Tag: huishouding

Moet er nog … zout zijn?

Verleden jaar was het rondom mijn woning een paar keer zo glad, dat ik er nauwelijks in slaagde om te ontsnappen. De benenwagen en de fiets hielden het risico van een valpartij in, hetgeen ernstige gevolgen kan hebben, zoals ik aan den lijve mocht ondervinden. Ook mijn auto vond het nodig om lustig aan het patineren te gaan en dan heb ik het niet over de techniek om een verflaag een wat ouder aanzien te geven. In Vlaanderen, en zeker in de regio waar ik me ophoud, is patineren stilstaan met draaiende wielen, of de gemotoriseerde variant van ter plaatse trappelen. Toen ik dientengevolge het kloeke besluit nam om strooizout aan te schaffen, bleek dat product nergens meer voorradig te zijn.

Door schade en schande pleegt men wijzer te worden. Hoewel ik bezwaren heb tegen het pekelen van Moeder Aarde was ik er deze winter als de kippen bij om een voorraadje zout in te slaan. Al in november schafte ik me vijf zakjes van tien kilogram aan … en die liggen nu nog steeds onaangeroerd in de garage, want het is nog geen enkele keer glad geweest en ik heb zelfs nog geen geen enkel sneeuwvlokje uit de lucht zien ruizelen.

De winter is nog niet voorbij natuurlijk, maar ondertussen begin ik me toch al af te vragen of ik dat zout voor iets anders zou kunnen gebruiken. Misschien valt mijn tuin tijdens het voorjaar ten prooi aan een slakkenplaag. Dan heb ik in alle geval alles in huis om op alle slakken … Juist!

Naweeën

De kerstliederen zijn gekweeld, de heilwensen voor 2015 kwistig uitgesproken en ondertussen heb ik ook al mijn verjaardag gevierd, al lijkt gevierd me toch een beetje een overstatement.

We schreven zondag, gisteren, en ik bevond me in de aankomsthal van de luchthaven, waar ik op mijn bagage wachtte en bleef wachten, want mijn koffer was kennelijk niet met me meegereisd. Er stak een licht onbehagen in me op. Wat zeg ik? Ik ergerde me ongeveer een ongeluk en kweet me mokkend van de paperasserie die met dergelijk wissewasje gepaard gaat. Vervolgens spoedde ik me naar huis.

Toen ik de deur ontsloot en binnentrad, werd ik meteen besprongen door de jankende geluidjes van twee in ademnood verkerende toestellen. Mijn poespas ─ ik bedoel de persoon die tijdens mijn afwezigheid op mijn poezen past ─ had de deur van de diepvrieskast niet goed gesloten, waardoor de hele inhoud ontdooid was en derhalve rijp voor de vuilnisbak: een regelrechte wandaad voor iemand die nooit voedsel verspilt of weggooit. De kamerthermostaat van de centrale verwarming veroorzaakte het tweede alarm. De batterijtjes waren totaal uitgeput en stonden op het punt de geest te geven, zodat het apparaatje luidkeels gillend om hulp riep.

Niet veel later probeerde ik een document aan mijn printer te ontfutselen, maar het papier stremde en ik zat ruim een kwartier te kleuteren en te peuteren om dat euvel te herstellen. Toen ik er kort daarna ook niet in slaagde om het bedieningspaneel van mijn blog te bereiken, was ik helemaal ontworteld.
“Nu heb ik toch even een knuffel nodig!” riep ik en omdat er niemand aanwezig was om me die te verstrekken vervolgde ik: “Waar is mijn teddybeer?”

Zenuwpees

Mijn activiteiten – waaronder het bijhouden van Uilenvlucht – staan noodgedwongen op een laag pitje. Onlangs maakte ik hier melding van een euvel waaraan mijn woning mank ging, met name optrekkend vocht, en men is nu al drie dagen bezig met het behandelen van die kwaal. Dat veroorzaakt buitengewoon veel overlast, om van het lawaai nog te zwijgen, en als het nog even zo doorgaat, zal ik mezelf ongetwijfeld ook moeten laten behandelen, zij het niet om reden van optrekkend vocht, maar vanwege een inzinking. Ik stuiter rond als een pingpongbal en kaats als een hyperkinetische neuroot door het huis. En dan heb ik nog niet eens de factuur gekregen.

Ik heb me daar een zenuwentroep. Volgens mij sta ik op instorten.

Ruggensteuntjes en opkontjes

We schrijven november en de jaarlijkse processie van bedelaars en schooiers heeft een aanvang genomen. Gisteren, zaterdag, kreeg ik achtereenvolgens vertegenwoordigers van de volgende verenigingen over de vloer:

– het plaatselijke majorettekorps met suikerwafels, kostende € 7
– de plaatselijke chiro met chocoladetruffels, kostende € 8,5
– de brandweer met een steunlidkaart en een kalender, kostende € 10
– de plaatselijke voetbalclub met artisanale pannenkoeken, kostende € 7

Men beweert dat een stapje in de wereld zetten – wat Vlaams is voor uitgaan – een dure zaak is, maar volgens mij zit je op hogere lasten als je braafjes thuisblijft.

Verspilling op het hummetje

closetpapierIk heb er geen idee van waarom het televisiezendertje ‘Vier’ de populaire quiz ‘De slimste mens ter wereld’ na tien uur ‘s avonds programmeert. Het lijkt me alleszins rijkelijk laat voor zij die ‘s morgens om den brode of wegens schoolverplichtingen het huis uit moeten. Ik behoor tot geen van beide categorieën en dat is maar goed ook, want ik ben een trouwe kijker en een nogal enthousiaste liefhebber van het programma. Er mag al eens gelachen worden, de presentator, Erik Van Looy, valt behoorlijk mee in de kook en ik kom iedere avond tot de verheugende vaststelling dat ik eigenlijk behoorlijk veel weet, ook al beperkt die kennis zich meestal tot volstrekt nutteloze zaken.

Zo vernam ik verleden week dat de gemiddelde mens tijdens zijn leven 1 300 000 velletjes toiletpapier verbruikt. Dat leek me zo buitengewoon veel dat ik me even aan het rekenen heb gezet, hoewel het jullie inmiddels bekend zal zijn dat dit een vaardigheid is die ik heel slecht beheers. Vanaf je geboorte tot je tachtigste verjaardag zou je dagelijks 45 van die velletjes naar de vernieling moeten helpen om aan dat cijfer te komen. Heremijntijd, dat haal ik op verre na niet. Ik behoor tot de gelukkigen die slechts één keer per dag op de porseleinen pony dienen plaats te nemen en meer dan tien blaadjes heb ik zelfs in het slechtste geval niet nodig. Vijfenveertig velletjes … dat is meer dan vijf meter closetpapier.

Nu zit ik me af te vragen … zou ik soms iets verkeerd doen?   

Help!

De stulp waarin ik al jaren met een tevreden gemoed en in eenvoud des harten bivakkeer, heeft me tot voor kort zo weinig zorgen gebaard, dat ik me regelmatig in de handen wreef dat het knerste. Een paar weken geleden ontdekte ik echter verontrustende vlekken op de onderste rand van enkele muren. Omdat ik op velerlei gebied een volslagen leek ben, nodigde ik een deskundige uit, die naar hijzelf beweerde onderlegd was in de calamiteiten waaraan bouwsels ten prooi kunnen vallen. Hij onderzocht mijn woning, gebruik makend van allerhande toestellen, die voorzien waren van verklikkende lampjes en alarmerende geluidssignalen produceerden, om vervolgens zijn diagnose te stellen: opklimmend vocht, dat met de uiterste urgentie gestuit diende te worden, teneinde onherstelbare schade te voorkomen.

Gisteren verscheen deze deskundoloog opnieuw te mijnent. Met kleverige handelsreizigersvlotheid en de plichtmatige lach van een stofzuigerventer overhandigde hij me de offerte voor de behandeling. Ik flikkerde bijna van mijn stoel af.
“Is dat de prijs of uw telefoonnummer?” stamelde ik verbijsterd.

Alle worstjes op een stokje! Ik zal in broodsgebrek raken. Binnenkort liggen de muizen hier dood voor de kast en zie ik er zo versjofeld uit dat zelfs de mensen die honger lijden eten naar me gooien. Misschien kan ik maar beter mijn huisje verkopen en me ergens in het zonnige zuiden vestigen, waar men nog nooit van opklimmend vocht gehoord heeft.

Slobberspul

Toen ik in de badkamer een kraan openzwengelde, proestte die het uit. Met horten en stoten, gesis en gepruttel, vergastte ze me vervolgens op gulpen modderige vloeistof in een bonte mix van ontlastingskleuren.

Dat bleef duren en twee uur later raakte ik dusdanig geagiteerd dat ik telefoneerde naar het bedrijf dat zich met de leverantie van leidingwater bemoeit. Ten prooi aan groeiende ergernis worstelde ik me doorheen het inmiddels onvermijdelijke en tijdrovende keuzemenu, hetgeen tot overmaat van ramp dan ook nog met pokkenmuziek gepaard gaat, tot ik uiteindelijk bij een persoon terechtkwam die me wist te vertellen dat men op de hoogte was van het probleem, dat door een ernstig lek veroorzaakt werd en nog wel eventjes kon aanslepen. Dat ‘eventjes aanslepen’ nam nog ruim acht uur in beslag, maar in de late middag kon ik opnieuw over deugdelijk water beschikken.

Nu heb ik daar toch een bedenking bij. Ik pleeg ‘s morgens vroeg, meestal in het halfduister, mijn koffiezetter te vullen. Stel dat ik niet zou merken dat er wat loos is en doodgemoedereerd begin te slurpen van een ochtendlijk bakje leut, dat ik met zulk vies water toebereid heb, waardoor ik niet veel later het hoekje omga, vermoedelijk om zeep …

Kan dat allemaal zomaar? Waarom eigenlijk, zo vraag ik me af, draait men de kraan niet helemaal dicht als er … eh … stront aan de knikker is?

Een haar in de boter

Vanmorgen moest ik opeens aan Frank Deboosere denken: de weerman van de VRT. In het nette natuurlijk. Ik vind hem best wel een aardige man, daar niet van, maar hij doet mijn hart niet opzingen, laat staan dat hij allesverzengende hartstocht bij me los zou weken. Ik poep niet in mijn broek als ik hem zie en ik klap ook niet in mekaar als een strandstoel.

Ik vroeg me gewoon af waar hij, of in voorkomend geval zijn echtgenote, de boter bewaart. Die van mij berg ik op in de koelkast en als ik die ‘s morgens opdiep, om er een croissant, een broodje of een gewone boterham mee te verwennen, is die zo hard als een kei, zodat ik die per microgolfoven tot betere gedachten, in casu smeerbare consistentie moet brengen, hetgeen te mijnent nogal eens en in een echte kliederboel resulteert, want boter kan op dat gebied echt niet veel hebben. In het huishouden van Frank is dat kennelijk niet het geval, want in zijn weerpraatje heeft hij het geregeld over boterzachte temperaturen.

Die vergelijking klopt overigens van geen kanten. Frank ─ die in 1997 de eerste Wablieft-prijs in de wacht sleepte, vanwege de ‘klare taal’ die hij onder meer tijdens zijn weerpraatje gebruikte ─ haspelt de tastbare (weke, malse) en de figuurlijke (milde, weldadige) zachtheid door elkaar. Temperaturen zijn niet stoffelijk en kunnen dus net zo min boterzacht zijn als boter mild kan zijn.

Het is hem vergeven, zolang hij ons maar heerlijk lenteweer met boterzachte temperaturen voorspelt.

Speeltjes

Ik was van plan om aan de lenteschoonmaak te beginnen, maar ik heb me bedacht. In de eerste plaats duurt het, in weerwil van de verzachtende omstandigheid van het fraaie weer, nog bijna twee weken voor de lente echt begint en in de tweede plaats voelde ik er niets voor om mij met borstels, emmers, dweilen, sponzen, zeemlappen … hijg, hijg … en wat er nog meer aan poetsgerei bestaat onledig te houden, want het leven en het toeval disten me een veel leukere bezigheid op.

Ik heb het hier vroeger al herhaaldelijk over het aantekenboekje van Moleskine gehad, dat ik altijd en overal bij me draag en dat dus een onafscheidelijke metgezel is, die ik meestal met enige vertedering ‘mijn calepingsje’ noem, omdat we bij ons in West-Vlaanderen nogal eens een beroep op de Franse taal durven doen als we ten prooi vallen aan gemoedservaringen van diverse pluimage. Zo’n geheugensteun is natuurlijk een hopeloos ouderwets hulpmiddel en bovendien nogal knullig om te gebruiken, want men is niet altijd in de gelegenheid om met een schrijfstift over papier te navigeren.

speeltjesNu heb ik de hommel in het hoofd gekregen. Ik ben overgegaan tot de aankoop van een speeltje: een digitaal dicteerapparaatje van Olympus. Voortaan duikel ik geen onnozel notitieboekje meer op, maar trek ik een minuscule dictafoon om er mijn intiemste gedachten aan toe te vertrouwen. Daarenboven heb ik mijn pc toegerust met een ander speeltje, zeg maar speel: de spraakherkenning van Dragon. Christene zielen! Wat is dat een magische duvelstoejager! Er komt nogal wat op je af als je de software ten volle wil gebruiken en het is dus even wennen ─ vandaar dat het hier even stil was ─ maar dan weet je echt niet wat je meemaakt. Het programma kan niet alleen aan een razend tempo de teksten uittikken die ik dicteer, maar met mijn stem kan ik tevens mijn hele computer bedienen. De snelheid en de accuratesse waarmee dat allemaal gebeurt, zijn voor mij een bron van niet aflatende en verrukkelijke verwondering.

Tja, ik moet met mijn tijd meegaan, om te voorkomen dat ik inkak.

Copyright Uilenvlucht 2018 Frontier Theme