Daar zal je op zitten wachten

In een vroeger leven heb ik hier de loftrompet gestoken over en wierook gebrand voor de pechverhelping voor fietsers van de VAB. Lees in dit verband Fietsbijstand en Een heugelijke tijding. Ik vrees dat ik wat voorbarig geweest ben met mijn tuitingen. Er is me namelijk een minder prettige ervaring met deze dienst te beurt gevallen en dat wil ik toch even aan jullie kwijt. Als het slecht is, zeg ik het ook.

Tijdens een van mijn talloze zwerftochten hoorde ik plots een onheilspellend geluidje en meteen daarna ging mijn fietszadel letterlijk te gronde. Ik kon dat ding geen ongelijk geven. Als ik iedere dag van mijn lieve leven onder een mannenkont diende te slijten, zou ik er ook de brui aan geven. Ik bevond me in Nergenshuizen. Gelukkig had mijn mobiel GPS aan boord, zodat ik haarfijn kon bepalen op hoeveel graden, minuten en seconden noorderbreedte en oosterlengte ik aan het onheil ten prooi gevallen was. Voorzien van die gegevens telefoneerde ik naar de alarmcentrale van de VAB, waar ik het luisterend oor van een meisje of een vrouw vond.
“Een ogenblikje”, zei ze, nadat ik haar tekst en uitleg had verschaft over wie ik was en wat er met me scheelde.
In afwachting trakteerde ze me op het soort pokkenherrie dat sommigen muziek noemen, maar daar hoor ik niet bij.

Haar ogenblikje duurde iets meer dan drie minuten en toen kwam ze met de verrassende mededeling dat er geen bijstand voorzien was voor een gebroken zadelpen en dat ik me tot een fietsenmaker diende te wenden. Ik protesteerde heftig en argumenteerde me ongeveer de ziel uit het lijf, maar ze liet me gewoon aan mijn lot over.

Na een wandeling van zes kilometer kon ik me eindelijk opnieuw in een zadel hijsen en huiswaarts fietsen, waar ik me meteen in de Algemene Voorwaarden van de VAB-fietsbijstand verdiepte en onder veel meer las:

De immobilisatie moet ontstaan zijn uit een ongeval, een technisch defect, een lekke band, batterijprobleem, vandalisme, diefstal of poging tot diefstal.
Indien de fiets ter plaatse niet door de VAB-wegenwachter terug rijklaar kan worden gemaakt, heeft men recht op één gratis vervoer van de aangesloten fiets. De fiets wordt gebracht naar de plaats die het meest geschikt is voor de herstelling. De bestuurder kan tijdens deze rit meerijden naar de bestemming van de fiets.

Ik heb meteen de klachtendienst gebeld en hen gezegd dat een gebroken zadelpen wel degelijk een technisch defect is, dat ik dus recht had op de hulp van een wegenwachter en dat die me, als hij het zadel niet kon herstellen, naar een fietsenmaker had moeten brengen. Men verzekerde me dat men de zaak nauwgezet zou onderzoeken en dat ik binnen de tien weken een antwoord mocht verwachten. Tien weken?! Daar zal je op zitten wachten. Voor iets dat zo klaar en helder is als geslepen glas!? Werken ze bij de VAB nog met perkamentrollen en vederpennen misschien?

Ik heb niet gekregen waar ik recht op had en dat zullen ze moeten compenseren. Zeker weten!   

Luistervinken

Ik schreef hier al eerder dat ik me graag onledig houd met het betrappen van de gesproken werkelijkheid, zoals de zeer door mij betreurde Simon Carmiggelt dat op superieure en dus onnavolgbare wijze beoefende. Ik zit geregeld onvergezeld in een restaurant of een café en weet dus hoe snel mijn aandacht afgeleid kan worden naar gesprekken die in mijn onmiddellijke omgeving gevoerd worden, door lui die te druk aan de praat zijn om te beseffen dat ik ze afluister. Het spreekt vanzelf dat men zich niet enkel in horecabedrijven aan deze activiteit kan overgeven, maar overal waar … ships pass in the night, and speak each other in passing.

Gisteren trilde er een vleugje lente in de lucht. Bomen en struiken toonden trots wat pril gebladerte, het groen van de bermen was doorschoten met zwerfvuil … eh … bloemen, vogels repeteerden eindeloos en … tijdens het fietsen op een jaagpad langs een kanaal botste ik op een niet mis te verstane versperring.

jaagpad

Vermanende vingers hadden zelfs de waarschuwing neergepoot dat er echt geen doorkomen aan was ─ NEE, je kan echt NIET door met de fiets!! ─  dus nam ik een omleidingsroute, vervolgens een zijweg en daarna nog een afslag, zodat ik omstandig verdwaalde. Ik hield halt bij een bank om mezelf een verfrissing toe te dienen en ondertussen wat kaarten en mijn gps-toestel te raadplegen. Terwijl ik dat deed passeerden er bijna voortdurend andere fietsers en wel van het soort dat we in de wandeling wielertoeristen noemen. Bleek dat die mannen en vrouwen tijdens het peddelen uitgebreid met elkaar converseren op een volgens mij onnodig luide toon. Het is me hoegenaamd niet duidelijk waarom hun gesprekken al roepend dienen te geschieden, maar zo hoor je natuurlijk nog eens wat.

“Heb je de foto’s van het parcours van Parijs-Roubaix gezien?” vroeg iemand.
“Mo vint toch!” riep zijn metgezel.
Ik denk dat het Will Tura was.

“Hij reed met een fiets van Merckx en hij droeg een uitmonstering van Quick-Step”, zei iemand.
“Hoe onnozel is dat?!” vond zijn kompaan.
Ik zou het niet weten.

“Hij kwam een dag vroeger thuis dan verwacht en hij trof zijn vrouw met een ander in bed aan”, toeterde iemand.
Zijn makker liet even een lachje horen, maar zei niets.
Daar dacht ik het mijne van.

“Er zaten daar vijf van die legaerts aan een bureau”, verkondigde iemand.
Zijn reisgenoot antwoordde iets, maar dat ontging me omdat er net een vliegtuigje overvloog.
Een legaert is een West-Vlaamse luierik.

Je hoort me niet beweren dat hetgeen ze zegden ooit een citatenboek zal halen, maar het was wel een welkome afwisseling.

Het mooiste zinnetje hoorde ik echter later die middag uit een kindermond. Ik zat op een terras in Middelkerke mijn dorst te lessen en naar de zee te turen toen een jongetje van ongeveer zes jaar zich tot zijn moeder richtte en zei:
“Mama, mag ik morgen een broek met korte mouwen aan?”

Heerlijk. Het maakte mijn dag.

Op z’n janboerenfluitjes

Het overkomt me soms dat ik de verleiding niet kan weerstaan om me per internet naar een winkel te begeven en daar wat te kopen. Dat is tot nu toe zonder noemenswaardige haperingen verlopen. Het zat er dus aan te komen dat het een keertje fout zou gaan ─ iedere overwinning brengt je dichter bij een nederlaag ─ en dat is inmiddels gebeurd.

Ik bestelde iets bij een Nederlands bedrijf en men zou dat de daaropvolgende dag bij me afleveren. Meestal kun je online de gang van zaken, zijnde de lotgevallen van jouw pakket, op de voet volgen via een track & tracesysteem, wat ik dus deed, want dat zijn leuke dingen voor de mensen. Zo zag ik dat het collo naar me onderweg was … tot zich daar opeens een venstertje ontvouwde met de mededeling: de zending is teruggestuurd naar de afzender. Ik uitte daaromtrent mijn verbazing in een e-mail, die ik met bekwame spoed naar de verkoper in kwestie stuurde. Nauwelijks tien minuten later rinkelde mijn telefoon en vernam ik dat de koeriersdienst een foutief leveringsadres ingevoerd had, dat niet eens bleek te bestaan. Men was stellig van plan om een nieuwe poging te ondernemen, maar ik zou wel twee dagen langer op mijn hebbeding moeten wachten.

Twee dagen later zat ik me opnieuw met track & trace te amuseren en zag ik dat mijn bestelling op komst was … tot daar opeens een berichtje verscheen: geleverd! Ik had niets of niemand gezien. Opnieuw vertrok een verbaasde e-mail naar Nederland en weer kreeg ik een telefoon van de verkoper: of ik misschien even in, of in de buurt van mijn brievenbus wilde kijken.

Het pakje stond inderdaad tegen de heg onder mijn brievenbus. In de regen en zomaar voor het grijpen. Men had zich niet eens de moeite getroost om bij me aan te bellen, maar goed … het is wel dertig meter lopen van mijn brievenbus naar mijn voordeur. Dat is verdraaid lastig natuurlijk.  

Lentekriebels

bank

Ik zat op een bank, geruggensteund door een leuning en met rugdekking van een metershoge haag, waarachter zich allicht frivoliteiten of toch zeker seksuele dadelijkheden voltrokken, want opeens hoorde ik een vrouwenstem zeggen:
“Allez vooruit kerel! Schiet eens een beetje op!”
Er volgde enig geritsel en wat gehijg, waarna de vrouw opnieuw het woord nam en mopperde:
“Ja zeg, komt er nog wat van of zal ik een langzame wals opzetten?”
Ik spitste weliswaar de oren, maar meer dan wat gesnuif vermocht ik niet waar te nemen.
“‘t Is welletjes geweest!” zei ze toen ongeduldig. “Je hebt nu genoeg gesnuffeld.”

Gesnuffeld?!

Het werd stil aan de overkant, maar niet veel later liet een opening in de haag een meisje los. Ze had een hondje aan de lijn. Het snuffelde.

Goed stom van me!

Het was tussen de middag en ik zat aan tafel een sobere maaltijd te nuttigen, toen mijn mobieltje op nogal opdringerige wijze van zich liet horen en verklapte dat iemand met een onbekend nummer me probeerde te bereiken.
─”Ga sterren plukken met je moeder!” mopperde ik.
Ik word niet graag gestoord tijdens het eten en zeker niet door iemand die moedwillig zijn telefoonnummer verbergt. Anderzijds ben ik ook buitengewoon nieuwsgierig, zodat ik desalniettemin het contact tot stand bracht.
─”Hallo!” sprak ik op nogal barse toon, want dat is de gebruikelijke begroeting als men telefoneert, maar ik wilde toch laten blijken dat de onderbreking van mijn middagpauze geen onverdeeld genoegen was.
Het meisje aan de overkant jubelde iets in het onverstaanbaars en nog voor ik haar kon vragen om dat even te herhalen draafde ze door:
─”We hebben vernomen dat u regelmatig gaat fietsen. Is dat zo?”
─”Dat is zo.”
Ik begon me al af te vragen wat ik zou kunnen gewonnen hebben.
─”Hebt u ook een fiets-gps?” wilde ze weten.
─”Die heb ik”, bekende ik aarzelend.
─”Dan wens ik u nog een prettige middag”, zei ze en ze verbrak de verbinding.

Ik had nee moeten zeggen. Nu heb ik weer niets gewonnen. Eigen schuld, dikke bult.

Voor de goede orde

Het zal jullie eerlang misschien opvallen dat ik hier niet meer zo regelmatig verschijn als vroeger het geval was. Ik heb daar vanzelfsprekend een goeie reden voor, of wat hadden jullie gedacht?

Zoals jullie weten, of niet weten, verdien ik mijn brood en vul ik mijn dagen met allerhande vertaalwerk. Tijdens de eerstkomende maanden zal ik het behoorlijk druk hebben met vooral literaire vertalingen. Buitenlandse literatuur vertalen is één ding, maar terzelfdertijd ook trouw blijven aan de geest van het oorspronkelijke werk is lang geen sinecure. De ene dag lukt het me al beter dan de andere. Als ik er niet voor in de stemming ben en voor geen meter opschiet, is een blogtekst schrijven niet alleen een welkome afwisseling, maar soms ook de prikkel die me aan de gang maakt … en als ik eenmaal aan de gang raak, ben ik meestal niet meer in te tomen en moeten de blogteksten tijdelijk wijken. Van het een komt men naar het ander en van het ander naar het een.

Het kan dus gebeuren dat ik hier een paar dagen niets van me laat horen, om dan plots los te barsten in een of meer sappige pennenvruchtjes. Ik ben nu eenmaal een nogal wispelturig mens. Daar helpt geen lievemoederen aan en laten we wel wezen: zo heb ik het graag.

Dat waren nog eens tijden!

Ik was in het Brugse ziekenhuis AZ Sint-Jan voor een controle van mijn destijds danig toegetakelde onderdaan. Men stelde vast dat ik weer helemaal de oude was en ik mocht beschikken.

Het liep tegen de middag en ik begaf me naar het restaurant, waar ik me te goed deed aan een gezond slaatje, met als toetje een aanzienlijk minder gezond, want mierzoet gebakje. Het was er bijzonder druk. Vrijwel alle tafels waren bezet en het meisje dat daar rondkeutelde om ze te boenen had bijgevolg niets omhanden, dus knoopte ze een gesprek aan met het belendende tafeltje, of beter gezegd met de mensen die daaraan hadden plaatsgenomen.

Ze had het over een paar compleet onopgevoede kinderen die bezig waren de boel op stelten te zetten en bij velen grote ergernis wekten.
In onze tijd zou dat niet waar geweest zijn”, zei ze hoofdschuddend. “Mijn vader hoefde maar een keer naar ons te kijken, zo met zijn ogen …”
Ik zat me af te vragen waarmee een vader toentertijd nog meer naar zijn geliefde dochter kon kijken, maar ik bleef mezelf het antwoord schuldig.

‘s Avonds verscheen een man op mijn televisiescherm. Hij opende de mond en sprak: “In onze tijd was er niks. Wij zaten met onze oren naar de radio te luisteren.”
Daar keek ik raar van op. Ik luister heel weinig naar de radio, maar als het een zeldzame keer gebeurt, pleeg ik dat met mijn neus te doen.

In onze tijd … dat moeten merkwaardige tijden geweest zijn. Het kan haast niet anders of men beschikte toen over meer zintuigen dan nu.

Uilenvlucht © 2014 Frontier Theme