Het welriekende land van Hermes

Ik diende mijn ogen voor nazicht naar een in een ziekenhuis gevestigde oculiste te brengen. Heremijntijd! Zo’n bezoek aan een opslagruimte voor lichamelijk minderbedeelden heeft vandaag de dag nogal wat voeten in de aarde. Het is een heel gedoe, om niet te zeggen een zenuwslopende onderneming. Ik overdrijf enigszins omdat ik ─ het is jullie inmiddels genoegzaam bekend ─ daar goed in ben en eigenlijk niets liever doe.

Mondmasker opzetten, handen ontsmetten, je temperatuur laten opmeten, je identiteitskaart aan een vervaarlijk ogende automaat toevertrouwen en wachten tot die kleefbriefjes braakt, nauwgezet de pijlen volgen, je aanmelden bij de dienst oogheelkunde, plaatsnemen in de wachtzaal op voldoende afstand van je buur …

… en toen was ik vrij snel aan de beurt. Mijn oftalmologe ─ hoe verzinnen ze het in vredesnaam? ─ haalde haar neus voor me op en zei:
“Ha, meneer gebruikt Terre d’Hermès. Het maakt mijn dag, want het is en blijft een wonderbaarlijke geur.”
Ik nam het complimentje dankbaar in ontvangst en zij wendde zich tot mijn ogen, geholpen door allemaal indrukwekkende toestellen.

Toen ik het ziekenhuis verliet, snelde de geur van Terre d’Hermès me vooruit, want ik gebruik zowel het toiletwater als de aftershave van dat merk. Het zijn weliswaar geen goedkope odeurtjes, maar je krijgt waar voor je geld, want ze bevatten noten van grapefruit, sinaasappel, peper, patchoeli, ceder, vetiver en benzoïne. Meer moet dat van mij niet zijn.

Bovendien zijn en blijven het verrukkelijke luchtjes.

O ja, mijn ogen zijn in prima conditie.

terredhermes