Categorie: Almanak

Anders

Het jaar 2016 geeft er vannacht de brui aan en de intrede van 2017 zal ongetwijfeld weer gepaard gaan met het gebruikelijke feestgedruis, waaronder het zeer door mij verfoeide vuurwerk. Mijn afkeer is niet gestoeld op een persoonlijke weerzin, maar op het besef dat zowel de huisdieren, als de wilde beesten en de vogels danig in paniek raken door dergelijk spektakel. Ze zullen ooit wel eens wraak nemen.

Ik stel dus voor dat we de rotjes, de luchthuilers en de gillende keukenmeiden laten voor wat ze zijn en in plaats daarvan voor een rustiger klank-en-lichtspel zorgen. Ik zal vanavond de vlam in wat kaarsjes jagen, enkele wierookstokjes opstoken en om middernacht een paar knallende scheten laten.

Ik wens jullie een even aangename jaarwisseling. 

Week van het Nederlands 2

De week van het Nederlands loopt ten einde en ik heb er al met al weinig aandacht aan besteed. Ik zou me moeten schamen, maar ik doe niet zo aan schaamte.

Ik vertel jullie geen nieuws met de mededeling dat ik me uit hoofde van mijn beroepsbezigheden dagelijks met taal en vertalen onledig houd en dat het Nederlands een stokpaardje is dat ik uitermate graag berijd. Ik heb dan ook, in de loop der jaren, een klein fortuin besteed aan vaak onmisbare hulpmiddelen, zoals daar zijn woordenboeken, thesauri, grammatica’s en consorten. Vandaag de dag kunnen we, dankzij internet, veel van die naslagwerken gratis verwerven, tenminste als het de Engelse, Franse, Duitse en Spaanse taal betreft, om er maar enkele te noemen. Voor het Nederlands kom je echter onvermijdelijk bij Van Dale terecht en dat zijn regelrechte geldwolven. Die willen voor ongeveer alles betaald worden en niet te min.

Hier is ongetwijfeld een taak weggelegd voor de Nederlandse en Vlaamse overheid. Misschien kunnen zij ervoor zorgen dat men de dikke Van Dale gratis aanbiedt of toch voor een redelijkere prijs dan nu het geval is. En kan er nu eindelijk eens een degelijke Nederlandse thesaurus verschijnen? Van Dale heeft in 2010 een schuchtere poging in die richting gewaagd, maar het resultaat is pover en zeker geen € 79 waard, want dat is de prijs die ik ervoor neertelde. Ik behelp me nu nog steeds liever met het veel betere Het Juiste Woord: het standaard betekeniswoordenboek der Nederlandse taal van Dr. L. Brouwers. Lang zal dat echter niet meer duren, zoals jullie hieronder kunnen zien. Het boekwerk zal er eerlang compleet de brui aan geven ─ dat zie je er zo aan af ─ en ik kan vooralsnog nergens een vervangingsexemplaar vinden.

thesaurus

Week van het Nederlands

weekNederlands

Ik mag er zonder enige pretentie prat op gaan dat ik me slechts zelden aan taalfouten bezondig. Zo heb ik bijvoorbeeld niet de minste moeite om de staart van werkwoorden van de correcte d’s en/of t’s te voorzien. Ook het obstakel van de verbindings-n zorgt nauwelijks voor hinder. Vaste voorzetsels beschouw ik niet als loslopend wild en leestekens krijgen van mij een rechtmatige behandeling. Ik weet goed de weg in samengestelde zinnen, mors niet met superlatieven en gemeenplaatsen, roer bijna nooit Engels door mijn Nederlands en hoed me voor uitputtende beschrijvingskunst, waarvan het einde al zoek is nog voor ik er met tegenzin aan begin.

Het kan vanzelfsprekend altijd gebeuren dat er een foutje tussen de mazen van het net glipt. Als men me daarop wijst, stel ik dat op prijs en ben ik niet te beroerd om me ootmoedig op de borst te kloppen, maar onlangs …

In de dorpskroeg kwam een man naar me toe. Hij is narcosearts, ofte anesthesist, maar ook een kloothommel die zijn eigendunk nauwelijks kan tillen en een betweter in een academisch steunkorset. Ik heb onlangs een vertaling voor hem gemaakt en daar wilde hij kennelijk een kanttekening bij plaatsen.
─”Je moet nog eens beweren dat het Nederlands nauwelijks geheimen voor je heeft”, sprak hij op een nogal stellige toon met een gelijkhebberige bijklank. “Ik heb in één zinnetje twee flaters ontdekt.”
─”Kom op met je kommetje!” stak er licht onbehagen in me op, omdat hij het blijkbaar nodig vond om die tekortkoming met luider stemme te afficheren.
─”Jij schrijft: het meisje zei dat ze scampi lekker vond. Dat moet zijn: het meisje zei dat het scampi’s lekker vond. Meisje is een onzijdig woord en het meervoud van scampi …”
─”… is scampi”, onderbrak ik hem. “Scampi is van oorsprong al de meervoudsvorm van het Italiaanse scampo. In het Nederlands mag je ook scampi’s gebruiken, maar dat is dubbelop en dus hoeft het niet. Meisje is inderdaad een onzijdig woord, maar in het Nederlands gaat biologisch geslacht vóór grammaticaal geslacht. Bij meisje moet je dus zij of haar gebruiken. Anders nog wat?”

Ik heb, geloof ik, nog nooit zo triomfantelijk gekeken als op dat moment in de dorpskroeg. Ik wil het niet beter weten dan een ander, maar juist is juist.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme