Tag: muziek

Waar is mijn wollen muts nu?

Ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m’n ogen uit
Ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m’n ogen uit
Ik kon het niet geloven, maar voor de vensterruit
Viel zacht naar beneden, de eerste sneeuw

M’n mama kwam naar boven, ‘t is tijd om op te staan
M’n mama kwam naar boven, kom trek je kleren aan
Mama, lieve mama, kijk eens naar benee
Ga je met me mee, in de eerste sneeuw

Kijk eens naar omhoog en kijk de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k Wou dat dit kon blijven duren, dat het nooit meer zou stoppen
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw

Waar is m’n wollen muts nu, waar is m’n dikke sjaal
Waar is m’n wollen muts nu, waar is m’n dikke sjaal
En ergens in de kelder ligt toch nog die slee
Papa moet me duwen door de eerste sneeuw

Kijk eens naar omhoog en kijk de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k Wou dat dit kon blijven duren, dat het nooit meer zou stoppen
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw

Nu twintig jaren later, heb ik geen zin om op te staan
Nu twintig jaren later, kijk ik weer uit het raam
M’n mama zal niet komen, m’n mama is lang dood
Ze ligt al lang beneden, in de eerste sneeuw

Kijk eens naar omhoog en kijk de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k Wou dat dit kon blijven duren, dat het nooit meer zou stoppen
‘k Voel me zo alleen in de eerste sneeuw
‘k Voel me zo alleen in de eerste sneeuw
In de eerste sneeuw

Ratjetoe

Lou Reed is dood en dat betreur ik hartstochtelijk. Ik heb vanmorgen ingetogen zijn weergaloze Perfect Day beluisterd en ja, kijk, dan grijpt ontroering een mens toch bij de strot.

In Saudi Arabië hebben een zestigtal moedige dames het voor vrouwen geldende rijverbod aan hun laars gelapt, of aan het schoeisel dat ze gisteren droegen, en ze maakten een tochtje met een auto die ze zelf bestuurden. Het weze mij toegestaan om dat door invloedrijke geestelijken uitgevaardigde verbod een in hoge mate achterlijk en onnozel voorschrift te vinden, net als het argument waarmee men het verdedigt: als vrouwen achter het stuur mogen plaatsnemen zou losbandigheid welig tieren. Volgens mij zijn er serieuze kosten aan die luiden.

Ik heb het stormweer getrotseerd en ben naar het dorp gewandeld. Dat viel niet mee: mijn benen liepen harder dan mijn schouders. Bovendien moest ik voortdurend hindernissen ontwijken. Onvoorstelbaar wat er allemaal op pad gaat als het enigszins opwindend waait. We weten allemaal al dagen dat er waaiweer zit aan te komen en men heeft ons gewaarschuwd dat we maar beter alles wat los zit vast kunnen maken, maar toch huppelt er van alles en nog wat rond: papier, plastic, petflessen, bloempotten, jerrycans … Vanmorgen diende ik zelfs uit te wijken voor … een heks, die als een wilde furie door de straat scheerde terwijl ze zich wanhopig aan haar bezem vastklampte. Waarschijnlijk heeft men haar ergens als Halloweenornament neergepoot, maar ze heeft van de humeurige windvlagen misbruik gemaakt om te ontsnappen. Ik kan haar geen ongelijk geven.

Het zal me benieuwen wat de dag nog allemaal voor me in petto heeft.

Kippenvel op mijn ziel

Ik was gisteravond op visite bij een echtpaar dat vermoedelijk fortuinlijk geboerd had en ─ hoe zal ik zeggen? ─ in een nogal onbekrompen villa woonde. Het scheelde niet veel of men had een stafkaart nodig om de weg te vinden in dat nederige stulpje. De zoon des huizes wilde zich de taal van Cervantes eigen maken. Aangezien hij aan een ziekte leed die hem, zo liet men doorschemeren, langzamerhand aan het uitwissen was, zocht men een privéleraar en men had goede geruchten over me opgevangen …

steinwayToen ik in een van de salons een heuse concertvleugel van Steinway & Sons aantrof, zong mijn hart op van vreugde en viel ik ten prooi aan verrukkelijke verbazing. Wat zeg ik!? Om bij het gevleugelde onderwerp te blijven: ik zette ogen als vleugeldeuren op. Nooit eerder had ik het voorrecht genoten om zo’n indrukwekkend instrument van dichtbij te aanschouwen, laat staan aan te raken.

Men bleek het speeltje, dat zo maar eventjes € 104 000 kost, aangekocht te hebben ten behoeve van mijn toekomstige leerling, die naar men beweerde over een zeldzaam muzikaal talent beschikte. De jongen verscheen en men kon hem met een kaarsje doorlichten, alsof hij van kraakporselein gemaakt was. Hij informeerde naar mijn favoriete pianostuk en ik zei dat dit zonder enige twijfel het Romanze:Larghetto (aanklikken, luisteren en genieten) uit het eerste pianoconcerto van Chopin was. Niet veel later bewandelden zijn vingers het klavier en Chopin vlinderde uit de snaren. Hij speelde me ongeveer in tranen.

Er zijn slechts weinig dingen waar ik spijt van heb, want ik doe niet zo aan spijt, maar ik betreur het ten zeerste dat ik geen enkel muziektuig vermag te bespelen en zelfs niet in staat ben om een noot te lezen. Er slingert hier weliswaar een waardeloze viool rond, waaruit ik dus nooit emoties zaag. Ik ben tevens eigenaar van een vrij dure flamencogitaar, waaraan ik evenwel geen akkoord kan ontlokken. Dan heb ik ook nog een blokfluit, maar meer dan een ‘Te Lourdes op de bergen’ en een ‘Broeder Jacob’ heeft die nimmer laten horen, althans niet door mijn toedoen.

Nu heb ik echter een kloek besluit genomen. Ik zal pianolessen nemen en me binnen afzienbare tijd tot een echte klavierleeuw ontpoppen. Als het eenmaal zover is, zal ik noodgedwongen moeten verhuizen, want in mijn optrekje kan ik nergens een concertvleugel onderbrengen. Zo’n gevaarte is immers anderhalve meter breed en bijna drie meter lang. Dat zijn echter zorgen voor morgen.          

Muziek is mijn lust en mijn leven. Ik heb onlangs een cd cadeau gekregen met pauzes uit beroemde opera’s. Zal ik die nu maar even onder het laseroog leggen?

Veldrijden

Ik wil er niet lastig mee zijn, maar weten jullie wat ze van mij stante pede en dus met onmiddellijke ingang mogen verbieden? Het fietsen met oortjes.

Tegenwoordig beschikt bijna iedereen over zo’n compact muziekdoosje, waarvan men de inhoud via een ragdun kabeltje en minuscule luidsprekertjes ─ veelal oortjes genoemd ─ bij de trommelvliezen kan brengen. Als je dat doet, hoor je dus niet meer wat er rondom je gebeurt en dat kan nefaste gevolgen hebben, zoals dat gisteren bijvoorbeeld het geval was, toen ik in de buurt van mijn hoofdkwartier over landelijk en smal asfalt peddelde.

Voor me uit fietste een met oortjes toegerust meisje. Ze hoorde me dus niet aankomen en uitgerekend op het moment dat ik haar inhaalde, liet ze zich wellicht meeslepen door hetgeen ze beluisterde, want ze walste onverhoeds en keizerlijk naar links … Ik kon haar net ontwijken, maar hobbelde wel de graskant in en schurkte me daar gemoedelijk tegen een boom aan.

Ik prees me gelukkig dat ik er heelhuids en zonder kleerscheuren afkwam, maar het juichen verging me toen ik enkele uren later een zeurende pijn in mijn hand gewaarwerd. Vanmorgen heb ik vernomen dat de pink van mijn linkerhand gebroken is. Ik ben daar hoegenaamd niet blij mee ─ of wat hadden jullie gedacht? ─ maar ‘t kan erger, hè? 

fietsongeval

Genieten van Geniet

RémiGenietDeze week nestel ik me iedere avond om acht uur voor het ruitje, om me aan de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano te verlustigen.

Gisteren bracht een jeugdige fransoos me in verrukking. Op magistrale wijze voerde hij het derde pianoconcerto van Sergej Rachmaninov uit. Wie een beetje zijn klassiekers kent, zal weten dat dit een van de moeilijkste werken voor piano is, maar die knaap bracht het schijnbaar uit de losse pols ten gehore. Zijn handen fladderden en wervelden over het klavier en zijn vingers betokkelden de toetsen in een razend tempo. Heremijntijd! Dat was geen tangelen. Hoe doen die mensen dat in vredesnaam?

De virtuoos in kwestie is nauwelijks twintig jaar jong en hij heeft zijn naam alleszins niet gestolen, want hij heet Rémi Geniet. Ik genoot van Rémi Geniet en zat met open mond naar hem te kijken. Achteraf heb ik mijn mond natuurlijk dichtgeklapt, zij het niet zonder moeite, want hetgeen hij presteerde, bleef lang natrillen.

Vandaag voel ik me zo’n kneus als ik stuntelig het klavier van mijn pc beroer en me geregeld van toets vergis.

Jongensdromen

Ik weet niet hoe het zo komt, maar er behoren nogal wat al dan niet bewust ongehuwde moeders tot mijn kennissenkring. Die mogen graag een beroep doen op mijn inmiddels roemruchtige kinderoppastalent. Ik ben natuurlijk een makkelijke prooi, want ik woon in mijn uppie en hoef zelfs om den brode mijn woning niet te verlaten. Daardoor is men geredelijk de mening toegedaan dat ik nauwelijks beslommeringen aan mijn hoofd heb, zodat ik ruimschoots aandacht kan besteden aan de kroost die men tijdelijk bij me stalt.

Wegens omstandigheden mag ik nu al een paar dagen een jonge logeergast met vaderlijke zorg omringen. Olivier is net acht jaar geweest en hij stuitert hier rond als een vleesgeworden pingpongballetje, overigens tot groot en zichtbaar ongenoegen van mijn katten, die duidelijk laten merken dat ze absoluut niet blij zijn met de aanwezigheid van zo’n kwikzilverige deugniet.

Vanmorgen zaten we aan de ontbijttafel en uit de radio huppelde een belegen meezinger van ene Tim Visterin: Ach meneer een mooie vogel wil ik zijn … Tot mijn verbazing zong Olivier het hele liedje mee en toen hij daarmee klaar was, vroeg ik niet zonder vertedering:
─”Zou je graag een vogel willen zijn?”
Hij knikte heftig en zijn snoet glansde als een lamp van duizend watt.
─”Dan zou ik hier wat komen rondvliegen”, verzekerde hij me en in gedachte zag ik hem al vertrouwvol op mijn schouder neerstrijken. “En dan schijt ik op je kop!” proestte hij het uit.

Stank voor dank. Meer moet je in dit leven niet van iemand verwachten.

schijtvogel

Schone schijn?

Ik ben niet zo goed in het schatten van afstanden, maar ik denk dat mijn dichtste buren in uilenvlucht … eh … in vogelvlucht ongeveer tweehonderd meter bij me vandaan wonen. Ik ken die mensen niet en ik zie ze ook zelden of nooit, want ik zit verscholen in een bos, omsingeld door bomen die weinig doorkijk bieden. Bovendien ben ik nogal op mezelf. Een aantal minder gelukkige ervaringen en ingrijpende incidenten hebben mijn sociale vaardigheden behoorlijk gefnuikt.

Als de wind uit het westen waait ─ en in deze tochtige contreien is dat meestal het geval ─ kan het gebeuren dat het motorgeluid van een tuinwerktuig tot bij mijn oor raakt, of dat de brandlucht van hun barbecue mijn neus bereikt. Ik vermoed evenwel dat er onlangs nieuwe bewoners neergestreken zijn. Sinds een paar weken kan ik immers af en toe pianomuziek horen en het gekweel van een vrouw. Men zou me kunnen folteren met het soort deunen dat ze speelt. Omdat ze tot overmaat van ramp al zingend op zoek gaat naar een toon die ze niet kan vinden, vrees ik dat Hyacinth Bucket (Bouquet) daar haar intrek genomen heeft. ‘t Kan erger, hè? Of niet soms?

Zolang ze het maar niet in haar hoofd haalt om me op de koffie te vragen, of erger nog: me uitnodigt op een van haar soupertjes bij kaarslicht.

De bladdraaister

Ik zal deze week iedere avond aan de televisie gekluisterd zitten, teneinde getuige te zijn van de laatste loodjes van de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool. De twaalf finalisten vergasten de liefhebbers op het beste van hun kunnen tijdens het uitvoeren van zowel een sonate, als een opgelegd werk en een concerto: ruim drie uur muziek van de bovenste plank.

Gisteren kregen we twee keer een sonate voor piano en viool van Sergei Prokofjev opgediend en terwijl ik die zat te degusteren, raakte ik danig gecharmeerd door de sierlijke manoeuvres van een jongedame, die zich schuin achter de klavierleeuw ophield en zich telkens weer van haar stoel moest verheffen, om op elegante en toch tamelijk onopvallende wijze een bladzijde van de partituur om te slaan.

Iemand die zich daarmee onledig houdt, heet een bladomslaander of een paginaomdraaier, al durven sommigen ook het nogal oneerbiedige bladluis gebruiken. Het lijkt me een niet te onderschatten taak. Je moet niet alleen heel goed muziek kunnen lezen, maar ook voldoende lenig zijn om je zonder ongewenste aanrakingen over zo’n uitgestrekte concertvleugel heen te buigen, om vervolgens op het juiste tijdstip slechts één pagina om te slaan zonder je vinger nat te maken, want dat laat de etiquette niet toe. Er rust dan ook een grote verantwoordelijkheid op de schouders van zo’n bladomslaander, want voor hetzelfde geld ben je te vroeg of te laat, of je slaat een bladzijde over … en dan krijg je de poppen aan het dansen natuurlijk.

Na de sonate namen de violist en zijn begeleider, de pianist, buigend als knipmessen de ovatie in ontvangst. De bladomslaande jongedame, die op haar beurt toch ook de pianist begeleidde, werd niet in de hulde betrokken. Ze verdween vrijwel ongemerkt van het toneel.  Ik vond dat de virtuoze violisten en pianisten haar best wel een hand hadden mogen geven, als blijk van waardering.

Ik zou vanavond staken als ik haar was.

Kwestie van interpretatie

De lente laat zich dit jaar niet haasten. Nu de natuur kennelijk besloten heeft om er toch maar aan te beginnen, zij het ietwat treuzelig, komen ze tevoorschijn als paddenstoelen na een regenachtige dag: de sportievelingen. In dichte drommen … eh … druppelsgewijs sjokken ze zich het schompes, er stellig van overtuigd dat ze zich ter bevordering van hun gezondheid op doortastende wijze moeten afbeulen. Voor mij niet gelaten, maar ik laat het kastje liever bij het muurtje blijven.

Het valt mij op dat steeds meer recreanten met oortjes toegerust zijn, waarmee ze hun favoriete muziek beluisteren, die natuurlijk oneindig veel mooier is dan het ruisen van boomkruinen en het kwinkeleren der vogelen. Toen ik vanmorgen mijn brievenbus leeghaalde, kwamen er net twee meisjes met zulke dingetjes aandraven en ik besloot een plaagstootje uit te delen. Ik bewoog mijn mond alsof ik iets tegen ze zei en zwaaide terzelfder tijd heftig met de armen, de indruk wekkend dat er iets ernstigs aan de hand was. Ze hielden geschrokken in en rukten de dopjes uit de bevallige oorschelpjes.
─”Is er wat?” vroeg de ene hijgend.
─”Daarnet kwamen je voeten van de grond,” zei ik met een uitgestreken gezicht, “maar ondertussen staan ze er weer op.”

Ze keken me aan alsof ik ze een oneerbaar voorstel deed, wisselden vervolgens een veelbetekenende blik en repten zich toen met vleugels aan de voeten van me weg, alsof ze bang waren dat ik, gevaarlijke gek, nog wat onaangenamers voor ze in petto had.

Gelachen dat ik heb … maar toen bedacht ik plots dat ze mijn grapje misschien wel verkeerd begrepen hadden. Als je de woorden ‘van de grond komen’ in de mond neemt, kan dat inderdaad op een oneerbaar voorstel lijken.

Hoor ik daar de sirene van een politieauto loeien?