Tag: steun

De barmhartige Samaritaan

In Nergenshuizen stond ik op het punt om het pad van een moeder met drie kinderen te kruisen. Twee daarvan reden zelfstandig op fietsjes; het derde zat bij haar achterop in een stoeltje.

Net voor we elkaar zouden voorbijrijden sprong ze van haar rijwiel en met luider stem instrueerde ze haar kroost om hetzelfde te doen.
─”Ik ben plat!” jammerde ze.
Haar blik drukte een soort dierlijke radeloosheid uit: de wanhoop van de stervende kat. Ik kneep de remmen dicht, hield halt en constateerde dat ze lang niet zo plat was als ze van zichzelf dacht, zodat ik vermoedde dat de platte toestand niet haarzelf, maar haar fiets betrof.

Daar stond ze dan: moeder van drie, ver van de bewoonde wereld, zonder telefoon en met een onbruikbaar wiel. Ik bood haar mijn mobieltje aan, maar ze kon zich met de beste wil van de wereld geen enkel nummer herinneren van iemand die haar uit de nood kon helpen.
─”Ik heb gerief bij me om u te depanneren,” zei ik, “maar het kan wel even duren voor ik het klusje geklaard heb.”
Ik was me immers zeer bewust van mijn onhandigheid op het gebied van fietsreparaties … en eigenlijk op velerlei gebied, maar dat leek haar overkomelijk.

Ik ging dus aan de slag en tot mijn eigen verbazing ging dat vlotter dan verwacht. Al na twintig minuten had ik de binnenband vervangen en kon ik haar uitwuiven, nadat ze mij onder dankbetuigingen en loftuitingen bedolven had.

Als ik ooit het moede hoofd neerleg en het tijdelijke met het eeuwige verwissel, zal ik ongetwijfeld regelrecht en met de grootste onderscheiding ten hemel opstijgen, alwaar me zeventig maagden … eh  … rijstpap met bruine suiker en gouden lepeltjes te wachten staan.

Het weze me vergeven dat ik hier mijn eigen lof laat stinken. Als men zichzelf niet kietelt, lacht men nooit.

Een mens van goede wil

Het zal een jaar of twee geleden zijn dat een nieuw winkeltje ontsproot in een nogal afgelegen gehucht van een nabijgelegen dorp.
“Tiens, een winkeltje?” dacht ik toen ik dat opmerkte. “Hier? Het zou me verbazen als dat goed afloopt.”

Mensen zijn evenwel rare wezens. Als ze ergens willen zijn kan niets of niemand ze verhinderen om daarheen te tijgen. Dat is helaas niet het geval met het bedrijfje in kwestie. Mijn voorspelling is bewaarheid. Ik kom er regelmatig voorbij, hetzij per fiets, hetzij met de auto, en ik heb daarbinnen nog nooit enige klandizie opgemerkt. Niet één keer.

De uitbaatster, een nogal mollige meid, stelt nochtans alles in het werk om klanten te lokken. Ze poetst zich het schompes, ze zeemt dagelijks de glasramen, ze heeft vlaggen neergepoot om de gevel wat op te fleuren en ze zet ook iedere morgen een dubbelzijdig stoepbord buiten, waarop ze in precieuze schoonschriftletters en zonder taalfouten artikelen aanprijst. Het zet allemaal geen zoden aan de dijk. Men laat haar winkeltje links liggen. Dat vind ik diep treurig en ik heb het een beetje met dat meisje te doen, in die mate zelfs dat ik vanmorgen bij haar binnengestapt ben.

Zou het kunnen dat een nobele kerstgedachte me parten speelde? Ik ben in alle geval een mens van goede wil en ik heb het bestaan om daar een aantal dingen te kopen die ik volstrekt niet nodig had.

Mijn moeder heeft het altijd tegen me gezegd: jouw inlevingsvermogen is te groot. Tja, mama, ik heb het niet van vreemden.

Ruggensteuntjes en opkontjes

We schrijven november en de jaarlijkse processie van bedelaars en schooiers heeft een aanvang genomen. Gisteren, zaterdag, kreeg ik achtereenvolgens vertegenwoordigers van de volgende verenigingen over de vloer:

– het plaatselijke majorettekorps met suikerwafels, kostende € 7
– de plaatselijke chiro met chocoladetruffels, kostende € 8,5
– de brandweer met een steunlidkaart en een kalender, kostende € 10
– de plaatselijke voetbalclub met artisanale pannenkoeken, kostende € 7

Men beweert dat een stapje in de wereld zetten – wat Vlaams is voor uitgaan – een dure zaak is, maar volgens mij zit je op hogere lasten als je braafjes thuisblijft.

Copyright Uilenvlucht 2017 Frontier Theme