Tag: conflict

Zullen we daar even om knokken?

Ik zou een smartelijk boek kunnen schrijven over hetgeen ik in kroegen allemaal te zien en te horen kreeg, maar ik blijf liever optimistisch, hoezeer ik mezelf daarvoor ook geweld moet aandoen. Er zijn ongetwijfeld vervullender bezigheden dan op een kruk aan een tapkast zitten en soms vraag ik me inderdaad af waarom ik niet thuisgebleven ben, maar goeie verhalen zijn vaak het gevolg van foute beslissingen. Dat is ook vandaag het geval.

Twee mannen die zich aan mijn linkerzijde ophielden, waren in een onderhunsje verwikkeld dat plots verzandde, omdat ze het met elkaar eens waren. Ze keken om zich heen, smeerden de keel met bier en toen loosde een van hen een zucht.
─”Goed, ander onderwerp”, stelde hij voor.
─”De hoeren”, verkneukelde de ander zich, allicht omdat hij een grapje klaarzitten had. “Hoe is het nog met je vrouw?”

Zijn woorden waren nog niet koud of hij kreeg zo’n ongenadige peut in het midden van zijn gezicht, dat hij daar een bloedneus aan overhield. Binnen de kortste keren ontstond er een vechtpartij van je welste, want anderen moesten zich natuurlijk met de zaak bemoeien. Terwijl stoelen en tafels met ongepaste sierlijkheid heen en weer vlogen, naaide ik er stilletjes tussenuit.

We moeten het leven nu ook niet al te serieus nemen, want we brengen het er toch niet levend af … maar laten we vooral optimistisch blijven, zoals ik hierboven al schreef.

Pizza caduca

Ik was gisteren voor zaken bij mensen … Heremijntijd, wat doen we weer precieus vandaag! Herstel! Ik was gisteren bij een loodgieter, om hem te betalen voor een karweitje dat hij onlangs te mijnent tot een bevredigend einde had gebracht. Terwijl ik met een zuur gezicht en onwillige vingers het geld neertelde, ging de bel.
─”Dat zullen de pizza’s zijn!” dacht de vrouw des huizes luidop en ze begaf zich met hongerige tred naar de hal.

Even later hoorden de loodgieter en ik een geluid dat niet helemaal bij de omstandigheden paste. Meteen daarna ontstond er een discussie, die zich als een rieselende fontein naar een hoogtepunt klaterde.

Tussen de loopjongen van de pizzabakker — die zich evenwel niet lopend, maar met een brommertje verplaatste — en de loodgietersvrouw was tijdens het overhandigen van het voedsel een misverstand ontstaan, waardoor hij zijn vrachtje te vroeg liet glippen en zij het niet tijdig in ontvangst nam. De twee pizza’s kozen gezwind de vrijheid, voegden zich gewillig naar de wet van Murphy, wentelden om hun as, kwamen met een doodsmak op hun weke delen — in casu het belegsel — op de vloer terecht en veranderden gelijk in wansmakelijke prut. De loodgietersvrouw weigerde de aldus ontstane misbaksels te betalen. De loop… de brommerjongen verdedigde zich met de bewering dat de levering eigenlijk aan de deur gebeurde en aangezien de pizza’s in de hal neergestort waren …

Toen ik het pand verliet, was de redetwist nog volop aan de gang … en ik wilde me daar niet mee bemoeien. Ik ben niet thuis in dat soort zaken en bovendien bak ik mijn pizza’s zelf.

Weet iemand van jullie — een rechtsgeleerde misschien — wie er in deze gelijk heeft?

Accident de parcours

Ze waren beiden heel erg oud, dat zag je er zo aan af. Hij zat in een rolstoel en zij duwde die voort met de moeite die eigen is aan de ouderdom. Het leven had veel leed in haar gelaat geëtst, maar desalniettemin bleef ze kranig glimlachen en glunderde ze haar leeftijd weg. Hij daarentegen had het gezicht van een buldog die op een wesp kauwde.

Ze duwde hem het restaurant binnen, maar maakte een kleine stuurfout, zodat ze even tegen de deurstijl aanbotste.
“Kijk toch uit, stom kalf!” snauwde hij schompermuilend. “Jouw geklungel is nooit overtroffen.”

Een kelner schoot toe om te helpen en ik keek haar meewarig aan toen ze mij passeerde. Ze schokschouderde even, schudde het hoofd en glimlachte, maar het was een beetje een treurige glimlach. Hij sudderde nog na en mompelde binnensmonds allerhande verwijten aan haar adres.

Mijn verbeelding schoot gelijk vleugelen aan en mijn hersens verzonnen snel een scenario om haar van die bullebak te verlossen. Ik liet ze derhalve met voorbedachten rade een reis maken, meer bepaald naar Bretagne, aan de rand waarvan zich hoge kliffen verheffen. Terwijl ze daar zogezegd het natuurschoon bewondert, geeft ze die rolstoel stiekem een zetje, zodat die gang krijgt en er dan op niet te stuiten wijze de sokken in zet, om vervolgens plompverloren van zo’n klif te kukelen, waardoor de inzittende schielijk het tijdelijke met het eeuwige verwisselt, waarop de dame in kwestie een triomfantelijke glimlach inslikt, een zucht van verlichting slaakt en – een geboren tragédienne – een klaagzang aanheft:
“O, mijn teergeliefde echtgenoot is het hoekje omgegaan, vermoedelijk om zeep.”
Neergedaald ter helle zal ze ongetwijfeld bedoelen.

Ja ik zie het allemaal zo voor me gebeuren. Ik denk dat ik er een verhaal aan zal wijden, of misschien zit er zelfs een film in.