Een spion?

Toen ik mijn woning verliet, stond ik plots oog in oog met een wildvreemde man die doodgemoedereerd, de handen diep in de broekzakken, langs mijn terras drentelde.
─ “Hebt u hier wat verloren?” vroeg ik dus, niet bepaald op vriendelijke toon.
─ “Ik ben even naar het huis aan het kijken”, kreeg ik te horen.
─ “Je pleegt wel inbreuk op mijn privacy”, laadde ik mijn woorden met protest.
─ “Ben je soms dingen aan het doen die niet mogen?” opperde hij laconiek en hij kuierde sereen als gebotteld water van me weg.

Ik stond even met mijn mond vol tanden, schudde ongelovig het hoofd … en liep toen snel naar mijn clandestiene jeneverstokerij annex cannabisplantage, om die nog beter te camoufleren.