Tag: wonen

Losse flodders

Tijdens mijn wandel- en fietstochten laat ik mijn gedachten de vrije loop en die gaan me daar toch een gang! Je leven zo niet! Om niets verloren te laten gaan van mijn als steekvlammen oplaaiende hersenarbeid heb ik altijd een digitaal dicteerapparaatje op zak en zodoende ook binnen handbereik, waaraan ik al mijn zielenroerselen toevertrouw, om die na afloop thuis te ziften en wat ervan overblijft als aantekeningen te bewaren voor als die ooit eens te pas komen.

Laten we even kijken wat ik verleden zondag zoal geoogst heb. Eos, de rozenvingerige dageraad ─ ja, ik dweep nog steeds met Homerus en andere oude Grieken ─ liet er geen twijfel over bestaan dat er een weldadige decembermorgen op til was, dus begaf ik me per benenwagen op weg om baldadig door herfstblaren te stappen, door weilanden te soppen en dartel in de natuur rond te raggen. 

Onderweg registreerde ik hetgeen volgt:

1.
Het valt me op dat er dit jaar bijzonder weinig kerstversierde tuinen, bomen en huizen te zien zijn. Zelfs de adventskransen op de voordeuren ontbreken. Ik sprak met een man die zich gewoonlijk aan buitenissige decoratie pleegt over te geven, maar nu geen aanstalten maakt om ook maar iets op te tuigen. Hij verklaarde ronduit dat hij bang is dat religieuze fanatiekelingen, die Kerstmis als een aanfluiting beschouwen, zich aan zijn eigendom zullen vergrijpen. Bij een vriend van hem hadden zulke onverlaten immers een zich buitenshuis bevindende kerststal vernield en tevens een ruit van zijn woning ingegooid. Is het werkelijk al zover gekomen?

2.
Waarom vertonen de meeste fietsers zo’n afgezakt smoel en een getourmenteerde gelaatsuitdrukking? Ruiken ze iets smerigs of zo? Ze moeten van mij niet onbedaarlijk veel plezier in het leven hebben, maar ze mogen toch best wat vrolijker kijken.

3.
Als mijn fiets een raar geluidje produceert, kan ik me daar verschrikkelijk over opwinden en moet dat meteen verholpen worden. Sommige mensen verplaatsen zich echter op ongegeneerd piepende, tikkende, kreunende en jammerende rijwielen en storen zich daar blijkbaar niet aan. Ik zou er het spetterend van krijgen.

4.
De meeste wegen brengen je langs keurige woningen met verzorgde voortuintjes. Fiets- en wandelpaden daarentegen voeren je soms langs de achterkant van diezelfde huizen. Je kunt je eigen haast niet indenken wat je daar allemaal aantreft aan rare bouwsels, afvalbergen en hopen schroot. Volgens mij staan er trouwens meer badkuipen in Vlaamse weiden en achtertuinen dan in Vlaamse badkamers.

Slechte manieren

airwickOnlangs heb ik drie automatische luchtverfrissers van Airwick Freshmatic gekocht. Als je die ieder voor zich en elk apart voorziet van twee batterijtjes en een spuitbus, produceren ze met geregelde tussenpozen ─ je kan dat instellen ─ een zuchtend, ja bijna proestend geluid als een hefboomsysteem in werking treedt en een wolkje parfum verstuift. Airwick beschrijft het als volgt: er wordt een explosie van heerlijke geuren verspreid door het vertrek. Mij best, al vind ik explosie toch een beetje overdreven.

Mijn toestellen staan opgesteld in het woongedeelte, in de badkamer en in mijn bureau. Om het halfuur ─ dat is de spaarstand ─ geven ze zich over aan de explosie van heerlijke geuren waarvan hierboven sprake was. De keuze aan parfums is legio, maar mijn voorkeur gaat uit naar een lekker luchtje uit het gamma Exotic Inspiration, ofte odeurs die, alweer volgens Airwick, geïnspireerd zijn door de rijkdom van de natuur, meer bepaald de blauwe klaproos uit de Himalaya. Nu ben ik in mijn leven één keer in de buurt van de Himalaya geweest, maar die blauwe klaproos heb ik daar niet gezien of geroken. Wel integendeel! Ik was in Kathmandu, de hoofdstad van Nepal, en daar stonk het niet te min … maar ik dwaal af, omdat ik daar goed in ben en eigenlijk niets liever doe.

Zoals ik al schreef laten die luchtverfrissers op gezette tijden een zuchtend, of zelfs proestend geluid horen. Aangezien ik het kluizenaarschap aankleef en dientengevolge geregeld op de rand van de eenzaamheid balanceer, ben ik dat geluid beginnen imiteren en beantwoorden. Alleen zijn doet wat met een mens. Telkens als een van die toestellen in mijn aanwezigheid van zich laat horen, laat ik me niet onbetuigd en dien ik het van weerwoord. Het is weer zo’n aanwensel van me ─ in West-Vlaanderen noemen we dat een ipnimsle, in Vlaanderen algemeen een opneemsel, maar die dikke van Van Dale weigert halsstarrig om dat achterlijke Vlaamse woord te vermelden ─ en met een hebbelijkheid stoor je niemand als je in je eentje woont, maar …

… op dit moment woon ik niet alleen, want het leven heeft me met een buitenlandse logeergast opgezadeld en gisteravond keken we samen televisie.
“Zit jij nu naar me te spuwen?” vroeg hij opeens.
Toen de luchtverfrisser stoom afliet, had ik bijna automatisch en alleszins onwillekeurig hetzelfde gedaan.
Ik gaf mijn huisgenoot tekst en uitleg en hij schudde meewarig het hoofd. Dat hij maar gauw vertrekt, zodat ik ongestoord mijn gang kan gaan.

Brozems

Helemaal aan het begin van het pad dat naar mijn woning drentelt, heb ik ooit een bordje neergepoot met de melding dat het een privaat weggetje betreft. Desalniettemin negeren wandelaars, joggers, fietsers, hondenuitlaters en soms zelfs ruiters deze mededeling om hun goddelijke driehoek te gaan. Ik ben een verdraagzaam mens en dus kan ik het hebben, zolang ze maar geen uitwerpselen achterlaten of bij me aanbellen met de vraag of ze even mijn toilet mogen gebruiken. Ik heb een beetje last van smetvrees.

Sinds een paar dagen krijg ik echter te maken met een aantal motorcrossers, die met hun helse en uitermate luidruchtige machines in splijtende vaart langs mijn stulp jakkeren en niet alleen lawaaimolest veroorzaken, maar tevens een gevaar vormen voor de mensen en dieren, inclusief mijn katten, die zich op het pad bevinden en hoegenaamd niet voorbereid zijn op zo’n driest geweld. Ik heb tijdens hun passage al een paar keer heftig staan gesticuleren, maar dat lappen die heren vanzelfsprekend aan hun laars. Ik zou een beroep op de politie kunnen doen, maar die zullen mij waarschijnlijk zien komen, want ik weet nooit vooraf wanneer die vanwege hun helmen onherkenbare maniakken zullen opduiken en mag niet verwachten dat agenten permanent de wacht optrekken.

Ik zou natuurlijk een afsluiting kunnen aanbrengen, maar dan moet ik die bij aankomst of vertrek zelf ook iedere keer openen en sluiten … zelfs bij nacht en ontij, of als het zeer doeltreffend regent. Nee, ik zal iets anders moeten verzinnen.

Een verscheurende keuze

Zoals ik een paar dagen geleden al schreef, ziet de toekomst er voor mij vrij rooskleurig uit, althans wat betreft werken en het verdienen van geld dat daar meestal mee gepaard gaat. Over de rest kan ik beter zwijgen. Als ik een beetje op de kleintjes pas, wat met de mij aangeboren krenterigheid nauwelijks een probleem kan zijn, zal ik zelfs wat opzij kunnen leggen. Het is dus zaak om nu al uit te kijken naar een goede manier om die centen te investeren. Wie een kluitje heeft, heeft er graag een turfje bij. Een spaarvarken en kousen onder de matras lijken me hopeloos ouderwets. Goud en/of diamanten vind ik riskant. Voor de beurshandel heb ik geen talent. Beleggen in onroerend goed lijkt me nog het beste te zijn. Je hoort me niet beweren dat ik op koopjes loop, maar ik heb toch al twee optrekjes ontdekt die overweging verdienen.

Aan het ene valt er nogal wat op te kalefateren …

Oudenburg

… en het andere bevindt zich op een nogal afgelegen plaats, maar beschikt wel over een weelderige binnentuin.

Koekelare

Ik zal een keus moeten maken en … kiezen doet verliezen.

De (kerst)boom in!

Ik heb dit jaar voor de eerste keer van een white christmas gedreamd. Dat gebeurde op de kerstmarkt in Brugge, waar ik eigenlijk niks verloren had, want de opsmukrage waarmee het feestgedruis van de jaarwisseling veelal gepaard gaat, vermag me niet te bezielen. Ik ben namelijk tegendraads: het gaat aan me voorbij en het raakt me niet. Ook met glühwein kun je mij niet vermurwen. Ik lust dat brouwsel niet en krijg er bovendien koppijn van. En niet te min! In Brugge kan men zich ook op een schaatsring(etje) vermeien, of per reuzenrad ten hemel stijgen, maar aangezien ik er nog steeds niet in geslaagd ben om op schaatsen overeind te blijven en last heb van hoogtevrees …

Ondertussen zitten jullie zich ongetwijfeld af te vragen waarom ik dan in vredesnaam ─ vrede op aarde aan alle mensen van goede wil ─ de schreden naar zo’n buitengebeuren richt. Wel, ik heb een vriendin en die is zo dol op kerstmarkten dat ze zich zelfs naar buitenlanden begeeft om in dergelijke samenscholingen verwikkeld te raken. Omdat ze niet over een rijbewijs en een eigen transportmiddel kan beschikken, was ze vastbesloten om, niettegenstaande een bijzonder ongelukkige dienstregeling, met het openbaar vervoer naar Brugge te reizen. In mijn hoedanigheid van vriend en barmhartige samaritaan … nu ja, jullie begrijpen het wel.     

Als ik ’s avonds door het dorp kuier, merk ik dat er al kerstbomen en andere frivole tooisels in huiskamers verschijnen. Daar kun je niet naast kijken, want de bewoners van versierde vertrekken, die zich normaliter bij het invallen van de duisternis aan het oog plegen te onttrekken, laten nu pas diep in de nacht de rolluiken neer, teneinde passanten de kans te geven om hun groothandel in snuisterijen te aanschouwen.

Zelf doe ik niet mee aan die opsierderij. Als jullie tijdens de feestdagen voorbij mijn woning komen, hoeven jullie dus niet bij me binnen te spieden, want er is te mijnent ─ hier komt ie! ─ geen bal te zien.

Zenuwpees

Mijn activiteiten – waaronder het bijhouden van Uilenvlucht – staan noodgedwongen op een laag pitje. Onlangs maakte ik hier melding van een euvel waaraan mijn woning mank ging, met name optrekkend vocht, en men is nu al drie dagen bezig met het behandelen van die kwaal. Dat veroorzaakt buitengewoon veel overlast, om van het lawaai nog te zwijgen, en als het nog even zo doorgaat, zal ik mezelf ongetwijfeld ook moeten laten behandelen, zij het niet om reden van optrekkend vocht, maar vanwege een inzinking. Ik stuiter rond als een pingpongbal en kaats als een hyperkinetische neuroot door het huis. En dan heb ik nog niet eens de factuur gekregen.

Ik heb me daar een zenuwentroep. Volgens mij sta ik op instorten.

Help!

De stulp waarin ik al jaren met een tevreden gemoed en in eenvoud des harten bivakkeer, heeft me tot voor kort zo weinig zorgen gebaard, dat ik me regelmatig in de handen wreef dat het knerste. Een paar weken geleden ontdekte ik echter verontrustende vlekken op de onderste rand van enkele muren. Omdat ik op velerlei gebied een volslagen leek ben, nodigde ik een deskundige uit, die naar hijzelf beweerde onderlegd was in de calamiteiten waaraan bouwsels ten prooi kunnen vallen. Hij onderzocht mijn woning, gebruik makend van allerhande toestellen, die voorzien waren van verklikkende lampjes en alarmerende geluidssignalen produceerden, om vervolgens zijn diagnose te stellen: opklimmend vocht, dat met de uiterste urgentie gestuit diende te worden, teneinde onherstelbare schade te voorkomen.

Gisteren verscheen deze deskundoloog opnieuw te mijnent. Met kleverige handelsreizigersvlotheid en de plichtmatige lach van een stofzuigerventer overhandigde hij me de offerte voor de behandeling. Ik flikkerde bijna van mijn stoel af.
“Is dat de prijs of uw telefoonnummer?” stamelde ik verbijsterd.

Alle worstjes op een stokje! Ik zal in broodsgebrek raken. Binnenkort liggen de muizen hier dood voor de kast en zie ik er zo versjofeld uit dat zelfs de mensen die honger lijden eten naar me gooien. Misschien kan ik maar beter mijn huisje verkopen en me ergens in het zonnige zuiden vestigen, waar men nog nooit van opklimmend vocht gehoord heeft.

Bermtoerisme

Op de foto’s hieronder komt het weliswaar niet tot zijn recht ─ ik ben maar een amateuristische portrettentrekker die zich bovendien met een uiterst eenvoudig kodakje behelpt ─ maar volgens mij moet dit een van de fraaiste wegbermen van West-Vlaanderen zijn: groen doorschoten met een bonte mix van tientallen orgiastisch opengebarsten bloemsoorten over een afstand van ruim vijf kilometer.

En dat allemaal op strompelafstand van mijn woning. Ikke blij natuurlijk!

wegberm

Stilte alstublieft!

Het valt me op dat men in Vlaanderen, en alleszins in de regio waar ik hoofdkwartier houd, zoveel vastgoed te koop of te huur aanbiedt, dat men het aan de straatstenen niet kwijt kan. Desalniettemin verrijzen er vrijwel in ieder dorp een aantal ranke, torenhoge kranen die vaak uitgestrekte bouwterreinen bedienen.

Het optrekken van die huizenblokken, flatgebouwen en opslagruimten voor bejaarden of hulpbehoevenden gaat steevast gepaard met het gebruik van allerhande uiterst lawaaierige voertuigen en machines. Alsof dat op zich niet volstaat, zul je op ieder werf ook een of meerdere radio’s aantreffen, die de schaarse stiltemomenten opvullen met van bonkende bassen voorziene scheldmuziek. Moet je van ’s morgens tot ’s avonds die pokkeherrie horen! Je zult maar in de buurt van zo’n bouwplaats wonen. Daar wordt een mens toch hoorndol en stapelgek van.
─ “Doe mij maar een half kilootje stilte alstublieft!” riep ik naar de slager, die vlak tegenover zo’n werf gehuisvest is.
─ “Mag het ook een beetje meer zijn?” brulde hij me toe.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme