Tag: spelen

(Sn)eek!

Een vriendin van me, die tevens bommoeder is, zag zich gisteren genoodzaakt om haar zoontje ─ een spring-in-’t-veld van een jaar of tien ─ tijdelijk bij me te stallen. Omdat er vervullender bezigheden dan televisiekijken bestaan liet ik me gewoon voor de leuk overhalen om deel te nemen aan een computerspel: een tijdverdrijf dat ik vanuit mijn tenen haat als ik in mijn gewone doen ben, maar ik kon die jongen bezwaarlijk met een kleurboek opzadelen.

jungleIk diende me tijdens een overlevingstocht aan allerhande bizarrerieën over te geven en me zelfs in een schier ondoordringbare jungle te wagen, waar ijzingwekkende creaturen me belaagden en zowaar naar het leven stonden. Ik slaakte dan ook een zeer onmannelijke en allerminst heldhaftige gil toen er plots een flink uit de kluiten gewassen slang op meedogenloze wijze uit een boomkruin tuimelde, die me met opengesperde muil de doorgang versperde. Mijn tegenspeler schoot in de lach.
─”Ben je bang voor slangen?” vroeg hij.
─”Doodenge beesten vind ik het”, bekende ik.
─”Ik niet”, schuddekopte hij. “‘t Zijn gewoon staarten met gezichtjes.”

Zo kun je het ook bekijken natuurlijk.

Mazzelen

strikjeIk ben allerminst een wilde stapper en allesbehalve een fuifbeest. Gezellige bijeenkomsten, of wat daarvoor doorgaat, zijn hoegenaamd niet aan mij besteed. Soms dient men echter van de nood een deugd maken en proberen partij te trekken van een partij. Uit zakelijke overwegingen gaf ik gisteravond acte de présence op een feest. Acte de présence … ik weet dat het aanstellerig klinkt, maar het was dan ook zo’n kakkineuze bedoening dat ik me ervoor in feestverpakking moest steken en een smoking omgorden. Opgeprikte deftigdoenerij als je ‘t mij vraagt. Gelukkig heb ik als zoon van een kleermaker zo’n pak in de kast hangen en hoef ik er geen te huren om me chiquer voor te doen dan ik feitelijk ben. Ik zag er patent uit, daar niet van. 

Het feestgedruis vond plaats in een casino en ik maakte tussendoor van de gelegenheid gebruik om de speelzaal binnen te glippen, want zulke mondaine oorden oefenen een haast magische aantrekkingskracht op me uit. Ik voelde me James Bond en ik denk zelfs dat ik me een beetje als 007 gedroeg. Ik aarzelde alleszins niet om aan een roulettetafel plaats te nemen en wat van mijn zuurverdiende centen in de waagschaal te stellen. Het ging aardiger dan ik verwachtte: ik won en daar haalde ik me echt aan op, want ik kan helaas slechts zelden van een meevaller genieten.

Het zal een uur later geweest zijn dat James Bond met een jarig gezicht zijn fiches bijeengaarde, die aan de kassa voor euro’s inwisselde en bewegend als een moeraskat het speelhol verliet. Nu ja, een moeraskat …

En zo werd het toch nog een genoeglijke avond. Zulke interessante geldbedragen mag men me alleszins in onbeperkte mate blijven aandragen. 

Joehoe!

Bepaal voor je op reis vertrekt wat je aan kleren en geld wil meenemen.
Halveer vervolgens het aantal kleren en verdubbel het geldbedrag.

De ondervinding heeft me geleerd dat ik de bovenstaande raadgeving beter niet in de wind kan slaan. Mede daardoor allicht heb ik een in alle opzichten geslaagde vakantie achter de rug.

Dolce far niente noemen sommigen dat … vooral de Italianen dan, maar ook personen van andere nationaliteiten, die over de polyglottische gave beschikken, of gewoon indruk willen maken met hun kennis van buitenlandse gemeenplaatsen. Zalig nietsdoen. Wel, ik kan jullie verzekeren dat ik mijn dagen alleszins niet in ledigheid doorgebracht heb.

Ik bevond me in een gebied waar de natuur een verzachtende omstandigheid is. Ik beklom baldadige bergen en trotseerde smartelijk opengespleten rotspartijen, zwierf door lieflijke dalen en doorkruiste mysterieuze wouden, zwom in dromerige meren en ploeterde in walsende rivieren, dwaalde door grimmige spelonken, sopte door grazige weilanden … ach, zo kan ik nog wel even doorgaan, maar het zal jullie ongetwijfeld een roodkoperen rotzorg zijn wat ik daarginds allemaal heb bewerkstelligd.

Rondraggen in de natuur … daar wordt een mens zo moe van, hè? Het heeft dan ook wat moeite gekost om me los te weken van mijn vakantie, maar vandaag sta ik ─ met enige overdrijving ─ weer op de barricaden. Nu ik de werkzaamheden hervat, wil ik in de allereerste plaats even stilstaan bij de Olympische Spelen, waar de Belgen zo maar eventjes drie medailles konden binnenrijven. Drie! Twee bronzen en één zilveren plak. Dan ben je lekker bezig! Het zilveren exemplaar werd bovendien behaald door een … eh … atleet, die op ongemeen soepele wijze op zijn buik ging liggen, teneinde een aantal schoten te lossen met een karabijn. Christene zielen! Als sportieve prestatie kan dat tellen. Ga d’r maar aan staan.

Onze noorderburen, de Nederlanders, kunnen zich met gepaste trots op twintig medailles beroemen: 6 gouden, 6 zilveren en 8 bronzen. Ik heb vanwege mijn vakantie slechts een van hun atleten aan het werk gezien: de goedlachse Epke Zonderland, die als geen ander aan een rekstok kan slingeren. Kijk, dat noem ik nu een topatleet. Bij hem vergeleken is onze karabijnschutter slechts een schopsteentje en daar maak je geen diamant van.

De bedenker van het fotograpje hieronder mag van mij trouwens ook een medaille krijgen.