Categorie: Laagvlieger

Hoor mij nu!

Omdat mijn bezoeker met de trein in Brugge zou aankomen zat ik ruim op tijd in het station op hem te wachten. Veel te ruim op tijd! Sommigen kun je prikken met een speld, maar voor anderen volstaat zelfs een hooivork niet. Ik bedoel dat er mensen bestaan die steevast te laat op een afspraak verschijnen en daar kan ik me omstandig over opwinden. Zelf ben ik altijd veel te vroeg op een rendez-vous en daar kan ik me eveneens over opwinden, want ik heb een hekel aan tijd verkwanselen aan wachten.

Plots verscheen er een jongeman die met een witte taststok toegerust was en waarvan men dus geredelijk mocht aannemen dat hij blind of minstens slechtziend was. Hij stumperde naar een soortement assistentiepaal … Nee, nu doe ik hem onrecht aan, want zijn tred was allesbehalve improviserend. Hij gebruikte zijn stok als voelspriet, stapte met geroutineerde schwung naar de paal, drukte daar op een knop en voerde een kort gesprek, waarna hij zich in mijn richting verplaatste.
─”Kan ik hier neerdalen zonder op iemands schoot terecht te komen?” vroeg hij toen zijn stok in aanraking kwam met de bank waarop ik zat.
─”Ga gerust je gang”, zei ik. “Er is ruimte zat.”

Je hoort me niet beweren dat we een kwieke stroom van opgeruimd gebabbel gaande hielden, maar in een vlaag van koetjes en kalfjes uitte ik toch mijn bewondering over de trefzekere manier waarop hij de assistentiepaal had weten te vinden.
─”Je zult hier wel vaker komen”, veronderstelde ik.
─”Dat ook,” gaf hij toe, “maar er is ook een geleidelijn van reliëftegels uitgezet. Ik kan die voelen zowel met mijn voeten als met mijn stok. Zie je die ribbels?”
Ik zag ze en had even moeite met het besef dat hij die zelf niet kon zien.

Korte tijd later verscheen de assistent die hem naar zijn trein zou brengen. Waar hij aankwam, zo had ik van hem vernomen, zou een andere begeleider op hem wachten.
─”Bedankt voor de babbel”, groette hij me.
─”Ja, tot ziens!” zei ik.

God van de hoge hemel! Soms heb ik toch echt een kalf in mijn hoofd. Wie zegt er nu tot ziens tegen een blinde? Dit achterlijk ezelsveulen doet dat dus.

Of is ‘t maar om te lachen?

LaysIn de supermarkt liet ik me verleiden tot de aankoop van een zakje Bugles van Lay’s. Dat zijn een soort chips: meer bepaald knapperige hoorntjes die van maïs gemaakt zijn. Het bijzondere eraan is dat je die dingetjes dipsgewijs kunt vullen met bijvoorbeeld pesto, guacamole of ook nog de romige geitenkaas van Chavroux.

Er ging een linkje aan de verpakking (zie afbeelding hiernaast), met de mededeling dat men van 11 juli 2016 tot en met 4 september 2016 aan een wedstrijd deel kon nemen, om een aperitiefpakket ter waarde van € 70 te winnen. Dat is bij mij aan geen dovemansoren gezegd. Als het gratis is, ben ik tot veel bereid en als er wat te winnen valt, ben je bij mij aan het juiste adres. Met rasse vingertred begaf ik me naar de website in kwestie en daar kreeg ik het volgende te zien:

Lays2

Kijk, die wedstrijd loopt al van 17 juli en vandaag schrijven we 3 augustus. Ze laten zich alleszins niet te haasten, bij Lay’s en bij Chavroux. Gauw is dood en langzaam leeft nog. Of is ’t maar om te lachen?

Zet ze maar bij de kraak!

Ik vertel geen nieuws als ik jullie mededeel dat ik nauwelijks sympathie kan opbrengen voor koningshuizen in het algemeen en het Belgische in het bijzonder. Het weinige krediet dat de leden ervan nog bij me hadden, hebben ze verleden donderdag compleet verspeeld.

De doorluchtige dames en heren vonden het immers niet nodig om acte de présence te geven op het jaarlijkse defilé ter gelegenheid van de Belgische nationale feestdag. Albert, Paola, Astrid, Lorenz en Claire schitterden door afwezigheid en speelden elders mooi weer van ons belastinggeld. Als minachting voor het land en het volk dat ze verondersteld worden te vertegenwoordigen kan dat tellen. Ze moesten zich de ogen uit de kop schamen. Prins Laurent blijkt als enige nog over een greintje fatsoen te beschikken. 

Als het aan mij ligt, mogen ze die parasieten en profiteurs met onmiddellijke ingang hun dotatie ontnemen. Of nee, gooi dat hele koningshuis maar meteen in de prullenbak. Opgeruimd staat netjes.

De afgang

De Rode Duivels zijn na hun ontluisterende Franse deconfiture met de staart tussen de hangende bokkenpoten teruggekeerd in ons dierbaar België, ons heilig land der vaad’ren, zij het niet van mijn vader. Het is gebleken dat we een veel te hoge dunk hadden van ons nationaal elftal en dat individuele kwaliteit niet volstaat om een team te vormen.

Ik ben blij dat we eindelijk van die danig opgeklopte hype verlost zijn. Willen of niet, we werden met zijn allen meedogenloos meegesleurd en ondergedompeld in een opgefokt en artificieel commercieel opbod. Iedereen wilde een graantje meepikken en laten we wel wezen: ik hoef echt geen voetballer op mijn blikje cola of bier en vlaggen, shirts, spiegelhoesjes, pruiken zijn niet aan mij besteed. Ik zal me daar een beetje belachelijk maken.

Ik lees dat iedere Rode Duivel, niettegenstaande de povere prestatie, een slordige € 361.900 binnenrijft. Dat mag dan misschien een brutobedrag zijn, toch blijf ik het een buitensporige beloning vinden voor die over het paard getilde blaaskaken en het staat absoluut niet in verhouding tot hetgeen ze ervan terechtgebracht hebben.

Meer zelfs: ik vind het onfatsoenlijk.

Oplichterij?

Mijn moeder was kokkin van beroep en ik doe de waarheid geen geweld aan als ik beweer dat zij aardig wat kon samengooien. Moge zij in vrede rusten, al vermoed ik dat de engelenscharen in de hemelen een beroep op haar vaardigheid doen, om het bereiden van de rijstpap tot een goed einde te brengen.

Ze heeft het virus aan me doorgegeven. Ik kook graag en sommigen beweren dat ik het culinaire equivalent van groene vingers heb. Ik mag ze graag geloven. Omdat ik niet te beroerd ben om van anderen te leren ben ik niet echt een trouwe, maar toch zeker een regelmatige toeschouwer van hetgeen Jeroen Meus in zijn programma Dagelijkse Kost uitvoert. Verleden jaar heb ik me zelfs laten verleiden om de door de VRT uitgebrachte app met dezelfde naam op mijn iPad te installeren, tegen betaling weliswaar, en terwijl ik toch geld aan het verkwisten was, bracht ik er ook nog  een aantal extra receptenpakketten in onder.

Enkele weken geleden sprong het ding compleet op tilt en viel er geen land meer mee te bezeilen. Ik bracht de VRT per e-mail op de hoogte van het euvel, wachtte een dag of veertien en kreeg toen het volgende te lezen:  

Bedankt voor uw belangstelling voor de VRT.
De app van dagelijkse kost is al enkele maanden geleden uit de appstore gehaald. Uit nazicht blijkt dat dat die app ook niet meer te zien is in de store. Dus u kunt enkel een oude versie die lang geleden is gedwonload (sic) mogelijk beschikbaar hebben op uw mobiel toestel.
Een half jaar geleden, wanneer de app uit de store is gehaald, is hierover door de VRT gecommuniceerd.
Met vriendelijke groet,
Linda …
Klachtencoördinator VRT
Klantendienst VRT
Met vriendelijke groeten,
Elise …
Klachtencoördinator VRT

Dat de app maanden geleden uit de AppStore werd verwijderd, klopte alleszins niet met de werkelijkheid, want ik had die daar enkele weken eerder nog aangetroffen. Over de communicatie die ze daaromtrent zouden gevoerd hebben, had ik niets vernomen en ik kon er ook geen enkel spoor van terugvinden op internet. Ik antwoordde dus:

Ik ben het volstrekt oneens met het antwoord dat u me toestuurt in verband met de in de rand vermelde klacht.
De app in kwestie was drie weken geleden nog te zien en aan te kopen in de App Store, maar is nu wel verdwenen.
Aangezien de app volstrekt niet naar behoren werkt en niet meer geüpdatet zal worden, verzoek ik u om terugbetaling van deze aankoop, hetzij:
kostprijs app = € 4,99
6 receptenpakketten à € 1,99 = € 11,94
Totaal: € 16,93

Mijn rekeningnummer is: …

Desgewenst zal ik u een kopie van de facturen van Apple bezorgen.

Ik diende slechts enkele uren op het antwoord te wachten:

Om uw klacht verder te onderzoeken, gelieve ons een kopie van de facturen te bezorgen via …
Met vriendelijke groeten,
Elise …
Klachtencoördinator VRT

Ik heb de facturen doorgestuurd en wacht op wat er verder gebeurt. Het is betreurenswaardig dat Jeroen Meus, die ik nochtans een fidele kerel vind, zijn naam aan dergelijke oplichterij verbindt, want ik zal ongetwijfeld niet de enige zijn die met de gebakken peren blijft zitten …

… maar ondertussen kook ik lustig verder.

Sluikreclame

Ik heb weinig en misschien zelfs geen verstand van voetbal. Desalniettemin heb ik gisteravond de ontmoeting tussen België en Italië gadegeslagen, want ik wilde toch eens weten waar heel die hype, waarmee men ons al maanden om de oren slaat, nu eigenlijk op stoelt. Ik had beter in mijn broek gescheten.

Voorzien van een blikje blond bier van Hoegaarden en een grote zak chips van Lay’s nestelde ik me op de bank, toegerust met een driekleurig vlaggetje dat ik van Coca Cola heb gekregen en een toeter, die ooit de hoorn van een Oostenrijkse koe geweest is. Wel, die zogeheten Rode Duivels bakten er twee keer niks van, zodat ik achteraf van pure armoede maar zelf de hand aan de pan sloeg en wentelteefjes bakte, die ik rijkelijk onder cassonade van Graeffe bedolf en opvrat. Was dat even lekker!

Wentelteefjes … Verloren brood … Mijn moeder noemde die dingen ‘klakkers’. Waar dat woord vandaan komt, mag de duivel weten. De Rode Duivel.

Ik droomde dat ik sliep

Ik werd wakker en kwam vrijwel meteen tot de akelige ontdekking dat er zich iets of iemand, mens of dier, in de duisternis van mijn slaapvertrek ophield.

Ik verlamde letterlijk van schrik. Ik slaagde er maar niet in om een vin te verroeren, wat ik ook probeerde. Ik was weerloos en compleet overgeleverd aan de grillen van de indringer. Paniek maakte zich van me meester. Boven me hoorde ik de ademhaling van mijn belager en met een laatste krachtsinspanning …

Toen ontwaakte ik in het echt. Ik lag naast mijn bed op de vloer, waarop ik met een onzachte bons terechtgekomen was. Had ik me nog flink bezeerd ook. Ik mag me gelukkig prijzen dat ik me ’s nachts in een vrij laag ledikant terugtrek en niet op zo’n moderne boxspring vertoef, want die zijn aanzienlijk hoger en als je daar onverhoeds van neerdaalt, is het risico op lichamelijk letsel veel groter.

Geen stijl

Omdat de Belgische politiek me niet helemaal onverschillig laat, zat ik gisterenmiddag met een half oog naar het programma Villa Politica te kijken. De presentatrice, Linda De Win, voerde een gesprekje met Kristof Calvo: volksvertegenwoordiger en fractieleider van Groen in het federale parlement.

Ik pleeg van mijn hart geen moordkuil te maken en geef het grif toe: ik moet die kerel niet. Sommigen noemen hem ambitieus en temperamentvol, maar ik vind hem een in hoge mate arrogante zak, eigenzinnig en ongezeglijk van nature, die koppigheid met sterkte verwart, zichzelf geweldig vindt en denkt dat men zijn weerga niet heeft. Naar verluidt zouden zijn hyperactief gedrag en zijn soms hysterische woede-uitbarstingen te wijten zijn aan de eetstoornis, anorexia nervosa, waar hij mee worstelt. Tja, het zal wel zeker. Les excuses sont faites pour s’en servir et les cons pour les croire.

Dan heb ik nog met geen woord gerept over de sloddervossige nonchalance waarmee hij zich aan Linda De Win en de kijkers presenteerde. Nee, ik heb het niet over zijn baard van een paar dagen, die tegenwoordig een modeverschijnsel is, waardoor een smoelwerk er morsig, om niet te zeggen onappetijtelijk uitziet. Ik heb het evenmin over het feit dat hij zijn hals niet met een een stropdas omgord had, wat dat beschouwt men vandaag de dag als een ouderwets accessoire, hoewel ik het daar hoegenaamd niet mee eens ben. Calvo heeft echter blijkbaar nooit geleerd dat een man zijn jas hoort dicht te knopen als hij rechtop staat en dat hij vooral nooit ofte nimmer zijn handen in zijn broekzakken mag stoppen.

Hij stond daar zoals een boer op zijn akker de vruchten der aarde aanschouwt en maakte op mij alleszins geen voordelige indruk. Ik zou nooit op hem stemmen.

calvo

Met de Franse slag

Zoals eerder gemeld laboreer ik aan een verkoudheid die bijzonder slepend blijkt te zijn. Ik raak die maar niet kwijt. Vanwege de ermee gepaard gaande lichamelijke ongemakken heb ik me tijdens de voorbije weken nauwelijks buitenshuis gewaagd, maar vanmorgen diende ik me voor een dringende aangelegenheid naar de bewoonde wereld te begeven. Ik maakte daarvan gebruik om wat proviand in te slaan en aangezien het middaguur naakte, besloot ik aan te schikken in de nieuwste aanwinst van het dorp: een op Amerikaanse leest geschoeide diner (daajner), zeg maar een vette haptent. De glazen deuren van het etablissement schrokken zo van mijn verschijning dat ze vanzelf opengingen.

De gooi- en smijtschotel die ik voor mijn melik kreeg, zag eruit als geboetseerd slachtafval, of eigenlijk nog meer als een vreselijk ongeluk in de dierenwereld en ik zat met lange tanden te fletcheren, toen opeens mijn oren dichtslibden. De meeste mensen hebben daar enkel last van als ze in het hooggebergte evolueren, maar bij mij treedt dat verschijnsel ook op als ik verkouden ben en ik vind het verre van aangenaam. Die sluier op mijn trommelvlies blijkt immers ook mijn papillen te beïnvloeden, waardoor er kraak noch smaak zit aan hetgeen ik verorber. Ik schoof misnoegd mijn bord opzij en tuurde meewarig door het raam.

Ik volgde de werkzaamheden van de witte vuilniswagen die de straat verontrustte, of beter gezegd die van het oranje mannetje dat blauwe pmd-zakken en stapels papier en karton in de voerkleppen van het gevaarte stouwde. Hij wist niet van ophouden. De muilen raakten overvol.
“Dit kan nooit goed gaan”, mompelde ik toen hij veel te laat het persmechanisme aanzette.
Ik kreeg nog gelijk ook. Er weerklonken een paar knallen van ontploffende zakken en een dertigtal plastic flessen en drankblikjes ontsnapten. Ze kwamen samen met flarden van kranten op het asfalt terecht. Het oranje mannetje getroostte zich niet eens de moeite om die op te rapen, liet alles liggen waar het lag en vervolgde doodgemoedereerd zijn weg.

“Bedankt, u hebt weer fantastisch gesorteerd”, prijkte er in precieuze schoonschriftletters op de flank van de vuilniswagen. Jazeker, wij sorteren fantastisch en we betalen ons blauw aan allerhande milieutaksen, terwijl de vuilnisophalers het laten sloffen, er de kantjes aflopen en eigenhandig zwerfvuil rondstrooien.

Madammen met een bontjas

FranklinObama

De televisie nam me mee naar een feestje in de Joenaaitut Steets, waar ook president Obama en zijn charmante gade acte de présence gaven. Op het podium verscheen plots een diva – de zangeres Aretha Franklin – die ingeduffeld was alsof er een nieuwe ijstijd naakte, want ze droeg een ronduit bespottelijke bontjas. Aldus opgeteljoord nam ze plaats achter een piano en ze begon een lied te kwelen. President Obama zag zich genoodzaakt een traan weg te pinken, waarschijnlijk vanwege het grote aantal onschuldige dieren die voor het vervaardigen van dat kledingstuk vermoord waren.

In deze zorgelijke tijden – niet in het minst wat het in stand houden van natuur, flora en fauna betreft – is zo’n uitmonstering stuitend, zelfs als de draagster ervan de Kween of Soul is.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme