Categorie: Humeurpijn

Achterklap

Ik ben over het algemeen een duldend mens en eerder inschikkelijk van aard, al zijn er wel een paar dingen waar ik me mateloos aan erger. Zo heb ik er bijvoorbeeld een bloedhekel aan dat sommigen het aandurven om in mijn bijzijn, ja zelfs als ze in mijn woning te gast zijn, over te gaan tot het vrijlaten van onbeheerste winden en knallende veesten. Bewaar me, zeg! Ik kan dat absoluut niet billijken. Mag ik?

Gisteren kreeg ik een karbouw over de vloer. De zeven paarden die hem uit de klei getrokken hadden, stonden daarvan nog na te hijgen. Terwijl ik een brief voor hem vertaalde, vergastte hij me op een wel zeer luidruchtige broekhoest. Hij lanceerde de ene flatus na de andere en dat bracht me compleet van mijn à propos.
─”Man, doe toch eens normaal!” foeterde ik.
─”Effe lekker knallen schijnt gezond te zijn”, grinnikte hij en hij voegde de daad bij het woord.
Ik verzamelde zijn papieren, overhandigde hem die en zei dat hij mocht aftaaien. Daar had hij niet van terug, maar toen ik de deur voor hem opende, trakteerde hij me toch nog een keer uitdagend op een allerminst delicate ruft.

Akkoord, scheten laten is des mensen, maar ik wil het niet weten, niet horen en nog veel minder ruiken. In de vierde eeuw voor het begin van onze jaartelling noteerde Hippocrates van Kos ─ die men als de grondlegger van de medische wetenschap beschouwt ─ het volgende in verband met het zich ontdoen van darmgas: “Winden dienen het lichaam bij voorkeur zonder geluid te verlaten, maar het is beter dat er wél geluid aan te pas komt, dan dat ze worden tegengehouden en zich inwendig opstapelen.”

Het zal jullie duidelijk zijn dat ik het niet met hem eens ben. Men zegge het voort!

In zo’n waanzin leven wij

Zijn de dames en heren van het consumentenmagazine Test-Aankoop nu werkelijk op hun kop gevallen en blijven stuiteren? Geloven zij nu echt dat zij zich alles mogen veroorloven?

Ze sturen me wat reclamefolders, teneinde me tot het nemen van een abonnement te bewegen, en ze verpakken die papierhandel in een grote envelop, die getooid is met een vermanende boodschap – LAATSTE HERINNERING – in witte koeienletters op een agressief rode achtergrond.

De postbode is er niet in geslaagd om die envelop helemaal in mijn brievenbus onder te brengen: de bovenkant ervan steekt nog uit de gleuf en die vermaledijde terechtwijzing is derhalve voor iedereen zichtbaar. Ik ben de hele dag afwezig geweest. Alle passanten, tientallen fietsers en wandelaars, hebben ongetwijfeld die in het oog springende mededeling opgemerkt en zullen nu veronderstellen dat ik een wanbetaler ben, wat natuurlijk niet het geval is. Of wat hadden jullie gedacht?

Ik ben daar hoegenaamd niet blij mee en Test-Aankoop mag dus een e-mail van me verwachten.

testaankoop

De dag der vergelding

Normaliter zou ik vanavond voor de zesentwintigste keer kijken naar en meeschrijven aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Zoals ik op 2 november al mededeelde – zie Hu paard, je staat te schuimbekken! – zal ik dit keer de uitzending compleet negeren, uit solidariteit met Martine Tanghe, die door de organisatie schaamteloos uitgerangeerd werd.

Ik schrijf niet mee en zal zelfs niet naar het programma kijken. Ik hoop dat zij die dat wel doen zich aan een buitensporig groot aantal fouten bezondigen en dat de presentatoren, Philip Freriks en Freek Braeckman, zich herhaaldelijk verslikken, ja zich voortdurend verspreken en stotteren dat het niet mooi meer is.

Niemand spreekt fraaier dan Martine. Het Nederlands geurt uit haar mond.

Leve Martine Tanghe!

Naakt fruit en te ontkleden vruchten

etiketWelke achterlijke dakhaas is in vredesnaam op het onzalige idee gekomen om hapklaar fruit, zoals daar zijn appelen, peren, pruimen en nectarines, met hinderlijke pleistertjes, plakkertjes, etiketjes of stickertjes te tooien? Het gebeurt niet zelden dat ik in een opwelling het kloeke besluit neem om verstandig te snoepen en dientengevolge naar een fruitige versnapering grijp, er mijn tanden in zet, om vervolgens mijn mond van zo’n West-Vlaams ‘plakiestertje’ te bevrijden, als ik dat onding al niet ingeslikt heb. Ik zou natuurlijk het door mij aangekochte fruit van deze overtolligheden kunnen ontdoen, vooraleer ik het in een schaal onderbreng, maar ik heb daar allemaal geen tijd voor.

Ik stel vast dat ik me bij het verorberen van een sinaasappel, een clementine of een mandarijntje bijna altijd verslik … en vaak niet te min. Mijn vader had dat ook, herinner ik me, en nu vraag ik me af hoe dat zo komt. Zou ik misschien algerisch voor citrusvruchten zijn?

Knarsetanden

1.
De televisie nam ons mee naar Brussel, waar we op de stoep bij de Dienst Vreemdelingenzaken belandden tussen allemaal vluchtelingen die zich als asielzoeker wilden registreren.

We volgden een Afghaanse jongeman die zich voor het eerst op 13 november aangemeld had, maar er nog steeds niet in geslaagd was om binnen te raken. Hij hield nochtans een oranje oproepingsbrief voor 25 november in zijn handen, maar die werd hem klakkelings, om niet te zeggen op uitermate onbeschofte wijze, afgenomen en vervangen door een groen exemplaar voor 18 december.

Je kon de wanhoop van het gezicht van die jongen aflezen. Vanwege de NO op dat document kan hij immers tot 18 december nergens terecht, zelfs niet in de noodopvang.

Kijk, ik kan er begrip voor opbrengen dat ze gezinnen met kinderen voorrang verlenen, maar ze moeten ook niet met mensen gaan sollen … en alleenstaande mannen zijn ook mensen.

Asiel

2.
De televisie nam ons mee naar Kortrijk waar politiemannen vier donkerhuidige jongens gevloerd hadden en op onzachte wijze in de boeien sloegen, want men had ze betrapt op het stelen van een fiets. Achteraf bleek dat ze enkel bezig waren geweest het koppige slot van een van hun eigen fietsen tot betere gedachten te brengen.

De burgemeester van Kortrijk, Vincent Van Quickenborne, vond dat brutale optreden kennelijk de normaalste zaak van de wereld en absoluut geen reden om excuses aan te bieden. Ik vermoed dat hij wellicht anders zou gepiept hebben als men hem indertijd, bijvoorbeeld toen hij joints aan het opstoken was, op dezelfde manier behandeld had.

Er is de jongens onrecht aangedaan en dan is het aanbieden van excuses wel het minste wat men kan doen. Schaam je, Van Quickenborne!

Hu paard, je staat te schuimbekken!

O, wat heb ik me weer omstandig zitten opwinden en dat is absoluut niet goed voor mijn algemene welbevinden.

Zoals mijn trouwe lezers weten neem ik ieder jaar deel aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Ik was van plan om dat ook dit jaar te doen, op 19 december, maar nu heb ik besloten om af te haken. Ik ben namelijk heel erg boos en ik wil graag even uitduiden hoe dat zo komt.

Martine Tanghe, een boegbeeld van de VRT, placht het dictee samen met de Nederlander Philip Freriks te presenteren. Een paar weken geleden meldde de organisatie dat Martine de fakkel doorgaf aan Freek Braeckman, wat ik bijzonder jammer vond, want ik beschouw Martine als een dame en ze spreekt het fraaiste Nederlands dat ik ooit in de lage landen bij de zee heb waargenomen. De woorden geuren als het ware uit haar mond.

Ik heb in de voorbije jaren vaak de loftrompet over haar gestoken:
– Martine Tanghe heeft een wit voetje bij me, omdat ze zich van onberispelijk Nederlands bedient en omdat ze een onwereldse klasse uitademt.
– De onvolprezen Martine Tanghe met de in zachtzinnigheid gedrenkte stem.
– Martine Tanghe geeft zich over aan vogelzang in mensentaal.

Nu blijkt echter dat Martine hoegenaamd niet vrijwillig opstapt. De organisatie heeft haar respectloos uitgerangeerd omdat … de Nederlanders eens iets anders willen. Dat zullen dan ongetwijfeld dezelfde Nederlanders zijn die zich met hun buitensporige bek als een bezettingsmacht gedragen op kampeerterreinen in het zuiden.

Wel, wij Vlamingen willen wel eens iets anders dan die rochelende, net niet kwalsterende Freriks, over wie ik me al vaker in minder lovende bewoordingen heb uitgelaten:
– Philip Freriks heeft een stem waarmee men daken kan ontmossen.
– Zijn schabouwelijke dictie is voor veel Vlamingen een onverstaanbare doodsreutel.
– Hij wekt de indruk dat hij tijdens het dicteren een walvis staat te pijpen.
– Hij spreekt alsof hij steengruis staat te gorgelen.

Als ik Freek Braeckman was, zou ik die hautaine Nederlanders feestelijk bedanken voor hun opdracht. Het dictee kan mij voortaan gestolen worden en de organisatoren ervan mogen van mij het moeras inzakken, of het slingerschijt krijgen.

Leve Martine Tanghe!

Hier kun je nalezen wat ik allemaal over het dictee, over Martine en over Freriks schreef:

Oudjaar met Martine Tanghe
Is Engels het nieuwe Nederlands?
Schrijfkramp
Ik schreif zonder fowten

Maffe kostuumpjes

Ik vertel jullie geen nieuws als ik verkondig dat ik het niet op mislukte wielrenners – die we in Vlaamse contreien wielertoeristen noemen – begrepen heb, want dat liet ik hier al ten overvloede van mijn tong … eh … uit mijn pen … eh … uit mijn toetsenbord rollen. Hun kamikazegedrag en verregaande onbeschoftheid, vooral als ze in groep optreden, zijn me een doorn in het oog en een bron van grote ergernis, al mag ik ze natuurlijk niet allemaal over dezelfde kam scheren. Zouden die luiden eigenlijk plezier beleven aan dat met geroep en geschreeuw gepaard gaande jakkeren tot hun tong zich ongeveer ter hoogte van hun navel bevindt?

Wielertoeristen hebben ook de onhebbelijke gewoonte om zich in loeistrakke en derhalve ronduit belachelijke uitmonsteringen te hijsen. Ik zat gisteren in een restaurant wat te peuzelen, toen er plots een hangbuikzwijn verscheen dat, tot overmaat van ramp, gekooid was in zo’n dwangbuis. Dat zal oneerbiedig klinken, maar de man sjouwde rond met een buitenproportioneel lichaam: een slordige stapeling van vetkwabben, waaronder zich puilende geslachtsorganen schuilhielden. Voeg daar een stel harige benen met spataderen bij en jullie kunnen zich voorstellen wat ik zag telkens als ik de ogen opsloeg. Dat heerschap bedierf dusdanig mijn eetlust dat ik het daar binnen de kortste keren afgetaaid ben.

Heren wielertoeristen, blijf alstublieft buiten mijn gezichtsveld als ik aan het eten ben. Of geef geen blijk van slechte smaak door in foute aankleding een restaurant te betreden.

Ik ga je zoenen, kanjer!

Zij die al geruime tijd mijn blog lezen zullen weten dat ik niet echt een sociaal mens ben en dat ik zelfs een beetje naar het kluizenaarschap neig. Desalniettemin kan ik me niet altijd aan het bijwonen van al dan niet feestelijke bijeenkomsten onttrekken. Het overkomt me regelmatig – en steeds vaker heb ik de indruk – dat volslagen onbekenden, zowel vrouwen als mannen, me bij zulke gelegenheden ter begroeting stevig beetpakken, om me tijdens een nogal innige accolade af te lebberen, of toch een trio futloze zoenen toe te dienen. Die slobberkonten lijken dergelijke intimiteiten de normaalste zaak van de wereld te vinden, maar ik ben daar eigenlijk niet van gediend en ik voel er me ook ongemakkelijk bij. Mijn ouders hebben me echter keurig netjes opgevoed en ik laat dus niets van mijn ongenoegen blijken, zij het niet zonder moeite.

Ik zou graag zelf bepalen wie me aan gort mag knuffelen en met wie ik zoenen wil uitwisselen. Dat zijn in mijn geval een niet zo groot aantal mensen die ik langer ken en waar ik van hou. In de meeste gevallen volstaat een simpele handdruk als welkomstgroet en die lijkt me ook minder geforceerd dan die rondjes kuise zoenen.

Ben ik een zuurpruim?

Brozems

Helemaal aan het begin van het pad dat naar mijn woning drentelt, heb ik ooit een bordje neergepoot met de melding dat het een privaat weggetje betreft. Desalniettemin negeren wandelaars, joggers, fietsers, hondenuitlaters en soms zelfs ruiters deze mededeling om hun goddelijke driehoek te gaan. Ik ben een verdraagzaam mens en dus kan ik het hebben, zolang ze maar geen uitwerpselen achterlaten of bij me aanbellen met de vraag of ze even mijn toilet mogen gebruiken. Ik heb een beetje last van smetvrees.

Sinds een paar dagen krijg ik echter te maken met een aantal motorcrossers, die met hun helse en uitermate luidruchtige machines in splijtende vaart langs mijn stulp jakkeren en niet alleen lawaaimolest veroorzaken, maar tevens een gevaar vormen voor de mensen en dieren, inclusief mijn katten, die zich op het pad bevinden en hoegenaamd niet voorbereid zijn op zo’n driest geweld. Ik heb tijdens hun passage al een paar keer heftig staan gesticuleren, maar dat lappen die heren vanzelfsprekend aan hun laars. Ik zou een beroep op de politie kunnen doen, maar die zullen mij waarschijnlijk zien komen, want ik weet nooit vooraf wanneer die vanwege hun helmen onherkenbare maniakken zullen opduiken en mag niet verwachten dat agenten permanent de wacht optrekken.

Ik zou natuurlijk een afsluiting kunnen aanbrengen, maar dan moet ik die bij aankomst of vertrek zelf ook iedere keer openen en sluiten … zelfs bij nacht en ontij, of als het zeer doeltreffend regent. Nee, ik zal iets anders moeten verzinnen.

Wel gekakel, maar geen eieren

Ze zijn met velen, die ieder jaar opnieuw en vooralsnog tevergeefs van een white christmas dreamen. Ik hoor daar niet bij. Neen, ik droom van een witte Pasen, meer bepaald van witte paaseitjes met een smeuïge vulling van pistachecrème. Om die droom te verwezenlijken begaf ik maar een supermarkt van Colruyt en wendde daar mijn rasse schreden naar hun zogenoemde Choklabar, waar zich in groten getale allerhande eitjes ophielden … om vast te stellen dat alle bakken met witte exemplaren leeg waren. Ik vloekte binnensmonds en keutelde naar het rek van Milka, maar ook daar ontbraken de maagdelijk blanke chocolaatjes. “Wel godverdomme hier en gunter”, mompelde ik mistevreden.

Ik zocht noodgedwongen mijn heil in twee andere winkels, om er eveneens bot te vangen, of de duvel ermee speelde. Nu ben ik thuis, zonder witte eitjes. Ik ben daar in die mate misnoegd over dat ik me van een nogal platte Vlaamse uitdrukking moet bedienen om er lucht aan te geven:
Ze mogen die witte eitjes aan hun gat plakken!!

Hèhè, dat lucht op.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme