderig weer kunnen onderduiken.

Heterdaad

In de buurt van Ieper dokkerde ik met mijn fiets over de kasseien van het dorp Boezinge, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog met de grond gelijkgemaakt werd. Om te voorkomen dat ik helemaal dooreengeschud raakte, palmde ik even later een bank in, om wat te drinken en een versnapering – meer bepaald een mueslireep – te nuttigen, teneinde niet ten prooi te vallen aan een acute hongeraanval, die in het wielerjargon een hongerklop of een fringale heet.

Terwijl ik daar de zogeheten man met hamer de wind uit de zeilen zat te nemen, volgde ik het doen en laten van een man met een zeer professionele en luidruchtige heggenschaar, die bezig was met het snoeien en fatsoeneren van een haag die waarschijnlijk honderd meter lang was. Het kan ook een centimetertje minder of meer geweest zijn, want ik ben niet zo goed in het schatten van afmetingen. Op een gegeven moment legde hij het werktuig uit handen, om zich naar de andere kant van de heg te begeven, waar een collega van hem zijn hulp inriep. Tijdens zijn afwezigheid zag ik een auto stoppen. De chauffeur ervan ontfermde zich binnen de kortste keren over de snoeischaar en scheurde ervandoor, alsof de duivel hem op de hielen zat.

“Heb je toevallig zijn nummerbord gezien?” vroeg het slachtoffer van het misdrijf. Dat had ik dus niet. “Weet je soms het merk van zijn auto? Of de kleur?”
Ik blijk niet alleen slecht te zijn in het schatten van afmetingen, maar ook in het herkennen van automerken, ja zelfs in het omschrijven van kleuren. Ik was, met andere woorden, een buitengewoon onbetrouwbare ooggetuige.

Jongensachtig verzet

Helemaal aan het begin van deze weldadige nazomerdag nam ik mijn kuierstokken en wandelde doorheen het bos en de dichte mist naar het dorp. De bomen gooiden me allerhande troep naar het hoofd: bladeren, eikels, beukennootjes en vaak nog in gemene bolsters verpakte kastanjes. Vlak voor me hield een vrachtwagen halt. Achter de voorruit ervan prijkte een bordje met de volgende mededeling:

jeugd

Het portier zwaaide open en uit de stuurcabine stuntelde een man tevoorschijn, die zo oud was dat hij wellicht de Dode Zee gekend had toen die nog leefde. Ik verwachtte dat hij ook nog een stok of zelfs een looprek zou opduikelen, maar dat bleek niet het geval.

Tja, jeugdsentiment is doorgaans de eerste ouderdomskwaal.

Een uitbundig welkom

─”Je moet eens op bezoek komen”, zei David toen ik hem een paar weken geleden tegen het lijf liep.
Hij is indertijd als knaap en samen met zijn moeder uit een ver buitenland naar hier overgewaaid en ik heb toen een niet gering aantal Nederlandse lessen aan hem verstrekt. Ondertussen is hij een volwassen man van drieëntwintig en hij woont samen met zijn vriendin in een nabijgelegen dorp.
─”Ik moet helemaal niks”, grapte ik.

─”Wanneer kom je nu eindelijk een keertje op bezoek?” vroeg hij toen ik hem verleden week opnieuw ontmoette.
─”Schikt het je nu zondagmiddag?” stelde ik voor.
Het schikte hem.

Ik was nog maar net door een vleesetende fauteuil verslonden toen zijn smartphone een onnozel geluid produceerde omdat er een sms binnenliep. Hij nam ruimschoots de tijd om het bericht te lezen en te beantwoorden. Ik wachtte geduldig tot hij daarmee klaar was, want ik kon bezwaarlijk een gesprek met zijn vriendin aanvatten aangezien ze in geen velden of wegen te bespeuren was. Ik zat daar in een nimbus van peinzend zwijgen.
─”Wil je wat drinken?” informeerde hij minuten later.
─”Ik hoopte er al niet meer op”, meesmuilde ik. “Doe mij maar een biertje.”
Hij begaf zich naar de keuken en ik hoorde hoe het mobiele communicatietuigje opnieuw zijn aandacht opeiste. Hij keerde bij me terug zonder drank, terwijl zijn vingers ijverig toetsjes bewandelden.

Om een lang verhaal kort te maken: na ruim een halfuur hadden we amper een woord gewisseld, stond ik nog steeds droog en was hij onvermoeibaar met die vervloekte smartphone bezig. Ik ben het afgetaaid, met de ietwat knorrige mededeling dat ik wel een keertje terug zou keren als hij het minder druk had.

Hij heeft me ondertussen al drie berichtjes gestuurd, maar die wil ik vooralsnog niet beantwoorden. Ik ben namelijk niet verslaafd aan mijn mobieltje en bovendien wil ik hem eerst een beetje laten sudderen.

Achter de schermen

Ze hebben zich geruime tijd koest gehouden, maar nu hervatten ze kennelijk het offensief. Ze, dat zijn de spammers die mijn commentaarbox bestoken met nonsens omtrent penisverlengingen, erectiepillen en meer van dat fraais. Het loopt werkelijk de spuigaten uit. Ik heb het hier namelijk niet over een paar berichten die zo nu en dan mijn blog binnendwarrelen, maar over tientallen, ja zelfs honderden indringers per dag. Gelukkig beschik ik over het weergaloze Akismet, dat er in de achtergrond in slaagt om al die pseudocommentaren naar een zijspoor te rangeren, waar ik ze per muisklik naar de verdoemenis en de prullenbak kan helpen, zodat niemand behalve ik ze te zien krijgt. Het blijft behelpen natuurlijk. Ik moet toch altijd even controleren of er niet een rechtmatige commentator tussen de spam verzeild is geraakt, want dat gebeurt af en toe. Voorlopig kijk ik het nog even aan, maar als het zo doorgaat, zal ik genoodzaakt zijn om de commentaarbox tijdelijk af te sluiten.

Ik blijf nog even bij het onderwerp dat ik net al bij de kop had. Sommigen van jullie zullen het reeds gemerkt hebben: na het plaatsen van een commentaar krijg je op mijn blog nu vijf minuten de tijd om desgewenst de tekst ervan te corrigeren. Ik zal wel niet de enige zijn die na het doorseinen van een bericht plots een tik- of een stijlfout opmerkt en geërgerd vaststelt dat het verbeteren ervan onmogelijk is. Op Uilenvlucht kan dat nu wel en ik hoop dat ik op die manier zo nu en dan iemand een irritatietje kan besparen.

Ik hou het weliswaar een beetje stil, maar desalniettemin heb ik jullie waarschijnlijk al verklapt dat ik kan toveren. Het zal dan ook niemand verbazen dat ik daar op mijn blog gebruik van maak. Af en toe zal er hier helemaal bovenaan een balkje met een in meer of mindere mate belangrijke mededeling verschijnen, waarvan de kleur afhankelijk is van mijn gemoedsstemming of van de politieke voorkeur waaraan ik op dat moment onderhevig ben. Vandaag, bij wijze van voorbeeld, is dat dus geel en zwart, omdat ik Vlaming ben. De balk blijft tien seconden zichtbaar en verdwijnt dan helemaal vanzelf in het niets. Jullie kunnen die echter naar believen opnieuw tevoorschijn halen door het pijltje in de rechterbovenhoek aan te klikken.

Een (niet zo) wreed accident

In mijn niet aflatende hang naar waterverzamelingen, zoals daar zijn oceanen, zeeën, meren, vijvers, stromen, rivieren en zelfs plassen hield ik me op aan de rand van het kanaal Gent-Brugge-Oostende, dat in sierlijke bochten doorheen het polderlandschap kronkelde. Vermoedelijk bevond ik me in de buurt van een watersportclub, want er was nogal wat bedrijvigheid op het water: vrouwen en mannen in ranke roeiboten sleurden zich ongeveer het lazarus aan de riemen waarmee ze zich voortbewogen, vaak ook opgehitst door met roeptoeters toegeruste begeleiders op het jaagpad.

Ik sloeg een wijle het schouwspel gade tot ik opeens, links van me, een ‘twee zonder stuurman’ zag naderen en rechts een eenzaat in een skiff. Aangezien roeiers tegengesteld aan hun vaarrichting kijken, hadden ze elkaar niet in het snotje. Bovendien eigenden beide boten zich het midden van het kanaal toe, wat vermoedelijk niet geoorloofd is, maar ik ben niet op de hoogte van de verkeersregels op waterlopen. Zien jullie het aankomen?

Ik zag het alleszins aankomen en ik riep nog een waarschuwing, maar het was te laat. Ze botsen pardoes tegen elkaar, hetgeen enig gekraak veroorzaakte, want een riem van de skiffeur brak doormidden en ik zag het blad ervan met een keizerlijke boog in het water duiken. Ik wachtte likkebaardend op wat er verder te gebeuren stond: ik zag hoe de rivierpolitie met opdringerige zwaailichten en loeiende sirenes kwam aangesjeesd …

… maar dat was helaas niet het geval, want de betrokken partijen bleken de zaak in der minne te schikken. Teleurgesteld droop ik af.

Uilenvlucht © 2014 Frontier Theme