Tag: vertalen

Franse complimenten

In mijn hoedanigheid van tolk bevond ik me achterin de conferentiezaal aan een bureautje in een soort aquarium. Helemaal vooraan verrees een katheder, waarachter een Spaanstalige spreker had plaatsgenomen. Hetgeen hij zei kwam via een hoofdtelefoon in mijn oren terecht. Ik werd verondersteld dat ogenblikkelijk in het Nederlands te vertalen en daarvan kond te doen in het microfoontje dat zich voor mijn mond ophield. Zodoende konden de aanwezigen, die zich tussen de spreker en mezelf ophielden, begrijpen wat er gezegd werd, want ze beschikten allemaal over een stethoscoopachtig instrument waarmee ze mijn zoetgevooisde stemgeluid konden opvangen.

Alles verliep rimpelloos, tot de spreker een paar seconden pauzeerde om een slokje water tot zich te nemen. Ik wilde hetzelfde doen, want wie onophoudelijk de snater roert, krijgt licht een droge keel en als je die niet smeert, kan dat gekriebel en zelfs kuchen veroorzaken, hetgeen niet bevorderlijk is voor een vlotte gang van zaken. Helaas hadden de organisatoren veronachtzaamd me van lafenis te voorzien. Het is me al eerder overkomen en daarom heb ik altijd een blikje cola bij me. Ik nam echter te veel hooi op mijn vork, want inmiddels had de man vooraan het spreken hervat. Ik diende derhalve te luisteren, nota’s te nemen, te vertalen … en mijn koffertje open te maken. Het ding gleed natuurlijk van de tafel en kwam met een doodsmak op de vloer terecht, maar de cabine bleek voldoende geluiddicht zodat die herrie niet tot de aanwezigen doordrong.

Ik viste het blikje op, zette het voor me neer en rukte het open, maar de cola was bijzonder verontwaardigd over mijn gooi- en smijtwerk, kwam spuitend als een geiser tevoorschijn en kletste tegen de ruiten van mijn aquarium.
“Ah merde!” liet ik me ontvallen en via het microfoontje voor mijn lippen konden alle aanwezigen dat horen.
Sommigen keken om, maar ik deed alsof mijn neus bloedde. De eso estoy en ayunas … ik weet van de prins geen kwaad.

Meneer spreekt talen ─ 3

Mijn lezers zullen zich ongetwijfeld de jongeman herinneren, waarmee ik hier gisteren de draak stak, omdat hij indruk wilde maken op een meisje en te dien einde zijn uitgebreide talenkennis tentoonspreidde, maar zich hopeloos belachelijk maakte door een Engelse vleermuis een floddermouse te noemen.

In een zalig vroeger was ik op stap met Reinhold, een vriend van me, en we kwamen nogal onverhoeds in ons binnenlandse buitenland terecht ─ ik bedoel Wallonië ─ zodat we genoodzaakt waren om ons elegante Vlaams door het veel boersere Frans te vervangen … of is het omgekeerd? We knoopten een gesprek aan met een man die zijn tijd stond te verdoen in een tuin, waar talloze molshopen het gazon ontsierden.
─”Quelle invasion d’intrus!” merkte Michael op. Wat een invasie van ongenode gasten!
─”Vous voulez dire?” fronste de man. Wat bedoelt u?
─”Les moules”, verduidelijkte mijn vriend.
─”Moules zijn mosselen”, haastte ik me hem te verbeteren en ik schoot in de lach.
─”Betweter!” foeterde hij gegriefd. “Wat zijn mollen dan?”
Da’k het niet meteen wist!
─”Allez! ’t Ligt op het puntje van mijn tong …” probeerde ik mijn gezicht te redden.
─”Des taupes”, zei de inwoner van ons binnenlandse buitenland.
─”Juist!” riep ik.
─”Totentrekker!” gromde Michael.
─”C’est quoi ça, un totentrekker?” vroeg de man. Wat is een totentrekker?

En zo begon een gesprek waarvan het einde niet meteen in zicht was.

Meneer spreekt talen ─ 2

De gelagkamer van het restaurant behelsde slechts vier klanten, als ik mezelf en mijn vriend Reinhold even buiten beschouwing laat, of toch als ombres chinoises naar de achtergrond verdring.

Naast een venster hadden twee in het Engels converserende dames plaatsgenomen, die zich zo te zien danig aan maquillage vergrepen hadden en er daardoor nogal gemummificeerd uitzagen. Aan een tafeltje in mijn buurt hield zich een jong en door Amor bevleugeld stel op, dat gelijk sympathie bij me losweekte.

Het was duidelijk dat ze op elkaars lijstje van prettige dingen stonden, ook al hielden ze niet bepaald een kwieke stroom van opgeruimd gebabbel gaande. Zij vertoonde het wezenloze lachje en de ietwat schaapachtige gelaatsuitdrukking die verliefde mensen vaak tentoonspreiden. Hij, van zijn kant, bedacht haar af en toe met een olijke knipoog, zoals men doet tegen iemand waarmee men dartele herinneringen deelt.

Toen verscheen de kelnerin en die gaf meteen te verstaan dat ze het Nederlands zo’n minne taal vond, dat ze zich liever van het Frans bediende. De jongen, die niet gesierd was met een vlotte babbel, bestelde op bedremmelde toon een whisky voor zichzelf en een jus d’orange voor zijn meisje.
─”… et un jus d’orange”, noteerde de dienster de bestelling met een volslagen gebrek aan belangstelling.
─”Van appelsienen”, klampte hij nog even aan, teneinde misverstanden te vermijden en te verhinderen dat men de jus d’orange aan foute vruchten zou ontwringen.

Zijn meisje had besloten dat ze zich met een tomate-crevettes wilde vermeien. Hoewel de benaming van dat gerecht in sierlijke letters op de kaart prijkte, bezorgde de jongen zichzelf een allemachtige hoop ongemak.
─”Une tomate avec des garnales”, kwam het er wat knullig uit en hij keek de kelnerin aan alsof die een geweer op hem richtte, hetgeen ze wellicht ook gedaan zou hebben als ze over zo’n wapen had beschikt.
Ik zat meewarig te glimlachen, want iedereen die een beetje Frans spreekt, weet natuurlijk dat het une tomate avec des garnaux moet zijn.

Later zaten de Engelstalige lady’s naar een vleermuis te kijken, die herhaaldelijk door de straat scheerde.
─”It’s a floddermouse”, verduidelijkte de jongen behulpzaam.
De dames zetten zo’n verbaasde gezichten, dat hun make-up ervan craqueleerde.

“Wel wel!” gnuifde Reinhold, die volgens zijn zeggen talen spreekt. “Zou je geloven dat ik nog nooit een floddermouse gezien heb?”