Tag: vertalen

Spreek je moers taal! ─ 2 ─

Ik mag Theo Francken ─ politicus en tegenwoordig volksvertegenwoordiger van N-VA ─ graag in een lijstje zetten. Hij slaagt erin nogal wat sympathie bij me los te weken, omdat hij meestal de spijker op de kop slaat.

Onlangs moest ik toch even de wenkbrauwen fronsen en me terdege inspannen, om niet ontwapend in een peristaltisch gelach uit te barsten. Hij vond het namelijk nodig om zich van een zich in een experimenteel stadium bevindend Engels te bedienen en een Nederlandstalige uitdrukking te vermassacreren, met name: “De druppel die de emmer doet overlopen.” De talenknobbel van Francken vertaalde dat als:
“The drop in the emmer who is totally full.”

O, lordmytime (heremijntijd)! What is that a plucked from the pot translation (van de pot geplukte vertaling).

Tja, bij sommigen ─ en vandaag de dag bij velen ─ schiet het Nederlands woorden te kort, waardoor ze zich genoodzaakt voelen om er wat steenkolenengels doorheen te roeren en zich hopeloos belachelijk en onverstaanbaar te maken.

Zelf uit ik me graag in het West-Vlaams: een prachtig maar voor menigeen ondoordringbaar dialect. Helaas moet ik vaststellen dat mijn heerlijke taaltje, net als het keurige Nederlands, aan het wegkwijnen is. Ik kan het alleen maar jammer vinden.

Ja, ’t is wreed spietig, moar me goan uus nie loaten doen.

Voor wat, hoort wat

Het kunnen niet iedere dag pauwentongetjes zijn, om van kaviaar nog te zwijgen. Ik zat en at een sobere maaltijd in een Brugs restaurant, waar een kameraad van me de scepter zwaait en de baas speelt.

De tafel aan mijn linkerzijde werd ingenomen door twee heren, die vrijwel onafgebroken met mobieltjes bezig waren. Iets verderop zat een dame op een tablet te tokkelen alsof haar leven er van afhing. Het zijn me de tijden wel, deze moderne exemplaren. Ik doe er niet aan mee. Als ik een restaurant betreed, laat ik zowel mijn telefoon als mijn tablet achter. Laat me alsjeblieft ongestoord eten!

Het bejaarde echtpaar dat zich rechts van me ophield, liet zich ook door geen snufjes afleiden. Ik zag hoe de man mes en vork in stelling bracht, om op niet al te sierlijke wijze een kip te bevechten. Hij beroofde de vogel van een poot, die hij vervolgens bij zijn in haar bord peurende disgenote deponeerde. Die stortte er zich op als een roofdier op een prooi en begon er verwoed op te kluiven, drassig smakkend, slobberig kauwend en klokkend zwelgend.
“Je hoeft het bot niet op te eten, hoor!” zei de man goedig en hij glimlachte meewarig naar me, waardoor ik begreep dat de vrouw wellicht verdwaald was in het Alzheimer Wald.

Mijn de scepter zwaaiende kameraad bevestigde dat even later en maakte van de gelegenheid gebruik om me nog enkele anekdotes op te dissen. Zo had hij een trouwe klant, die altijd twee dagschotels bestelde en die nog opvrat ook. En dan was er dat echtpaar op leeftijd, dat steevast twee keer de plat du jour liet aanrukken. De man verorberde de zijne, maar de vrouw bracht die van haar over in een brooddoos en nam die mee.

Ik had restaurateur moeten worden. Het uitbaten van zo’n etablissement lijkt me een inspirerende en onuitputtelijke bron van vermaak, af en toe doorspekt met een zielig tafereel.

“Nu je toch hier bent”, sprak mijn kameraad zo boterlijk dat ik meteen op mijn qui-vive was. “Ik ben met een nieuwe menukaart bezig. Zou jij die kunnen vertalen in het Frans, het Engels, het Duits … en misschien ook in het Spaans? Kwestie van de toeristen wat in de watten te leggen.”
Hij liet eigenlijk die watten links liggen en zei ‘kwestie van de toeristen in hun gat te wonen’, maar dat vind ik zo’n vulgaire uitdrukking dat ik ze hier liever niet gebruik. Ik heb het druk zat en sta midden in de matses, maar denken jullie dat ik nee zei? Om de dooie dood niet!

Toen ik de rekening vroeg, wuifde hij die vraag met een gul handgebaar weg.
“For old times’ sake”, zei hij, want hij roert graag wat Engels door zijn Nederlands.
Nu verwacht hij natuurlijk dat ik zijn meertalige menukaart gratis en voor niks op poten zal zetten. Waarschijnlijk zal ik dat nog doen ook. Ik ben nu eenmaal zo’n malloot.

Achteraf beschouwd had ik toch beter pauwentongetjes kunnen bestellen. Of kaviaar.

Hardleers

We schrijven januari 2018 en ik maak schoon schip. Ik ben bezig wat oude koeien uit de sloot te halen, om die opnieuw bij de hoorns te vatten. Zo heb ik voor de tweede keer een mail gestuurd naar Moleskine: het bedrijf dat de befaamde aantekenboekjes vervaardigt, waar ik sinds jaar en dag verslaafd aan ben. Lees in dit verband de volgende stukjes:
1. Mijn calepingske
2. Speeltjes
3. Moleskinemolest

Jaren geleden stuurde ik ze al eens een mail, waarin ik mijn ongenoegen uitte over het feit dat hun Belgische website uitsluitend de Franse taal hanteerde, hoewel 60% van de Belgen Nederlands spreken. Ik kreeg toen een nogal onbeduidend antwoord, met de mededeling dat ze mijn verzoek doorgestuurd hadden naar de manager. Lees hieromtrent: Foei Molenskine!

We zijn inmiddels vijf jaar verder en hun Belgische website is nog steeds eentalig Frans, dus heb ik ze verleden week opnieuw een mail gestuurd, om ze op deze slordigheid te wijzen. Ik kreeg krek hetzelfde antwoord als de vorige keer en Vlaamse klanten kunnen zich dus weer vijf jaar hun misprijzende houding laten welgevallen, maar deze jongen is niet van plan om dat dit keer uit te zitten en werkloos toe te kijken.

Het is tijd voor maatregelen. Op een harde knoest past een harde bijl, al zal het werktuig dat ik gebruik vermoedelijk veeleer een beiteltje zijn.

Ik koop, zonder overdrijven, jaarlijks minstens een dozijn aantekenboekjes van Moleskine, goed voor een bedrag van ongeveer € 200. Daar maak ik nu een eind aan. Ik schakel over op een alternatief, te weten notitieboekjes van een ander ras … eeh … merk.

Mijn eemansprotestje zal allicht niet veel zoden aan de dijk zetten, al behoort een zwaan-kleef-aan-effect natuurlijk altijd tot de mogelijkheden.

In mijn hoedanigheid van vertaler en tolk moet ik ze misschien eens mijn diensten als vertaler aanbieden. Tegen betaling vanzelfsprekend. En niet te min! Als zij zulke dure boekjes durven te slijten, kunnen ze me ook dik betalen voor mijn werk.

Gebakken lucht?

In het stadje Oudenburg viel mijn oog op het uithangbord van een friettent met een originele naam: Hakuna Patata.

HakunaPatata

De bedenker ervan heeft zich waarschijnlijk laten inspireren door de titel van het beroemde lied, Hakuna Matata, uit de tekenfilm De Leeuwenkoning van Walt Disney Pictures. Daarbij heeft hij evenwel de betekenis ervan over het hoofd gezien. Hakuna Matata is Swahili en betekent letterlijk: er is/er zijn geen problemen. Als men die matata door patata vervangt, krijgt men dus: er is geen patat/er zijn geen frieten.

Dat zal vermoedelijk niet de bedoeling zijn, want een friettent zonder frieten is net zo erg als een café zonder bier.

Faciliteren

Als ik me over iets omstandig kan opwinden, dan is dat over slordig taalgebruik door mensen die nochtans beter zouden moeten weten, omdat men vanwege hun studies en/of uit hoofde van hun beroep mag veronderstellen dat ze zich op keurige wijze van het Nederlands bedienen.

Als ik me nog omstandiger over iets kan opwinden, dan is dat over de verloedering van onze taal, omdat men in toenemende mate liever een vreemd woord gebruikt dan een Nederlands.

Het omstandigst wind ik me echter op als men een deugdelijk Nederlands woord vervangt door een buitenlands en daar dan een Nederlandse draai aan geeft.
Zo vraag ik me bijvoorbeeld af wat er fout is aan het woord vergemakkelijken. Ik zou het echt niet weten. Wel dan: als ik nog één keer iemand het verfoeilijke faciliteren hoor gebruiken ─ en dan richt ik me in het bijzonder tot de dames en heren politici, die bijna zonder uitzondering de mond vol hebben van faciliteren ─ zal ik uit mijn vel springen en ik kan jullie verzekeren dat dit geen fraai schouwspel zal opleveren. Jullie zijn gewaarschuwd.

Vriendendienst

Het gebeurde enkele jaren geleden …

Ik was neergestreken in een restaurant en bevond me in het verkwikkende gezelschap van een goede vriend, die onbedaarlijk veel plezier aan zijn tocht door het bestaan beleefde en altijd wel een aardigheid klaarzitten had. Toen ik aanstalten maakte om me naar het toilet te begeven zei hij: “Als je mijn naam noemt, zul je een mooie plaats krijgen.” Ik zou me een natte luier gelachen hebben als ik op dat moment zo’n ding gedragen had, maar dat was niet het geval.

Het gebeurde gisteren …
De deurbel kondigde een bezoeker aan en even later stond ik oog in oog met een nogal nerveuze jongeman, die niet echt met een vlotte babbel gesierd was.
─”Ik ben gestuurd door mompel mompel”, begon hij.
─”Door wie?” fronste ik, want ik had de naam niet begrepen.
─”Door Cédric M…”, herhaalde hij. “Da’s een vriend van je, hè?”
Ik moest even de registers van mijn geheugen openslaan voor ik de Cédric M… in kwestie kon plaatsen. Ik vond hem alleszins niet terug in mijn uiterst beknopte vriendenrubriek ─ als je meer dan vijf vrienden hebt, heb je er eigenlijk geen ─ maar wel tussen de vage ‘cafékennissen’.
─”Laten we zeggen dat ik hem ken”, nuanceerde ik dus.
─”Ik heb dringend de vertaling van een Duits artikel nodig”, kwam hij ter zake en hij wees naar de map die hij in zijn hand hield. “Cédric zei dat je ’t wel voor een zacht prijsje zou doen als ik zijn naam noemde.”
─”Cédric heeft makkelijk praten”, snoof ik. “Mag ik dat artikel even zien?”

Ik schatte dat ik toch zeker twee dagen aan die vertaling zou werken en toen mijn bezoeker vernam dat ik het niet gratis wou doen, stak hij zijn ongenoegen niet onder stoelen of banken. Hij vertrok met ontstemde snaren en met het onvertaalde artikel.

Wat moet ik in vredesnaam doen om te verhinderen dat sommigen mijn leven willen beredderen?  

Voor de goede orde

Het zal jullie eerlang misschien opvallen dat ik hier niet meer zo regelmatig verschijn als vroeger het geval was. Ik heb daar vanzelfsprekend een goeie reden voor, of wat hadden jullie gedacht?

Zoals jullie weten, of niet weten, verdien ik mijn brood en vul ik mijn dagen met allerhande vertaalwerk. Tijdens de eerstkomende maanden zal ik het behoorlijk druk hebben met vooral literaire vertalingen. Buitenlandse literatuur vertalen is één ding, maar terzelfdertijd ook trouw blijven aan de geest van het oorspronkelijke werk is lang geen sinecure. De ene dag lukt het me al beter dan de andere. Als ik er niet voor in de stemming ben en voor geen meter opschiet, is een blogtekst schrijven niet alleen een welkome afwisseling, maar soms ook de prikkel die me aan de gang maakt … en als ik eenmaal aan de gang raak, ben ik meestal niet meer in te tomen en moeten de blogteksten tijdelijk wijken. Van het een komt men naar het ander en van het ander naar het een.

Het kan dus gebeuren dat ik hier een paar dagen niets van me laat horen, om dan plots los te barsten in een of meer sappige pennenvruchtjes. Ik ben nu eenmaal een nogal wispelturig mens. Daar helpt geen lievemoederen aan en laten we wel wezen: zo heb ik het graag.

Boven water

Ik moest er even tussenuit … de wereld redden en zo …

Ik heb hier met opzet verzwegen dat ik een paar weken niet thuis zou geven, teneinde te verhinderen dat schorremorrie – zoals daar zijn vandalen, dieven, inbrekers, bandieten, rovers en zelfs seksdelinquenten – naar mijn nederige stulp zouden afzakken, om zich mijn toch al schamele bezittingen toe te eigenen, of ander onheil te stichten. Wat niet weet, wat niet deert.

Zoals jullie weten, houd ik me beroepshalve met vreemde talen onledig. Om aan de bak te komen en voor brood op de plank te zorgen moet ik me derhalve soms verplaatsen, zij het niet met tegenzin, naar gebieden waar men zich van vreemde talen bedient. Dit keer was Mexico aan de beurt en als de auguren het bij het rechte eind hebben, zal mijn vrij korte bezoek aan dat bruisende buitenland me geen windeieren leggen.

Ik heb vanzelfsprekend van de gelegenheid gebruik, of misschien zelfs misbruik gemaakt om even door te steken naar het land waar mijn wiegje heeft gestaan, Argentinië, want dat ligt daar slechts achtduizend kilometer vandaan. Een peulenschil.

Ik ben gisteren thuisgekomen en ben dus nog aan het klimaatschieten, want waar ik vandaan kom, was het volop zomer en bijna dertig graden. Bruin dat ik ben! Daar hebben jullie geen gedacht van. En vanmiddag eet ik frieten met stoofvlees.