Naar de RATsmodee geschopt

Niettegenstaande het ingaan van de wintertijd was het vanmorgen nog donker toen ik het huis verliet en op een gangpad tegen een naar beneden gestruikeld blad trapte.
“Tiens!” dacht ik. “De herfstblaren zijn ook niet meer zo lichtvoetig als ze ooit geweest zijn.”

Enkele uren later, het was inmiddels al volop licht, kwam ik tot de ontdekking dat het blad in kwestie eigenlijk geen blad was, maar dit:

doderat

Nu voel ik weliswaar bijzonder weinig sympathie voor ratten, maar jullie mogen echt niet denken dat ik dat beestje een doodschop gegeven heb. Het was zonder enige twijfel al morsdood toen het in aanraking kwam met mijn schoen. Gelukkig maar. Ik ben al een keertje door een rat aangevallen – lees in dit verband: Van de ratten besnuffeld – en dat wil ik niet nog een keer meemaken.

Het socialistische gedachtegoed

Gisteren zag ik ene Jean-Pierre Goossens op mijn televisiescherm verschijnen. Hij is de voorzitter van de socialistische vakbond ACOD Spoor. Verleden dinsdag hebben ongeveer honderd leden van de FGTB – de Franstalige vleugel van de ACOD – de hoofdzetel van de MR, zijnde de Waalse liberalen, gevandaliseerd en voor € 30.000 schade aangericht aan het gebouw.

Jean-Pierre Goossens zei dat hij begrip had voor de aanval en weigerde die te veroordelen. Naar hij beweerde zijn de vakbondslui boos en voelen ze zich machteloos, omdat de regering van premier Charles Michel (MR) hervormingen aankondigt zonder overleg te plegen. Dat lokt fysieke agressie uit. De mensen hebben … ik citeer hem letterlijk … “een uitlaatklep nodig”.

Meneer Goossens, wat hebt u gebruikt? Wat hebt u geslikt? Met uw idiote bewering hebt u mij erg boos gemaakt. U lokt fysieke agressie bij me uit. Ik heb een uitlaatklep nodig. Zal ik me dus maar naar uw woning begeven en daar een rookbom binnengooien, uw ruiten beschadigen en uw gevel met verf bekladden?

En alle treinreizigers die iedere keer weer door jullie al dan niet wilde stakingen in de kou komen te staan zijn eveneens boos. Jullie lokken fysieke agressie bij ze uit. Ze hebben een uitlaatklep nodig. Mogen ze met zijn allen naar uw woning afzakken om daar … 

Vocabulaire 6

Een botsballon vind ik een fraaiere benaming voor wat in de wandeling een airbag heet.

Een faunatrap is een metalen trapje waarlangs zoogdieren die in het kanaal zijn gesukkeld weer op het droge kunnen komen. Vooral reeën en vossen komen in het water terecht. Vaak raken die dieren uitgeput, omdat ze maar moeilijk weer op de betonnen oevers kunnen klimmen. Met een faunatrap kunnen ze zichzelf van de verdrinkingsdood redden.

Een faalkwaal is iemand die de hele dag door blunders maakt.

Een hoerentoeter is eigenlijk de Javaanse naam voor een trechtervormig gerold shagje. Vandaag de dag gebruikt men het woord steeds vaker als een versterkende term: zo dronken als een hoerentoeter; zo scheef als een hoerentoeter; zo vreemd als een hoerentoeter.

De nieuwste variant van uit zijn dak gaan is: uit zijn kanarie gaan.

Een stoppelbaard is tegenwoordig in. Ik kan het ook niet helpen dat ik het een onverzorgd groeisel vind en zelfs met de nieuwe benaming ervan, een latemiddagbaard, kan men me niet vermurwen.

Weerpraatjes

“Het weer kan voor een flinke chaos zorgen”, zei de weervrouw.
Alles wel beschouwd, valt dat me behoorlijk mee van het weer: eerst een chaos veroorzaken en er dan voor zorgen.

Temperaturen van meer dan twintig graden in de tweede helft van oktober … Moeder Aarde heeft blijkbaar last van opvliegers en zit dus waarschijnlijk in de overgang.

Verspilling op het hummetje

closetpapierIk heb er geen idee van waarom het televisiezendertje ‘Vier’ de populaire quiz ‘De slimste mens ter wereld’ na tien uur ‘s avonds programmeert. Het lijkt me alleszins rijkelijk laat voor zij die ‘s morgens om den brode of wegens schoolverplichtingen het huis uit moeten. Ik behoor tot geen van beide categorieën en dat is maar goed ook, want ik ben een trouwe kijker en een nogal enthousiaste liefhebber van het programma. Er mag al eens gelachen worden, de presentator, Erik Van Looy, valt behoorlijk mee in de kook en ik kom iedere avond tot de verheugende vaststelling dat ik eigenlijk behoorlijk veel weet, ook al beperkt die kennis zich meestal tot volstrekt nutteloze zaken.

Zo vernam ik verleden week dat de gemiddelde mens tijdens zijn leven 1 300 000 velletjes toiletpapier verbruikt. Dat leek me zo buitengewoon veel dat ik me even aan het rekenen heb gezet, hoewel het jullie inmiddels bekend zal zijn dat dit een vaardigheid is die ik heel slecht beheers. Vanaf je geboorte tot je tachtigste verjaardag zou je dagelijks 45 van die velletjes naar de vernieling moeten helpen om aan dat cijfer te komen. Heremijntijd, dat haal ik op verre na niet. Ik behoor tot de gelukkigen die slechts één keer per dag op de porseleinen pony dienen plaats te nemen en meer dan tien blaadjes heb ik zelfs in het slechtste geval niet nodig. Vijfenveertig velletjes … dat is meer dan vijf meter closetpapier.

Nu zit ik me af te vragen … zou ik soms iets verkeerd doen?   

Laurette Mitraillette

Ik heb met een half oog en oor de debatten over de regeringsverklaring gevolgd. Veel heb ik daar niet over te zeggen, behalve misschien dat het soms een beschamende vertoning was, vooral door het optreden van Laurette Onkelinx, die ik een ongehoord arrogante en onbeschofte feeks ─ om het woord trut niet te gebruiken ─ vind. Het zal je echtgenote of je moeder maar zijn. De druiven zijn kennelijk heel zuur bij de Waalse socialisten.

parlement

Help!

De stulp waarin ik al jaren met een tevreden gemoed en in eenvoud des harten bivakkeer, heeft me tot voor kort zo weinig zorgen gebaard, dat ik me regelmatig in de handen wreef dat het knerste. Een paar weken geleden ontdekte ik echter verontrustende vlekken op de onderste rand van enkele muren. Omdat ik op velerlei gebied een volslagen leek ben, nodigde ik een deskundige uit, die naar hijzelf beweerde onderlegd was in de calamiteiten waaraan bouwsels ten prooi kunnen vallen. Hij onderzocht mijn woning, gebruik makend van allerhande toestellen, die voorzien waren van verklikkende lampjes en alarmerende geluidssignalen produceerden, om vervolgens zijn diagnose te stellen: opklimmend vocht, dat met de uiterste urgentie gestuit diende te worden, teneinde onherstelbare schade te voorkomen.

Gisteren verscheen deze deskundoloog opnieuw te mijnent. Met kleverige handelsreizigersvlotheid en de plichtmatige lach van een stofzuigerventer overhandigde hij me de offerte voor de behandeling. Ik flikkerde bijna van mijn stoel af.
“Is dat de prijs of uw telefoonnummer?” stamelde ik verbijsterd.

Alle worstjes op een stokje! Ik zal in broodsgebrek raken. Binnenkort liggen de muizen hier dood voor de kast en zie ik er zo versjofeld uit dat zelfs de mensen die honger lijden eten naar me gooien. Misschien kan ik maar beter mijn huisje verkopen en me ergens in het zonnige zuiden vestigen, waar men nog nooit van opklimmend vocht gehoord heeft.

Leedvermaak

Schadenfreude ist die schönste Freude, denn sie kommt von Herzen.*

Ik heb hem teruggezien: het asociale stuk chagrijn dat mijn jongensjaren versjteerde en dat ik vanuit mijn tenen haatte.

Ik ben allerminst een hoogvlieger op het gebied van wiskunde en aanverwante vakken, zoals bijvoorbeeld chemie. Ik kan weliswaar de hele periodieke tabel van Mendelejev uit het hoofd opdreunen ─ mijn reet articuleert niet zo lekker ─ maar als ik wat met die elementen moet aanvangen, gaat het steevast grondig fout. Toen ik tijdens mijn schoolopleiding de derde keer een scheikundelokaal betrad, veroorzaakte ik al een bedeesd ontploffinkje, waarna men me met aandrang verzocht om vooral niets meer aan te raken.

Wat wiskunde betreft, kan ik behoorlijk overweg met de vier hoofdbewerkingen. Bovendien beschik ik over een japannertje, dat gretig dergelijke klusjes voor me klaart, al is dat in mijn geval vermoedelijk een verenigdstatertje, want het ding heet Texas Instruments. Zodra er echter algebra of driehoeksmeting aan te pas komt, raak ik compleet het noorden kwijt. Hoe en waarom die tweetjes en drietjes van de hak op de tak springen, is me nu nog steeds een raadsel.

Als ik iets niet begrijp, kan het licht gebeuren dat mijn aandacht verslapt en als mijn aandacht verslapt, ligt verstrooidheid om de hoek. Het was tijdens zo’n verstrooide bui dat een leraar me ongemerkt — hij bevond zich namelijk achter mijn rug — besloop en me een formidabe draai om de oren gaf, die ik totaal onvoorbereid in ontvangst nam. Ik schrok me tureluurs en het zit me blijkbaar nog steeds hoog, want …

… ik heb die dinosaurusdrol teruggezien en constateerde vergenoegd dat hij buitengewoon lelijk oud geworden is.

*Leedvermaak is het mooiste vermaak, want het komt uit het hart.

Uilenvlucht © 2014 Frontier Theme