Tag: pasen

Wel gekakel, maar geen eieren

Ze zijn met velen, die ieder jaar opnieuw en vooralsnog tevergeefs van een white christmas dreamen. Ik hoor daar niet bij. Neen, ik droom van een witte Pasen, meer bepaald van witte paaseitjes met een smeuïge vulling van pistachecrème. Om die droom te verwezenlijken begaf ik maar een supermarkt van Colruyt en wendde daar mijn rasse schreden naar hun zogenoemde Choklabar, waar zich in groten getale allerhande eitjes ophielden … om vast te stellen dat alle bakken met witte exemplaren leeg waren. Ik vloekte binnensmonds en keutelde naar het rek van Milka, maar ook daar ontbraken de maagdelijk blanke chocolaatjes. “Wel godverdomme hier en gunter”, mompelde ik mistevreden.

Ik zocht noodgedwongen mijn heil in twee andere winkels, om er eveneens bot te vangen, of de duvel ermee speelde. Nu ben ik thuis, zonder witte eitjes. Ik ben daar in die mate misnoegd over dat ik me van een nogal platte Vlaamse uitdrukking moet bedienen om er lucht aan te geven:
Ze mogen die witte eitjes aan hun gat plakken!!

Hèhè, dat lucht op.

Kan het gezeur nu even ophouden?

In mijn hoedanigheid van mokkende kankerpot – begin je nu weer met dat gemeier? – maak ik me ieder jaar enkele keren te sappel over het feit dat wilde weldoeners zoals daar zijn Sinterklaas, de Kerstman en de paasklokken, mijn persoontje straal negeren en mijn nederige woning steevast links laten liggen. Ik koester echter goede hoop dat ik over een paar weken wel in de prijzen zal vallen. Ik heb namelijk ontdekt dat de paashaas zich op spuugafstand van mijn hoofdkwartier schuilhoudt, al kan er van schuilhouden nauwelijks sprake zijn als men zich getooid met een oorverdovend rode tint, die men bezwaarlijk als een schutkleur kan omschrijven, in het genadeloze licht van de ochtendzon bakert.

Ik houd alvast een gulzig grote mand binnen handbereik, want aan het ontzagwekkende formaat van die haas te zien, torst hij een niet geringe vracht chocolade-eieren, waarvan hij zich waarschijnlijk zo snel mogelijk zal willen ontdoen en aangezien ik als een der eersten aan de beurt zal komen …

paashaas

Ikke blij

We hebben met zijn allen een lang en druk weekend voor de boeg. In de allereerste plaats moeten we alles wat klok, horloge en uurwerk is opnieuw en nog maar eens de zomertijd opdringen. Dientengevolge zullen we zestig minuten kwijtspelen, om van het in de war raken van ons circadiaans ritme nog te zwijgen. Zondag grijpt in het noordelijk deel van Belgenland een van de jaarlijkse hoogmissen van het wielrennen plaats, met name de Ronde van Vlaanderen. Ook eierstrooiende paasklokken en dito hazen doorkruisen die dag de Vlaamse contreien. Als daar maar geen ongelukken van komen. Maandag is grollendag en dienen we aprilgrappen te bedenken en vooral te ontwijken, als we ons niet hopeloos belachelijk willen maken.

Ik houd het even voor bekeken. Morgenochtend fladder ik naar een eiland dat zich in het zuiden van Europa boven de zeespiegel verheft, om pas volgende week dinsdag terug te keren.

Ik zal vanzelfsprekend voor jullie bidden in vele talen, ook in het Nederlands en het Vlaams.

Plok!

paaseiBij de bakker kocht een vriendelijke jongeman een indrukwekkend en dus ook schreeuwend duur paasei, waarmee hij wellicht zijn geliefde wilde verrassen. Toen men hem het in luidruchtig, met fleurige linten opgesmukt cellofaan verpakte gevaarte overhandigde, zette hij het op een glunderen dat aan extase grensde. Allen daar aanwezig deelden in zijn welhaast kinderlijke vreugde.

Hij bracht zijn kostbare lading behoedzaam naar buiten. We keken hem na en zagen even later hoe een eigengereid briesje zich met het kofferdeksel van zijn auto bemoeide, waardoor die klep er onverhoeds vaart achter zette, veel te gezwind openklapte en hem het ei uit de handen sloeg. De plok waarmee het op het asfalt terechtkwam, was hoorbaar tot in de bakkerswinkel en veroorzaakte verbijstering bij de toeschouwers. We voelden allen met hem mee.

Men zegt dat scherven geluk brengen, maar geldt dat ook voor scherven van chocolade?

Bim bam beieren

Ik meende gisteravond eerst dat ik hallucineerde, maar aangezien ik geen enkele substantie gebruikt had die zo’n effect kon bewerkstelligen, diende ik mijn gedachten bij te sturen naar de veronderstelling ik dat ik bezig was een ufo gade te slaan: een buitenaards tuig dat bij ons in de wandeling een vliegende schotel heet. Ook dat strookte niet met de werkelijkheid, want hetgeen ik aanschouwde, bleek ras een voorbijfladderende paasklok te zijn, die zich met rasse tred … eh … met kwieke vleugelslag naar het verre Rome begaf.

In de meeste landen zijn hazen de leveranciers van paaseieren, maar in België en Frankrijk doen de kerkklokken dat. Tijdens de plechtigheid waarmee katholieken op Witte Donderdag het Laatste Avondmaal van Jezus en zijn apostelen herdenken, verwerven alle torenklokken plots een stel vleugels en stijgen ze hemelwaarts, om gezwind naar Vaticaanstad te klapwieken, waar de paus ze eigenhandig met een vracht eieren van suikergoed en chocolade opzadelt, die ze bij hun terugkeer in het vaderland, op paaszondagmorgen, met gulle klepel uitstrooien in tuinen en plantsoenen. Ja, ze hebben ons veel roomse folklore opgelepeld toen we nog jong, weerloos en ontvankelijk waren.

De paasklok of de paashaas … het kan me geen ene moer verblotekonten wie me zondag paaseieren brengt. Het hoeven van mij zelfs geen chocolade-eieren te zijn. Met zo’n dingetje van Fabergé ben ik al heel tevreden.

Mededogen

Pasen ligt in het verschiet. Naar aanleiding daarvan komt de onderwijzer van de laagste klas met het huiveringwekkende relaas van de martelgang en de dood van Jezus op de proppen. Zijn publiek luistert ademloos.

Na afloop van het horrorverhaal, als de aan het kruis genagelde Jezus het tijdelijke met het eeuwige verwisseld heeft, steekt een jongetje de vinger op en vraagt vol mededogen: “Maar ze hebben hem toch zeker wel eerst verdoofd?”

Sinterpaas

Hij is een gewone zestiger en misschien een tikkeltje aan de sloddervossige kant, althans wat zijn kleren betreft. Dat zie je vaker bij weduwnaars. Ik ontmoet hem regelmatig. Dan wisselen we een groet en soms voeren we een vriendelijk gesprekje, maar ik ken hem nog steeds niet bij naam.

Vrijdag zag ik hem bij de bakker. Hij kocht er een bonte mix van paaseieren, liet die in een grote doos verpakken en telde er zonder morren ruim tweehonderd euro voor neer.
─”Je kleinkinderen hebben een gulle paasklok getroffen”, zei de man die de deur voor hem openhield.

Toen hij weg was liet de bakkersvrouw meteen blijken dat ze discretie hoog in het vaandel voerde:
─”Hij heeft geen kleinkinderen”, verklapte ze samenzweerderig. “Hij brengt die doos nu meteen naar het OCMW en daar verdelen ze de inhoud ervan over gezinnen die ‘t krap hebben. Dat doet hij nu al jaren. Hij is hun paasklok, maar dat hangt hij alleszins niet aan de grote klok.”

“Nee, dat doe jij wel in zijn plaats”, bromde ik binnensmonds en in mijn gedachten gaf ik de stille weldoener het applaus dat hij verdiende.