Categorie: Humeurpijn

Knarsetanden

1.
De televisie nam ons mee naar Brussel, waar we op de stoep bij de Dienst Vreemdelingenzaken belandden tussen allemaal vluchtelingen die zich als asielzoeker wilden registreren.

We volgden een Afghaanse jongeman die zich voor het eerst op 13 november aangemeld had, maar er nog steeds niet in geslaagd was om binnen te raken. Hij hield nochtans een oranje oproepingsbrief voor 25 november in zijn handen, maar die werd hem klakkelings, om niet te zeggen op uitermate onbeschofte wijze, afgenomen en vervangen door een groen exemplaar voor 18 december.

Je kon de wanhoop van het gezicht van die jongen aflezen. Vanwege de NO op dat document kan hij immers tot 18 december nergens terecht, zelfs niet in de noodopvang.

Kijk, ik kan er begrip voor opbrengen dat ze gezinnen met kinderen voorrang verlenen, maar ze moeten ook niet met mensen gaan sollen … en alleenstaande mannen zijn ook mensen.

Asiel

2.
De televisie nam ons mee naar Kortrijk waar politiemannen vier donkerhuidige jongens gevloerd hadden en op onzachte wijze in de boeien sloegen, want men had ze betrapt op het stelen van een fiets. Achteraf bleek dat ze enkel bezig waren geweest het koppige slot van een van hun eigen fietsen tot betere gedachten te brengen.

De burgemeester van Kortrijk, Vincent Van Quickenborne, vond dat brutale optreden kennelijk de normaalste zaak van de wereld en absoluut geen reden om excuses aan te bieden. Ik vermoed dat hij wellicht anders zou gepiept hebben als men hem indertijd, bijvoorbeeld toen hij joints aan het opstoken was, op dezelfde manier behandeld had.

Er is de jongens onrecht aangedaan en dan is het aanbieden van excuses wel het minste wat men kan doen. Schaam je, Van Quickenborne!

Hu paard, je staat te schuimbekken!

O, wat heb ik me weer omstandig zitten opwinden en dat is absoluut niet goed voor mijn algemene welbevinden.

Zoals mijn trouwe lezers weten neem ik ieder jaar deel aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Ik was van plan om dat ook dit jaar te doen, op 19 december, maar nu heb ik besloten om af te haken. Ik ben namelijk heel erg boos en ik wil graag even uitduiden hoe dat zo komt.

Martine Tanghe, een boegbeeld van de VRT, placht het dictee samen met de Nederlander Philip Freriks te presenteren. Een paar weken geleden meldde de organisatie dat Martine de fakkel doorgaf aan Freek Braeckman, wat ik bijzonder jammer vond, want ik beschouw Martine als een dame en ze spreekt het fraaiste Nederlands dat ik ooit in de lage landen bij de zee heb waargenomen. De woorden geuren als het ware uit haar mond.

Ik heb in de voorbije jaren vaak de loftrompet over haar gestoken:
– Martine Tanghe heeft een wit voetje bij me, omdat ze zich van onberispelijk Nederlands bedient en omdat ze een onwereldse klasse uitademt.
– De onvolprezen Martine Tanghe met de in zachtzinnigheid gedrenkte stem.
– Martine Tanghe geeft zich over aan vogelzang in mensentaal.

Nu blijkt echter dat Martine hoegenaamd niet vrijwillig opstapt. De organisatie heeft haar respectloos uitgerangeerd omdat … de Nederlanders eens iets anders willen. Dat zullen dan ongetwijfeld dezelfde Nederlanders zijn die zich met hun buitensporige bek als een bezettingsmacht gedragen op kampeerterreinen in het zuiden.

Wel, wij Vlamingen willen wel eens iets anders dan die rochelende, net niet kwalsterende Freriks, over wie ik me al vaker in minder lovende bewoordingen heb uitgelaten:
– Philip Freriks heeft een stem waarmee men daken kan ontmossen.
– Zijn schabouwelijke dictie is voor veel Vlamingen een onverstaanbare doodsreutel.
– Hij wekt de indruk dat hij tijdens het dicteren een walvis staat te pijpen.
– Hij spreekt alsof hij steengruis staat te gorgelen.

Als ik Freek Braeckman was, zou ik die hautaine Nederlanders feestelijk bedanken voor hun opdracht. Het dictee kan mij voortaan gestolen worden en de organisatoren ervan mogen van mij het moeras inzakken, of het slingerschijt krijgen.

Leve Martine Tanghe!

Hier kun je nalezen wat ik allemaal over het dictee, over Martine en over Freriks schreef:

Oudjaar met Martine Tanghe
Is Engels het nieuwe Nederlands?
Schrijfkramp
Ik schreif zonder fowten

Maffe kostuumpjes

Ik vertel jullie geen nieuws als ik verkondig dat ik het niet op mislukte wielrenners – die we in Vlaamse contreien wielertoeristen noemen – begrepen heb, want dat liet ik hier al ten overvloede van mijn tong … eh … uit mijn pen … eh … uit mijn toetsenbord rollen. Hun kamikazegedrag en verregaande onbeschoftheid, vooral als ze in groep optreden, zijn me een doorn in het oog en een bron van grote ergernis, al mag ik ze natuurlijk niet allemaal over dezelfde kam scheren. Zouden die luiden eigenlijk plezier beleven aan dat met geroep en geschreeuw gepaard gaande jakkeren tot hun tong zich ongeveer ter hoogte van hun navel bevindt?

Wielertoeristen hebben ook de onhebbelijke gewoonte om zich in loeistrakke en derhalve ronduit belachelijke uitmonsteringen te hijsen. Ik zat gisteren in een restaurant wat te peuzelen, toen er plots een hangbuikzwijn verscheen dat, tot overmaat van ramp, gekooid was in zo’n dwangbuis. Dat zal oneerbiedig klinken, maar de man sjouwde rond met een buitenproportioneel lichaam: een slordige stapeling van vetkwabben, waaronder zich puilende geslachtsorganen schuilhielden. Voeg daar een stel harige benen met spataderen bij en jullie kunnen zich voorstellen wat ik zag telkens als ik de ogen opsloeg. Dat heerschap bedierf dusdanig mijn eetlust dat ik het daar binnen de kortste keren afgetaaid ben.

Heren wielertoeristen, blijf alstublieft buiten mijn gezichtsveld als ik aan het eten ben. Of geef geen blijk van slechte smaak door in foute aankleding een restaurant te betreden.

Ik ga je zoenen, kanjer!

Zij die al geruime tijd mijn blog lezen zullen weten dat ik niet echt een sociaal mens ben en dat ik zelfs een beetje naar het kluizenaarschap neig. Desalniettemin kan ik me niet altijd aan het bijwonen van al dan niet feestelijke bijeenkomsten onttrekken. Het overkomt me regelmatig – en steeds vaker heb ik de indruk – dat volslagen onbekenden, zowel vrouwen als mannen, me bij zulke gelegenheden ter begroeting stevig beetpakken, om me tijdens een nogal innige accolade af te lebberen, of toch een trio futloze zoenen toe te dienen. Die slobberkonten lijken dergelijke intimiteiten de normaalste zaak van de wereld te vinden, maar ik ben daar eigenlijk niet van gediend en ik voel er me ook ongemakkelijk bij. Mijn ouders hebben me echter keurig netjes opgevoed en ik laat dus niets van mijn ongenoegen blijken, zij het niet zonder moeite.

Ik zou graag zelf bepalen wie me aan gort mag knuffelen en met wie ik zoenen wil uitwisselen. Dat zijn in mijn geval een niet zo groot aantal mensen die ik langer ken en waar ik van hou. In de meeste gevallen volstaat een simpele handdruk als welkomstgroet en die lijkt me ook minder geforceerd dan die rondjes kuise zoenen.

Ben ik een zuurpruim?

Brozems

Helemaal aan het begin van het pad dat naar mijn woning drentelt, heb ik ooit een bordje neergepoot met de melding dat het een privaat weggetje betreft. Desalniettemin negeren wandelaars, joggers, fietsers, hondenuitlaters en soms zelfs ruiters deze mededeling om hun goddelijke driehoek te gaan. Ik ben een verdraagzaam mens en dus kan ik het hebben, zolang ze maar geen uitwerpselen achterlaten of bij me aanbellen met de vraag of ze even mijn toilet mogen gebruiken. Ik heb een beetje last van smetvrees.

Sinds een paar dagen krijg ik echter te maken met een aantal motorcrossers, die met hun helse en uitermate luidruchtige machines in splijtende vaart langs mijn stulp jakkeren en niet alleen lawaaimolest veroorzaken, maar tevens een gevaar vormen voor de mensen en dieren, inclusief mijn katten, die zich op het pad bevinden en hoegenaamd niet voorbereid zijn op zo’n driest geweld. Ik heb tijdens hun passage al een paar keer heftig staan gesticuleren, maar dat lappen die heren vanzelfsprekend aan hun laars. Ik zou een beroep op de politie kunnen doen, maar die zullen mij waarschijnlijk zien komen, want ik weet nooit vooraf wanneer die vanwege hun helmen onherkenbare maniakken zullen opduiken en mag niet verwachten dat agenten permanent de wacht optrekken.

Ik zou natuurlijk een afsluiting kunnen aanbrengen, maar dan moet ik die bij aankomst of vertrek zelf ook iedere keer openen en sluiten … zelfs bij nacht en ontij, of als het zeer doeltreffend regent. Nee, ik zal iets anders moeten verzinnen.

Wel gekakel, maar geen eieren

Ze zijn met velen, die ieder jaar opnieuw en vooralsnog tevergeefs van een white christmas dreamen. Ik hoor daar niet bij. Neen, ik droom van een witte Pasen, meer bepaald van witte paaseitjes met een smeuïge vulling van pistachecrème. Om die droom te verwezenlijken begaf ik maar een supermarkt van Colruyt en wendde daar mijn rasse schreden naar hun zogenoemde Choklabar, waar zich in groten getale allerhande eitjes ophielden … om vast te stellen dat alle bakken met witte exemplaren leeg waren. Ik vloekte binnensmonds en keutelde naar het rek van Milka, maar ook daar ontbraken de maagdelijk blanke chocolaatjes. “Wel godverdomme hier en gunter”, mompelde ik mistevreden.

Ik zocht noodgedwongen mijn heil in twee andere winkels, om er eveneens bot te vangen, of de duvel ermee speelde. Nu ben ik thuis, zonder witte eitjes. Ik ben daar in die mate misnoegd over dat ik me van een nogal platte Vlaamse uitdrukking moet bedienen om er lucht aan te geven:
Ze mogen die witte eitjes aan hun gat plakken!!

Hèhè, dat lucht op.

Naweeën

De kerstliederen zijn gekweeld, de heilwensen voor 2015 kwistig uitgesproken en ondertussen heb ik ook al mijn verjaardag gevierd, al lijkt gevierd me toch een beetje een overstatement.

We schreven zondag, gisteren, en ik bevond me in de aankomsthal van de luchthaven, waar ik op mijn bagage wachtte en bleef wachten, want mijn koffer was kennelijk niet met me meegereisd. Er stak een licht onbehagen in me op. Wat zeg ik? Ik ergerde me ongeveer een ongeluk en kweet me mokkend van de paperasserie die met dergelijk wissewasje gepaard gaat. Vervolgens spoedde ik me naar huis.

Toen ik de deur ontsloot en binnentrad, werd ik meteen besprongen door de jankende geluidjes van twee in ademnood verkerende toestellen. Mijn poespas ─ ik bedoel de persoon die tijdens mijn afwezigheid op mijn poezen past ─ had de deur van de diepvrieskast niet goed gesloten, waardoor de hele inhoud ontdooid was en derhalve rijp voor de vuilnisbak: een regelrechte wandaad voor iemand die nooit voedsel verspilt of weggooit. De kamerthermostaat van de centrale verwarming veroorzaakte het tweede alarm. De batterijtjes waren totaal uitgeput en stonden op het punt de geest te geven, zodat het apparaatje luidkeels gillend om hulp riep.

Niet veel later probeerde ik een document aan mijn printer te ontfutselen, maar het papier stremde en ik zat ruim een kwartier te kleuteren en te peuteren om dat euvel te herstellen. Toen ik er kort daarna ook niet in slaagde om het bedieningspaneel van mijn blog te bereiken, was ik helemaal ontworteld.
“Nu heb ik toch even een knuffel nodig!” riep ik en omdat er niemand aanwezig was om me die te verstrekken vervolgde ik: “Waar is mijn teddybeer?”

Humo, Telenet en consorten

Ik was net bij de krantenboer en heb daar ontdekt dat het weekblad Humo opnieuw en nog maar eens op nogal stiekeme wijze zijn prijs met twintig cent verhoogd heeft en nu € 3,50 kost. Twintig cent, het lijkt een peulschil, maar omgerekend naar onze vroegere munt is dat toch acht frank en dat klinkt al minder futiel. En maar klagen dat ze steeds minder boekjes aan de man/vrouw vermogen te brengen. Wel, ik heb vandaag mijn laatste Humo gekocht, want eigenlijk gebruik ik die toch enkel om de televisieprogramma’s te raadplegen, die ze de laatste tijd trouwens zeer onvolledig en gelardeerd met talloze onjuistheden weergeven. Ik zal voortaan een boekje met blote madammen kopen. Nee, niet voor de interessante reportages, maar voor de prentjes.

Net als duizenden anderen heb ik van Telenet een bericht gekregen dat ik vanaf half januari ongeveer drie euro meer zal moeten betalen voor de diensten die ze mij verstrekken, te weten internet, kabel, digitale televisie en het gebruik van een digicorder. Ik betaal ondertussen al meer dan zeventig euro per maand voor die snuisterijen en dat vind ik eerlijk gezegd enigszins overdreven, vooral ook …

… omdat ik gisterenmiddag naar het televisiejournaal zat te kijken en de uitzending herhaaldelijk gedurende ettelijke minuten onderbroken werd omdat ze, luidens een mededeling op het scherm, de software aan het bijwerken waren. Kunnen ze daarvoor geen geschikter moment uitkiezen, zoals bijvoorbeeld het holst van de nacht?

… omdat ik onlangs een beroep diende te doen op hun helpdesk wegens een akkefietje met een van mijn mailadressen. Voor dergelijke interpellaties moet je nog steeds een betalend telefoonnummer gebruiken en je hebt al een paar minuten nodig om de keuzelijst te doorlopen, waarna ze je met een muziekje opzadelen, dat ze doorspekken met de mededeling dat alle medewerkers bezet zijn. Het duurde zeker vijf minuten voor ik een dame of een juffrouw aan de lijn kreeg. Ik durf niet te beweren dat ze met een spraakgebrek worstelde, maar ze had of een vervaarlijk accent, of ze sprak een nogal ondoordringbaar dialect. Ik had in alle geval de grootste moeite met de variant van het Nederlands waarin ze zich onverstaanbaar maakte. Bovendien werd ze nauwelijks gehinderd door enige kennis van zaken. Na veel vijven en zessen was mijn probleem natuurlijk opnieuw en nog maar eens niet de schuld van Telenet en mocht ik beschikken. Daar stond ik dan met mijn goeie gedrag. Ik was aan gesprekskosten ongeveer zeven euro armer en nog even wijs als voorheen. Volgens mij is het buitengewoon moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk om Telenet op een fout te betrappen. Perfectie mag dan misschien niet van deze wereld zijn, maar zij benaderen die toch heel dicht.

Even afblazen

Ik ben in een humeur dat me naar een drankhol kan drijven. Hoe dat zo komt? Wel, ik heb mijn jaarlijkse afrekening voor gas en elektriciteit gekregen en ik ben niet bepaald in mijn nopjes met het bedrag dat ik moet betalen. Ik heb de indruk dat men me niet enkel de verbruikte energie aanrekent, maar dat ik in een moment van onoplettendheid en dus zonder het te beseffen een kerncentrale heb gekocht.

Ook ben ik niet onverdeeld gelukkig met de gang van zaken tijdens het boodschappen lopen. Ik pleeg hier af en toe de loftrompet te steken over en met het wierookvat te zwaaien voor de supermarkten van Colruyt, maar vanmorgen stuitte ik er toch op een aantal dingen die me behoorlijk irriteerden.
– Als je er voor negen uur arriveert, zijn de rekken van de slagerij nog grotendeels leeg.
– Ook in de andere afdelingen ontbraken nogal wat artikelen die ik op mijn lijst had vermeld. In deze digitale tijden moet het toch mogelijk zijn om dergelijke hiaten te voorkomen, denk ik zo.
– Bovendien heeft Colruyt de uitermate vervelende neiging om koopwaar van plaats te veranderen. Dat is niet alleen lastig omdat het winkelen op die manier in een soort speurtocht verandert, maar in mijn geval moet ik ook iedere keer de herschikking op mijn computer doorvoeren. Ik beschik namelijk over een uitermate handig programma waarmee ik mijn boodschappenlijst aanmaak en dat zo ingericht is dat het nauwgezet mijn rondgang in de supermarkt volgt. Als ze hun inboedel verhuizen moet ik telkens met de posten gaan schuiven en ik heb wel wat beters te doen.
– De rekken zijn vaak te hoog voor mijn persoontje van slechts 170 cm lengte. Ik moet regelmatig op zoek naar zo’n oranje opstapje of me op een aluminium ladder wagen. Wie mij kent, weet dat dit ooit faliekant moet aflopen.
– Ik heb een gruwelijke hekel aan die zwiepende plastic flappen waar je doorheen moet als je de koelafdeling wilt betreden of verlaten. Als ik in aanraking met die vieze lellen kom, begin ik steevast te kippenvellen.

Zo, dat wou ik eens gezegd hebben. Hèhè, dat lucht op!

Help!

De stulp waarin ik al jaren met een tevreden gemoed en in eenvoud des harten bivakkeer, heeft me tot voor kort zo weinig zorgen gebaard, dat ik me regelmatig in de handen wreef dat het knerste. Een paar weken geleden ontdekte ik echter verontrustende vlekken op de onderste rand van enkele muren. Omdat ik op velerlei gebied een volslagen leek ben, nodigde ik een deskundige uit, die naar hijzelf beweerde onderlegd was in de calamiteiten waaraan bouwsels ten prooi kunnen vallen. Hij onderzocht mijn woning, gebruik makend van allerhande toestellen, die voorzien waren van verklikkende lampjes en alarmerende geluidssignalen produceerden, om vervolgens zijn diagnose te stellen: opklimmend vocht, dat met de uiterste urgentie gestuit diende te worden, teneinde onherstelbare schade te voorkomen.

Gisteren verscheen deze deskundoloog opnieuw te mijnent. Met kleverige handelsreizigersvlotheid en de plichtmatige lach van een stofzuigerventer overhandigde hij me de offerte voor de behandeling. Ik flikkerde bijna van mijn stoel af.
“Is dat de prijs of uw telefoonnummer?” stamelde ik verbijsterd.

Alle worstjes op een stokje! Ik zal in broodsgebrek raken. Binnenkort liggen de muizen hier dood voor de kast en zie ik er zo versjofeld uit dat zelfs de mensen die honger lijden eten naar me gooien. Misschien kan ik maar beter mijn huisje verkopen en me ergens in het zonnige zuiden vestigen, waar men nog nooit van opklimmend vocht gehoord heeft.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme