Tag: leven

Jongensachtig verzet

Helemaal aan het begin van deze weldadige nazomerdag nam ik mijn kuierstokken en wandelde doorheen het bos en de dichte mist naar het dorp. De bomen gooiden me allerhande troep naar het hoofd: bladeren, eikels, beukennootjes en vaak nog in gemene bolsters verpakte kastanjes. Vlak voor me hield een vrachtwagen halt. Achter de voorruit ervan prijkte een bordje met de volgende mededeling:

jeugd

Het portier zwaaide open en uit de stuurcabine stuntelde een man tevoorschijn, die zo oud was dat hij wellicht de Dode Zee gekend had toen die nog leefde. Ik verwachtte dat hij ook nog een stok of zelfs een looprek zou opduikelen, maar dat bleek niet het geval.

Tja, jeugdsentiment is doorgaans de eerste ouderdomskwaal.

Wat goed is, moet leven

Testament

Als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
‘t is maar een lichaam dat ik achterliet,
dood ben ik pas als jij me bent vergeten.

En als ik dood ga, treur maar niet
ik ben niet echt weg moet je weten
het is de heimwee die ik achterliet
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.

En als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
‘t is het verlangen dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten
dood ben ik pas als jij me bent vergeten.

Bram Vermeulen

Volle maan

“Zie mij hier nu zitten”, prevel ik.
Het is vijf uur in de morgen en ik bevind me op het terras. Een koele maan vertoont zich op haar volst en hangt als een meloen tussen hemel en aarde. Sterren glunderen als vergoddelijkte vuurvliegen. Aangezien ik al mijn hele leven met een hoog clair-de-lune-gehalte worstel, verbaast het me niet dat ik ten prooi val aan weemoed, mijmerzucht en zielengriep.
“Ik heb jou in mijn geheugen bewaard als mijn grote liefde”, mompel ik. “Jij was het cadeau van mijn leven, mijn meest favoriete mens ter wereld en de enige persoon waardoor ik me eenzaam voelde als je de kamer verliet. Ik ben er niet in geslaagd de leemte die je naliet op te vullen en nu ben ik een van die overgeschoten zielenpoten, die niemand hebben om van te houden.”

“Niet het loslaten, maar het vastklampen doet pijn”, zegt ze met gevoileerde stem en heel even meen ik zilveren geluidjes te horen, alsof de toverstaf van een goede fee sterretjes uitstoot.
Dan ben ik weer alleen.

Kampeerders op de pechstrook van het leven

In Vlaanderen groeien op zijn minst honderdduizend kinderen op in armoede. Het televisieprogramma Panorama wijdde er op Canvas een schrijnende reportage aan, die ik op mijn van alle toeters en bellen voorziene toestel en vanuit een vleesetende fauteuil kon bekijken, met een koele mojito binnen handbereik.

Op het scherm verscheen een jongen die Mika heette. Hij zei:
“Als een kind terug naar school gaat de eerste dag, dan begint iedereen te praten over … eh … ik ben … eh … naar Italië geweest, ik ben naar Duitsland geweest, ik ben naar Brazilië geweest … ja … eh … ik moet dan zeggen … ik ben gaan zwemmen … en zo.”

Op het scherm verscheen vervolgens een jongen die Jason heette.
─”Rijken zijn altijd chic gekleed en armen niet”, zei hij.
─”En jij dan?” vroeg de journaliste (Phara de Aguirre).
Jason aarzelde even.
─”Ik niet”, antwoordde hij toen en hij wreef een ietwat nerveuze hand over zijn neus … een hand die opdook uit de danig aangevreten mouw van een slobberige trui.

Ja kijk, dan grijpt ontroering een mens toch bij de strot.

En nu?

Met rode oortjes

Vanmorgen bereikte me de droevige mare dat Angèle het tijdelijke met het eeuwige verwisseld heeft. Jullie hebben waarschijnlijk nog nooit van haar gehoord, maar in het dorp waar ik woon, staat ze bekend als de bonte hond met de blauwe staart en behoort ze nu al tot de plaatselijke folklore.

biechtenOm te begrijpen hoe dat zo komt, moeten we terugkeren naar lang vervlogen tijden, toen het katholicisme hoogtij vierde en de mensen nog in dichte drommen ter kerke gingen. In die godshuizen bevonden zich onveranderlijk een of meerdere merkwaardige meubelstukken, die men biechtstoelen noemde en waarin af en toe een priester plaatsnam, om de gefluisterde zonden van de gelovigen te aanhoren.

Hoewel Angèle voortdurend probeerde om Jezus van het kruis te bidden, kon ze het toch niet laten om een nogal vrijgevochten, ja zeg maar een liederlijk levenspad te bewandelen. Ze diende dan ook regelmatig haar zondige uitspattingen te belijden. Wat ze aan de priester vertelde, kon men in de ruime omtrek van de biechtstoel beluisteren, want ze verstond de kunst van het fluisteren niet. Met halfluide stem gaf ze op vrij gedetailleerde wijze tekst en uitleg over de onoorbare praktijken waaraan ze zich had overgegeven. Het zal allicht niemand verbazen dat mannen bijna vochten om een zitplaats in de buurt van de biechtstoel te veroveren als Angèle aanstalten maakte om van berouw blijk te geven.    

Nu is ze dood, overleden aan algehele slijtage. Ze heeft alleszins geen saai leven gehad.
“Ze zal ook niet moeten terugkeren!” zeggen wij dan, bij ons in het dorp.
Als de eeuwige zaligheid niet haar deel is, dan toch zeker eeuwige roem.