Een lelijke kiezentrekker

Verleden zomer begaf ik me naar het ziekenhuis om er iemand – een in de tandheelkunde onderlegd persoon – aan mijn beitels te laten morrelen. Om halfnegen was ik op de afspraak en nog geen drie kwartier later stond ik al opnieuw buiten en kon ik naar huis terugkeren.

Vier maanden later – jawel, vier maanden! – kreeg ik de rekening voor dat akkefietje gepresenteerd: alles samen was dat de niet onaardige som van net geen € 1300, inclusief de verblijfkosten hospitalisatie ten bedrage van € 520.

Verblijfkosten!? Ik heb daar helemaal niet verbleven. Ik vertoefde amper drie kwartier in de praktijkruimte van een tandarts en verder niets.

Nu dien ik eerlijkheidshalve toe te geven dat de hele bagatel me geen cent gekost heeft. Het ziekenfonds heeft het grootste gedeelte voor zijn rekening genomen en het door mij betaalde remgeld heb ik van mijn hospitalisatieverzekering teruggestort gekregen.

Desalniettemin blijf ik het schandalig vinden dat men de ziekteverzekering laat opdraaien voor iets dat ik niet gekregen heb. Meer dan € 500 verblijfkosten! Denken die luiden dat ze een vijfsterrenhotel uitbaten? Ik word er helemaal naar van. Straks moet ik me nog laten versleutelen in … een ziekenhuis.